
Jurisprudentie
BF0895
Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-16
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460253-08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-16
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460253-08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Twee feiten: medeplegen van mishandeling met voorbedachte raad en medeplegen poging zware mishandeling
gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk, reclasseringstoezicht en taakstraf van 240 uur. Toewijzing vordering benadeelde partij 450 euro (hoofdelijk)
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460253-08
Uitspraak d.d.: 16 september 2008
tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte B],
geboren te [plaats] op [1987],
wonende te [adres en plaats].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september 2008.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer A], opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, na kalm en rustig overleg, althans opzettelijk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)
- naar een veerpont bij de IJssel is/zijn gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en/of een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, heeft/hebben meegenomen en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft/hebben laten komen (door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont) en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer A] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer A] met kracht in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer A], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk
- voornoemde [slachtoffer A] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer A] met kracht in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
tengevolge waarvan die [slachtoffer A] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, na kalm en rustig overleg, althans opzettelijk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)
- naar een veerpont bij de IJssel is/zijn gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en/of een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, heeft/hebben meegenomen en/of
- (vervolgens) de vriend van die [slachtoffer B], [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft/hebben laten komen (door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont) en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer B] tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [slachtoffer B] op de grond lag) en/of
- een bierflesje in de richting van voornoemde [slachtoffer B] heeft/hebben gegooid (terwijl die [slachtoffer B] probeerde te ontvluchten),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, P.D.J.J. [slachtoffer B], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk:
- voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer B] tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [slachtoffer B] op de grond lag),
tengevolge waarvan die [slachtoffer B] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De bewijsmotivering (voetnoot 1)
A. Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de aangiften, de bekennende verklaring van verdachte en [medeverdachte A], alsmede de getuigenverklaring van de moeder en het zusje van verdachte en de medische gegevens van aangever [slachtoffer B].
B. Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is ten aanzien van het onder 1 primair aangevoerd dat het opzet van verdachte gericht was op eenvoudige mishandeling en niet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde is door de raadsman vrijspraak bepleit, nu geen sprake was van voorbedachte raad en het opzet van verdachte niet was gericht op het toebrengen van letsel bij [slachtoffer B]. Tevens is er geen sprake geweest van bewuste samenwerking en was het opzet van verdachte daarop niet gericht.
C. Vaststaande feiten
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer A] en [slachtoffer B] aangifte hebben gedaan van mishandeling op 11 mei 2008 bij de veerpont te Gorssel. Na een telefonische melding hebben verbalisanten [slachtoffer B] in de buurt van het pontje aangetroffen. Zij hebben geconstateerd dat [slachtoffer B] hevige bloedde uit een bloedwond aan de linkerzijde van zijn hoofd.(voetnoot 2) Verdachte en [medeverdachte A] hebben bij de politie verklaard dat zij toen ter plaatse waren, welke verklaring door verdachte ter terechtzitting is herhaald. (voetnoot 3)
D. Bespreking standpunten ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde bestanddeel opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
De raadsman heeft bepleit dat verdachte [slachtoffer A] 'klappen wilde geven' en dat hij daarmee niet het opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zoals dat is ten laste gelegd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachtes opzet wel gericht was op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, nu hij wist dat de [medeverdachte A] een tang bij zich had en dat [medeverdachte A] het opzet had om deze tang te gebruiken. Het gebruik van een dergelijk wapen kan zwaar lichamelijk letsel opleveren.
De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer A] met de waterpomptang is geslagen en hem daarmee letsel is toegebracht. Derhalve komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van het opzetvereiste en de rechtbank zal verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijspreken.
E. Bespreking standpunten ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde bestanddeel 'voorbedachte raad'
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van voorbedachte raad. Ondanks de omstandigheid dat het de bedoeling was om [slachtoffer A] naar het pontje te lokken, was bij aankomst bij de pont snel duidelijk dat [slachtoffer A] niet alleen was. Er heeft een kort (stilzwijgend) moment van overleg plaats gevonden voorafgaand aan de uitvoering.
De raadsman heeft bepleit dat de voorbedachte raad ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer B] ontbreekt, nu op voorhand bij verdachte en medeverdachte niet bekend was dat [slachtoffer B] ter plaatse zou komen.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake was van voorbedachte raad, nu verdachte heeft aangegeven dat hij [slachtoffer A] 'klappen wilde geven' en niet [slachtoffer B], die tezamen met [slachtoffer A], maar voor verdachte geheel onverwacht, ter plaatse kwam.
F. Bespreking standpunten ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde opzet op het toebrengen van letsel en medeplegen.
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de [medeverdachte A] het opzet had om de meegenomen tang te gebruiken om letsel toe te brengen.
De raadsman heeft bepleit dat verdachte geen opzet had om [slachtoffer B] letsel toe te brengen. Verdachte heeft betwist dat hij wilde dat [slachtoffer B] geslagen zou worden. Daarmee heeft verdachte evenmin opzet gehad op een bewuste nauwe en volledige samenwerking met [medeverdachte A].
De rechtbank is van oordeel dat verdachte op de hoogte was van het feit dat [medeverdachte A] een groot soort waterpomptang, een zogenaamde moordenaar, had meegenomen naar het pontje. (voetnoot 4) Verdachte zag dat medeverdachte opstond toen zij [slachtoffer A] en [slachtoffer B] hoorden aankomen en in hun richting liep, terwijl hij de tang nog in zijn handen had. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte kunnen verwachten dat medeverdachte met deze tang zou slaan, nu hij op de hoogte was van de gewelddadigheden en strafbare feiten die [medeverdachte A] in het verleden heeft begaan. (voetnoot 5) Verdachte heeft zich op dat moment niet daadwerkelijk gedistantieerd van hetgeen te gebeuren stond. Voorts is naar het oordeel van de rechtbank te verwachten dat het slaan met een dergelijke tang, bestaande uit een stuk ijzer van circa 30 centimeter, zwaar lichamelijk letsel bij een ander tot gevolg kan hebben.
G. Beoordeling van de tenlastelegging
De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:
- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie (voetnoot 6) en ter terechtzitting;
- de verklaring van [medeverdachte A] bij de politie; (voetnoot 7)
- de verklaring van de aangevers [slachtoffer A] (voetnoot 8) en [slachtoffer B]; (voetnoot 9)
- de medische gegevens met betrekking tot [slachtoffer B] (voetnoot 10)
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, nu naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat [slachtoffer A] met de waterpomptang is geslagen. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
1 (subsidiair)
hij op 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één ander, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, een persoon, [slachtoffer A], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, voornoemde [slachtoffer A] met kracht tegen het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [slachtoffer A] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;
2. (primair)
hij op 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen met een ander, aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, met een mededader naar een veerpont bij de IJssel is gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en een zogenaamde moordenaar heeft meegenomen en vervolgens de vriend van die van [slachtoffer B], [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft laten komen door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont en vervolgens voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar eenmaal met kracht op het hoofd heeft geslagen en een bierflesje in de richting van voornoemde [slachtoffer B] heeft gegooid terwijl die [slachtoffer B] probeerde te ontvluchten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
1 (subsidiair): medeplegen van mishandeling gepleegd met voorbedachte raad
2 (primair): medeplegen van poging tot zware mishandeling
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte heeft een oriënterend psychiatrisch onderzoek ondergaan, waarvan de resultaten zijn vermeld in de consultbrief (d.d. 2 juli 2008) van psychiater J.H. Verhoef. In het rapport wordt het volgende vermeld:
"De intelligentie imponeert als matig tot zwakbegaafd bij helder bewustzijn en globaal intacte geheugen- en oriëntatiefuncties. Anamnestisch is actueel sprake van (door medicatie verminderde) paniekaanvallen en psychotische kwetsbaarheid en lijkt in het verleden ook sprake geweest van enige ADHD problematiek. In het consult zijn verder geen psychiatrische functiestoornissen aantoonbaar en is de impulscontrole intact."
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf
1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt deelname aan een behandeling door een andere instelling en continuering van het huidige hulpaanbod door de reclassering, Tactus-verslavingszorg en Stichting MEE. Voorts heeft zij een werkstraf voor de duur van 240 uren gevorderd.
2. Door de raadsman is naar voren gebracht dat hij zich kan vinden in de gevorderde straf en dat hij zich dus ten aanzien van de strafmaat refereert aan het oordeel van de rechtbank.
3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
5. Verdachte en zijn medeverdachte waren op voorhand van plan om [slachtoffer A] klappen te geven en daarom hebben verdachte en medeverdachte bedoelde [slachtoffer A] naar het pontje in Gorssel gelokt. Met het oog op de confrontatie heeft de medeverdachte een groot soort waterpomptang, een zogenaamde moordenaar, meegenomen en verdachte was daarvan op de hoogte. Aldaar kwam een kennis van [slachtoffer A], genaamd [slachtoffer B], ook ter plaatse. Verdachten hebben [slachtoffer A] geslagen en/of gestompt en, de hen onbekende, [slachtoffer B] met de moordenaar op het hoofd geslagen, als gevolg waarvan beiden enig letsel hebben bekomen en pijn ondervonden.
6. Verdachte heeft zich tezamen met een ander schuldig gemaakt aan een mishandeling met voorbedachte raad en aan een poging tot zware mishandeling, waardoor de persoonlijke integriteit van beide slachtoffers is aangetast. Dat beiden geen blijvend letsel hebben opgelopen is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan de verdachte en zijn mededader te danken is. Tevens heeft verdachte met zijn mededader door zijn handelen de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.
7. Uit het strafblad (voetnoot 11) van verdachte blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is voor geweldsmisdrijven.
8. Door de reclassering (voetnoot 12) is - afhankelijk van de door de rechtbank op te leggen straf - een verplicht reclasseringscontact geadviseerd, ook als dat inhoudt deelname aan een behandeling door een andere instelling. Verder heeft de reclassering vastgesteld dat verdachte bereid en in staat is tot het verrichten van een werkstraf.
Uit het rapport blijkt dat "belangrijke risicofactoren zijn: omgang met de medeverdachte (hij is vatbaar voor beïnvloeding) en het excessieve gebruik van alcohol. Verdachte functioneert het beste in een gestructureerde omgeving, waar duidelijke regels gelden en verwachtingen en taken helder geformuleerd zijn. Dit kan plaatsvinden in een vorm van begeleid wonen en dit zal de recidivekans ook verminderen. Zeker tot die tijd is een reclasseringcontact geïndiceerd om toezicht te houden op zijn doen en laten en om hem externe structuur te bieden."
9. In het eerder genoemde rapport staat vermeld dat de psychiater zich kan vinden in het plan van aanpak en advies in het onder 8 genoemde rapport van de reclassering, inclusief de toevoeging van een forensisch poliklinische behandeling met het oog op delictspreventie, naast continuering van het huidige hulpaanbod (Reclassering, Tactus-verslavingszorg, Stichting MEE). Verdachte heeft zich bereid getoond hieraan mee te werken.
10. Ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven inzicht te hebben in zijn problematiek en bereid te zijn de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden op te volgen.
11. De rechtbank is ervan op de hoogte dat verdachte van 27 mei 2008 tot en met 27 augustus 2008 (voetnoot 13) onder elektronisch toezicht heeft gestaan, hetgeen verdachte zwaar is gevallen. Voorts neemt de rechtbank in overweging dat verdachte heeft aangegeven inzicht te hebben in zijn daden en bereid te zijn een behandeling te volgen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte een behandeling zoals voorgesteld in het plan van aanpak ondergaat. Enerzijds dient het voorwaardelijke strafdeel ertoe verdachte te motiveren om deze kans te benutten en daadwerkelijk zijn problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van een aantal maanden gevangenisstraf tot gevolg kan hebben. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat verdachte:
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt deelname aan een ambulante behandeling door een andere instelling te geven.
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering met betrekking tot verdachtes alcoholgebruik, de omgang met [medeverdachte A] en zijn daginvulling;
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen die hem worden gegeven in het kader van de continuering van het huidige hulpaanbod (reclassering, Tactus-verslavingszorg en Stichting MEE).
Vordering tot schadevergoeding
1. De benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.
2. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer B] hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente en daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
3. Verdachte heeft aangegeven het gevorderde bedrag reëel te vinden en bereid te zijn het gevorderde bedrag te betalen aan [slachtoffer B].
4. Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, zal deze vordering tot een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente worden toegewezen. De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- hoofdelijk aansprakelijk.
Schadevergoedingsmaatregel
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 45, 47, 57, 301 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt deelname aan een ambulante behandeling door een andere instelling te geven.
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering met betrekking tot verdachtes alcoholgebruik, de omgang met [medeverdachte A] en zijn daginvulling;
- zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen die hem worden gegeven in het kader van de continuering van het huidige hulpaanbod (reclassering, Tactus-verslavingszorg en Stichting MEE).
geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.
veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:
een werkstraf/leerstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.
beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats] ([rekeningnummer]) van een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2008 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.
legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B] een bedrag te betalen van € 450,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van der Hooft en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2008.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten:
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0630/08-204116, gedateerd 5 juni 2008.
2 Proces-verbaal ambtelijk verslag (doorgenummerde dossierpagina 65).
3 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 142-145) en verklaring van de [medeverdachte A] (doorgenummerde dossierpagina 170-182).
4 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 142-143).
5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.
6 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 141-145).
7 Verklaring van medeverdachte (doorgenummerde dossierpagina 170-182).
8 Aangifte [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 50-54).
9 Aangifte [slachtoffer A] (doorgenummerde dossierpagina 62-64).
10 Medische gegevens [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 55).
11 Uittreksel justitiële documentatie d.d. 26 mei 2008.
12 Voorlichtingsrapport Reclassering Nederland d.d. 30 juni 2008.
13 Voorlichtingsrapport Reclassering Nederland d.d. 30 juni 2008.