
Jurisprudentie
BF1377
Datum uitspraak2008-09-19
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/758613-07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/758613-07
Statusgepubliceerd
Indicatie
Overvallen coffeeshops. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vergevorderde voorbereidingshandelingen ten behoeve van een overval die hij samen met twee medeverdachten zou plegen. Verdachte en zijn mededaders hadden hun doel reeds met de auto benaderd. De coffeeshop bleek echter gesloten te zijn. Verdachte zou na de overval de 'vluchtauto' besturen. Het is niet aan verdachte te danken dat het voornemen tot het plegen van de overval niet ten uitvoer is gebracht. De coffeeshop was gesloten en de medeverdachten van verdachte zijn kort nadien aangehouden zodat een door een medeverdachte voorgenomen vervolg op de plannen - naar grote waarschijnlijkheid met behulp van het wapen en de bivakmutsen die verdachte nog steeds voorhanden had ten behoeve van deze medeverdachte - niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Het wordt verdachte aangerekend dat hij zich over heeft laten halen om bij te dragen aan de voorbereiding van een overval en dat hij zich onvoldoende heeft gerealiseerd met wie hij van doen had en hoe ernstig het af had kunnen lopen. Gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek; waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Zie ook LJN BF1374, BF1375 en BF1376.
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer 09/758613-07
's-Gravenhage, 19 september 2008
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte 4],
geboren te [plaats] ([...]) op [datum] 1984,
adres: [adres].
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 5 september 2008.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouwe mr. C.M.H. van Vliet, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding primair ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer.
De tenlastelegging.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 04 december 2007 tot en met 05 december 2007 te '-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan coffeeshop [C] (gevestigd aan de [adres]) en/of (een) aanwezige person(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen aanwezigen in die coffeeshop [C], te plegen met het oogmerk om die diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen aanwezigen in die coffeeshop [C], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelik te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met en of meer van zijn mededader (s) (voorzien van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen gelijkend voorwerp(en)) in een auto naar, althans in de richting van die coffeeshop [C] is gereden en/of (bij waarneming dat deze coffeeshop was gesloten) is doorgereden en/of gekeerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Subsidiar, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 4 december 2007 tot en met 5 december 2007 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312 lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert) (op of omstreeks 4 december 2007), althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld opzettelijk:
- een personenauto (merk Hyundai, type Atos) en/of
- een of meer vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen gelijkend voorwerp(en) en/of
- een of meer (zwarte/donkere) (bivak)muts(en)
bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
Art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder primair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
Overwegingen omtrent het bewijs voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde.
De raadsvrouwe van verdachte heeft, ook ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, vrijspraak bepleit en daartoe ten eerste - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat verdachte niet de opzet had om een overval te plegen. De raadsvrouwe heeft er in dit verband op gewezen dat verdachte altijd heeft verklaard dat hem weliswaar was gevraagd om mee te gaan, doch dat hij zou hebben geweigerd. Op het moment dat hij werd opgehaald door de medeverdachten, dacht hij dat zij gewoon iets gingen drinken en wist hij niet dat zij een overval wilden gaan plegen, aldus de raadsvrouwe.
Overwogen wordt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte [verdachte 3] blijkt dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van concrete plannen omtrent een overval door een drietal personen op coffeeshop [C] aan de [adres] te 's-Gravenhage en dat het daarbij de bedoeling was dat verdachte de 'vluchtauto' zou besturen. Zoals is gebleken uit een telefoontap heeft een medeverdachte op 4 december 2007 (gesprek 362) aan verdachte gevraagd om een 'prikding' mee te nemen. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat daarmee het onder hem in beslaggenomen 'balletjespistool' werd bedoeld. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij dat wapen heeft meegenomen in de personenauto waarmee hij werd opgehaald. Ook blijkt uit observaties door opsporingsambtenaren dat een tweetal mannen in de betreffende personenauto een zwarte muts droegen die kennelijk was opgerold. Dit betrof de bivakmutsen die onder verdachte in beslag zijn genomen.
Het aangetroffen 'balletjespistool' lijkt dermate veel op een vuurwapen dat het voor afdreiging geschikt is. Zowel dit wapen, de bivakmutsen als de personenauto waren tezamen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, bestemd voor het plegen van een diefstal met geweld in vereniging en/of een afpersing in vereniging. Uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [verdachte 3] blijkt dat verdachte de voorwerpen ook met dat opzet voorhanden had. Daar doet niet aan af dat verdachte - naar hij ter terechtzitting verklaard heeft - eigenlijk de intentie zou hebben gehad om te weigeren om deel te nemen aan de overval. Voorts wordt het, gelet op zijn eigen verklaring en de verklaring van medeverdachte [verdachte 3], niet geloofwaardig geacht, dat verdachte in de nacht van 4 op 5 december 2007 niet méér wist dan dat hij en zijn medeverdachten eenvoudigweg gingen 'chillen'. Het verweer wordt derhalve verworpen.
De raadsvrouwe heeft voorts - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de coffeeshop gesloten was waardoor nimmer sprake is geweest van een acute gevaarzetting.
Dit verweer wordt verworpen. Dat de coffeeshop dicht was, is weliswaar van betekenis voor het primair tenlastegelegde feit, het doet echter niet af aan het bewijs van de subsidiair tenlastegelegde voorbereidingshandelingen.
De bewijsmiddelen.
De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het op de dagvaarding subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht, de inhoud van de tenlastelegging, zoals hieronder is vermeld inhoudende dat:
hij in de periode van 4 december 2007 tot en met 5 december 2007 te 's-Gravenhage ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312 lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert) (omstreeks 4 december 2007) opzettelijk:
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en
- zwarte bivakmutsen
bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vergevorderde voorbereidingshandelingen ten behoeve van een overval die hij samen met twee medeverdachten zou plegen. Verdachte en zijn mededaders hadden hun doel reeds met de auto benaderd. De coffeeshop bleek echter gesloten te zijn. Verdachte zou na de overval de 'vluchtauto' besturen.
Het is niet aan verdachte te danken dat het voornemen tot het plegen van de overval niet ten uitvoer is gebracht. De coffeeshop was gesloten en de medeverdachten van verdachte zijn kort nadien aangehouden zodat een door een medeverdachte voorgenomen vervolg op de plannen - naar grote waarschijnlijkheid met behulp van het wapen en de bivakmutsen die verdachte nog steeds voorhanden had ten behoeve van deze medeverdachte - niet meer tot de mogelijkheden behoorde.
Verdachte heeft in Nederland een blanco strafblad. Gelet op het feit dat verdachte, zoals blijkt uit de op de terechtzitting besproken voorlichtingsrapportage, een goed netwerk van familie om zich heen heeft en studeert aan een HBO instelling, is het moeilijk verklaarbaar dat hij zich heeft ingelaten met de criminele intenties van zijn medeverdachten.
Het wordt verdachte niettemin aangerekend dat hij zich over heeft laten halen om bij te dragen aan de voorbereiding van een overval en dat hij zich onvoldoende heeft gerealiseerd met wie hij van doen had en hoe ernstig het af had kunnen lopen. Voor zover de medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan overvallen, betroffen dat stuk voor stuk overvallen die gepaard gingen met ernstig geweld en ernstige bedreigingen met vuurwapens of een mes. Mensen die slachtoffer werden van een dergelijke overval, vreesden veelal voor hun leven. Aannemelijk is dat de slachtoffers een groot deel van hun verdere leven, zo al niet hun gehele verdere leven, de gevolgen van dergelijke traumatische ervaringen met zich mee zullen moeten dragen.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit wordt een gevangenisstraf van een langere duur dan de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden geacht. Teneinde verdachte ervan te weerhouden om zich wederom schuldig te maken aan strafbare feiten zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd.
Inbeslaggenomen voorwerpen.
De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten een namaakpistool, onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan.
Dit voorwerp is voorts van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, nu het naar zijn uiterlijke verschijningsvorm voor afdreiging geschikt is en daarom in Nederland verboden.
De toepasselijke wetsartikelen.
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 46, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
- voorbereiding van afpersing in vereniging en of diefstal met geweld in vereniging;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
veroordeelt de verdachte tot:
- een gevangenisstraf voor de duur van 12 MAANDEN;
bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
in verzekering gesteld op: 15 december 2007;
in voorlopige hechtenis gesteld op: 18 december 2007;
in vrijheid gesteld op: 28 december 2007;
bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
verklaart onttrokken aan het verkeer het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:
- 1 vuurwapen, kl: zwart, Smith & Wesson m645, namaak - 6mm icl demper + plastic kogeltjes.
Dit vonnis is gewezen door
mr. R.J. de Bruijn, voorzitter,
mrs J.W. du Pon en V.F. Milders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Gest, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 september 2008
Mrs Du Pon en Milders zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.