
Jurisprudentie
BF1340
Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-18
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers394053 / VV EXPL 08-180
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2008-09-18
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers394053 / VV EXPL 08-180
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Vordering ex artikel 2 van de Wet aanpassing arbeidsduur. Geen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die zich tegen de aanpassing van de arbeidsduur van 40 uur per week (verdeeld over 5 werkdagen) naar 32 uur per week (verdeeld over 4 werkdagen) verzetten. Toewijzing van de vordering voor een proefperiode van 6 maanden.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 394053 / VV EXPL 08-180
datum uitspraak: 16 september 2008
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING
inzake
[eiseres]
te [woonplaats]
eisende partij
hierna te noemen [eiseres]
gemachtigde mr. M.J. IJzer
tegen
de besloten vennootschap
KLOOSTERBOER IJMUIDEN
te IJmuiden
gedaagde partij
hierna te noemen Kloosterboer
gemachtigde mr. E.K.W. van Kampen
De procedure
[eiseres] heeft Kloosterboer op 20 augustus 2008 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 september 2008, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.
De feiten
a. Kloosterboer is een logistiek dienstverlener in de visbranche. Diverse vissoorten worden door Kloosterboer opgeslagen en doorgevoerd.
b. Omdat de import en export van vis ook buiten de douanegrenzen van de EU plaatsvindt, heeft Kloosterboer een douane-entrepot en diverse andere douanevergunningen. Kloosterboer heeft twee declaranten in dienst die belast zijn met de behandeling van alle documenten die vereist zijn in het internationale goederenverkeer. Daarvoor hebben zij een speciale opleiding genoten.
c. Een van die declaranten is [eiseres], die sinds 18 maart 2004 bij Kloosterboer in dienst is met een werkweek van 40 uur tegen een loon van € 2.350,69 bruto per maand. De andere declarant is de heer [XXX] (hierna: [XXX]).
d. In verband met de geboorte van haar eerste kind heeft [eiseres] conform artikel 2 van Wet Aanpassing Arbeidsduur tijdig een verzoek gedaan om na haar bevallingsverlof haar contract te laten aanpassen naar 32 uur per week, verdeeld over vier werkdagen.
e. Al in december 2007 en januari 2008 had [eiseres] Kloosterboer aangekondigd dat zij haar arbeidsduur naar beneden wilde bijstellen en Kloosterboer had daarop al negatief gereageerd.
f. Daarop heeft [eiseres] een formeel verzoek ingediend, dat Kloosterboer bij brief van 13 maart 2008 heeft afgewezen.
g. Partijen hebben nadien nog uitgebreid gecorrespondeerd over de wens van [eiseres] tot werktijdverkorting, maar zij zijn niet tot elkaar gekomen.
De vordering
[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Kloosterboer om [eiseres] gedurende 32 uur per week verspreid over 4 dagen te werk te stellen en om [eiseres] in staat te stellen de bij haar functie behorende werkzaamheden uit te voeren, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Ook vordert zij Kloosterboer te gebieden de vakantie van [eiseres] vast te stellen conform haar verzoek op één dag per week tot het einde van het jaar 2008, bij voorkeur op de dinsdag. [eiseres] stelt daartoe onder meer het volgende.
Omdat aan haar bevallingsverlof inmiddels een einde is gekomen zonder dat partijen het eens zijn geworden over de aanpassing van de arbeidsduur, terwijl wel voor haar pasgeboren zoontje gezorgd moet worden, heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij haar vordering.
In tegenstelling tot wat Kloosterboer beweert is er geen sprake van zwaarwegende bedrijfsbelangen die zich tegen inwilliging van haar verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur verzetten.
Niet alleen heeft Kloosterboer onvoldoende gebruik gemaakt van de tijd en de gelegenheid om een goed opgeleide vervanger voor de vrij te komen uren te vinden, maar [eiseres] heeft ook al duidelijk gemaakt dat zij zich flexibel op zal stellen.
Kloosterboer heeft als knelpunt aangegeven dat voor een goede bedrijfsvoering voor de tijdige en correcte inklaring van partijen vis voor transport altijd een gekwalificeerde declarant op kantoor moet zijn en dat zich dus een probleem voordoet als de een ziek is en de ander vrij. Dat knelpunt heeft zich in het verleden niet vaak voorgedaan en is altijd in onderling overleg tussen [eiseres] en [XXX] opgelost.
In de voorkomende gevallen dat [eiseres] zou moeten invallen op niet-werkdagen vanwege afwezigheid van [XXX] door verlof of ziekte, is [eiseres] bereid en in staat een oppas te regelen en op kantoor te komen werken. Daarvoor zijn beide grootmoeders en grootvaders en een zuster van [eiseres] beschikbaar, die allen wonen op de route van haar huis in [woonplaats] naar kantoor in IJmuiden.
Er is geen reden waarom Kloosterboer hierin niet op [eiseres] zou kunnen vertrouwen.
Op haar verzoek tot vaststelling van haar vakantiedagen voor de rest van het jaar heeft Kloosterboer niet binnen twee weken gereageerd en die vakantiedagen moeten nu worden vastgesteld als door haar was verzocht.
Het verweer
Kloosterboer heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.
De beoordeling van het geschil
1. Kloosterboer heeft betwist dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
De kantonrechter verwerpt dat verweer. Vast staat dat [eiseres] belang heeft bij het beschikbaar krijgen van tijd voor de verzorging van haar pas geboren zoon en bij het daarom terugbrengen van haar werkweek tot vier dagen. Ook staat vast dat partijen al geruime tijd met elkaar in debat zijn geweest over de wens van [eiseres] hierin, maar dat dat tijdsverloop voor [eiseres] niet meteen cruciaal was omdat zij nog zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot. Nu dat verlof tot een einde is gekomen en Kloosterboer is blijven volharden in haar afwijzing, heeft [eiseres] een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering, zodat zij daarin kan worden ontvangen.
2. De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiseres] tot een toewijzing daarvan zal leiden. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat dit deels het geval is.
3. In artikel 2 van de Wet aanpassing arbeidsduur is bepaald dat de werkgever een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur inwilligt, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Een werkweek van vier dagen is inmiddels in onze maatschappij zo gangbaar geworden, mede vanwege het belang van de zorg voor het kind of de kinderen van de werknemer, dat het een werkgever niet eenvoudig zal vallen om met succes vol te houden dat dat niet in zijn bedrijf in te passen is.
4. Kloosterboer heeft vooralsnog onvoldoende aangetoond of aannemelijk gemaakt dat er sprake is van bedrijfsbelangen die zich tegen inwilliging van dit verzoek verzetten.
Onvoldoende betwist is gebleven dat andere werkzaamheden dan het inklaren enig kort uitstel kunnen lijden. Daarentegen heeft Kloosterboer wel duidelijk gemaakt dat Kloosterboer er een groot bedrijfsbelang bij heeft dat op kantoor tenminste één declarant aanwezig is voor met name het inklaren van de vis bij de douane voor transport buiten de EU, maar dat zij zich uit bedrijfseconomisch oogpunt niet kan veroorloven een derde fulltime declarant aan te stellen omdat dan sprake is van flinke overcapaciteit. Volgens Kloosterboer zijn declaranten voor een klein aantal werkuren per week moeilijk en niet binnen afzienbare tijd te vinden.
5. Ten aanzien van het knelpunt van het inklaren, dat [eiseres] heeft erkend, heeft [eiseres] echter gemotiveerd gesteld dat zij, juist om dat op te vangen, een oplossing heeft gezocht en gevonden. Ingeval haar collega-declarant [XXX] door vakantie of ziekte afwezig is, zal [eiseres] een van haar vijf bereidwillige familieleden als oppas inschakelen op die voor haar extra werkdag in de week, aldus [eiseres]. Kloosterboer heeft vooralsnog onvoldoende redenen aangevoerd waarom [eiseres] daarin niet zou kunnen worden vertrouwd en dit dus niet werkbaar zou zijn; zo heeft Kloosterboer niet betwist dat in het verleden in het geval beide declaranten ziek waren, zij het onderling zo afstemden dat de minst zieke toch een aantal uur op kantoor ging werken. Onder die door [eiseres] geschetste omstandigheden moet het oordeel zijn dat Kloosterboer vooralsnog niet heeft aangetoond dat haar bedrijfsbelangen zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten. Of de door [eiseres] geboden oplossing zal werken zal in de praktijk moeten blijken. De kantonrechter zal daarom de vordering van [eiseres] in die zin toewijzen dat de arbeidsduur bij wege van voorlopige voorziening wordt aangepast tot 32 uur verdeeld over 4 werkdagen, dit voor de duur van zes maanden vanaf 1 oktober 2008. Die periode geeft partijen de gelegenheid om te ervaren of de door [eiseres] geboden oplossing werkt en of toch nog een parttime declarant kan worden gevonden. Het is aan partijen om in overleg de vier weekdagen te bepalen waarop [eiseres] haar werk voor Kloosterboer zal verrichten.
6. De kantonrechter ziet in de bijzondere omstandigheden van het geval vooralsnog geen aanleiding een dwangsom op te leggen. Dat zou een goed overleg tussen partijen kunnen bemoeilijken. Als Kloosterboer zich niet aan de veroordeling houdt, is het uiteraard mogelijk voor [eiseres] om in kort geding te vorderen dat Kloosterboer alsnog een dwangsom wordt opgelegd en dat de vier werkweekdagen alsnog door de kantonrechter worden bepaald.
7. De vordering ter zake van de vaststelling van vakantiedagen op de door [eiseres] verlangde dagen wordt afgewezen; niet alleen is niet aannemelijk geworden dat Kloosterboer niet binnen twee weken na het daartoe strekkend verzoek daarop had gereageerd, maar gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ontbreekt daarvoor nu ook het belang.
8. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.
9. De proceskosten komen voor rekening van Kloosterboer omdat deze grotendeels in het ongelijk wordt gesteld.
Beslissing
De kantonrechter:
- veroordeelt Kloosterboer bij wijze van voorlopige voorziening om [eiseres] gedurende 32 uur per week te werk te stellen op door partijen in onderling overleg vast te stellen vier weekdagen, en om [eiseres] in staat te stellen de bij deze functie behorende werkzaamheden ten kantore van Kloosterboer te verrichten, dit voor de periode van 1 oktober 2008 tot 1 april 2009;
- veroordeelt Kloosterboer tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 98,53
vastrecht € 107,00
salaris gemachtigde € 400,00;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.