Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1815

Datum uitspraak2008-09-03
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers172850
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Aanbestedingszaak. De vraag die in dit geding dient te worden beantwoord is, of het Aannemingsbedrijf in het kader van de door de gemeente uitgeschreven aanbestedingsprocedure een geldige inschrijving heeft gedaan. De vraag spitst zich daarop toe of het Aannemingsbedrijf heeft voldaan aan de ervaringseis van de aankondiging van opdracht. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 172850 / KG ZA 08-459 Vonnis in kort geding van 3 september 2008 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] WEGENBOUW NIJMEGEN-WIJCHEN B.V, gevestigd te [woonplaats], eiseres, advocaat mr. F.J. Boom, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE UBBERGEN, zetelend te Beek-Ubbergen, gedaagde, advocaat mr. T. van Wijk te Nijmegen, waarin heeft gevorderd als gevoegde partij te worden toegelaten: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] AANNEMINGSBEDRIJF B.V., gevestigd te [woonplaats], eiseres in het incident tot voeging, advocaten mrs. M.P. van Leeuwen en T.B. van Dijk te Rotterdam. Partijen zullen hierna respectievelijk [Wegenbouwbedrijf], de gemeente en [aannemingsbedrijf] worden genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de productie van de gemeente - de incidentele conclusie tot voeging van [aannemingsbedrijf] aan de zijde van de gemeente - de producties van [aannemingsbedrijf] - de mondelinge behandeling - de pleitnota van [Wegenbouwbedrijf], tevens houdende een (voor de zitting aangekondigde) wijziging van eis - de pleitnota van de gemeente - de pleitnota van [aannemingsbedrijf]. 1.2. Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is daarin op 3 september 2008 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven. 2. Voeging 2.1. Nu [Wegenbouwbedrijf] en de gemeente geen bezwaar hebben gemaakt tegen voeging van [aannemingsbedrijf] aan de zijde van de gemeente en omdat [aannemingsbedrijf] een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang heeft bij de voeging, zal zij worden toegelaten als gevoegde partij. 3. De feiten 3.1. De gemeente heeft door middel van een (gerectificeerde) aankondiging van opdracht, d.d. 4 juni 2008, een nationale openbare aanbesteding uitgeschreven voor de ‘Herinrichting Rijksstraatweg’ (Bestek UBG/OPR 2008-01, hierna: het bestek). Op deze aanbesteding is het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) van toepassing. 3.2. In de aankondiging van opdracht is onder meer het volgende opgenomen. II.1.5) Korte beschrijving van de opdracht of de aankoop/aankopen: Herinrichting van de Rijksstraatweg tot 30 km/uur zone gecombineerd met groot onderhoud aan de riolering, fundering, verhardingen, wegbebakening, openbare verlichting en nutsvoorzieningen met bijkomende werkzaamheden in de gemeente Ubbergen. II.2) HOEVEELHEDEN OF OMVANG VAN DE OPDRACHT II.2.1) Totale hoeveelheid of omvang: Opbreken asfalt (ca. 3800 m2) Opbreken fundering (ca. 19.000 m2) Opbreken hoofdriolering (ca. 3.100 m1) Grondwerk (ca. 7.000 m3) Aanbrengen hoofdriolering (ca. 5.500 m1) Aanbrengen huis-/kolkaansluitingen (ca. 3.500 m1) Aanbrengen kolken (ca. 240 st) Aanbrengen putten (ca. 115 st) Aanbrengen fundering (ca. 23.000 m2) Aanbrengen asfalt (ca. 1200 ton) Schoonmaken klinkers KF (ca. 17.000 m2) Aanbrengen bestrating (ca. 31.000 m2) Aanbrengen kantopsluitingen (ca. 14.000 m1) Toepassen verkeersmaatregelen Uitvoeren van bijkomende werkzaamheden (…) Gefaseerde uitvoering in 11 wegvakken waarbij in maximaal twee aaneengesloten wegvakken gelijktijdig gewerkt mag worden. (…) III.2.3) Vakbekwaamheid: (…) Het kunnen overleggen van een referentielijst van, in de afgelopen vijf jaar, minimaal 3 door de onderneming als hoofdaannemer uitgevoerde projecten van vergelijkbare aard en omvang als het onderhavige werk (Herinrichting wegen in stedelijk gebied) die tijdig zijn opgeleverd, waarbij dit aantoonbaar kan worden gemaakt middels tevredenheidsverklaringen en die een aannemingssom van minimaal € 800.000,= (excl. BTW) hadden. IV.2.1) Gunningscriteria: Laagste prijs 3.3. In het bestek is onder meer het volgende opgenomen. 0.07 OPDRACHT (…) 2. Het gunningscriterium, als bedoeld in de aankondiging afdeling IV.2, is de meest voordelige aanbieding, gelet op: - de aanneemsom; 1.03 LOCATIE Het uit te voeren werk betreft de gehele Rijksstraatweg (lengte ca. 4,2 km) vanaf de gemeentegrens met Nijmegen tot aan de Nieuwe Rijksweg (N325) in de gemeente Ubbergen. 1.04 ALGEMENE BESCHRIJVING Het werk bestaat in hoofdzaak uit: - opruimingswerk; - grondwerk; - rioleringswerk; - asfaltverhardingen; - elementenverhardingen; - groenwerkzaamheden; - wegbebaking; - verkeersmaatregelen; en bijkomende werkzaamheden. 3.4. [Wegenbouwbedrijf] heeft tijdig haar inschrijving bij de gemeente ingediend. 3.5. Bij e-mail van 11 juli 2008 heeft de heer [betrokkene 1], directeur van [Wegenbouwbedrijf] Infra BV, onder meer het volgende bericht aan mevrouw [betrokkene 2] van de gemeente. Gaarne zouden wij vernemen welke drie referentiewerken de firma den Ouden aangedragen heeft om tot de overtuiging te komen dat deze werken voldoen aan het gunningcriteria zodat wij ons bij uw mening neer kunnen leggen bij een, eventueel, gunningadvies aan genoemde Firma. 3.6. In reactie op voornoemde e-mail heeft [betrokkene 2] op 14 juli 2008 onder meer het volgende aan [betrokkene 1] bericht. In antwoord op uw e-mail (…) deel ik u mede dat ik geen melding zal doen over de door aannemer [aannemingsbedrijf] geleverde referentieprojecten bij de inschrijving op het project ‘Herinrichting Rijksstraatweg’ gemeente Ubbergen, bestek UBG/OPR 2008-01. Mijn besluit wordt gestaafd door het Aanbestedingsreglement Werken 2008 die de aanbestedende partij tot deze informatieverstrekking niet verplicht. 3.7. Bij brief van 14 juli 2008 heeft de heer [betrokkene 3], hoofd Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu van de gemeente, onder meer het volgende aan [Wegenbouwbedrijf] bericht. Op vrijdag 4 juli 2008 heeft in het gemeentehuis van [woonplaats] de openbare aanbesteding plaatsgevonden conform ARW 2005 van bestek UBG/OPR 2008-01 voor de herinrichting van de Rijksstraatweg te Beek-Ubbergen. Gelet op de uitslag van de aanbesteding en het bepaalde in paragraaf 0.07 van het bestek deel ik u mede dat we voornemens zijn om de uitvoering van het werk op te dragen aan aannemingsbedrijf [aannemingsbedrijf] BV te [woonplaats]. De betreffende inschrijving is door ons gecontroleerd en akkoord bevonden. 3.8. Bij brief van 17 juli 2008 heeft de heer [voorletters] [Wegenbouwbedrijf], algemeen directeur van [Wegenbouwbedrijf], onder meer het volgende aan [betrokkene 3] bericht. Wij hebben uw schrijven met genoemd kenmerk ontvangen. Hierin geeft u aan dat de inschrijving door u is gecontroleerd en akkoord bevonden. Wij kunnen ons hierin niet vinden aangezien wij de overtuiging hebben dat genoemde aannemer niet voldoet aan uw gestelde gunningcriteria (…) Gaarne zouden wij - mede op grond van het transparantiebeginsel - van u de referentiewerken genoemd willen zien die de aannemer aangedragen heeft waaruit blijkt dat hij 3 werken als hoofdaannemer uitgevoerd heeft van vergelijkbare aard en omvang, herinrichting wegen in stedelijk gebied, met een aanneemsom van minimaal € 800.000,00. 3.9. Op 25 juli 2008 is de onderhavige kort gedingdagvaarding aan de gemeente betekend. Naast de hierna onder 4.1. weergegeven vordering bevatte deze dagvaarding ook de vordering tot overhandiging van bewijsstukken waaruit blijkt dat [aannemingsbedrijf] aan de gestelde ervaringseis voldoet. 3.10. Op 19 augustus 2008 heeft de gemeente de hiervoor onder 3.5 en 3.8 gevraagde informatie aan [Wegenbouwbedrijf] verschaft. Uit deze informatie blijkt dat [aannemingsbedrijf] in totaal vijf referentiewerken bij de gemeente heeft ingediend. 4. Het geschil 4.1. [Wegenbouwbedrijf] vordert na wijziging van eis dat de gemeente wordt verboden het werk aan [aannemingsbedrijf] te gunnen, althans dat de gemeente wordt geboden haar voorlopige gunningsbeslissing van 14 juli 2008 in te trekken, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250.000,00 voor iedere schending van genoemd ver- en gebod. 4.2. [Wegenbouwbedrijf] legt aan haar vordering ten grondslag dat [aannemingsbedrijf] niet voldoet aan de ervaringseis van artikel III.2.3 van de aankondiging van opdracht. Nu de gemeente desondanks voornemens is het werk aan [aannemingsbedrijf] te gunnen, handelt zij in strijd met de geschreven en ongeschreven regels van het aanbestedingsrecht. Slechts twee van de door [aannemingsbedrijf] opgegeven referentiewerken voldoen aan de in de ervaringseis opgenomen criteria. De overige opgegeven referentiewerken zijn werken die betrekking hebben op het bouwrijp maken van nieuw te realiseren, afgelegen en voor derden niet toegankelijke bedrijventerreinen, terwijl uit de aanbestedingsstukken van de gemeente duidelijk blijkt dat een vergelijkbaar referentiewerk betrekking moet hebben op herinrichting van wegen in stedelijk gebied. Voorts vormt het grondwerk bij de drie opgegeven werken van [aannemingsbedrijf] de hoofdmoot en komen de kernbestanddelen van het werk in [woonplaats] niet wezenlijk of in substantiële mate terug. Deze werken kunnen volgens [Wegenbouwbedrijf] dan ook niet worden gekwalificeerd als referentiewerken, zodat zij buiten beschouwing dienen te worden gelaten. 4.3. De gemeente en [aannemingsbedrijf] voeren gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van [Wegenbouwbedrijf]. Hierna zal, voor zover van belang, op de stellingen van partijen worden ingegaan. 5. De beoordeling 5.1. [aannemingsbedrijf] stelt dat [Wegenbouwbedrijf] in haar vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat zij zelf geen rechtsgeldige inschrijving heeft gedaan. Uit de door [Wegenbouwbedrijf] overgelegde inschrijfstukken van [Wegenbouwbedrijf] blijkt namelijk dat een geldig ISO-certificaat ontbreekt. Het overgelegde ISO-certificaat staat immers niet op naam van [Wegenbouwbedrijf] Wegenbouw [...] BV, maar op naam van [Wegenbouwbedrijf] Wegenbouw Wijchen BV. Om die reden heeft [Wegenbouwbedrijf] niet voldaan aan een in de aanbestedingsstukken gestelde minimumeis en kan het werk niet aan haar worden gegund. 5.2. Dit verweer wordt verworpen. [Wegenbouwbedrijf] heeft ter zitting gemotiveerd aangegeven dat een en ander op een verschrijving berust. [Wegenbouwbedrijf] Wegenbouw Wijchen BV bestaat niet. [Wegenbouwbedrijf] Wegenbouw [...] BV is de moedermaatschappij, de overige ondernemingen, zoals de ook op bedoeld ISO-certificaat voorkomende ondernemingen [Wegenbouwbedrijf] Infra BV en [Wegenbouwbedrijf] Groenvoorziening en Bestratingen BV, zijn dochters hiervan. Vooralsnog kan dan ook worden uitgegaan van de juistheid van deze stelling. Het gaat immers primair om de vakbekwaamheid van [Wegenbouwbedrijf] en die is uit de stukken en ter zitting voldoende gebleken. Bovendien is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat een dergelijke verschrijving in een ISO-certificaat - dat niet door [Wegenbouwbedrijf] zelf, maar door een onafhankelijke derde wordt opgesteld - is te beschouwen als een eenvoudig te herstellen gebrek in de zin van artikel 2.14.4 ARW 2005. Vooralsnog kan dan ook worden uitgegaan van de juistheid van het ISO-certificaat en is [Wegenbouwbedrijf] ontvankelijk in haar vorderingen. 5.3. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van [Wegenbouwbedrijf]. 5.4. De vraag die in dit geding dient te worden beantwoord is, of [aannemingsbedrijf] in het kader van de door de gemeente uitgeschreven aanbestedingsprocedure ‘Herinrichting Rijksstraatweg’ een geldige inschrijving heeft gedaan. De vraag spitst zich daarop toe of [aannemingsbedrijf] heeft voldaan aan de ervaringseis van artikel III.2.3 van de aankondiging van opdracht. Deze ervaringseis luidt: “Het kunnen overleggen van een referentielijst van, in de afgelopen vijf jaar, minimaal 3 door de onderneming als hoofdaannemer uitgevoerde projecten van vergelijkbare aard en omvang als het onderhavige werk (Herinrichting wegen in stedelijk gebied) die tijdig zijn opgeleverd, waarbij dit aantoonbaar kan worden gemaakt middels tevredenheidsverklaringen en die een aannemingssom van minimaal € 800.000,= (excl. BTW) hadden.” 5.5. Voorop wordt gesteld dat [aannemingsbedrijf] vijf referentiewerken bij de gemeente heeft ingediend, terwijl er op grond van de ervaringseis (minimaal) drie zijn vereist. Niet in geschil is dat twee van de vijf door [aannemingsbedrijf] ingediende referentiewerken voldoen aan de in de ervaringseis opgenomen criteria. Dit betekent dat in dit kort geding slechts hoeft te worden beoordeeld of één van de drie resterende referentiewerken aan bedoelde criteria voldoet. Partijen verschillen hierover van mening. Volgens de gemeente en [aannemingsbedrijf] voldoen alle drie resterende referentiewerken aan de criteria, volgens [Wegenbouwbedrijf] geen van deze drie. 5.6. Bij de beoordeling van de vraag óf een van de drie resterende werken van [aannemingsbedrijf] aan de in de ervaringseis opgenomen criteria voldoet, is allereerst van belang na te gaan wat deze criteria precies inhouden. Met andere woorden, wanneer kan een referentiewerk als toereikend worden beschouwd. Daarbij dient voorshands geoordeeld op de eerste plaats in ogenschouw te worden genomen hetgeen het Europese Hof van Justitie in de zaak ‘Succhi di Frutta’ (HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99) heeft overwogen en de Hoge Raad in zijn arrest van 4 november 2005, NJ 2006, 204, (bij de vraag of sprake is van schending van het transparantiebeginsel) ook als uitgangspunt heeft voorop gesteld. Het Europese Hof van Justitie overwoog: “Het beginsel van doorzichtigheid (…) heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn.” 5.7. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat eveneens acht dient te worden geslagen op de bewoordingen van bedoelde ervaringseis, gelezen in het licht van alle aanbestedingsstukken, in dit geval de aankondiging van opdracht en het bestek. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de aankondiging van opdracht en het bestek zijn gesteld. Bij die uitleg kan onder meer worden gekeken naar de elders in de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen. Ten slotte dient acht te worden geslagen op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. 5.8. Met inachtneming van het voorgaande is in deze zaak het volgende van belang. Blijkens artikel II.1.5 van de aankondiging van opdracht ziet de onderhavige opdracht op de “herinrichting van de Rijksstraatweg tot 30 km/uur zone gecombineerd met groot onderhoud aan de riolering, fundering, verhardingen, wegbebakening, openbare verlichting en nutsvoorzieningen met bijkomende werkzaamheden in de gemeente Ubbergen.” Op grond van artikel 1.04 van het bestek bestaat het werk in hoofdzaak uit “opruimingswerk, grondwerk, rioleringswerk, asfaltverhardingen, elementenverhardingen, groenwerkzaamheden, wegbebaking, verkeersmaatregelen en bijkomende werkzaamheden.” Dit zijn de hoofdbestanddelen van het uit te voeren werk. Daaraan doet niet af dat deze hoofdbestanddelen in artikel II.2.1 van de aankondiging van opdracht zijn opgesplitst in meer werkzaamheden en nader zijn geconcretiseerd in hoeveelheid of omvang. Dit betreft slechts een precisering van eerdergenoemde hoofdbestanddelen. Voorshands geoordeeld dient een referentiewerk dan ook slechts die hoofdbestanddelen te bevatten en niet exact of nagenoeg exact dezelfde werkzaamheden met bijbehorende hoeveelheid of omvang die in artikel II.2.1 van de aankondiging van opdracht zijn genoemd. Dit kan ook worden afgeleid uit de ervaringseis, waarin is opgenomen dat het dient te gaan om een project van ‘vergelijkbare aard’, en niet, zoals [Wegenbouwbedrijf] herhaaldelijk heeft betoogd, om een project van ‘gelijke aard’. Van belang is dus of de werkzaamheden in het referentiewerk naar aard in verhouding staan tot de werkzaamheden zoals beschreven in de aanbestedingsstukken. Voorts dient een referentiewerk tijdig te zijn opgeleverd en een omvang te hebben van minimaal € 800.000,00. Ten slotte is van belang dat een referentiewerk betrekking dient te hebben op de herinrichting van wegen in stedelijk gebied. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dient dit aldus te worden opgevat dat een referentiewerk betrekking moet hebben op de herinrichting van een weg of wegen in een gebied waarin burgers wonen en/of werken en/of waar bedrijven zijn gevestigd. Daarbij hoeft het slechts te gaan om een bepaalde mate van een dergelijke verstedelijking, omdat de plaats waar het aan te besteden werk moet worden uitgevoerd, de Rijksstraatweg te Beek-Ubbergen, in een dorp is gelegen en niet in een (grote) stad. Overigens hoeft het werk niet noodzakelijkerwijs binnen de bebouwde kom te zijn gelegen, maar dit kan wel een extra aanwijzing zijn. 5.9. Ten aanzien van het door [aannemingsbedrijf] bij de gemeente ingediende referentiewerk ‘Oude Molen fase 2 te Halsteren‘ wordt het volgende overwogen. Op de eerste plaats is niet in geschil dat dit project tijdig is opgeleverd en dat de omvang van het werk minimaal € 800.000,00 bedraagt (uit de door [Wegenbouwbedrijf] overgelegde ‘toelichting op de ingediende referenties’ van [aannemingsbedrijf] blijkt dat de verwerkte bouwsom € 1.068.400,00 is). Daarnaast staan de werkzaamheden van dit project naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter naar aard in verhouding tot de werkzaamheden zoals beschreven in de aanbestedingsstukken. In de tevredenheidsverklaring die de gemeente Bergen op Zoom naar aanleiding van dit project heeft opgesteld, d.d. 23 januari 2008, is onder meer het volgende opgenomen: “De werkzaamheden hebben in hoofdzaak bestaan uit: opruimingswerkzaamheden, verrichten grondwerk, aanbrengen funderingsmaterialen, aanbrengen vrijvervalriolering, aanbrengen rioolpersleidingen, sleufloos aanbrengen rioolpersleiding, het graven van watergangen, het plaatsen van een stuw, aanbrengen asfaltverhardingen, aanbrengen bestratingen.” Voorts heeft de heer [betrokkene 4], projectleider bij de gemeente Bergen op Zoom, bij e-mailbericht van 29 augustus 2008 verklaard: “In de verklaringen van ‘Bouwrijpmaken Oude Molen fase 2 te Halsteren’ en ‘Rioolvervanging Halsteren Centrum (fase 1 en 2)’ staan de hoofdzaken vermeld. Op uw verzoek wil ik hierbij verklaren dat daarnaast ook onderdelen zijn uitgevoerd op het gebied van groenwerkzaamheden, wegbebakening en verkeersmaatregelen zoals opgenomen in de bijgevoegde stukken (…).” Daarmee is vooralsnog voldoende aangetoond dat dit project alle hoofdbestanddelen bevat - en bovendien in substantiële mate - van het aan te besteden werk. Ten slotte is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat dit project betrekking heeft op de herinrichting van een weg of wegen in een gebied waarin burgers wonen en/of werken en/of waar bedrijven zijn gevestigd. Als omschrijving van de werkzaamheden is door [aannemingsbedrijf] bij haar inschrijving opgegeven ‘het uitbreiden van het bedrijventerrein en het woongebied De Schans binnen de bebouwde kom van Halsteren’. Hieruit kan worden afgeleid dat het niet slechts gaat om een braakliggend, afgelegen en voor derden niet toegankelijk terrein, zoals [Wegenbouwbedrijf] heeft betoogd. Bovendien heeft [aannemingsbedrijf] aan de hand van foto’s ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat het gaat om een gebied waar reeds verschillende woningen en bedrijven waren gesitueerd. 5.10. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het project ‘Oude Molen fase 2 te Halsteren‘ voldoet aan de in de ervaringseis opgenomen criteria, zoals bepaald in artikel III.2.3 van de aankondiging van opdracht. Daarmee heeft [aannemingsbedrijf] tenminste drie referentiewerken ingediend die aan de criteria voldoen, zodat [aannemingsbedrijf] aan de gestelde ervaringseis heeft voldaan. Dit betekent dat [aannemingsbedrijf] in het kader van de door de gemeente uitgeschreven aanbestedingsprocedure ‘Herinrichting [straat]’ vooralsnog een geldige inschrijving heeft gedaan. De twee overige door [aannemingsbedrijf] ingediende referentiewerken behoeven dan ook geen bespreking meer. Omdat [aannemingsbedrijf] in deze aanbestedingsprocedure de laagste prijs heeft geoffreerd, heeft de gemeente terecht het werk voorlopig aan haar gegund. De vordering van [Wegenbouwbedrijf] dient derhalve te worden afgewezen. 5.11. [Wegenbouwbedrijf] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan zowel de zijde van de gemeente als aan de zijde van [aannemingsbedrijf] worden begroot op: - vast recht € 254,00 - salaris procureur € 816,00 Totaal € 1.070,00 6. De beslissing De voorzieningenrechter: 6.1. laat [aannemingsbedrijf] toe als gevoegde partij; 6.2. wijst de vorderingen af; 6.3. veroordeelt [Wegenbouwbedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.070,00, en aan de zijde van [aannemingsbedrijf] tot op heden begroot op € 1.070,00. Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2008 in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren, terwijl de overwegingen waarop de beslissing stoelt afzonderlijk zijn vastgelegd op 9 september 2008.