Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1394

Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200801237/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Asiel / afwijzing verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd / onjuiste gegevens / taalanalyse
Ingevolge artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) voor zover thans van belang kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken, indien de desbetreffende vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid. Ingevolge artikel 34, eerste lid, voor zover thans van belang kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd slechts worden afgewezen, indien zich op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afloopt, een grond als bedoeld in artikel 32 voordoet. [...] Gelet op voormelde reacties van het BLT van 24 juli 2007 en 26 november 2007 en in aanmerking genomen dat de opsteller van de contra-expertise noch De Taalstudio op laatstgenoemde reactie een weerwoord heeft gegeven, heeft de rechtbank in de contra expertise van 19 maart 2007 en het weerwoord van 22 oktober 2007 ten onrechte grond gezien voor het oordeel dat de taalanalyse van 8 mei 2006 niet als draagkrachtige motivering van het besluit van 8 maart 2007 kan gelden en heeft zij niet onderkend dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling over zijn herkomst onjuiste gegevens heeft verstrekt.


Uitspraak

200801237/1. Datum uitspraak: 11 september 2008 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie, appellant, tegen de uitspraak in zaak nr. 07/14318 van de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 18 januari 2008 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris van Justitie. 1. Procesverloop Bij besluit van 8 maart 2007 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 18 januari 2008, verzonden op 21 januari 2008, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, (hierna: de rechtbank) het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen een nieuw besluit op de aanvraag neemt. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 18 februari 2008, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. 2. Overwegingen 2.1. In zijn enige grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het door de vreemdeling overgelegde rapport van de contra-expertise van 19 maart 2007 en het weerwoord van de opsteller daarvan van 22 oktober 2007 zodanige vraagtekens zetten bij de taalanalyse en de reacties van het Bureau Land en Taal (hierna: het BLT), dat die taalanalyse niet als een voldoende draagkrachtige motivering van het besluit van 8 maart 2007 kan gelden. Daartoe betoogt de staatssecretaris dat de conclusie van het rapport van de contra-expertise niet luidt dat de vreemdeling eenduidig uit Sierra Leone afkomstig is en het BLT de argumenten die de opsteller van de contra-expertise, voor zijn conclusie dat de vreemdeling hoogstwaarschijnlijk in Noord-Sierra Leone is gesocialiseerd, heeft gebezigd in zijn reacties van 24 juli 2007 en 26 november 2007 heeft weerlegd. Volgens de staatssecretaris is de rechtbank er voorts aan voorbijgegaan dat de vreemdeling in zijn eerste gehoor niet het Krio wist te vermelden als algemeen gangbare voertaal die door vrijwel iedereen in Sierra Leone wordt gesproken. De daarvoor door de opsteller van de contra expertise gegeven verklaring dat de vreemdeling naar hij stelt uit een zeer landelijk gebied afkomstig is, is volgens de staatssecretaris hoogst twijfelachtig, aangezien de vreemdeling tijdens de gehoren heeft verklaard sinds zijn vijfde jaar koeien te hebben gehoed en gemolken, doch geen juist antwoord wist te geven op vragen als hoeveel spenen de uier van een koe heeft, hoe lang een koe drachtig is of wanneer een koe melk gaat geven. 2.1.1. Ingevolge artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) voor zover thans van belang kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken, indien de desbetreffende vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid. Ingevolge artikel 34, eerste lid, voor zover thans van belang kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd slechts worden afgewezen, indien zich op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afloopt, een grond als bedoeld in artikel 32 voordoet. 2.1.2. In het besluit van 8 maart 2007, gelezen in samenhang met het daarin ingelaste voornemen, heeft de staatssecretaris zich, onder verwijzing naar het, onder begeleiding van het BLT tot stand gekomen, rapport taalanalyse van 8 mei 2006, op het standpunt gesteld dat de vreemdeling, door vol te houden dat hij uit Sierra Leone afkomstig is, bij zijn aanvraag inzake de hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens omtrent zijn identiteit en nationaliteit heeft verstrekt, terwijl de juiste gegevens tot afwijzing van die aanvraag zouden hebben geleid. In verband daarmee heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen met toepassing van artikel 34, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 32, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 afgewezen. 2.1.3. Volgens voormeld rapport taalanalyse van 8 mei 2006 is de vreemdeling eenduidig niet tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone, en eenduidig tot de spraakgemeenschap binnen Guinee herleidbaar, aangezien hij samengevat weergegeven Fula spreekt met een tongval die hem buiten Sierra Leone plaatst, geen Krio spreekt en woorden gebruikt, waaronder Franse leenwoorden, die in Sierra Leone niet gangbaar, maar typisch voor Guinee zijn. De conclusies van het rapport van de, onder begeleiding van De Taalstudio verrichte, contra-expertise van 19 maart 2007 luiden dat, gelet op de overweldigende aanwezigheid van Engels/Krio leenwoorden, de bijna afwezigheid van Franse leenwoorden in de spraak van de vreemdeling en de uitgebreide correcte informatie die hij over zijn gestelde streek van herkomst in Sierra Leone heeft verstrekt, de vreemdeling onmiskenbaar in een Engelssprekend land en hoogstwaarschijnlijk in Sierra Leone, zoals hij stelt, is gesocialiseerd. Aangezien in zijn spraak geen enkel kenmerk van de talen die in de Engelssprekende landen Gambia en Liberia worden gesproken, zijn aangetroffen, is het volgens opsteller van de contra-expertise zeer onwaarschijnlijk dat de socialisatie van de vreemdeling in die landen plaatsvond. In zijn op de contra-expertise gegeven reactie van 24 juli 2007 stelt het BLT in de contra-expertise geen enkele reden te zien om het standpunt te herzien dat de vreemdeling op basis van zijn spraak en talen- en landenkennis eenduidig niet tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone is te herleiden. Daartoe voert het BLT het volgende aan. De betrokken taalanalist FUL1 is in Sierra Leone geboren en getogen, moedertaalspreker van het Fula en beheerst zowel het Krio, als het Engels, zodat het BLT niet twijfelt aan diens conclusie dat de vreemdeling het Fula, zoals dat in Sierra Leone gangbaar is, niet spreekt. De taalanalyse is, anders dan de contra expertise, op een evaluatie van het volledige taalprofiel van de vreemdeling en niet slechts op een analyse van het Fula gebaseerd, waarbij is meegewogen dat de vreemdeling in het geheel geen Krio spreekt, terwijl hij niet behoort tot een leeftijdsgroep, zoals hoogbejaarden of zeer jonge kinderen, die mogelijkerwijs het Krio niet machtig is. De door de vreemdeling over zijn beweerde herkomstomgeving verschafte informatie is, anders dan in de contra-expertise is aangenomen, niet concreet en gedetailleerd, maar summier en algemeen van aard. De vreemdeling is, ook na daartoe te zijn uitgenodigd, niet in staat gebleken om daarover uitgebreide en gedetailleerde informatie te geven. De opsteller van de contra-expertise blijft in zijn weerwoord van 22 oktober 2007 op voormelde reactie van het BLT bij zijn standpunt dat de aanwezigheid van talrijke Engels/Krio leenwoorden en slechts enkele twijfelachtige Franse leenwoorden in de spraak van de vreemdeling, het ontbreken van kennis van het Krio in Sierra Leone en de correcte informatie die hij over zijn gestelde directe leefomgeving heeft verstrekt, sterke aanwijzingen vormen om aannemelijk te achten dat de vreemdeling op het platteland in noordelijk Sierra Leone is gesocialiseerd. De conclusie van de taalanalist van het BLT dat hij zonder enige twijfel tot Guinee kan worden herleid, is volgens dit weerwoord wetenschappelijk ongegrond. Op 26 november 2007 heeft het BLT wederom een reactie uitgebracht, waarin het aangeeft dat van de door de opsteller van de contra expertise in de spraak van de vreemdeling geconstateerde Engels/Krio leenwoorden geen enkel woord specifiek Krio is en een aantal woorden in het Krio zelfs niet voorkomt. Voorts merkt het BLT op dat het niet aannemelijk acht dat de vreemdeling daadwerkelijk ongeschoold en uit een afgelegen landelijk deel van Sierra Leone afkomstig is, aangezien hij geen rurale variant van het Fula spreekt zoals in een landelijk afgelegen gedeelte van Sierra Leone gangbaar is. Op basis hiervan blijft het BLT van oordeel dat de vreemdeling op basis van zijn spraak en talen- en landenkennis eenduidig niet tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone is te herleiden. 2.1.4. Gelet op voormelde reacties van het BLT van 24 juli 2007 en 26 november 2007 en in aanmerking genomen dat de opsteller van de contra-expertise noch De Taalstudio op laatstgenoemde reactie een weerwoord heeft gegeven, heeft de rechtbank in de contra expertise van 19 maart 2007 en het weerwoord van 22 oktober 2007 ten onrechte grond gezien voor het oordeel dat de taalanalyse van 8 mei 2006 niet als draagkrachtige motivering van het besluit van 8 maart 2007 kan gelden en heeft zij niet onderkend dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling over zijn herkomst onjuiste gegevens heeft verstrekt. 2.1.5. De grief slaagt. 2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, wordt overwogen dat, voor zover met het hiervoor onder 2.1.4 overwogene niet op de in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden is beslist, aan die gronden niet wordt toegekomen. Over die gronden is door de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin is sprake van een nauwe verwevenheid tussen het oordeel over die gronden, dan wel onderdelen van het besluit van 8 maart 2007 waarop ze betrekking hebben, en hetgeen in hoger beroep aan de orde is gesteld. Dientengevolge vallen die gronden thans buiten het geschil. 2.3. Het beroep is ongegrond. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 18 januari 2008 in zaak nr. 07/14318; III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van Staat. w.g. Lubberdink voorzitter w.g. Schuurman ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2008 282-422. Verzonden: 11 september 2008 Voor eensluidend afschrift, de secretaris van de Raad van State, voor deze, mr. H.H.C. Visser, directeur Bestuursrechtspraak