Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1208

Datum uitspraak2008-09-19
Datum gepubliceerd2008-09-19
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers42147
Statusgepubliceerd


Indicatie

Rioolrechten. Verhuur recreatiewoning voor korte periodes, voor rekening en risico van eigenaar. Eigenaar is gebruiker, ook al verblijft hij zelf nimmer in de woning.


Uitspraak

Nr. 42.147 19 september 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 juli 2005, nrs. 02/03919 en 02/03920, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen respectievelijk een aanslag in de rioolrechten. 1. Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 wegens het gebruik van de onroerende zaak a-straat 1 te Q een aanslag in de onroerendezaakbelastingen en een aanslag in de rioolrechten van de gemeente Ambt Montfort opgelegd. Deze aanslagen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Ambt Montfort gehandhaafd. Het Hof heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen, bij afzonderlijke uitspraken, ongegrond verklaard. De uitspraken van het Hof zijn aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraken bij één beroepschrift beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ambt Montfort heeft een verweerschrift ingediend. 3. Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting dat indien een recreatiewoning telkens voor betrekkelijk korte perioden voor rekening en risico van de eigenaar van die woning pleegt te worden verhuurd, voor de heffing van rioolrechten de eigenaar moet worden aangemerkt als de gebruiker van die woning, ook indien de eigenaar zelf nimmer in die woning verblijft. Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij derhalve. 3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.