Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1408

Datum uitspraak2008-09-19
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers149544 / KG ZA 08-496
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Executiegeschil. Bevoegdheid. Aanvang executie. Belangenafweging. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem is bevoegd van het geschil kennis te nemen, nu het vonnis in dit arrondissement door middel van executoriaal derdenbeslag ten uitvoer zal worden gelegd, artikel 475 Rv voorschrijft dat in dat geval woonplaats dient te worden gekozen ten kantore van de gerechtsdeurwaarder en dit blijkens het betekeningsexploot is gebeurd in het arrondissement Haarlem. Betekening van de grosse van een vonnis doet de executie daarvan niet aanvangen. De executie is in het onderhavige geval niet aangevangen. Vordering verbod tenuitvoerlegging vonnis nochtans toegewezen, nu aannemelijk is dat eiseres reeds heeft voldaan aan het vonnis en gedaagde, gelet op de belangen van eiseres, geen in redelijkheid te respecteren belang bij executie heeft.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 149544 / KG ZA 08-496 Vonnis in kort geding van 19 september 2008 in de zaak van de stichting STICHTING INTERCONFESSIONEEL SPAARNE ZIEKENHUIS, gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, eiseres, advocaat mr. M.R. Botman te Haarlem, tegen [GEDAAGDE], wonende te Akersloot, gemeente Castricum, gedaagde, advocaat mr. S.C. de Lange te Haarlem. Partijen zullen hierna Spaarne Ziekenhuis en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van Spaarne Ziekenhuis - de pleitnota van [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [gedaagde] is sinds 1992 in dienst van het Spaarne Ziekenhuis, laatstelijk in de functie van verpleegkundige. Partijen zijn in de zomer van 2007 overeengekomen dat [gedaagde] na het op 22 september 2007 bereiken van de leeftijd van 65 jaar bij het Spaarne Ziekenhuis in dienst zou blijven op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, ingaande per 1 oktober 2007. 2.2. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [gedaagde] heeft het Spaarne Ziekenhuis in dat verband gedagvaard voor de kantonrechter van de rechtbank Haarlem met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen. Bij vonnis van 5 juni 2008, zaak/rolnr. 383212 VV EXPL 08-102 (hierna ook: het vonnis van de kantonrechter), heeft de kantonrechter het Spaarne Ziekenhuis bij wege van voorlopige voorziening veroordeeld tot - samengevat - toelating van [gedaagde] tot de arbeid en inroostering voor gemiddeld 24 uur per week en tot doorbetaling van het loon vanaf 1 april 2008, een en ander tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 per dag tot een maximum van EUR 10.000,00. Bij beschikking van gelijke datum is het verzoek van Spaarne Ziekenhuis tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor zover deze mocht blijken te bestaan afgewezen, omdat de kantonrechter van oordeel was dat er geen sprake was van een zodanige verandering in de omstandigheden dat er gewichtige redenen waren om de arbeidsverhouding op korte termijn te doen eindigen. 2.3. Het Spaarne Ziekenhuis heeft [gedaagde] op 8 augustus 2008 gedagvaard voor de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem en een verklaring voor recht gevorderd dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2008 van rechtswege is geëindigd. 2.4. De grosse van het vonnis van de kantonrechter is bij exploot van 21 augustus 2008 aan het Spaarne Ziekenhuis betekend, waarbij bevel is gedaan om over te gaan tot toelating van [gedaagde] tot de arbeid en met aanzegging dat bij niet tijdige voldoening aan dit bevel tot tenuitvoerlegging van het vonnis zal worden overgegaan. 3. Het geschil 3.1. Het Spaarne Ziekenhuis vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad primair: [gedaagde] verbiedt het vonnis van de kantonrechter te executeren, subsidiair: [gedaagde] beveelt de executie van dit vonnis te schorsen en geschorst te houden zolang geen onherroepelijke uitspraak is gedaan in de bodemprocedure, telkens op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 per dag dat de executie (opnieuw) aanvangt of voortduurt, met een maximum van EUR 20.000,00; meer subsidiair: [gedaagde] veroordeelt tot het stellen van zekerheid tot een bedrag van EUR 30.000,00 of tot een in goede justitie te bepalen bedrag, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 per dag met een maximum van 30.000,00, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2. Het Spaarne Ziekenhuis heeft aan het primair door haar gevorderde ten grondslag gelegd dat zij door [gedaagde] tot 1 augustus 2008 tot de arbeid toe te laten en het loon door te betalen volledig aan het vonnis van de kantonrechter heeft voldaan. Er is derhalve geen grond het vonnis ten uitvoer te leggen door loon en dwangsommen te innen. Het Spaarne Ziekenhuis heeft aan het subsidiair door haar gevorderde ten grondslag gelegd dat [gedaagde] misbruik maakt van haar bevoegdheid door het vonnis van de kantonrechter ten uitvoer te leggen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Op grond van het bepaalde in artikel 438 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in executiegeschillen (onder andere) bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn. In het onderhavige geval dient daartoe overeenkomstig het bepaalde in artikel 99 Rv te worden aangesloten bij de woonplaats van [gedaagde]. Artikel 475, lid 1, aanhef en sub d. Rv schrijft voor dat het betekeningsexploot in geval van het leggen van executoriaal derdenbeslag een keuze van woonplaats ten kantore van de deurwaarder dient te bevatten. [gedaagde] heeft ter zitting te kennen gegeven dat het vonnis van de kantonrechter in voorkomend geval ten uitvoer zal worden gelegd door middel van het leggen van executoriaal derdenbeslag onder de bank van het Spaarne Ziekenhuis. Blijkens het in 2.4 genoemde exploot heeft [gedaagde] daartoe tot aan het uiteinde der tenuitvoerlegging woonplaats gekozen ten kantore van de gerechtsdeurwaarder te Hoofddorp. Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek, dat de mogelijkheid openlaat dat een persoon een andere dan zijn werkelijke woonplaats kiest indien de wet daartoe verplicht, moet het er in het onderhavige geval voor worden gehouden dat [gedaagde] voor de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter woonplaats heeft gekozen in het arrondissement van de rechtbank Haarlem, zodat de stelling van [gedaagde] dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank niet bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen faalt. 4.2. [gedaagde] stelt dat het vonnis van de kantonrechter tot op heden nog niet ten uitvoer is gelegd en dat zij aan Spaarne Ziekenhuis heeft toegezegd de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter niet eerder ter hand te zullen nemen dan nadat in de bodemprocedure een eindvonnis is gewezen. Er is derhalve geen grond voor toewijzing van de vorderingen van Spaarne Ziekenhuis, aldus [gedaagde]. Spaarne Ziekenhuis heeft de stellingen van [gedaagde] weersproken en stelt, naar de voorzieningenrechter begrijpt, dat de tenuitvoerlegging reeds is aangevangen met de betekening van de grosse van het vonnis van de kantonrechter waarin bevel wordt gedaan [gedaagde] tot de arbeid toe te laten, en dat [gedaagde] heeft aangekondigd dat dwangsommen zullen worden opgeëist zodra het maximum van EUR 10.000,00 is bereikt. 4.3. Vooropgesteld moet worden dat voor de tenuitvoerlegging van een vonnis overeenkomstig het bepaalde in artikel 430 lid 3 Rv weliswaar betekening van de grosse daarvan is vereist, doch dat dit niet inhoudt dat de tenuitvoerlegging van het vonnis daarmee aanvangt. Daarvoor is in het onderhavige geval vereist dat daadwerkelijk dwangsommen worden opgeëist. Vast staat dat [gedaagde] hiertoe tot op heden niet is overgegaan. De executie is derhalve nog niet aangevangen. 4.4. Onjuist is de kennelijk door [gedaagde] verdedigde opvatting dat een vordering tot verbod of schorsing van executie eerst kan worden toegewezen indien de executie een aanvang heeft genomen. Artikel 438 Rv is eveneens van toepassing bij dreigende executiegeschillen, hetgeen kan worden afgeleid uit het laatste zinsdeel van het eerste lid: “[…] de executie zal geschieden.”. Dat de voorzieningenrechter bevoegd is om voorlopige voorzieningen als door Spaarne Ziekenhuis gevraagd te treffen kan worden ontleend aan het vonnis van de president van de rechtbank Groningen van 27 april 1988, KG 1988, 232 en aan het vonnis in kort geding van de kantonrechter te Leeuwarden van 23 december 2005, NJF 2006, 276, nu Spaarne Ziekenhuis er groot belang bij heeft duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of zij [gedaagde] al dan niet moet toelaten tot het werk, dan wel, of zij dwangsommen heeft verbeurd. In dat verband dient te worden vastgesteld of Spaarne Ziekenhuis aan het vonnis van de kantonrechter heeft voldaan. 4.5. [gedaagde] stelt dat het Spaarne Ziekenhuis door haar na 1 augustus 2008 niet meer tot de arbeid toe te laten in strijd handelt met het vonnis van de kantonrechter. Ter onderbouwing van haar stelling voert zij aan dat de arbeidsovereenkomst na 1 augustus 2008 is verlengd omdat niet rechtsgeldig is opgezegd. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In het vonnis van de kantonrechter is geoordeeld (r.o. 5) dat voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die partijen met ingang van 1 oktober 2007 hebben gesloten, geen opzegging is vereist omdat de in artikel 7:667 lid 4 BW gecodificeerde Ragetlie-regel in het onderhavige geval toepassing mist. Als gevolg hiervan eindigt deze overeenkomst van rechtswege op de einddatum, in dat vonnis voorshands bepaald op 1 maart 2008. Voorts is geoordeeld dat deze arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:668 lid 1 BW stilzwijgend is verlengd tot 1 augustus 2008 (r.o. 10). Nu er nadien geen stilzwijgende verlenging heeft plaatsgevonden, dient in het kader van dit kort geding te worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd door tijdsverloop. Op grond van het voorgaande is aannemelijk dat het Spaarne Ziekenhuis het vonnis van de kantonrechter niet heeft overtreden. Onder deze omstandigheden heeft [gedaagde], mede gelet op het belang dat het Spaarne Ziekenhuis heeft bij zekerheid omtrent haar positie in dezen, geen in redelijkheid te respecteren belang bij de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter over te gaan. De vordering van het Spaarne Ziekenhuis zal daarom als volgt worden toegewezen. 4.6. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt. 4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Spaarne Ziekenhuis worden begroot op: - dagvaarding EUR 85,44 - vast recht 254,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1.155,44 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. verbiedt [gedaagde] het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem van 5 juni 2008, zaak/rolnr. 383212 VV EXPL 08-102 ten uitvoer te leggen, 5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het onder 5.1 bepaalde, aan Spaarne Ziekenhuis een dwangsom verbeurt van EUR 500,00, tot een maximum van EUR 10.000,00, 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Spaarne Ziekenhuis tot op heden begroot op EUR 1.155,44, 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.?