Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0971

Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200800211/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 25 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasbracht aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen van de bestaande woning, garage berging en tuinmuren op het perceel [locatie] te [plaats].


Uitspraak

200800211/1. Datum uitspraak: 17 september 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant] en echtgenote, wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak in zaak nr. 07/993 van de rechtbank Roermond van 5 december 2007 in het geding tussen: [appellant] en echtgenote en het college van burgemeester en wethouders van Maasbracht, thans: het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw. 1. Procesverloop Bij besluit van 25 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasbracht aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen van de bestaande woning, garage berging en tuinmuren op het perceel [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 4 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw (hierna: het college), als rechtsopvolger van het college van burgemeester en wethouders van Maasbracht, het door [appellant] en echtgenote (hierna: [appellant]) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht is tegen het vrijstellingsbesluit en ongegrond verklaard voor zover het gericht is tegen de bouwvergunning. Bij uitspraak van 5 december 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 juni 2007 vernietigd en het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 25 september 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 januari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 20 februari 2008. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] en [vergunninghouder] hebben een reactie ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 augustus 2008, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. drs. H. den Haan, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. E. Sentjens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder] gehoord. 2. Overwegingen 2.1. [appellant] komt terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij geen belang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 4 juni 2007, omdat in wezen sprake is van een geschil tussen hem en het college over het al dan niet verlenen van een bouwvergunning voor een garage bij zijn woning. De grieven van [appellant] richten zich immers niet uitsluitend tegen het gebrek aan medewerking van het college aan zijn eigen bouwplannen, maar beogen ook dat het besluit waarbij aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning is verleend ongedaan wordt gemaakt om vervolgens om handhaving van de geldende bestemmingsplanvoorschriften te kunnen verzoeken. 2.2. Nu de rechtbank ten onrechte niet is toegekomen aan de behandeling van de beroepsgronden, zal de Afdeling hiertoe overgaan. 2.3. Het college heeft zich op het onjuiste standpunt gesteld dat de vrijstelling, nu deze was voorbereid met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure en [appellant] tegen het ontwerp van het vrijstellingsbesluit geen zienswijzen had ingediend, niet bij de beslissing op het bezwaar dient te worden heroverwogen. Gelet op artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet, met welke bepaling de wetgever een concentratie van rechtsbescherming voor ogen heeft gehad, ook indien de vrijstelling is voorbereid met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, is de vrijstelling mede onderwerp van het bezwaar tegen de bouwvergunning, die niet met toepassing van die procedure is voorbereid. Het bestuursorgaan dient daarom bij zijn beslissing op het bezwaar ook de vrijstelling te heroverwegen, ook al zijn tegen het ontwerp van het vrijstellingsbesluit geen zienswijzen ingediend. De Afdeling verwijst in dit verband naar haar uitspraak van 4 juli 2007, in zaak nr. 200703198/1. Het college heeft bij zijn besluit van 4 juni 2007 het bezwaar van [appellant] tegen de bij besluit van 25 september 2006 verleende vrijstelling van het bestemmingsplan, dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. 2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 25 september 2006 niet-ontvankelijk is verklaard, is bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en voor het overige, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd. Het college dient met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. 2.5. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Roermond van 5 december 2007 in zaak nr. 07/993, voor zover daarbij het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 25 september 2006 niet-ontvankelijk is verklaard en is bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit; III. bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust; IV. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Maasgouw aan [appellant] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald; V. gelast dat de gemeente Maasgouw aan [appellant] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Boot lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008 202.