
Jurisprudentie
BF1161
Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/801151-07 en 06/460054-08 en 06/800488-08 en 06/460593-05
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/801151-07 en 06/460054-08 en 06/800488-08 en 06/460593-05
Statusgepubliceerd
Indicatie
Veroordeling tot 15 maanden gevangenisstraf voor poging tot verkrachting, wederspannigheid, belediging, mishandeling en vernieling meermalen gepleegd. Vordering tot tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf toegewezen, (promis).
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummers: 06/801151-07 en 06/460054-08 en 06/800488-08 en 06/460593-05 (TUL)
Uitspraak d.d.: 17 september 2008
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats, 1966],
wonende te [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in huis van bewaring te Zutphen.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 februari 2008, 15 juli 2008 en 3 september 2008.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Dagvaarding met parketnummer 06/801151-07
1.
Hij op of omstreeks 26 maart 2007 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten dat hij
- die [slachtoffer 1] onverhoeds van achter heeft vastgepakt en/of
- die [slachtoffer 1] met beide armen heel stevig heeft vastgepakt en/of
- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en op de grond heeft gegooid en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer 1] is gaan liggen en/of
- met zijn hand de schaamstreek van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of
- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "ik zal je neuken, pakken zal ik je, hoe dan ook" en/of "er gebeurt wat, en dat neuken gebeurt ook, anders ga ik niet weg. Als het niet op een vrijwillige manier gaat, dan gaat het op een gewelddadige manier", althans woorden van gelijke bedreigende aard of strekking en/of
- de broek van die [slachtoffer 1] kapot heeft getrokken en/of
- voor die [slachtoffer 1] is gaan staan met een ontbloot onderlijf en/of
- met onbloot onderlijf op die [slachtoffer 1] is gaan liggen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 242 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
Hij op of omstreeks 26 maart 2007 te Zutphen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer 1] en bestaande dat geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit
- het onverhoeds van achteren vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of
- het met beide armen stevig vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of
- het op de grond gooien van [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) bovenop die [slachtoffer 1] gaan liggen en/of
- het betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer 1] en/of
- het betasten van de borst(en) van die [slachtoffer 1] over de bh heen en/of
- het toevoegen van de volgende woorden aan die [slachtoffer 1]: "ik zal je neuken, pakken zal ik je, hoe dan ook" en/of "er gebeurt wat, en dat neuken gebeurt ook, anders ga ik niet weg. Als het niet op een vrijwillige manier gaat, dan gaat het op een gewelddadige manier", althans woorden van gelijke bedreigende aard of strekking en/of
- het kapot trekken van de broek van die [slachtoffer 1] en/of
- het voor die [slachtoffer 1] gaan staan met een ontbloot onderlijf en/of
- het op die [slachtoffer 1] gaan liggen met een ontbloot onderlijf;
art 246 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
Hij op of omstreeks 26 maart 2007 te Zutphen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] met beide armen stevig om haar armen heeft (vast)gepakt en/of die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) op de grond heeft gegooid en/of die [slachtoffer 1] tegen de wand heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
2.
Hij op of omstreeks 27 maart 2007 te Zutphen, toen een of meer aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), had/hadden aangehouden en had/hadden vastgegrepen, althans vast had/hadden, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen
voornoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/ haar/hun bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;
art 180 Wetboek van Strafrecht
3.
Hij op of omstreeks 27 maart 2007 te Zutphen opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 2], hoofdagent van politie en/of [slachtoffer 3], hoofdagent van politie en/of [slachtoffer 4], hoofdagent van politie en/of [slachtoffer 5], agent van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, als (hoofd)agent van politie, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "vuile kankerlijders" en/of "vieze kutwouten" en/of "vuile kankermongolen" en/of "lelijke hoerenjongens", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
Dagvaarding met parketnummer 06/460054-08
1.
Hij op of omstreeks 02 februari 2008 te Zutphen opzettelijk en wederrechtelijk:
- een kroonluchter en/of
- een spiegel en/of
- meerdere, althans één glazen kaarshouder(s) en/of
- een stofzuiger en/of
- glaswerk en/of
- een hoeveelheid huisraad,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht
2.
Hij op of omstreeks 02 februari 2008 te Zutphen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 6], levensgezel van verdachte,:
- op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of
- (met kracht) heeft geduwd (waardoor deze [slachtoffer 6] is gevallen) en/of
- een bloempot, althans een hard voorwerp, tegen het lichaam heeft gegooid,
waardoor deze [slachtoffer 6] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
Dagvaarding met parketnummer 06/800488-08
Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 oktober 2007 tot en met 7 oktober 2007 te Zutphen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk
- een (voorspatbord van een) auto (merk Toyota met het kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] (incident 1) en/of
- een (portier van een) auto (merk Volvo met het kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] (incident 2) en/of
- een (portier van een) auto (merk Nissan met het kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] (incident 3) en/of
- een (portier van een) auto (merk Rover met het kenteken [kenteken]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], (incident 6)
in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Standpunten openbaar ministerie en verdediging
1. De officier van justitie heeft gerequireerd tot de bewezenverklaring van het onder parketnummer 06/801151-07 onder 1 primair, 2 en 3, het onder parketnummer 06/460054-08 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 06/800488-08 tenlastegelegde.
Ten aanzien van de feiten met parketnummer 06/801151-07 heeft de officier van justitie opgemerkt dat aangeefster een duidelijke en gedetailleerde verklaring heeft afgelegd, waarin onder meer staat dat zij is vastgepakt, betast en op de bank is geduwd en dat verdachte met ontbloot onderlijf op haar is gaan liggen. Met betrekking tot de aangifte zijn meerdere ondersteunende verklaringen in het dossier aanwezig. Verdachte heeft toegegeven dat hij de politieagenten heeft beledigd. Verdachte heeft ontkend dat hij zich bij de aanhouding heeft verzet. In het bijzonder gelet op het ambtelijk verslag van de verbalisanten, acht de officier van justitie de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van de feiten met parketnummer 06/460054-08 heeft de officier van justitie geconcludeerd dat er een aangifte ligt en dat verdachte in ieder geval de vernieling heeft bekend. Ten aanzien van het feit met parketnummer 06/800488-08, de vernieling van auto’s, is door 4 personen aangifte gedaan. In het proces-verbaal van aanhouding hebben de verbalisanten opgenomen dat zij van [slachtoffer 6] – de ex-partner van verdachte – hebben vernomen dat verdachte tegen de auto’s heeft getrapt. Getuige [slachtoffer 7] heeft verdachte aangewezen als degene die tegen zijn auto heeft getrapt. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft onderzoek gedaan naar de rubbersporen op de auto’s. Het NFI heeft geconcludeerd dat het iets waarschijnlijker is dat het rubber op de auto’s van [slachtoffer 7], [slachtoffer 10] en [slachtoffer 8] van de schoenen van verdachte afkomstig is, dan van andere rubberen voorwerpen. De officier van justitie heeft betoogd dat dit een kleine aanwijzing is, maar niet een heel stellige conclusie. Op basis van de aangiften van [slachtoffer 8], [slachtoffer 9], [slachtoffer 10] en [slachtoffer 7] acht de officier van justitie de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
2. De raadsman heeft in de zaak met parketnummer 06/801151-07 bepleit dat het aangeefster is geweest die avances heeft gemaakt, waarna verdachte haar heeft weggeduwd. Na deze duw heeft aangeefster pas wat gezegd over de ontsteking in haar arm, dus op het moment dat verdachte haar wegduwde, kon hij dat niet weten, anders had hij het niet op deze manier gedaan. Gelet op tegenstrijdige verklaringen is het in ieder geval moeilijk de waarheid boven tafel te krijgen en heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Met betrekking tot het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman verwezen naar pagina 62 van het proces-verbaal, waarin verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer wel heeft geduwd, echter, naar de mening van de raadsman ontbreekt het opzet van zijn verdachte op deze mishandeling en dient de verdachte van dit feit vrijgesproken te worden. In de zaak met parketnummer 06/800488-08 – zo heeft de raadsman betoogd – heeft aangever [slachtoffer 7] op pagina 21 van het dossier verklaard dat hij dacht te horen dat er tegen auto’s werd getrapt en dat hij vervolgens heeft gezien dat een man met een leren jas tegen de rechterzijde van zijn auto stond te trappen. Onder de stukken bevindt zich nog de verklaring van getuige [slachtoffer 6] (pagina 30), inhoudende dat verdachte meerdere auto’s zou hebben vernield door er tegenaan te trappen en/ of op te gaan staan. Verdachte heeft ten stelligste ontkend ook maar één auto te hebben vernield en voorts heeft hij verklaard dat getuige [slachtoffer 6] niets kan hebben gezien, omdat zij veel verderop liep. De raadsman is van mening dat wettig bewijs voorhanden is, maar hij vraagt zich af of het overtuigend is. Ten aanzien van de andere auto’s dan de Toyota Prius ([kenteken]) zijn als bewijsmiddelen slechts voorhanden de verklaring van [slachtoffer 6] dat verdachte meerdere auto’s zou hebben vernield en een relatief zwakke conclusie van het NFI. Het gaat om een veel voorkomende rubbersoort en het kan zijn dat de afdruk niet van de schoenen van verdachte afkomstig is. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het bewijs van de vernieling van de Toyota Prius en heeft verzocht verdachte voor het overige vrij te spreken.
Bewijsmotivering (eindnoot 1)
Dagvaarding met parketnummer 06/801151-07
Feit 1:
3. In haar aangifte (eindnoot 2) heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij op 26 maart 2007 thuis was in haar woning in Zutphen, toen er werd aangebeld. Zij deed de voordeur open en zag een man aan komen lopen. Toen hij bijna boven was, zag zij dat het verdachte was. Nadat hij eerst op de bank had gezeten, kwam hij haar kant op lopen. Hij ging naast haar zitten. Zij wilde naar de eetkamertafel lopen omdat zij daar eventueel zou kunnen bellen als er wat gebeurde. Toen zij weg wilde lopen pakte verdachte haar vast achter aan de jurk en trok haar ineens terug. Zij vloog naar achter en kwam op de bank terecht. Toen zij zei dat zij dat niet wilde en heel gelukkig alleen op de flat was, pakte hij haar met beide armen heel stevig om haar armen vast. Dat deed erg pijn. Zij kon zich losmaken en liep richting de eettafel. Hij kwam achter haar aan. Terwijl zij de telefoon wilde afgeven aan hem, gooide hij haar in één beweging op de grond en zij kwam op haar rug terecht. Verdachte ging gelijk bovenop haar liggen. Verdachte probeerde continu met zijn hand in haar broek te komen en in haar kruis te zitten. Zij probeerde haar broek steeds vast te houden en omhoog te trekken, zodat het niet lukte. Zij riep dat ze het niet wilde. Hij zei steeds: “ik zal je neuken, pakken zal ik je, hoe dan ook. Er gebeurt wat, en dat neuken gebeurt ook, anders ga ik niet weg. Als het niet vrijwillig gaat, dan gaat het op een gewelddadige manier”. Zij voelde dat hij vervolgens aan haar broek trok en hoorde dat deze kraakte. Zij is naar het toilet gegaan. Toen zij van het toilet af kwam, stond verdachte voor de deur met zijn spijkerbroek naar beneden, tot onder zijn knieën. Zij zat ook dat hij onder zijn spijkerbroek een donkerblauwe trainingsbroek droeg en deze was ook naar beneden geschoven. Zij kon zijn geslachtsdeel zien. Na een kleine worsteling kwamen zij samen op de bank terecht. Hij ging bovenop haar liggen. Aangeefster kon met een smoes wegkomen en rende de straat op. Uiteindelijk belde zij bij [getuige 1] aan en ving hij haar op.
4. In haar getuigenverklaring(eindnoot 3) heeft [getuige 2], dochter van aangeefster, verklaard dat zij op 26 maar 2007 werd wakker gebeld door haar buurman [getuige 1]. Hij zei dat haar moeder bij hem was en was aangerand door verdachte. Haar moeder strompelde binnen en kon geen woord uitbrengen. Ze was compleet ingestort, huilde en was helemaal over de toeren. Ze snakte naar adem. Getuige zag dat het kruis van de broek van haar moeder gescheurd was. Haar moeder was compleet doorgedraaid. Haar moeder vertelde dat zij verdachte had binnengelaten. Ze zei verder dat verdachte haar wilde neuken. Haar moeder vertelde haar dat hij haar steeds vasthad en op de bank had gegooid. Verdachte wilde haar broek naar beneden trekken. Dat lukte niet omdat haar moeder een koord om haar broek had zitten. Ze is los gekomen en de woning uit gevlucht.
5. In zijn getuigenverklaring(eindnoot 4) heeft [getuige 1] verklaard dat aangeefster op 26 maart 2007 bij hem voor de deur stond. Hij zag dat zij op blote voeten stond. Hij hoorde haar vertellen dat ze verkracht was door verdachte. Hij hoorde dat ze heel warrig overkwam. Getuige hoorde aangeefster vertellen dat verdachte haar zei dat ze gewoon moest doen en hij haar anders zou verkrachten. Getuige zag dat aangeefster helemaal overstuur was. Hij zag dat ze trilde en aan het huilen was. Getuige liep samen met aangeefster naar haar dochter. Getuige verklaarde dat het opviel dat aangeefster erg overstuur en angstig was. Hij zag dat ze bijna geen woord kon uitbrengen.
6. Verdachte heeft op de zitting van 26 februari 2008 verklaard dat hij op 26 maart 2007 bij aangeefster is geweest. Zij heeft op die avond een hand in zijn nek gelegd, maar verdachte wilde dat niet.
Feiten 2 en 3:
7. In het proces-verbaal van aanhouding(eindnoot 5) hebben verbalisanten [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] verklaard dat zij op 27 maar 2008 omstreeks 0.00 uur belast waren met de aanhouding van verdachte, verblijvende op het adres [adres] te Zutphen. Verdachte reageerde direct recalcitrant en verbaal agressief bij het zien van verbalisanten. Verbalisanten deelden verdachte de reden van hun komst mede en vertelden hem tevens dat hij was aangehouden en overgebracht zou worden naar een bureau van politie ter voorgeleiding voor een hulpofficier van justitie. Zij deelden de verdachte tevens mede dat hij voor overbrenging geboeid zou worden. Verbalisanten zagen en merkten dat verdachte zich ging verzetten tegen deze aanhouding. Zij zagen en voelden dat verdachte in een andere richting bewoog, dan die waarin zij hem wilden brengen. Hierop brachten verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] verdachte naar de grond en werd verdachte onder controle gebracht en afgeboeid. Verdachte werd vervolgens onder begeleiding naar het dienstvoertuig gebracht. Verbalisanten [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] zagen en hoorden ook nu, dat verdachte zich recalcitrant en opstandig bleef gedragen. Zij hoorden dat verdachte intussen allerhande bedreigingen en verwensingen in hun richting uitte. Zij hoorden onder andere dat verdachte naar hen riep: “vuile kankerlijders, vieze kutwouten, vuile kankermongolen, lelijke hoerenjongens”, en meer woorden van gelijke strekking.
8. In zijn verklaring (eindnoot 6) bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij op 27 maart 2007 bij zijn ouders aan de [adres] in Zutphen is aangehouden. Ze zeiden dat verdachte was aangehouden voor aanranding. Op dat moment pakte een agent hem bij zijn pols. Hij had zijn hand teruggetrokken en wilde een kopstoot geven. Hij maakte alleen de beweging in zijn richting, hij raakte hem niet. Hij werd geboeid en in de auto gegooid. Verdachte was naar eigen zeggen dronken en dacht de politiemensen wel uitgescholden te hebben.
9. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de verbalisanten heeft beledigd.
Dagvaarding met parketnummer 06/460054-08
Feiten 1 en 2:
10. In haar aangifte(eindnoot 7) heeft [slachtoffer 6] verklaard dat zij sinds 7 maanden een relatie had met verdachte. Op 2 februari 2008 was verdachte bij haar in haar woning te Zutphen. Zij kregen ruzie en verdachte begon te flippen. Hij sloeg allemaal spullen van aangeefster kapot. Hij trapte tegen de poef en alles wat op deze poef stond viel op de grond. Hij trapte tegen de kroonluchter. Als gevolg van deze trap kwam de kroonluchter vast in het plafond te zitten. Hij veegde alles van de schouw en vensterbank. Daarna sloeg hij aangeefster met zijn volle vuist op haar schouder en op het rechterdeel van haar gezicht. Zij voelde direct pijn in haar gezicht. Verdachte pakte [slachtoffer 6] bij de arm en gaf haar een duw. Zij viel achterover en stootte haar achterhoofd en nek tegen de koelkast.
11. Bij de politie(eindnoot 8) heeft verdachte verklaard dat hij op 2 februari 2008 naar zijn vriendin [slachtoffer 6] is gegaan te Zutphen. Zij kregen een meningsverschil. Verdachte reageerde zich af op een paar spullen van [slachtoffer 6] in haar woning. Hij gooide een fles, een spiegel en een paar olielampjes kapot. Verdachte verklaarde dat hij haar van zich af duwde. Daarbij is zij op de grond terecht gekomen en hij dacht dat zij bewusteloos was. Hij gaf haar toen tikjes in het gezicht.
12. Ter zitting van 26 februari 2008 heeft verdachte erkend dat hij goederen van [slachtoffer 6] heeft vernield. Ook heeft hij verklaard dat hij haar een duw heeft gegeven, waardoor zij tegen de koelkast is gevallen.
Dagvaarding met parketnummer 06/800488-08
13. In zijn aangifte(eindnoot 9) heeft [slachtoffer 7] verklaard dat hij op 7 oktober omstreeks 1.00 uur in zijn woonkamer aan de [adres] te Zutphen zat. Hij hoorde op een gegeven moment lawaai buiten. Toen hij ging kijken zag hij dat er twee personen bij zijn auto – een Toyota Prius, kleur rood, kenteken [kenteken] – stonden. Hij zag dat één van de twee tegen zijn auto stond te trappen. De man had een leren jas aan en is later door de politie meegenomen. Hij keek naar de auto en zag dat er in het voorspatbord een deuk zat. Ook zag hij een schoenafdruk in het rechterportier. Meerdere auto’s in deze straat waren vernield.
14. In haar aangifte(eindnoot 10) heeft [slachtoffer 8] verklaard dat zij is het bezit is van een rode Volvo GL42, voorzien van kenteken [kenteken]. Zij had deze op zaterdag 6 oktober 2007 omstreeks 14.30 uur geparkeerd aan de [adres] te Zutphen. De politie vertelde haar op 8 oktober 2007 dat haar auto waarschijnlijk was vernield. Op haar portier rechtsachter was een deuk zichtbaar en een zwarte veeg. Ook was de antenne afgebroken.
15. In zijn aangifte(eindnoot 11) heeft [slachtoffer 9] verklaard dat hij op zondagmorgen 7 oktober 2007 ontdekte dat er een afdruk van waarschijnlijk een gymschoen op het portier van zijn auto – Nissan Almera, kleur grijs, kenteken [kenteken] – stond.
16. In haar aangifte(eindnoot 12) heeft [slachtoffer 10] verklaard dat zij op 7 oktober 2007 een brief ontving van de heer Metselaar van de politie te Zutphen, waarin werd vermeld dat haar auto, een grote Rover met kenteken [kenteken], beschadigd was. Zij had haar auto op 5 oktober 2007 geparkeerd aan de [adres] te Zutphen. In het linkerportier zat een deuk. Op de deur was een schoenafdruk zichtbaar. Ook stonden er schoenafdrukken op het dak van de auto en motorkap.
17. In het proces-verbaal van aanhouding(eindnoot 13) heeft [slachtoffer 6] verklaard dat verdachte meerdere auto’s had vernield door er tegenaan te trappen en/ of erop te gaan staan.
18. Door het NFI is een deskundigenrapport(eindnoot 14) opgesteld waarin een vergelijkend rubberonderzoek is gedaan naar aanleiding van de vernielingen. De conclusie van het onderzoek luidt dat het iets waarschijnlijker is dat de monsters afkomstig zijn van de schoenen van verdachte, dan dat de monsters afkomstig zijn van een willekeurig ander rubberen voorwerp.
19. Bij de politie(eindnoot 15) heeft verdachte verklaard dat hij op 6 oktober 2007 samen met zijn vriendin [slachtoffer 6] naar een verjaardag was geweest. In de nacht van 7 oktober 2007 liepen zij naar haar huis aan de [adres] in Zutphen. Verdachte droeg die nacht een zwarte blouse, een zwarte broek, zwarte instappers en een zwarte leren jas. Buiten zijn vriendin [slachtoffer 6] was er niemand op straat die nacht.
20. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij bij de auto’s in de buurt is geweest die nacht en dat hij niemand anders heeft gezien op dat tijdstip.
Bewijsoverweging
21. De raadsman van verdachte heeft betwist dat verdachte de levensgezel was van [slachtoffer 6]. Naar de mening van de raadsman zagen zij elkaar vaak, maar woonden ze beiden zelfstandig. Voorts heeft de raadsman betwist dat verdachte een bloempot op het hoofd of tegen het lichaam van [slachtoffer 6] heeft gegooid, maar voor haar voeten.
22. Met het begrip levensgezel wordt aangesloten bij de algemene aanwijzingen voor de regelgeving (artikel 72a AR), waarin dit begrip is aangewezen voor twee meerderjarigen die, anders dan elkaars echtgenoot, met elkaar een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden. Bij de beoordeling of sprake is van een levensgezel is van belang of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding; de duur van de gemeenschappelijke huishouding; of er een relatie van affectieve aard is, en in het bijzonder of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid. Doorslaggevend is de nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Het moet gaan om een relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. De rechtbank verwerpt het verweer en oordeelt dat verdachte wel degelijk de levensgezel was van [slachtoffer 6]. Verdachte en [slachtoffer 6] hebben bij de politie meermalen verklaard dat zij ten tijde van het plegen van de strafbare feiten door verdachte, al ongeveer zeven maanden een relatie hadden.
23. De rechtbank is van oordeel dat niet is bewezen dat verdachte een bloempot, althans een hard voorwerp tegen het lichaam van [slachtoffer 6] heeft gegooid. [slachtoffer 6] heeft bij de politie verklaard dat verdachte een terracotta bloempot op haar hoofd heeft gegooid. In haar tweede, bij de politie afgelegde, verklaring heeft zij verklaard dat verdachte een bloempot op haar heeft gegooid, maar dat zij niet meer weet waar deze bloempot terecht is gekomen. De rechtbank acht niet aannemelijk, dat verdachte de bloempot op het hoofd van [slachtoffer 6] heeft gegooid, nu deze [slachtoffer 6] eveneens heeft verklaard dat zij daarna naar café Spaan is gelopen.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
Dagvaarding met parketnummer 06/801151-07
1.
Hij op 26 maart 2007 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten dat hij
- die [slachtoffer 1] onverhoeds van achteren heeft vastgepakt en
- die [slachtoffer 1] met beide armen heel stevig heeft vastgepakt en
- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en op de grond heeft gegooid en vervolgens bovenop die [slachtoffer 1] is gaan liggen en
- met zijn hand de schaamstreek van die [slachtoffer 1] heeft betast en
- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "ik zal je neuken, pakken zal ik je, hoe dan ook" en "er gebeurt wat, en dat neuken gebeurt ook, anders ga ik niet weg. Als het niet op een vrijwillige manier gaat, dan gaat het op een gewelddadige manier", althans woorden van gelijke bedreigende aard of strekking en
- de broek van die [slachtoffer 1] kapot heeft getrokken en
- voor die [slachtoffer 1] is gaan staan met een ontbloot onderlijf en
- met onbloot onderlijf op die [slachtoffer 1] is gaan liggen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.
Hij op 27 maart 2007 te Zutphen, toen een in uniform geklede dienstdoende politieambtenaar verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één op heterdaad ontdekt strafbaar feit, had aangehouden en had vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen voornoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden.
3.
Hij op 27 maart 2007 te Zutphen opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [slachtoffer 2], hoofdagent van politie en [slachtoffer 3], hoofdagent van politie en [slachtoffer 4], hoofdagent van politie en [slachtoffer 5], agent van politie, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, als (hoofd)agent van politie, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "vuile kankerlijders" enf "vieze kutwouten" en "vuile kankermongolen" en "lelijke hoerenjongens", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Dagvaarding met parketnummer 06/460054-08
1.
Hij op of omstreeks 02 februari 2008 te Zutphen opzettelijk en wederrechtelijk:
- een kroonluchter en
- een spiegel en
- meerdere kaarshouders en
- een stofzuiger en
- glaswerk en
- een hoeveelheid huisraad,
toebehorende aan [slachtoffer 6], heeft vernield.
2.
Hij op 02 februari 2008 te Zutphen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 6], levensgezel van verdachte:
- tegen het lichaam heeft geslagen en
- met kracht heeft geduwd (waardoor deze [slachtoffer 6] is gevallen)
waardoor deze [slachtoffer 6] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.
Dagvaarding met parketnummer 06/800488-08
Hij op tijdstippen in de periode van 6 oktober 2007 tot en met 7 oktober 2007 te Zutphen telkens opzettelijk en wederrechtelijk
- een (voorspatbord van een) auto (merk Toyota met het kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer 7] (incident 1) en
- een (portier van een) auto (merk Volvo met het kenteken [kenteken]), aan [slachtoffer 8] (incident 2) en
- een (portier van een) auto (merk Nissan met het kenteken [kenteken]), aan [slachtoffer 9] (incident 3) en
- een (portier van een) auto (merk Rover met het kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer 10], (incident 6)
heeft beschadigd.
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
24. In de zaak met parketnummer 06/460054-08 heeft de raadsman namens verdachte een beroep op noodweer gedaan. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte weg kon lopen, maar naar de mening van de raadsman had het slachtoffer hetzelfde kunnen doen. Dat heeft zij niet gedaan. In plaats daarvan heeft zij een mes gepakt en is met stekende bewegingen op verdachte afgekomen. Van belang is dat dit alles zich heeft afgespeeld in een kleine woning, dus als dan iemand met een mes op je afkomt, lijkt dit extra bedreigend. Verdachte is daardoor in een noodweersituatie gekomen en kon niet anders dan op deze manier reageren jegens het slachtoffer. Verdachte heeft niet disproportioneel gehandeld en heeft gehandeld zoals het hoort. Verdachte heeft daardoor zelfs een aantal verwondingen op zijn hand opgelopen. Verdachte heeft bekend dat hij later, in de gang, een bloempot voor haar voeten heeft gegooid, niet op haar lichaam. De raadsman heeft geconcludeerd dat aangeefster na deze ernstige mishandeling naar het café is “gevlucht”, maar vervolgens gewoon aan de bar is gaan zitten. Een tijdje later is verdachte naar hetzelfde café gegaan en is gewoon naast haar gaan zitten. De verklaring van de barvrouw acht de raadsman als steunbewijs onvoldoende. Primair heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van dit feit subsidiair hem, wegens noodweer, te ontslaan van alle rechtsvervolging.
25. De officier van justitie stelt hier tegenover dat het, uitgaande van de verklaringen van aangeefster en [getuige 3], verdachte was die die avond erg agressief is geweest. Het is dus aangeefster is geweest die in een bedreigende situatie verkeerde en zich door verdachte bedreigd heeft gevoeld. Naar de mening van de officier van justitie is er geen moment sprake geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Verdachte is zelf de agressor geweest en heeft bovendien genoeg kansen gehad om weg te lopen van de situatie als dit al nodig is geweest. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte, dat hij zelf is aangevallen, ongeloofwaardig.
26. Voor een geslaagd beroep op noodweer is vooreerst vereist dat aannemelijk is geworden dat spreke is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, ofwel een ‘noodweersituatie’ jegens verdachte.
27. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat verdachte zich in een noodweersituatie heeft bevonden. De rechtbank is voorts van oordeel, dat als [slachtoffer 6] al een mes heeft gepakt, dat is geweest omdat verdachte de ruzie is begonnen. [slachtoffer 6] heeft zich verweerd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op de vernieling van haar goederen – wat verdachte overigens heeft bekend – en haar lijf. Als verdachte de ruzie is begonnen en [slachtoffer 6] heeft daarop gereageerd, dan is haar reactie niet wederrechtelijk en dus geoorloofd. Verdachte mag zich alleen verdedigen tegen een wederrechtelijke aanranding van [slachtoffer 6]. Echter nu de aanranding niet wederrechtelijk was en evenmin is gebleken dat verdachte geen enkele mogelijkheid had, zich aan deze situatie te onttrekken is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van een strafrechtelijk relevante noodweersituatie.
28. Het beroep op noodweer slaagt niet, zodat ook dit feit strafbaar is. Een en ander leidt tot de conclusie dat het bewezene oplevert de misdrijven:
Dagvaarding met parketnummer 06/801151-07
Feit 1, primair: poging tot verkrachting;
Feit 2: wederspannigheid;
Feit 3: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Dagvaarding met parketnummer 06/460054-08
Feit 1: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen;
Feit 2: mishandeling ten aanzien van de schuldige die het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel.
Dagvaarding met parketnummer 06/800488-08
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
29. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vijftien (15) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.
30. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een redelijke strafmaat staat of valt met de vraag welke feiten bewezen kunnen worden. De eis van de officier van justitie en het strafadvies van de reclassering houden onvoldoende rekening met de slechte hartconditie van cliënt. Hij geeft daarbij aan last te hebben van claustrofobie. De raadsman heeft verzocht de rechtbank ingeval van oplegging van een gevangenisstraf deze (deels) voorwaardelijk op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder elektronisch toezicht laat stellen. Verdachte is bereid deze voorwaarde na te leven.
31. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
32. De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder ten nadele van verdachte in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – verdachtes houding ten opzichte van de door hem begane feiten. Verdachte heeft geen spoor van schuldbesef en berouw getoond ter terechtzitting of bij de politie. Voorts heeft verdachte een gevoel van onveiligheid in de samenleving teweeggebracht en in het bijzonder bij de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6]. Tenslotte heeft verdachte justitiële documentatie op het gebied van beledigingen, mishandelingen, vernielingen en bedreigingen en heeft de reclassering gerapporteerd dat gelet op de opstelling van verdachte de rapporteur verwacht dat verdachte zal recidiveren en zijn middelengebruik zal continueren.
Vorderingen tot schadevergoeding
Dagvaarding met parketnummer 06/801151-07
De benadeelde partij [slachtoffer 1], t.a.v. [adres] Zutphen (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 15,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] moet worden toegewezen voor een bedrag van € 12,50 en voor het overige moet worden afgewezen.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover schade is geleden ten gevolge van enig bewezen verklaard feit.
Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.
Dagvaarding met parketnummer 06/800488-08
De benadeelde partij [slachtoffer 9], [adres] Zutphen (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 872,96, vermeerderd met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde feit.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 9] moet worden toegewezen voor een bedrag van € 872,96 inclusief BTW, nu deze vordering is onderbouwd met een nota en de auto persoonlijk eigendom van het slachtoffer is. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit dat de BTW niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de auto wordt gebruikt voor bedrijfsuitoefening van [slachtoffer 9]. De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen, of tot zover niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank is van oordeel dat de BTW wel voor vergoeding in aanmerking komt, nu tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de auto van benadeelde zijn persoonlijk eigendom is.
Nu voor het overige niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van
€ 872,96 en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering inclusief de BTW en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2007 worden toegewezen. De verdachte is voor de schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.
De benadeelde partij [slachtoffer 10], [adres] Zutphen (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1500,-, vermeerderd met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde feit.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 10] moet worden toegewezen voor een bedrag van € 1500,-, nu deze vordering is onderbouwd met een taxatierapport. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit dat bij de onderbouwing van de vordering opvalt dat beide calculaties zijn opgesteld door de om de hoek gelegen garage. In de onderbouwing wordt maar één bedrag genoemd voor de gehele schade, maar het is niet bekend hoe dit is opgebouwd. De raadsman heeft verzocht de vordering niet verder toe te wijzen dan € 1000,-, nu de vordering voor het overige niet voldoende onderbouwd is.
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 06/800488-08 verklaarde handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag, namelijk € 1000,- waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2007.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor afdoening in het strafgeding gelet op het ter zake gevoerde verweer. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
Schadevergoedingsmaatregel
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van de hiervoor vermelde bedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.
Vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de drie (3) maanden gevangenisstraf, aan verdachte voorwaardelijk opgelegd bij na te malden vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Zutphen.
De raadsman heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen en de proeftijd te verlengen.
Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dient de bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 februari 2008 (parketnummer 06/460593-05) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden ten uitvoer gelegd te worden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14g, 27, 36f, 45, 57, 63, 180, 242, 266, 267, 300, 304, 350 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/801151-07 onder 1 primair, 2 en 3, het onder parketnummer 06/460054-08 onder 1 en 2 en onder parketnummer 06/800488-08 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven schoenen aan verdachte;
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van meervoudige kamer van de rechtbank te Zutphen van 22 februari 2008 (parketnummer 06/460593-05), te weten van:
3 maanden gevangenisstraf;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 9], [adres] Zutphen (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 872,96, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2007 tot de dag van algehele voldoening en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9], een bedrag te betalen van € 872,96, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 17 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 10], [adres] Zutphen (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 1000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2007 tot de dag van algehele voldoening en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10], een bedrag te betalen van € 1000,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Prisse en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ter Haar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2008.
Mrs. De Bie en Prisse zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s ten aanzien van de dagvaarding met het parketnummer 06/801151-07, betreft dit delen van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0631/07-203175, gedateerd 26 april 2007.
Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s ten aanzien van de dagvaarding met het parketnummer 06/460054-08, betreft dit delen van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0631/08-201181, gedateerd 5 februari 2008.
Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s ten aanzien van de dagvaarding met het parketnummer 06/800488-08, betreft dit delen van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0630/07-207837, gedateerd 12 maart 2008.
(eindnoot 2) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 26-36.
(eindnoot 3) Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], pagina’s 40-43.
(eindnoot 4) Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], pagina’s 44-46.
(eindnoot 5) Proces-verbaal van aanhouding, pagina’s 23 en 24.
(eindnoot 6) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina’s 50 en 68.
(eindnoot 7) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], pagina’s 22 tot en met 29.
(eindnoot 8) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina’s 46-51.
(eindnoot 9) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7], pagina 21.
(eindnoot 10) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8], pagina 39.
(eindnoot 11) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9], pagina 43.
(eindnoot 12) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10], pagina 69.
(eindnoot 13) Proces-verbaal van aanhouding van verdachte, pagina 13.
(eindnoot 14) Deskundigenonderzoek NFI, pagina’s 80 tot en met 84.
(eindnoot 15) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 32 en 34.