
Jurisprudentie
BF1813
Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers233196/HA ZA 05-462
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers233196/HA ZA 05-462
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bevoegdheidsgeschil; beroep op arbitraal beding in algemene voorwaarden; hebben die tussen partijen als overeengekomen te gelden ?
Uitspraak
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 233196/HA ZA 05-462
Uitspraak: 17 september 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging DANGAARD TELECOM HOLDING A/S,
gevestigd te Padborg, Denemarken,
advocaat mr W.H. Claassen,
eiseres (in de hoofdzaak),
verweerster in het incident,
- tegen -
1. de naamloze vennootschap N.V. FORTIS CORPORATE INSURANCE,
gevestigd te Amstelveen,
advocaat mr W.M. van Rossenberg,
gedaagde,
2. de naamloze vennootschap N.V. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr W.M. van Rossenberg,
gedaagde,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EXEL NIEUWEGEIN B.V.,
gevestigd te Veghel,
advocaat mr B.S. Janssen,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident.
Partijen worden hierna aangeduid als "Dangaard", respectievelijk "Verzekeraars" en "Exel".
1. Het verloop van het geding
1.1
De rechtbank heeft in het geding tegen Exel kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 3 februari 2005 en de door Dangaard overgelegde producties;
- conclusie van antwoord, tevens houdende exceptie van onbevoegdheid van Exel,
met producties;
- conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid van
Dangaard, met producties;
- akte houdende overlegging producties van Exel, met producties.
1.2
Dangaard en Exel hebben hun standpunten in het bevoegdheidsincident doen bepleiten door hun raadslieden, die zich daarbij bedienden van pleitnotities.
2. De vordering in de hoofdzaak tegen Exel
De vordering van Dangaard luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Exel te veroordelen tot betaling van € 733.898,-, met rente en kosten.
Dangaard heeft aan deze vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:
2.1
Dangaard en Exel, toen nog genaamd Metra Media B.V., hebben in juli 2001 een mondelinge overeenkomst gesloten, aangeduid als "outsourcing agreement", tot het door Exel verzorgen van alle logistieke taken met betrekking tot door Dangaard op de Europese markt verhandelde mobiele telefoons c.a., waaronder de opslag, de verpakking, het voorraadbeheer, het verzendgereed maken en de distributie van telefoons. Dat laatste hield in dat Exel diende te zorgen voor het vervoer van telefoons naar de afnemers van Dangaard. Voor dat vervoer sloot Exel zelfstandig vervoerovereenkomsten met vervoerders.
2.2
Gebleken is dat grote aantallen telefoons wel bij Exel in haar opslagruimte te Nieuwegein zijn afgeleverd doch niet zijn aangekomen bij de afnemers naar wie Exel deze moest vervoeren.
Exel weigert aan Dangaard daarop betrekking hebbende vervoer- en afleverbewijzen te verstrekken.
Exel is derhalve toerekenbaar tekortgekomen in de nakoming van haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen en is jegens Dangaard aansprakelijk voor de schade ten bedrage van € 733.898,-.
3. De vordering in het bevoegdheidsincident
De incidentele vordering van Exel strekt ertoe dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren om van de vordering kennis te nemen, met veroordeling van Dangaard - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.
Exel heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd:
Zij (haar rechtsvoorganger Metra Media B.V.) heeft in juni 2001 gecontracteerd met Dangaard Telecom A/S, een andere vennootschap dan Dangaard. Deze mondelinge overeenkomst was een physical distribution-overeenkomst.
Op deze overeenkomst waren de PD-voorwaarden toepasselijk (Algemene Voorwaarden Physical Distribution 1996). Ingevolge art. 13 lid 2 van de PD-voorwaarden dienen alle geschillen te worden beslist door arbiters overeenkomstig het Tamara-reglement.
De rechtbank Rotterdam is derhalve onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.
4. Het verweer in het bevoegdheidsincident
Het verweer van Dangaard strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Exel in de kosten van het geding.
Dangaard heeft daartoe aangevoerd dat de PD-voorwaarden niet van toepassing waren op de tussen partijen gesloten overeenkomst.
5. De beoordeling in het bevoegdheidsincident
5.1
Partijen zijn het erover eens dat in juni/juli 2001 een mondelinge overeenkomst is totstandgekomen met betrekking tot het door Exel verrichten van diverse werkzaamheden in verband met mobiele telefoons en tevens dat op deze overeenkomst Nederlands recht van toepassing was.
5.2
Niet is omstreden dat bij het sluiten van de door Dangaard gestelde mondelinge overeenkomst geen toepasselijkheid van algemene voorwaarden is bedongen. Kennelijk heeft geen van de partijen een schriftelijke bevestiging gestuurd.
Op de nadien door Exel voor haar werkzaamheden verzonden facturen kwam telkens de volgende verwijzing voor (Engelse tekst): "To physical distribution activities will apply the Physical Distribution Conditions 1996; to expedition activities and customs formalities will apply the General Conditions of the FENEX; to national transport activities will apply the General "AVC" conditions; to international transport activities the CMR Treaty will apply", met aanduiding waar deze voorwaarden waren gedeponeerd en de vermelding dat een exemplaar desverzocht kosteloos zou worden toegezonden.
5.3
Exel baseert de toepasselijkheid van de PD-voorwaarden op de verwijzing naar die voorwaarden in die facturen. Zij wijst erop dat nimmer tegen deze voortdurende verwijzing is geprotesteerd en stelt dat haar wederpartij/Dangaard daardoor de toepasselijkheid van die voorwaarden heeft aanvaard, althans bij Exel het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat deze instemde met de toepasselijkheid van die voorwaarden.
5.4
Volgens Dangaard heeft zij de gelding van algemene voorwaarden niet (middels de ondertekening van een geschrift) aanvaard, zij heeft deze ook niet gewild, noch daarover verklaard. Verwijzing naar algemene voorwaarden in een factuur kan alleen leiden tot toepasselijkheid daarvan op latere overeenkomsten, wanneer sprake is van verschillende, elkaar in tijd opvolgende overeenkomsten tussen dezelfde partijen, bij een bestendige rechtsverhouding. Hier was sprake van één overeenkomst, zonder dat partijen al eerder hadden gecontracteerd, en werden de facturen na het sluiten daarvan toegezonden.
5.5
Op grond van hetgeen door partijen over en weer naar voren is gebracht, mede in samenhang met de overgelegde producties, kan worden aangenomen dat de in juni/juli 2001 gesloten mondelinge overeenkomst het karakter had van een raamovereenkomst en dat vervolgens met betrekking tot specifieke aantallen mobiele telefoons nadere opdrachten aan Exel werden gegeven, waartoe Exel was aangesloten op een electronische on-line verbinding, de "Danmodule" (vgl. onder meer dagvaarding onder 17, 29 en 32). Terzake van de door haar ingevolge die opdrachten verrichte werkzaamheden verzond Exel telkens facturen, waarin de kosten voor inslag, opslag, uitslag en vervoer apart in rekening werden gebracht. Aldus was sprake van een raamovereenkomst en van een reeks afzonderlijke opdrachten die daarop voortbouwden. Niet blijkt, noch is aannemelijk dat de mondelinge raamovereenkomst de strekking had om de rechtsverhouding volledig te regelen.
5.6
Het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank wegens het arbitaal beding in de
PD-voorwaarden kan alleen slagen indien kan worden aangenomen dat deze voorwaarden tussen Dangaard en Exel als overeengekomen hebben te gelden. Dat dit het geval was, wordt door Exel uitsluitend gebaseerd op de verwijzing naar die voorwaarden in de door haar verzonden facturen waartegen nooit bezwaar is gemaakt. Exel heeft dit onderbouwd door te wijzen op een aantal overgelegde facturen.
Uit deze facturen blijkt dat deze niet zijn gericht aan Dangaard doch aan andere vennootschappen die kennelijk met Dangaard zijn verbonden: Dangaard Telecom Belgium N.V./S.A. te Brussel, Dangaard Telecom Netherlands B.V. te Hoofddorp, Dangaard Logistics Holding A/S te Padborg en Dangaard / Tele 2 te Hoofddorp. Bij pleidooi (en in haar akte) voert Exel aan dat zij de overeenkomsten tot het verrichten van logistieke activiteiten met deze andere vennootschappen als haar opdrachtgevers heeft gesloten en niet met Dangaard. Ook de mondelinge overeenkomst in juni 2001 en de overeenkomst van 8 april 2002 tot beëindiging van de samenwerking zegt zij te hebben gesloten met Dangaard Telecom A/S en niet met Dangaard. Exel stelt zich dan ook op het standpunt dat zij is gedagvaard door een vennootschap met wie zij geen overeenkomsten tot het verrichten van logistieke diensten heeft gesloten.
Dit standpunt staat recht tegenover dat van Dangaard, die heeft gesteld dat zíj de mondelinge overeenkomst van juli 2001 met Exel heeft gesloten, dat zíj via Danmodule aan Exel verdere opdrachten gaf, dat Exel voor de verrichte werkzaamheden aan haar factureerde en dat zíj de facturen betaalde. De vordering van Dangaard is erop gebaseerd dat Exel tegenover haar, als haar wederpartij, wanprestatie heeft gepleegd.
5.7
Gelet op het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat Exel niet duidelijk heeft gemaakt dat en op welke wijze tussen haar en Dangaard de toepasselijkheid van de PD-voorwaarden is overeengekomen of geacht moet worden te zijn overeengekomen. In de hoofdzaak zal de juistheid moeten worden onderzocht van de stelling van Dangaard dat zij als contractuele wederpartij van Exel aanspraak heeft op schadevergoeding. Uit het voorgaande volgt tevens dat met de weergegeven stellingname van Dangaard niet verenigbaar lijkt te zijn indien zij haar vorderingsrecht zou willen ontlenen aan een andere Dangaard-vennootschap, in het bijzonder één of meer van de vennootschappen met wie Exel zegt te hebben gecontracteerd onder toepasselijkheid van de PD-voorwaarden.
Door Exel genoemde wettelijke bepalingen op grond waarvan zij bij een buitenconctractuele vordering van Dangaard jegens deze niet verder aansprakelijk is dan zij zou zijn tegenover haar contractuele wederpartij, brengen niet mee dat Exel zich tegenover Dangaard kan beroepen op een arbitraal beding in de overeenkomst met haar wederpartij(en).
Dat Dangaard het arbitrale beding in de PD-voorwaarden - als derde - tegen zich zou moeten laten gelden is feitelijk en juridisch onvoldoende onderbouwd.
5.8
De slotsom moet zijn dat het beroep op het arbitrale beding in de PD-voorwaarden niet kan slagen.
6. De beslissing
De rechtbank,
in het bevoegdheidsincident:
wijst de vordering af en verklaart zich bevoegd van het geschil tussen Dangaard en Exel kennis te nemen;
veroordeelt Exel in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dangaard begroot op nihil aan verschotten en op € 5.160,- aan salaris van de advocaat;
in de hoofdzaak tegen Exel:
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 29 oktober 2008 voor conclusie van repliek;
in het incident en de hoofdzaak tegen Exel:
bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.
Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.
Uitgesproken in het openbaar.
10.