Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF1178

Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-18
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/164 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bezwaren tegen het gelegde beslag voor leggen aan civiele rechter. Is bestuursorgaan bij het nemen van betalingsbeslissing gebleven binnen het kader van het beslag?


Uitspraak

08/164 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 december 2007, 06/9313 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 17 september 2008 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Nadien zijn van de kant van appellant nog brieven binnengekomen bij de Raad op 26 februari 2008 en 11 juli 2008. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 6 augustus 2008. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.A.B. Vogt. II. OVERWEGINGEN 1. Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van 15 november 2006, waarbij is gehandhaafd het besluit van 31 oktober 2006, tot de betaling van een deel van de aan appellant toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering aan de Belastingdienst Haaglanden, overeenkomstig het door deze dienst gelegde beslag. 2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daartoe overwogen, dat appellant zijn bezwaren tegen het gelegde beslag dient voor te leggen aan de civiele rechter en dat de bestuursrechter omtrent het gelegde beslag geen oordeel toekomt. Bij de beoordeling van het bestreden besluit moet de geldigheid van het gelegde beslag voor de bestuursrechter als een gegeven worden beschouwd. De rechtbank heeft haar toetsing beperkt tot de vraag of het Uwv bij het nemen van dat besluit binnen het kader van het beslag is gebleven en heeft vervolgens die vraag bevestigend beantwoord. 3. De Raad overweegt als volgt. 3.1. De door appellant in hoger beroep aangevoerde grieven zijn met name gericht tegen zijn voormalige werkgever en tegen zijn huisarts en hebben betrekking op de (behandeling van de) gezondheidsklachten die hij in zijn werk heeft opgelopen. 3.2. Het hoger beroep kan geen doel treffen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraken en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Bij de beoordeling van een betalingsbeslissing als in dit geding aan de orde dient de bestuursrechter zijn toetsing te beperken tot het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van deze betalingsbeslissing is gebleven binnen het kader van het beslag. Het is niet (meer) in geschil dat dit hier het geval is. 3.3. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. 4. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008. (get.) H. Bolt. (get.) I.R.A. van Raaij. RB