Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0948

Datum uitspraak2008-09-17
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200708675/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (hierna: het college) aan de gemeente Heerenveen vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van een school op het perceel Schoterlandseweg 19 te Oudehorne.


Uitspraak

200708675/1. Datum uitspraak: 17 september 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak in zaak nr. 07/636 van de rechtbank Leeuwarden van 1 november 2007 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen. 1. Procesverloop Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (hierna: het college) aan de gemeente Heerenveen vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van een school op het perceel Schoterlandseweg 19 te Oudehorne. Bij besluit van 23 januari 2007 heeft het college het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 november 2007, verzonden op 2 november 2007, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 9 januari 2008. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 augustus 2008, waar [appellant], bijgestaan door mr. P.P.A. Bodden, advocaat te Nijmegen, en het college, vertegenwoordigd door mr. G.H.D. van der Veer en T. Jansen, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het bouwplan voorziet in de aanbouw van een extra lokaal van ongeveer 93 m2 ten noorden van het bestaande schoolgebouw. Door middel van een doorgang van 2,4 m wordt het bouwwerk met het bestaande schoolgebouw verbonden. 2.2. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oude- en Nieuwehorne" (hierna: het bestemmingsplan) rust op de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming "Maatschappelijke doeleinden". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat het is voorzien buiten het op de plankaart aangegeven bouwvlak. In verband met deze strijdigheid heeft het college vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend. 2.3. [appellant] heeft zich in hoger beroep beperkt tot het betoog dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de vrijstelling in redelijkheid heeft mogen verlenen, omdat er geen wijzigingen ten nadele optreden in het leefklimaat voor de kinderen die de school bezoeken. Volgens hem is het niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is om - binnen de stankcirkel van de door hem geëxploiteerde melkrundveehouderij - op 40 m een uitbreiding van het bestaande schoolgebouw toe te staan. 2.3.1. Het bouwplan is weliswaar gelegen in de zogeheten stankcirkel van de melkrundveehouderij, maar voorziet slechts in een beperkte uitbreiding van het bestaande schoolgebouw en niet in de vestiging van een nieuwe school. De gemeente is overgegaan tot uitbreiding van het schoolgebouw in verband met de toename van het aantal leerlingen dat zich in de jaren tot aan de verlening van de vrijstelling heeft voorgedaan. Tot 2013 wordt nog een geringe toename van het aantal leerlingen verwacht. Realisering van de nieuwbouw binnen het bouwvlak stuit, naar het college heeft gesteld en [appellant] niet heeft bestreden, op grote ruimtelijke bezwaren. De melkrundveehouderij is ten noordoosten van de nieuwbouw gelegen en de wind ter plaatse komt overwegend uit zuidwestelijke richting. De aanwezigheid van de melkrundveehouderij levert - naar niet in geschil is - geen klachten op van leerlingen en leraren. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college in redelijkheid niet tot verlening van vrijstelling voor de aanbouw heeft kunnen overgaan. Het betoog faalt. 2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. T.M.A. Claessens, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van Staat. w.g. Lubberdink w.g. Huijben voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008 313-530.