
Jurisprudentie
BF0869
Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-16
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460254-08, 06/580086-08, 06/460583-05 (TUL), 06/802081-06 (TUL), 07/480659-07 (TUL)
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-16
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460254-08, 06/580086-08, 06/460583-05 (TUL), 06/802081-06 (TUL), 07/480659-07 (TUL)
Statusgepubliceerd
Indicatie
Veroordeling voor vijf feiten: medeplegen van mishandeling met voorbedachte raad, medeplegen poging zware mishandeling, en overtreding van artikel 2 en 3 van de Opiumwet en diefstal van electriciteit.
gevangenisstraf van 18 mnd, waarvan 9 mnd voorwaardelijk, met reclasseringstoezicht en 18 maanden behandeling bij Piet Roorda Kliniek. Toewijzing vordering benadeelde partij 450 euro (hoofdelijk), toewijzing twee vorderingen tenuitvoerlegging en afwijzing van één vordering tenuitvoerlegging.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummers: 06/460254-08, 06/580086-08, 06/460583-05 (TUL), 06/802081-06 (TUL), 07/480659-07 (TUL)
Uitspraak d.d.: 16 september 2008
tegenspraak / ip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte A],
geboren te [plaats] op [1987],
wonende te [plaats],
thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen, Verlengde Ooyerhoekseweg 21.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september 2008.
Voeging meerdere dagvaardingen
Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460254-08 en 06/580086-08 tegen verdachte aangebrachte zaken.
De tenlastelegging
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
06/460254-08
1.
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer A] opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, na kalm en rustig overleg, althans opzettelijk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)
- naar een veerpont bij de IJssel is/zijn gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en/of een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, heeft/hebben meegenomen en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft/hebben laten komen (door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont) en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer A] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer A] met kracht in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer A] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk
- voornoemde [slachtoffer A] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer A] met kracht in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
tengevolge waarvan die [slachtoffer A] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, na kalm en rustig overleg, althans opzettelijk, met een of meer van zijn, verdachtes, mededader(s)
- naar een veerpont bij de IJssel is/zijn gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en/of een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, heeft/hebben meegenomen en/of
- (vervolgens) de vriend van die van [slachtoffer B], [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft/hebben laten komen (door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont) en/of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer B] tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [slachtoffer B] op de grond lag) en/of
- een bierflesje in de richting van voornoemde [slachtoffer B] heeft/hebben gegooid (terwijl die [slachtoffer B] probeerde te ontvluchten),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer B], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk:
- voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar, althans een waterpomptang, althans een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of
- voornoemde [slachtoffer B] tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [slachtoffer B] op de grond lag),
tengevolge waarvan die [slachtoffer B] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht
06/580086-08
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2007 tot en met 18 februari 2008, in de gemeente Zutphen en/of te Dieren, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige B] en/of [getuige C] en/of [getuige D] en/of [getuige E] en/of [getuige F] en/of [getuige G] en/of een of meer (andere) perso(o)n(en), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (parketnummer 580086-08)
art 2 ahf/ond B Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 19 februari 2008 in de gemeente Zutphen tezamen en in vereniging met een ander, dan wel alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 176 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (parketnummer 580086-08)
art 3 ahf/ond B Opiumwet
art 11 lid 2 Opiumwet
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 19 februari 2008 in de gemeente Zutphen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; (parketnummer 580086-08)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De bewijsmotivering van het onder parketnummer 06/460254-08 ten laste gelegde (voetnoot 1)
A. Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de aangiften, de bekennende verklaring van verdachte en de [medeverdachte B] alsmede de getuigenverklaring van de moeder en het zusje van medeverdachte en de medische gegevens van aangever [slachtoffer B]. De officier van justitie heeft vrijspraak verzocht van hetgeen ten laste is gelegd onder het vierde gedachtestreepje, inhoudende dat verdachten genoemde [slachtoffer A] met gebalde vuist in het gezicht hebben geslagen/gestompt.
B. Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair vrijspraak bepleit nu geen sprake was van voorbedachte raad. Verdachte had de moordenaar meegenomen om zichzelf te verdedigen.
Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde heeft de raadsman bepleit dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte opzet op zwaar lichamelijk letsel had en sprake was van voorbedachte raad. Derhalve heeft hij verzocht verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
C. Vaststaande feiten
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer A] en [slachtoffer B] aangifte hebben gedaan van mishandeling op 11 mei 2008 bij de veerpont te Gorssel. Na een telefonische melding hebben verbalisanten [slachtoffer B] in de buurt van het pontje aangetroffen. Zij hebben geconstateerd dat [slachtoffer B] hevige bloedde uit een wond aan de linkerzijde van zijn hoofd.(voetnoot 2) Verdachte en zijn medeverdachte Wevers hebben bij de politie verklaard dat zij toen ter plaatse waren, welke verklaring door verdachte ter terechtzitting is herhaald.(voetnoot 3)
D. Bespreking standpunten ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bestanddeel voorbedachte raad
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van voorbedachte raad, hetgeen onder andere blijkt uit de verklaring van Van der Jagt, (voetnoot 4) waarin hij heeft verklaard dat verdachte de tang in zijn handen had en daarmee zachtjes op de bovenzijde van zijn eigen hand tikte en daarbij zei: "Moet je zien en voelen hoeveel pijn dat doet." Verdachte heeft genoeg tijd gehad tussen het moment van meenemen van de tang, het bellen naar [slachtoffer A] om hem naar het pontje te lokken en het daadwerkelijk gebruiken van de tang toen [slachtoffer A] en [slachtoffer B] ter plaatse kwamen.
De raadsman heeft bepleit dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat bij verdachte sprake was van voorbedachte raad, nu hij de tang heeft meegenomen om zichzelf te verdedigen.
De rechtbank oordeelt ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde dat niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer A] met de waterpomptang is geslagen en hem daarmee letsel is toegebracht. Derhalve komt de rechtbank niet aan de bespreking van de voorbedachte raad toe en de rechtbank zal verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijspreken.
De rechtbank oordeelt ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde dat geen sprake was van voorbedachte raad, nu [medeverdachte B] heeft aangegeven dat hij [slachtoffer A] 'klappen wilde geven' en niet [slachtoffer B], die tezamen met [slachtoffer A], maar voor verdachte en [medeverdachte B] geheel onverwacht, ter plaatse kwam. Van dit specifieke onderdeel zal de rechtbank verdachte vrijspreken.
E. Bespreking standpunten ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte het opzet, dan wel het voorwaardelijk opzet, had om de meegenomen moordenaar te gebruiken om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. (voetnoot 5)
De raadsman heeft bepleit dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte het opzet had om [slachtoffer B] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte een groot soort waterpomptang heeft meegenomen naar het pontje en wist dat hij met deze tang letsel kon toebrengen, nadat hij met de tang op zijn hand had geslagen. Voorts had verdachte de waterpomptang in zijn handen, op het moment dat hij opstond en op de twee jongens afliep.
F. Beoordeling van de tenlastelegging
De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:
- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie (voetnoot 6) en ter terechtzitting;
- de verklaring van [medeverdachte B] bij de politie; (voetnoot 7)
- de verklaring van de aangevers [slachtoffer A] (voetnoot 8) en [slachtoffer B]; (voetnoot 9)
- de medische gegevens [slachtoffer B].(voetnoot 10)
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, nu naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat [slachtoffer A] met de waterpomptang is geslagen. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
De bewijsmotivering van het onder parketnummer 06/580086-08 ten laste gelegde (voetnoot 11)
A. Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de aangifte, de bekennende verklaring van verdachte en de getuigenverklaring van [getuige A].
B. Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde bepleit dat verdachte tot en met december 2007 heeft gedeald en niet tot 18 februari 2008, zoals hem ten laste is gelegd. Voorts is bepleit dat verdachte minder dan 60 gram per week heeft gedeald.
Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde is bepleit dat verdachte medio december 2007 begonnen is met de hennepkwekerij, omdat de eerste oogst medio maart 2008 werd verwacht en het kweekverloop ongeveer drie maanden is. Derhalve zou de te bewezenverklaren periode ingekort dienen te worden.
C. Vaststaande feiten
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn schulden wilde af lossen door vanuit zijn woning aan meerdere mensen cocaïne (o.a.) te verkopen en een hennepkwekerij op te starten.
D. Bespreking standpunten ten aanzien van de onder 1 primair ten laste gelegde periode van 1 september 2007 tot en met 18 februari 2008 en het aantal grammen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde periode en het verhandelen van 60 gram cocaïne per week bewezen kunnen worden, omdat verdachte dit zelf bij de politie heeft verklaard en getuigen dat bevestigen.
De raadsman heeft bepleit dat verdachte tot en met december 2007 heeft gedeald, gelet op de getuigenverklaringen van de afnemers. Voorts heeft hij gesteld dat een aantal getuigen verklaren dat verdachte hen een half gram of tien gram heeft geleverd. Een totaal van 60 gram per week is niet af te leiden uit de genoemde hoeveelheden. De omstandigheid dat verdachte dit aantal gram heeft genoemd bij de politie komt omdat hij in paniek was toen hij zijn verklaring aflegde.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte weliswaar in de ten laste gelegde periode van 1 september 2007 tot en met 18 februari 2008 cocaïne heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan anderen, maar dat aan de hand van de verklaringen van [getuige C], (voetnoot 12) [getuige E] (voetnoot 13) en [getuige E] (voetnoot 14) kan worden aangenomen dat verdachte in feite laatstelijk tot en met eind december 2007 heeft gehandeld in cocaïne.
E. Beoordeling van de tenlastelegging
De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:
- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie, welke hij ter terechtzitting heeft bevestigd; (voetnoot 15)
- verklaring van [getuige C]; (voetnoot 16)
- verklaring van [getuige B]; (voetnoot 17)
- verklaring van [getuige E]; (voetnoot 18)
- verklaring van [getuige C]; (voetnoot 19)
- verklaring van [getuige F]; (voetnoot 20)
- verklaring van [getuige G]; (voetnoot 21)
- verklaring van [getuige A]; (voetnoot 22)
- proces-verbaal ambtelijk verslag; (voetnoot 23)
- proces-verbaal van bevindingen (Narcotest); (voetnoot 24)
- de aangifte van Nuon. (voetnoot 25)
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
06/460254-08
1 (subsidiair)
hij op 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met één ander, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, een persoon, [slachtoffer A] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, voornoemde [slachtoffer A] met kracht tegen het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [slachtoffer A] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;
2. (primair)
hij op 11 mei 2008 te Gorssel, gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, aan een persoon genaamd [slachtoffer B], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mededader naar een veerpont bij de IJssel is gegaan (gelegen nabij de Veerweg te Gorssel) en een zogenaamde moordenaar heeft meegenomen en vervolgens de vriend van die van [slachtoffer B], [slachtoffer A] naar die plaats bij de veerpont heeft laten komen door [getuige A] voornoemde [slachtoffer A] te laten bellen met de mededeling dat er een feest was bij de veerpont en vervolgens voornoemde [slachtoffer B] met een zogenaamde moordenaar eenmaal met kracht op het hoofd heeft geslagen en een bierflesje in de richting van voornoemde [slachtoffer B] heeft gegooid terwijl die [slachtoffer B] probeerde te ontvluchten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
06/580086-08
1.
hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 18 februari 2008, in de gemeente Zutphen en te Dieren, telkens opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [getuige B] en [getuige C] en [getuige D] en [getuige E] en [getuige F] en [getuige G] en/of een of meer andere personen, een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (parketnummer 580086-08)
2.
hij omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 19 februari 2008 in de gemeente Zutphen opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 176 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II (parketnummer 580086-08)
3.
hij in de periode van 1 november 2007 tot en met 19 februari 2008 in de gemeente Zutphen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan de Nuon, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (parketnummer 580086-08).
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
06/460254-08
1 (subsidiair): medeplegen van mishandeling gepleegd met voorbedachte raad
2 (primair): medeplegen van poging tot zware mishandeling
06/580086-08
1: handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
2: handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod
3: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
Strafbaarheid van de verdachte
Er is over verdachte een psychologisch rapport opgesteld (d.d. 21 augustus 2008) door psycholoog P.M.F. Brookhuis. In het rapport wordt het volgende als conclusie vermeld:
"Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis, namelijk van een aandachtstekortstoornis (ADHD). In de voorgeschiedenis is sprake van afhankelijkheid van middelen, waaronder harddrugs en -momenteel- alcoholafhankelijkheid. Bij verdachte is tevens te spreken van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Betreffende de persoon zijn er aanwijzingen voor een persoonlijkheidsstoornis NAO, met antisociale en afhankelijke kenmerken.
Om deze reden wordt geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten ten aanzien van het ten laste gelegde feit."
Verdachte heeft een psychiatrisch onderzoek ondergaan, waarvan de resultaten zijn vermeld in een rapport (d.d. 19 augustus 2008) van H.E.M. van Beek. In het rapport wordt het volgende vermeld:
"verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van ADHD, gecombineerde type, alsmede alcoholafhankelijkheid en cocaïnemisbruik. Tevens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven met antisociale en afhankelijke trekken. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht."
Met de conclusies van beide onderzoeken kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt de conclusie dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is over.
Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf
1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 18 (achttien) maanden waarvan 9 (negen) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt deelname aan een klinische opname in de Piet Roorda kliniek te Apeldoorn, voor de duur van 18 (achttien) maanden, en indien aangewezen nazorg en begeleiding en controle inzake middelengebruik.
2. De raadsman heeft bepleit dat het van belang is dat verdachte vanaf heden constructief aan zijn toekomst gaat werken. Verdachte heeft aangegeven dat hij bereid is tot een klinische opname om zijn verslavingsproblematiek te behandelen. De raadsman heeft gesteld dat een behandeling van 18 maanden een lange periode is en heeft de rechtbank verzocht daarmee rekening te houden bij de op te leggen straf.
3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
5. Verdachte en medeverdachte waren op voorhand van plan om [slachtoffer A] klappen te geven. Met het oog op deze confrontatie heeft verdachte een groot soort waterpomptang, een zogenaamde moordenaar, meegenomen en medeverdachte was daarvan op de hoogte. Voorts hebben verdachte en medeverdachte bedoelde [slachtoffer A] naar het pontje in Gorssel gelokt. Aldaar kwam een kennis van [slachtoffer A], genaamd [slachtoffer B], ook ter plaatse. Verdachten hebben [slachtoffer A] geslagen en/of gestompt en, de bij hen onbekende, [slachtoffer B] met de moordenaar op het hoofd geslagen, als gevolg waarvan beiden enig letsel hebben bekomen en pijn ondervonden.
6. Verdachte heeft zich tezamen met een ander schuldig gemaakt aan een mishandeling met voorbedachte raad en aan een poging tot zware mishandeling, waardoor de persoonlijke integriteit van beide slachtoffers is aangetast. Dat beiden geen blijvend letsel hebben opgelopen is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan de verdachte en zijn mededader te danken is. Tevens heeft verdachte met zijn mededader door zijn handelen de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.
Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - handel in cocaïne. Cocaïne is voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. Kennelijk heeft de verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. De handel in harddrugs dient dan ook krachtig te worden bestreden. De rechtbank neemt bij de oplegging van de straf mee, dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007, derhalve een kortere periode dan ten laste gelegd, heeft gedeald in cocaïne.
Daarnaast heeft hij in zijn eigen woning een hennepkwekerij opgestart. Algemeen bekend is dat dergelijke activiteiten plegen te leiden tot nadelige maatschappelijke gevolgen als gezondheidsschade voor gebruikers en sociale overlast.
7. Uit het strafblad (voetnoot 26) van verdachte blijkt dat hij eerder meermalen veroordeeld is voor geweldsdelicten.
8. Door Tactus verslavingszorg (voetnoot 27) is - afhankelijk van de door de rechtbank op te leggen straf - geadviseerd tot het opleggen van een verplicht reclasseringscontact met de bijzondere voorwaarde een klinische opname bij een forensische verslavingskliniek voor de maximale opname duur van 8 maanden.
9. In de eerder genoemde rapporten van psychiater en psycholoog staat vermeld dat verdachte een intensieve behandeling nodig heeft, waarbij zowel gewerkt wordt aan zijn ADHD-aandoening en persoonlijkheidsproblematiek als aan zijn alcoholafhankelijkheid en cocaïnemisbruik. Er wordt een klinische behandeling (voor de maximale duur van 18 maanden) geadviseerd, met daarbij een nazorgtraject, dit alles in het kader van een bijzondere voorwaarde van een voorwaardelijk op te leggen strafdeel.
10. Ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven inzicht te hebben in zijn problematiek en bereid te zijn de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden op te volgen, ook als dit inhoudt een klinische opname in de Piet Roorda kliniek.
11. De rechtbank oordeelt dat verdachte heeft aangegeven inzicht te hebben in zijn problematiek en bereid is een behandeling te volgen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte een behandeling zoals voorgesteld in het plan van aanpak van de reclassering ondergaat. Enerzijds dient het voorwaardelijke strafdeel ertoe verdachte te motiveren om deze kans te benutten en daadwerkelijk zijn problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van een aantal maanden gevangenisstraf tot gevolg kan hebben. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een klinische opname in de Piet Roorda Kliniek voor een (maximale) duur van 18 maanden en dat hij de aanwijzingen betrekking hebbende op nazorg en begeleiding en controles inzake middelengebruik opvolgt.
In beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen agenda, kaart, telefoon en brief teruggeven kunnen worden aan verdachte en de overige inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard dienen te worden.
Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerp(en) aan de veroordeelde:
- Telefoon
- Kaart
- Agenda
- Brief
Ten aanzien van de overige goederen heeft verdachte afstand gedaan (voetnoot 28) en daaromtrent behoeft derhalve geen beslissing genomen te worden.
Vordering tot schadevergoeding
1. De benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/460254-08 onder 2 ten laste gelegde.
2. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer B] hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente en daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
3. Verdachte heeft aangegeven het gevorderde bedrag reëel te vinden en bereid te zijn het gevorderde bedrag te betalen.
4. Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, zal deze vordering tot een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente worden toegewezen. De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- hoofdelijk aansprakelijk.
Schadevergoedingsmaatregel
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.
Vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ten uitvoerlegging van de opgelegde straffen onder parketnummers 06/460583-05 en 06/802081-06. Ten aanzien van parketnummer 07/480659-07 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot afwijzing van haar vordering tot tenuitvoerlegging (d.d. 28 augustus 2008), nu het ten uitvoerleggen van een werkstraf niet past in het kader van de gevorderde straf in de hoofdzaken en de twee vorderingen ter tenuitvoerlegging van gevangenisstraf.
Namens verdachte is afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 07/480659-07 bepleit, om dezelfde reden als aangehaald door de officier van justitie. Voorts is afwijzing van de vordering inzake parketnummer 06/460583-05 bepleit, nu het gepleegde feit van februari 2006 betrekking heeft op een mishandeling en de ten uitvoerlegging wordt gevorderd nu verdachte de Opiumwet heeft overtreden.
06/460583-05
Het verweer van de raadsman dat de vordering dient te worden afgewezen kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen nu de ten uitvoerlegging, blijkens de vordering, gevorderd is omdat verdachte een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd, betrekking hebbende op parketnummer 06/460254-08. Onder dit parketnummer zijn twee geweldsdelicten ten laste gelegd en derhalve kan het verweer van de raadsman niet slagen.
De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 28 juli 2008 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Zutphen van 21 februari 2008 (parketnummer 06/460583-05) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt- de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten 6 maanden gevangenisstraf.
06/802081-06
De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 25 juli 2008 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 19 januari 2007 (parketnummer 06/802081-06) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 1 maand van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt- de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten 1 maand gevangenisstraf.
07/480659-07
De vordering tot tenuitvoerlegging is in beginsel voor toewijzing vatbaar is, nu verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is met de officier van justie en de raadsman echter van oordeel dat het uitvoeren van een werkstraf gelet op de huidige omstandigheden van verdachte (zijn detentie) niet passend is en ziet dan ook aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging (d.d. 29 augustus 2008) af te wijzen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 27, 36f, 45, 47, 57, 91, 301, 302, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 06/460254-08 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/460254-08 onder 1 subsidiair en 2 primair en het onder parketnummer 06/580086-08 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.
bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 9 (negen) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd
- dat verdachte zich dient te houden aan de opdrachten/aanwijzingen te geven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een klinische behandeling in de Piet Roorda kliniek te Apeldoorn voor de maximale duur van 18 (achttien) maanden en een nazorgtraject.
geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.
beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:
- Telefoon
- Kaart
- Agenda
- Brief
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 21 februari 2006, te weten van: 6 maanden gevangenisstraf.
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 19 januari 2007, te weten van: 1 maand gevangenisstraf.
wijst af de vordering van de officier van justitie van 29 augustus 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te Zwolle van 8 oktober 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, zijnde een werkstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis.
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en plaats] ([rekeningnummer]) van een bedrag van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2008 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.
legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B] een bedrag te betalen van € 450,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van der Hooft en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2008.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten:
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0630/08-204116, gedateerd 5 juni 2008.
2 Proces-verbaal ambtelijk verslag (doorgenummerde dossierpagina 65).
3 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 142-145) en verklaring van de medeverdachte Wevers (doorgenummerde dossierpagina 170-182).
4 Verklaring van [medeverdachte B] (doorgenummerde dossierpagina 142).
5 Verklaring van [medeverdachte B] (doorgenummerde dossierpagina 143).
6 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 170-182).
7 Verklaring van [medeverdachte B] (doorgenummerde dossierpagina 141-145).
8 Aangifte [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 50-54).
9 Aangifte [slachtoffer A] (doorgenummerde dossierpagina 62-64).
10 Medische gegevens [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 55).
11 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0631/08-201646, gedateerd 20 maart 2008.
12 Verklaring [getuige C] (doorgenummerde dossierpagina 168).
13 Verklaring [getuige E] (doorgenummerde dossierpagina 170).
14 Verklaring [getuige F] (doorgenummerde dossierpagina 181).
15 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 170-182).
16 Verklaring [getuige C] (doorgenummerde dossierpagina 167-169).
17 Verklaring [getuige B] (doorgenummerde dossierpagina 164-166)
18 Verklaring [getuige E] (doorgenummerde dossierpagina 170-172).
19 Verklaring [getuige C] (doorgenummerde dossierpagina 173-180).
20 Verklaring [getuige F] (doorgenummerde dossierpagina 181-183).
21 Verklaring [getuige G] (doorgenummerde dossierpagina 184-188).
22 Verklaring [getuige A] (doorgenummerde dossierpagina 127-138).
23 Proces-verbaal ambtelijk verslag (doorgenummerde dossierpagina 78-80).
24 Proces-verbaal van bevindingen (doorgenummerde dossierpagina 81).
25 Aangifte N.V. Continuon Netbeheer (doorgenummerde dossierpagina 194-198).
26 Uittreksel justitiële documentatie d.d. 26 mei 2008.
27 Adviesrapport Tactus verslavingszorg d.d. 21 augustus 2008.
28 Verklaring van verdachte (doorgenummerde dossierpagina 226).