
Jurisprudentie
BF1393
Datum uitspraak2008-09-10
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers149430 / KG ZA 08-484
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers149430 / KG ZA 08-484
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Indicatie
Executiegeschil in kort geding tussen advocaat en zijn vroegere collega rechtshelper over het verbeurd zijn van dwangsommen; vrijheid van meningsuiting.
Bij vonnis van de bodemrechter is het de advocaat verboden om op straffe van verbeurte van een dwangsom te stellen of te suggereren dat de rechtshelper onderdeel vormt van een oplichtersbende, gelden (van derden) verduistert dan wel deze gelden wegsluist, geestelijk niet stabiel is of naar België is verhuisd om zijn schulden te ontlopen.
Een redelijke uitleg van deze veroordeling brengt volgens de voorzieningenrechter met zich dat niet elke schriftelijke uitlating aan de zijde van de advocaat waarvan gezegd zou kunnen worden dat die dat suggereert onder het verbod valt. Een dergelijk verbod zou in strijd komen met het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, hetgeen de bodemrechter niet gewild kan hebben.
In procedures tussen partijen moet de advocaat - mits niet onnodig grievend gedaan en een redelijk doel dienend - dergelijke uitlatingen kunnen doen.
Uitspraak
proces-verbaal
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 149430 / KG ZA 08-484
Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 10 september 2008, houdende mondeling vonnis
in de zaak van
[EISER],
wonende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eiser,
advocaat mr. A.P.W. Tonen te Amsterdam,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende te Baarle-Hertog (België),
gedaagde,
advocaat mr. A. Knol te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, en mr. L.M.F. Thomas, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen
- [eiser], bijgestaan door mr. Tonen voornoemd
- [gedaagde], bijgestaan door mr. Knol voornoemd.
1. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities en desgevraagd nadere inlichtingen verstrekt. Daarnaast heeft [eiser] een schriftelijke aanvulling van eis ingebracht.
2. Na een korte schorsing van de zitting heeft de voorzieningenrechter het volgende overwogen.
3. [eiser] is advocaat. Hij is in het najaar van 2004 een samenwerking aangegaan met [gedaagde]. Deze samenwerking is op 5 oktober 2005 met ruzie beëindigd. Sindsdien zijn er tussen partijen een aantal conflicten en gerechtelijke procedures ontstaan.
4. De rechtbank te Haarlem heeft bij vonnis van 21 mei 2008 (verder te noemen: het vonnis van 21 mei 2008) het navolgende beslist:
”De rechtbank
5.1. verklaart voor recht dat de schriftelijke uitlatingen aan de zijde van [eiser]
waarbij gesteld of gesuggereerd is/wordt dat [gedaagde]:
• onderdeel vormt van een oplichtersbende,
• gelden (van derden) verduistert dan wel deze gelden wegsluist,
• geestelijk niet stabiel is,
• naar België is verhuisd om zijn schulden te ontlopen,
onrechtmatig jegens [gedaagde] zijn,
5.2. verbiedt [eiser] om in processtukken of op andere wijze richting derden uitlatingen te doen met de strekking als onder 5.1. genoemd,
5.3. bepaalt dat [eiser] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 5.2. bepaalde, een dwangsom verbeurt van € 1.000,-, tot een maximum van € 100.000,-,
5.4. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.452,32,
5.5. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 t/m 5.4. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.”
5. Het vonnis van 21 mei 2008 is door [gedaagde] bij exploot van 29 mei 2008 aan [eiser] betekend.
6. Bij deurwaardersexploot van 27 augustus 2008 te 13.30 uur heeft [gedaagde] [eiser] doen aanzeggen “dat rekwirant stelt dat TIEN dwangsommen ad ieder € 1.000,00 zijn verbeurd.” [gedaagde] heeft vervolgens op diezelfde dag te 13.40 uur voor die € 10.000,-, vermeerderd met kosten, ten laste van [eiser] executoriaal derdenbeslag onder de coöperatieve Rabobank regio Schiphol U.A. gelegd. Door dit beslag zijn de door het advocatenkantoor van [eiser] bij genoemde bank aangehouden rekeningen geblokkeerd.
7. Op verzoek van de advocaat van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 2 september 2008 een opgave verstrekt van de uitlatingen die [eiser] in strijd met het vonnis van 21 mei 2008 zou hebben gedaan. Die brief luidt, voor zover ten deze van belang, als volgt:
“In een schrijven van 18 juni 2008 heeft mr. [eiser] via zijn raadsman mr. Meijer in een tuchtrechterlijke klachtprocedure aan de deken van de orde van advocaten te Haarlem te volgende uitlatingen gedaan:
[1.]‘Op die dag (5 oktober 2005, red.) heeft [gedaagde] alvorens [eiser] uit diens kantoor te zetten nog een bedrag van € 6.000,00 naar een eigen rekening overgemaakt.’
[2.]‘Op grond van deze machtiging boekte [gedaagde] niet alleen maandelijks de huur maar ook een managementfee aan zichzelf over.’
[3.]‘In ieder geval kunnen in dit verband worden genoemd de procedures […] en […].’
[4.]‘In totaal betreft het ongeveer 20 procedures, die vrijwel allemaal verloren zijn door [gedaagde].’
In zijn memorie van antwoord van 31 juli 2008 in een zaak voor het Hof Amsterdam (rolnummer: 106.007.306) stelt mr. [eiser]:
[5.]‘…in het licht van de hetze die [gedaagde] en [A] tegen [eiser] zijn begonnen omdat hij het eerder opnam voor door hen benadeelde mensen.’
[6.]‘… waarbij smaad en laster door beide heren ([gedaagde] en [A], red.) niet werd geschuwd, …’
[7.]‘… er tientallen tuchtrechterlijke klachten tegen hem (mr. [eiser], red.) zijn ingediend…’
[8.]‘[gedaagde] hield zich ook verdacht op in de woonomgeving van [eiser] en bij zijn kantoor.’
[9.]‘Het zal uiteindelijk aan de rechter zijn die oordeelt of hier sprake is van stalking en belaging van [eiser] door [gedaagde] en [A].’
[10.]‘… waarbij de opstelling van [gedaagde] en [A] – gezien de hoeveelheid door hen aangevangen procedures tegen [eiser] en de toon die zij bezigen in hun processtukken op de kantonrechter enigszins obsessief overkomt.’
[11.]‘Een “obsessie” is hetgeen een stalker beweegt en motiveert.’
[12.]‘Het gegeven dat zij ([gedaagde] en [A], red.) desondanks door blijven gaan op de ingeslagen weg doet twijfel rijzen aan de rationaliteit van hun handelen en aan de geschiktheid om als gemachtigde op te kunnen treden bij de sectoren kanton.’
[13.]‘Dit gedrag is alleen maar te verklaren uit de door de twee rechters inmiddels geconstateerde problematiek bij [gedaagde] en [A].’”
8. De nummering die hiervoor aan die dertien uitlatingen is gegeven, is afkomstig van de voorzieningenrechter. Ter zitting heeft [gedaagde], daarnaar gevraagd en na een kort schorsing van de zitting, laten weten dat hij de schriftelijke uitlatingen van [eiser] met de nummers 1, 2, 3, 5, 7, 8, 9, 10, 12 en 13 als de overtredingen beschouwd op grond waarvan hij ([gedaagde]) aanspraak heeft op de opgeëiste dwangsommen van 10 x € 1.000,-.
9. [eiser] vordert - zakelijk weergegeven - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. zal bepalen dat het op 27 augustus 2008 door [gedaagde] ten laste van [eiser] onder de coöperatieve Rabobank regio Schiphol U.A. gelegde executiebeslag zal zijn opgeheven, 2. [gedaagde] zal verbieden om binnen zes weken nadat hij schriftelijk en gemotiveerd bij [eiser] aanspraak heeft gemaakt op een of meerdere verbeurde dwangsommen op basis van het vonnis van 21 mei 2008, over te gaan tot executiemaatregelen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- voor elke overtreding van dit verbod en voor elke dag of gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt,
3. [gedaagde] zal veroordelen - als voorschot op de uiteindelijk vast te stellen schadevergoeding - te betalen een bedrag van € 150,-,
4. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
10. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
De uitlatingen als genoemd in rechtsoverweging 5.1 in het vonnis van 21 mei 2008 zijn door de bodemrechter verboden, omdat die uitlatingen een onnodig grievend karakter hadden en een redelijk doel misten. Dit blijkt uit rechtsoverweging 4.3 van dat vonnis.
11. Een redelijke uitleg van de hoofdveroordeling uit het vonnis van 21 mei 2008 (verder te noemen: de hoofdveroordeling) brengt met zich dat niet elke schriftelijke uitlating aan de zijde van [eiser] waarvan gezegd zou kunnen worden dat die suggereert dat [gedaagde] onderdeel vormt van een oplichtersbende, gelden (van derden) verduistert dan wel deze gelden wegsluist, geestelijk niet stabiel is of naar België is verhuisd om zijn schulden te ontlopen, onder het door de bodemrechter in het vonnis van 21 mei 2008 gegeven verbod valt. De bodemrechter kan immers niet bedoeld hebben een uitlating van die strekking die zakelijk is gesteld, een niet onnodig grievend karakter heeft en een redelijk doel heeft, te verbieden. Een dergelijk verbod zou in strijd komen met het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, hetgeen de bodemrechter niet gewild kan hebben.
12. Anders dan in de procedure die tot het vonnis van 21 mei 2008 heeft geleid, waar de toen door [gedaagde] gewraakte uitlatingen van [eiser] grotendeels zonder redelijk doel in het kader van de beroepsuitoefening van [eiser], te weten in door hem voor cliënten gedane procedures, waren gedaan, zijn de thans door [gedaagde] gewraakte uitlatingen van [eiser] gedaan in procedures tussen partijen, te weten een tuchtrechtelijke procedure bij de deken van de orde van advocaten te Haarlem met betrekking tot een door [gedaagde] tegen [eiser] ingediende klacht en in een door [gedaagde] (en [A]) tegen [eiser] ingestelde civiele appelprocedure bij het gerechtshof te Amsterdam. In dergelijke procedures moet [eiser] zich kunnen verweren - mits niet onnodig grievend gedaan en een redelijk doel dienend - met schriftelijke uitlatingen waarvan gezegd zou kunnen worden dat ze suggereren dat [gedaagde] onderdeel vormt van een oplichtersbende, gelden (van derden) verduistert dan wel deze gelden wegsluist, geestelijk niet stabiel is of naar België is verhuisd om zijn schulden te ontlopen, zonder daarvoor dwangsommen verschuldigd te worden. Daar komt bij dat het nog maar de vraag is of de thans door [gedaagde] gewraakte uitlatingen, zoals door [gedaagde] gesteld, suggereren dat hij ([gedaagde]) onderdeel vormt van een oplichtersbende [de opmerking 5], gelden (van derden) verduistert dan wel deze gelden wegsluist [de opmerkingen 1, 2 en 3] of geestelijk niet stabiel is [de opmerkingen 7, 8, 9, 10, 12 en 13].
Dit alles leidt voorshands tot de conclusie dat de hoofdveroordeling door [eiser] niet is overtreden en [eiser] geen dwangsommen verschuldigd is geworden. Mitsdien zal de vordering hiervoor genoemd onder 9 sub 1 worden toegewezen.
13. Ook de tweede vordering hiervoor onder 9 genoemd zal worden toegewezen. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat door [gedaagde] zeer rauwelijks beslag is gelegd en dat op een wijze die niet anders dan als vexatoir kan worden gekwalificeerd. Het door [gedaagde] gelegd beslag blokkeert de kantoorrekeningen van [eiser] volledig, hetgeen, naar [gedaagde] heeft moeten begrijpen, buitengewoon belastend voor [eiser] is, terwijl zich - naar [eiser] ter zitting onbetwist heeft gesteld en naar [gedaagde] ook heeft moeten weten - er voor [eiser] veel minder belastende mogelijkheden waren om het beslag te leggen. De zeer strijdbare wijze waarop partijen, naar ter zitting is gebleken, tegenover elkaar staan, doet voor herhaling vrezen als de onderhavige voorziening niet zou worden getroffen. De gevorderde dwangsom zal op na te melden wijze worden gematigd en gemaximaliseerd.
14. Voor wat betreft het derde onderdeel van de vordering van [eiser] overweegt de voorzieningenrechter dat [gedaagde] op zich niet heeft betwist dat [eiser] in verband met het door [gedaagde] onder de Rabobank gelegde derdenbeslag een bedrag van € 150,- aan administratiekosten aan die bank heeft moeten betalen. Gelet ook op het hiervoor onder 12 en 13 overwogene, is de toewijsbaarheid van de onderhavige geldvordering hiermee zo evident dat daarmee aan het spoedeisend belang van [eiser] bij dit onderdeel van zijn vordering geen hoge eisen hoeven worden gesteld. De proceseconomie is er mee gebaat dat ook deze vordering reeds thans wordt toegewezen (vergelijk Hoge Raad 15 juni 2007, LJN: BA1522).
15. [gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Tot die kosten aan de zijde van [eiser] zullen - anders dan door [eiser] bepleit – niet worden gerekend de kosten van de (extra) betekening op het woonadres van [gedaagde] in België van de dagvaarding. Gezien het bepaalde in artikel 63 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was die betekening niet vereist. De desbetreffende kosten dienen dan ook als nodeloos aangewend te worden beschouwd. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding EUR 71,80
- vast recht 254,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.141,80
16. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de volgende beslissing uitgesproken.
1. De beslissing
De voorzieningenrechter
1.1. heft op het op 27 augustus 2008 ten laste van [eiser] onder de coöperatieve Rabobank regio Schiphol U.A. gelegde executiebeslag,
1.2. verbiedt [gedaagde] om binnen zes weken nadat hij schriftelijk en gemotiveerd bij [eiser] aanspraak heeft gemaakt op een of meerdere verbeurde dwangsommen op basis van het vonnis van de rechtbank Haarlem van 21 mei 2008 tussen partijen gewezen, over te gaan tot executiemaatregelen,
1.3. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere overtreding van het onder 1.2 bepaalde en voor elke dag of gedeelte dat deze overtreding voortduurt, aan [eiser] een dwangsom verbeurt van € 1.000,-, tot een maximum van € 100.000,-,
1.4. veroordeelt [gedaagde] te betalen aan [eiser] een bedrag van € 150,--,
1.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.141,80,
1.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
1.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Waarvan proces-verbaal,