Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1803

Datum uitspraak2008-09-10
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers252255/HA ZA 05-3599
Statusgepubliceerd


Indicatie

verzekeringsovereenkomst. aanwijzing van financier op polisblad wordt aangemerkt als derdenbeding ex artikel 6:253 BW.


Uitspraak

Uitspraak Rechtbank Rotterdam Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 252255/HA ZA 05-3599 Uitspraak: 10 september 2008 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARGORENT B.V., gevestigd te Heukelem, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARGORENT III B.V., gevestigd te Heukelem, eiseressen, advocaat mr. J.W. Bitter, - tegen - 1. de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. P.H.C.M. van Swaaij, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde1], gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. G.F. van den Ende. Eiseressen worden hierna afzonderlijk aangeduid als "Cargorent" respectievelijk "Cargorent III". Gedaagden worden hierna afzonderlijk aangeduid als “Allianz” en “[gedaagde1]”. 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: dagvaarding d.d. 6 december 2005 en de door eiseressen overgelegde producties; incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van VFS Financial Services B.V. door Allianz; incidentele conclusie van antwoord tot oproeping in vrijwaring; tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 25 oktober 2006, waarbij het Allianz wordt toegestaan om VFS Financial Services B.V. in vrijwaring op te roepen; conclusie van antwoord van Allianz, met producties; conclusie van antwoord van [gedaagde1], met producties; tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 17 januari 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast; proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 21 maart 2007; conclusie van repliek tevens houdende akte wijziging eis, met producties; conclusie van dupliek van [gedaagde1]; conclusie van dupliek van Allianz, met één productie; akte uitlating productie van eiseressen; akte uitlating productie van Allianz, met één productie. 2 De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast: 2.1 Eiseressen houden zich onder meer bezig met de handel in en verhuur van transportmiddelen. 2.2 Op 18 augustus 2003 heeft Cargorent III een huurcontract afgesloten met W. [bedrijf1] (hierna te noemen: [bedrijf1]) op basis van welk huurcontract [bedrijf1] gedurende 72 maanden een trekker met kenteken BN-VD-83 (hierna: de trekker) tegen maandelijkse betaling van een huurprijs mag gebruiken. 2.3 Voor de uitvoering van voormelde huurovereenkomst hebben Cargorent III en/of Cargorent bij overeenkomst, getekend op 14 oktober 2003, met ingang van 10 augustus 2003 (tot 9 augustus 2008) de trekker gehuurd van de besloten vennootschap VFS Financial Services B.V. handelend onder de naam Renault Truck Finance (hierna: RTF). 2.4 [bedrijf1] heeft via [gedaagde1] ten behoeve van de trekker met ingang van 20 oktober 2003 een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering met volledige cascodekking afgesloten bij Allianz (hierna: de verzekeringsovereenkomst). 2.5 Cargorent heeft op 20 oktober 2003 een brief aan [gedaagde1] geschreven met het verzoek om haar als financier op de van de verzekering opgemaakte polis op te nemen. Bij brief van 28 oktober 2003 heeft [gedaagde1] bevestigd dat Cargorent als financier op de polis staat vermeld. Op de bij deze brief gevoegde polis d.d. 20 oktober 2003 staat - voor zover thans van belang - het volgende vermeld: “Verzekeringnemer [bedrijf1]” (…) MOTORRIJTUIG : vrachtauto/trekker Merk en type : RENAULT PRIMIUM 370 Kenteken : [kenteken] (…) Financier : CARGORENT, HEUKELEM”. 2.6 Op de verzekeringsovereenkomst zijn de verzekeringsvoorwaarden VRP 03 van toepassing. Onderdeel van deze verzekeringsvoorwaarden zijn de Bijzondere voorwaarden voor cascoverzekering. Deze voorwaarden luiden - voor zover hier van belang - als volgt: “5.2 Financiering of leasing Vergoeding van schade op basis van totaalverlies geschiedt aan: 5.2.1 De op het polisblad genoemde financier, tot maximaal het restant van de financiering van het verzekerde motorrijtuig; (…)” 2.7 Bij brief van 3 december 2003 heeft RTF een schriftelijk verzoek gedaan aan [gedaagde1] tot het opnemen van een financieringsclausule in voornoemde polis ten name van RTF. Bij het verzoek was een assurantieverklaring van [bedrijf1] gevoegd, waaruit de instemming van [bedrijf1] met wijziging van de financieringsclausule bleek. Aan voormeld verzoek is voldaan. In het polisblad d.d. 6 januari 2004 staat RTF als financier vermeld. 2.8 Op 15 februari 2005 heeft er een aanrijding plaatsgevonden waarbij de trekker betrokken is geweest. De als gevolg hiervan aan de trekker ontstane schade is door een expert begroot op € 57.111,86 exclusief btw. 3 De vordering De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: Primair Allianz te veroordelen om aan Cargorent en/of Cargorent III te betalen de som van € 57.111,86, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf 21 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening; Allianz te veroordelen om aan Cargorent en/of Cargorent III te betalen de kosten van buitengerechtelijke incasso ad € 1.788,--, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding. Subsidiair [gedaagde1] te veroordelen om aan Cargorent en/of Cargorent III te betalen de som van € 11.003,86, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf 21 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening; [gedaagde1] te veroordelen om aan eiseressen te betalen de kosten van buitengerechtelijke incasso ad € 904,--, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben eiseressen aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 Primair: Tussen Cargorent, [bedrijf1] en Allianz is (met tussenkomst van [gedaagde1]) een verzekeringsovereenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst heeft Cargorent recht op een schade-uitkering van € 57.111,86. Allianz is deze overeenkomst niet nagekomen. 3.2 Subsidiair: [gedaagde1] heeft onrechtmatig jegens eiseressen gehandeld door een wijziging in de polis aan te brengen op verzoek van een derde partij zonder daarvoor toestemming te hebben van eiseressen dan wel een en ander aan Cargorent als financier kenbaar te hebben gemaakt. Door deze onrechtmatige handelwijze hebben eiseressen schade geleden omdat Cargorent hierdoor niet langer aanspraak kon maken op enige schade-uitkering. De schade voor eiseressen is te begroten op € 11.386,-- (de rechtbank gaat ervan uit dat is bedoeld € 11.003,86), omdat Cargorent als financier van het object op grond van de tussen haar en RTF gesloten huurovereenkomst bij een correcte afwikkeling van de schade van de trekker van het bedrag van € 57.111, 86 een gedeelte (€ 46.108,--) aan RTF had moeten doorstorten. 3.3 Er is sprake van verzuim aan de zijde van gedaagden vanaf 21 juli 2005. 3.4 Eiseressen hebben werkzaamheden verricht met betrekking tot de vaststelling en de omvang van de aansprakelijkheid, hetgeen zich voor de primaire vordering vertaalt in een bedrag van € 1.788,-- en voor de subsidiaire vordering in een bedrag van € 904,--. 4 Het verweer Het verweer van Allianz strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiseressen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding. Allianz heeft daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 Allianz heeft op verzoek van haar verzekerde [bedrijf1], welk verzoek Allianz bereikte via [gedaagde1], de financier op de polis gewijzigd van Cargorent in RTF. Allianz hoefde niet te twijfelen aan de door RTF en [bedrijf1] goedgekeurde wijziging van de financier op de polis. Op grond van de bij de verzekeringsovereenkomst behorende algemene voorwaarden diende Allianz in geval van schade een vergoeding uit te keren aan de op het polisblad genoemde financier. Dit was RTF. Allianz heeft derhalve op basis van de verzekeringsovereenkomst terecht uitgekeerd aan RTF en kan niet gehouden worden om nogmaals een bedrag uit te keren aan Cargorent. 4.2 Kosten van vergoeding van buitengerechtelijke incasso komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu de primaire vordering voor afwijzing gereed ligt. Bovendien betwist Allianz de hoogte en de redelijkheid van het als buitengerechtelijke kosten gevorderde bedrag van € 1.788,--. Het verweer van [gedaagde1] strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding. [gedaagde1] heeft daartoe het volgende aangevoerd: 4.3 Het Nederlands procesrecht kent niet de mogelijkheid om slechts een subsidiaire vordering in te stellen tegen één gedaagde. Nu een primaire vordering tegen [gedaagde1] ontbreekt, dienen eiseressen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering. 4.4 [gedaagde1] heeft door RTF als financier op de polis te vermelden voldaan aan het verzoek van [bedrijf1]. [gedaagde1] heeft hierbij slechts als tussenpersoon opgetreden tussen [bedrijf1] en Allianz en is als zodanig geen partij bij de overeenkomst. Bovendien had Cargorent nooit als financier op de polis vermeld mogen worden omdat Cargorent geen eigenaar was van de trekker. 4.5 Eiseressen hebben geen schade geleden als gevolg van het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagde1], nu zij slechts (ver)huurder van de trekker zijn. 4.6 Ook als Cargorent als financier van de polis wordt aangemerkt, heeft zij nog geen recht op uitbetaling van het bedrag van € 11.386,-- (de rechtbank gaat ervan uit dat is bedoeld € 11.003,86). De restantuitkering van € 11.003,86 minus het eigen risico ad € 450,-- komt toe aan de verzekerde, derhalve [bedrijf1], en niet aan Cargorent. 4.7 Cargorent heeft geen recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, nu zij niets van [gedaagde1] te vorderen heeft. Bovendien is niet aangetoond dat zij daadwerkelijk de gestelde kosten heeft gemaakt. 5 De beoordeling 5.1 Het geschil spitst zich in de eerste plaats toe op de vraag of Allianz gehouden is om op basis van de verzekeringsovereenkomst de verzekeringsuitkering ad € 57.111,86 aan Cargorent en/of Cargorent III uit te betalen. 5.2 Eiseressen beroepen zich ter onderbouwing van dit deel van de vordering op de gesloten verzekeringsovereenkomst tussen Allianz als verzekeraar, [bedrijf1] als verzekerde en Cargorent als financier. Nu Cargorent niet akkoord is gegaan met een wijziging van deze overeenkomst, en derhalve ook niet met een wijziging van de financier op de polis, is Cargorent in de visie van eiseressen nog altijd de financier op de polis. Op grond van artikel 5.2.1 van de Bijzondere voorwaarden voor cascoverzekering, die onderdeel uitmaken van de bij de verzekering behorende algemene voorwaarden, geschiedt vergoeding van de schade (op basis van totaalverlies) aan de op het polisblad genoemde financier. Dit is Cargorent, aldus eiseressen. 5.3 De rechtbank is van oordeel dat de aanwijzing van Cargorent als financier op het polisblad van de verzekeringsovereenkomst dient te worden aangemerkt als een derdenbeding in de zin van artikel 6:253 BW. Uit lid 1 van dit artikel volgt dat het recht van de derde ontstaat nadat deze het beding heeft aanvaard. In casu is niet in geschil dat Cargorent haar aanwijzing als financier op de polis heeft aanvaard. Zij heeft immers zelf verzocht om als financier op de polis te worden vermeld. 5.4 Artikel 6:254 BW bepaalt dat de derde, nadat hij het beding heeft aanvaard, als partij bij de overeenkomst geldt. Dit brengt mee dat Cargorent nadat zij op eigen verzoek als financier op de polis is vermeld, partij is geworden bij de tussen Allianz en [bedrijf1] bestaande verzekeringsovereenkomst. 5.5 Nu niet is gesteld en evenmin is gebleken dat de verzekeringsovereenkomst op enig moment door een van de partijen bij die overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd noch dat met instemming van alle partijen bij de overeenkomst, en dus ook met instemming van Cargorent, de op de polis vermelde financier is gewijzigd van Cargorent in RTF, is de rechtbank van oordeel dat de destijds gesloten overeenkomst tussen Allianz, [bedrijf1] en Cargorent nog altijd van kracht is. Cargorent, zijnde de financier, kan op basis van het bepaalde in de op deze overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden jegens Allianz aanspraak maken op een verzekeringsuitkering van € 57.111,86. 5.6 Het verweer van Allianz (onder 9 en 10 bij conclusie van antwoord) dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij de schade mocht uitkeren aan RTF, nu RTF als financier op het polisblad stond vermeld en zij deze wijziging van financier had doorgevoerd na een schriftelijk verzoek van haar verzekerde [bedrijf1] welk verzoek haar had bereikt via [gedaagde1], treft geen doel. Niet is gesteld noch is gebleken dat aan Allianz was medegedeeld dat Cargorent akkoord ging met wijziging van de financier op het polisblad. Nu Cargorent een van de partijen van de driepartijenovereenkomst was, lag het op de weg van Allianz om te informeren (al dan niet via [gedaagde1] en/of [bedrijf1]) of Cargorent akkoord ging met de voorgestelde wijziging. Door dit na te laten, heeft Allianz het risico genomen dat zich na het ontstaan van schade aan de trekker twee financiers meldden voor de verzekeringsuitkering. 5.7 Ter comparitie van partijen is komen vast te staan dat een bedrag van € 46.108,-- van voornoemd bedrag van € 57.111,86 terecht bij RTF terecht is gekomen, omdat ook in het geval dat Cargorent het bedrag van € 57.111,86 van Allianz uitgekeerd had gekregen, eiseressen op basis van de tussen hen en RTF gesloten huurovereenkomst een bedrag van € 46.108,-- aan RTF hadden dienen te betalen. Onder 9 van de conclusie van repliek hebben eiseressen dit nogmaals bevestigd. Vervolgens stellen eiseressen onder 13 van hun conclusie van repliek evenwel dat zij niet kunnen nagaan of (onder meer) het bedrag van € 46.108,-- daadwerkelijk is betaald/verrekend aan Allianz respectievelijk [gedaagde1]. 5.8 Het is de rechtbank niet duidelijk of eiseressen thans betwisten dat een bedrag van € 46.108,-- bij RTF terecht is gekomen. Het ter zake door eiseressen gestelde bij akte uitlating productie, leidt evenmin tot duidelijkheid op dit punt. Hoe dit ook zij, de rechtbank is op basis van de door Allianz overgelegde producties bij conclusie van dupliek en akte uitlating productie van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat Allianz (onder meer) een bedrag van € 46.108,-- aan [gedaagde1] heeft uitgekeerd ten behoeve van de verzekeringsovereenkomst. Uit een brief van 14 juli 2005 van de advocaat van eiseressen aan [gedaagde1] (productie 12 bij dagvaarding) volgt voorts dat [gedaagde1] eiseressen bij brief van 27 juni 2005 heeft geschreven een bedrag van € 46.108,-- betaalbaar te hebben gesteld aan RTF. Hiervan uitgaande en in aanmerking nemende dat eiseressen ter comparitie en opnieuw bij conclusie van repliek hebben erkend dat voormeld bedrag bij RTF terecht is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat genoemd bedrag van € 46.108,-- daadwerkelijk aan RTF is betaald. Aldus beperkt het geschil zich tot het resterende bedrag van € 11.003,86 (en derhalve niet tot een bedrag van € 11.386,-- zoals door partijen in hun processtukken en door de rechtbank in haar proces-verbaal ten onrechte is vermeld) van de verzekeringsuitkering van € 57.111,86. De rechtbank zal dit bedrag van € 11.003,86 toewijzen. Nu alleen Cargorent als financier op de polis was vermeld en derhalve partij bij de verzekeringsovereenkomst was, zal betaling door Allianz aan Cargorent dienen plaats te vinden. 5.9 De gevorderde wettelijke handelsrente over voormeld bedrag vanaf 21 juli 2005 tot heden, zal worden toegewezen, nu dit deel van de vordering door Allianz niet is betwist. 5.10 Naar aanleiding van de betwisting door Allianz van de hoogte en de redelijkheid van de door eiseressen gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 1.788,--, vermeerderd met de wettelijke rente, hebben eiseressen dit deel van de vordering niet nader gemotiveerd. Dit deel van de vordering zal derhalve als onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd worden afgewezen. 5.11 Allianz zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseressen. 5.12 Nu de (primaire) vordering tegen Allianz zal worden toegewezen, behoeft de (subsidiaire) vordering tegen [gedaagde1] niet meer te worden beoordeeld. Immers, ter gelegenheid van de comparitie van partijen is door eiseressen ( ten overvloede) verklaard dat de vordering tegen [gedaagde1] aldus moet worden begrepen dat deze is ingesteld onder de voorwaarde dat de als primair aangeduide vordering tegen Allianz zal worden afgewezen. [gedaagde1] hebben evenwel proceskosten moeten maken om verweer te voeren. Nu dit een gevolg is van de door eiseressen gekozen wijze van procederen, zullen eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde1]. 6 De beslissing De rechtbank, veroordeelt Allianz om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Cargorent te betalen een bedrag van € 11.003,86 , vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 2 BW vanaf 21 juli 2005 tot aan de dag der voldoening; veroordeelt Allianz in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Cargorent bepaald op € 1.295,-- aan vast recht, op € 71,93 aan overige verschotten en op € 1.808,-- aan salaris voor de advocaat; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; veroordeelt eiseressen in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde1] bepaald op € 1.295,-- aan vast recht en op € 1.365,-- aan salaris voor de advocaat; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker. Uitgesproken in het openbaar. 1582