Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0857

Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-16
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers588032 UV EXPL 08-289
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Een strafrechtelijke gedraging van een huurder levert niet zonder meer wanprestatie op in de huurovereenkomst, ook niet als een medehuurder het slachtoffer van de strafrechtelijke gedraging was. De huurder is na het uitzitten van zijn gevangenisstraf teruggekeerd naar zijn woning. Niet aannemelijk is geworden dat hij sindsdien overlast veroorzaakt jegens de desbetreffende medehuurder of jegens andere huurders. Wel aannemelijk is dat in het flatgebouw een ongewenste situatie is ontstaan, waaraan spoedig een einde dient te komen. Van gedaagde mag worden verwacht dat hij zijn medewerking verleent aan het opheffen van de situatie nu hij die zelf in het leven heeft geroepen. Het weigeren mee te werken aan het opheffen hiervan levert strijd op met goed huurderschap indien passende woonruimte is aangeboden en een redelijke verhuiskostenvergoeding.


Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT Sector kanton Locatie Utrecht zaaknummer: 588032 UV EXPL 08-289 DJ kort geding vonnis d.d. 16 september 2008 inzake de stichting STICHTING BO-EX '91, gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde: mr. R.J.C. Bindels, advocaat te Utrecht, tegen: [gedaagde,], wonende te Utrecht, gedaagde partij, gemachtigde: mr. J.L.J. Leijendekker, advocaat te Wijk bij Duurstede. Verloop van de procedure Eiseres heeft gedaagde in kort geding doen dagvaarden. De zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2008. Daarvan is aantekening gehouden. Gedaagde heeft ter zitting een voorwaardelijke vordering in reconventie ingesteld. Hierna is uitspraak bepaald. Het geschil en de beoordeling daarvan De feiten Gedaagde huurt sinds 21 juni 2002 een woning van eiseres in de wijk Overvecht te Utrecht. De aan gedaagde verhuurde woning maakt deel uit van een zogenaamde portiekflat. Gedaagde woont op de 3e etage. De flat heeft 10 verdiepingen met op iedere verdieping 3 appartementen. Alle bewoners maken gebruik van dezelfde ingang en dezelfde lift. Op de 10e etage van ditzelfde flatgebouw woont een gezin bestaande uit vader, moeder en twee kinderen (het gezin zal nader worden aangeduid als de familie X). Op 20 maart 2007 heeft de heer X aangifte gedaan van seksueel misbruik van zijn toen 4-jarige zoontje door gedaagde (het jongetje zal verder worden aangeduid als Y). Gedaagde heeft het plegen van ontucht ontkend. Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht d.d. 20 september 2007 is gedaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens ontuchtige handelingen met Y, met aftrek van voorarrest. Gedaagde heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis. Naar verwachting wordt eind 2008 arrest gewezen. Gedaagde is ook in 2002 veroordeeld wegens ontucht met een minderjarige. Gedaagde heeft de opgelegde gevangenisstraf uitgezeten. Op 26 december 2007 is gedaagde op vrije voeten gesteld en teruggegaan naar zijn woning. De familie X is hiervan tevoren niet op de hoogte gesteld. Mevrouw X is begin januari 2008 twee maal per ambulance naar het ziekenhuis gebracht in verband met spanningsklachten. De familie X heeft getracht om voor een andere woning in aanmerking te komen en in verband daarmee urgentie aangevraagd bij de gemeente Utrecht. In het kader van die aanvraag heeft de huisarts van de familie schriftelijk verklaard dat verhuizing van de familie X voor het geestelijk evenwicht van het gezin zeer wenselijk is. Het verzoek om toekenning van urgentie is afgewezen. Bij brief van 3 juli 2008 heeft eiseres aan gedaagde het volgende bericht: "(...) Cliënte heeft signalen dat uw aanwezigheid grote spanningen oproept bij het slachtoffer, zijn familie en omwonenden. Cliënte heeft voor een mogelijkheid om een driekamerwoning aan te bieden (..) (55+ complex). De huur van deze woning is lager dan de huur van de huidige woning. Cliënte is van mening dat mede gezien uw eigen belang en veiligheid, u niet op het huidige adres kan verblijven. (...) Gaarne verneem ik uiterlijk maandag 7 juli 2008 of u bereid bent in der minne de huur betreffende dit adres op te zeggen en de huur van de andere woning te aanvaarden, bij gebreke waarvan cliënte mij opdracht heeft gegeven in kort geding voorziening te vragen. U kunt erop rekenen dat in dat geval media aandacht aan deze zaak gegeven wordt, omdat de media over de procedurelijst kort gedingen beschikken. U kent de maatschappelijke reactie in dit soort gevallen. Deze voor u mogelijke schade is dan niet te voorkomen. Ik vraag u de genoemde afwegingen te maken." Gedaagde heeft eiseres laten weten bereid te zijn te verhuizen naar de aangeboden seniorenwoning op voorwaarde dat hem een verhuiskostenvergoeding zou worden toegekend. Eiseres heeft daarop geantwoord niet tot vergoeding van een hoger bedrag dan € 1.000,- bereid te zijn. Gedaagde heeft het aanbod vervolgens afgewezen. De vordering en het verweer in conventie: Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. gedaagde te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met al degenen die zich daar van zijnentwege bevinden en al hetgeen zich daarin van zijnentwege bevindt, alsmede het gehuurde, onder overgifte van alle sleutels van het gehuurde, geheel ter vrije beschikking aan eiseres te stellen, waarbij eiseres gemachtigd wordt de ontruiming zonodig zelf te doen uitvoeren op kosten van gedaagde met behulp van de sterke arm van politie en justitie; b. gedaagde te verbieden om gedurende twee jaar: - op welke wijze dan ook contact op te nemen c.q. zich te bevinden binnen 10 meter van de familie X, wonende als in de dagvaarding omschreven; - zich te bevinden in het gebied, in zwarte belijning aangegeven op de aan de dagvaarding aangehechte plattegrond; c. te bepalen dat gedaagde bij overtreding van deze verboden of één daarvan een dwangsom ten behoeve van eiseres verbeurt ter hoogte van € 1.000,- per overtreding met machtiging van eiseres om bovenstaande veroordeling ten uitvoer te doen leggen met behulp van justitie en politie wanneer gedaagde hieraan niet voldoet; d. althans een zodanige beslissing te nemen als de kantonrechter in goede justitie meent te behoren; e. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure. Eiseres stelt ter onderbouwing van haar vordering dat gedaagde zich niet gedraagt als een goed huurder betaamt en dat van haar niet gevergd kan worden dat de huurovereenkomst wordt voortgezet. Gedaagde heeft ernstige overlast veroorzaakt en door zijn toedoen het leefklimaat in zijn woonomgeving verziekt. In het bijzonder heeft hij het woongenot van de familie X volledig weggenomen met zijn aanwezigheid. Eiseres stelt dat gedaagde de familie X na zijn terugkomst in de flat lastig valt. Hij gaat naar buiten als Y uit school komt en staat op het balkon te kijken als hij buiten speelt. Ook blokkeert hij de lift op de 3e etage zodat de familie X daar geen gebruik van kan maken. De spanningen bij het gezin X zijn hierdoor zo hoog opgelopen dat mevrouw X en Y niet meer thuis durven te wonen en bij familie elders verblijven. Gedaagde heeft tegen de vordering verweer gevoerd met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van eiseres in de kosten van deze procedure. Gedaagde betwist dat hij ontuchtige handelingen met Y heeft gepleegd. Hij is in hoger beroep gegaan tegen de strafrechtelijke veroordeling en de kans is groot dat hij wordt vrijgesproken. Ook betwist hij dat hij overlast veroorzaakt. Hij werkt fulltime, gaat 's ochtends vroeg de deur uit en komt 's avonds laat weer thuis. Hij komt de familie X zelden tegen. De familie X creëert een hetze tegen hem. in voorwaardelijke reconventie: Gedaagde vordert in het geval de vordering van eiseres wordt toegewezen: a. dat indien gedaagde het gehuurde dient te verlaten, eiseres dient zorg te dragen voor een vergelijkbare vervangende woning (vergelijkbaar voor wat betreft huurprijs, locatie en oppervlakte van de woning) op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, voor elke dag dat eiseres, na betekening van dit vonnis, in gebreke blijft bedoelde woning aan gedaagde te verstrekken; b. eiseres te veroordelen tot betaling van de verhuis- en herinrichtingskosten van gedaagde, te begroten op een bedrag van € 15.000,- dan wel enig ander bedrag zoals de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren binnen drie dagen na betekening van dit vonnis; c. eiseres te veroordelen in de kosten van deze procedure. Gedaagde stelt ter onderbouwing van deze vordering dat hij op zichzelf geen bezwaar heeft tegen verhuizen, mits eiseres zorg draagt voor een passende woning en een verhuiskostenvergoeding. Eiseres voert als verweer tegen de vordering aan dat een bezorger van overlast niet voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking behoort te komen, aangezien in andere gevallen waarin sprake is van overlast ook geen vergoeding wordt gegeven. De beoordeling in conventie Ter beoordeling ligt de vraag voor of thans, bij wijze van ordemaatregel en vooruitlopend op een uitspraak in een eventueel aan te spannen bodemprocedure, een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd is. In dit kort geding komt het daarom aan op het antwoord op de vraag of het in hoge mate waarschijnlijk moet worden geacht dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat, mede in het licht van de strafrechtelijke veroordeling van gedaagde wegens het plegen van ontuchtige handelingen met de 4-jarige Y, de huurovereenkomst moet worden ontbonden en dat gedaagde tot ontruiming van het gehuurde zal worden veroordeeld. Bij die beoordeling dient met alle omstandigheden rekening te worden gehouden. Gedaagde betwist dat de gestelde handelingen hebben plaatsgevonden en acht de kans groot is dat hij in hoger beroep alsnog wordt vrijgesproken. Naar het oordeel van de kantonrechter is het echter gelet op de veroordeling door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank voorshands voldoende aannemelijk dat gedaagde, hoewel de strafrechtelijke veroordeling thans nog niet onherroepelijk is en de kans bestaat dat hij in hoger beroep alsnog wordt vrijgesproken, een ernstig strafbaar feit jegens Y heeft gepleegd. De eerst te beantwoorden vraag is of het feit dat gedaagde strafrechtelijk is veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met de in hetzelfde flatgebouw wonende Y, op zichzelf, zoals eiseres stelt, voldoende reden is om tot wanprestatie in de huurovereenkomst te concluderen, zodanig dat de huurovereenkomst op korte termijn dient te eindigen. De kantonrechter stelt vast dat er geen rechtsregel bestaat waaruit voortvloeit dat het enkele feit dat een huurder een strafbaar feit heeft gepleegd jegens derden wanprestatie in de huurovereenkomst oplevert, ook niet als een medehuurder het slachtoffer is van dit strafbare feit. De vergelijking die eiseres in dit verband maakt met het toewijzen van een gevorderde ontruiming naar aanleiding van de vondst van een hennepkwekerij in een woning, gaat niet op. In die gevallen wordt immers wanprestatie in de huurovereenkomst zelf gepleegd, onder meer, door de woning te gebruiken voor doeleinden waarvoor de woning niet is bestemd. De vordering kan op deze grond dan ook niet worden toegewezen. Eiseres heeft voorts aan de vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde na zijn terugkeer in de flat jegens de familie X en de overige flatbewoners zodanige overlast veroorzaakt dat de huurovereenkomst om die reden zo spoedig mogelijk dient te eindigen. Gedaagde betwist dat hij overlast veroorzaakt. Hij heeft ter zitting aangevoerd dat hij fulltime werkt en zelden medeflatbewoners tegenkomt, laat staan dat hij die medebewoners lastig valt. De kantonrechter stelt vast dat hetgeen eiseres daaromtrent heeft gesteld uitsluitend gebaseerd is op hetgeen eiseres van de familie X heeft vernomen. Eiseres heeft overigens geen onderzoek ingesteld naar de vraag of gedaagde overlast veroorzaakt en evenmin heeft eiseres hierover een gesprek met gedaagde gevoerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de gestelde overlast voorshands onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Om te kunnen vaststellen of van overlast sprake is, is nader onderzoek vereist. Daarvoor is in het kader van een voorlopige voorziening echter geen plaats. Ontruiming kan op deze grond dan ook niet worden toegewezen. Tijdens de behandeling ter zitting is daarentegen wel voldoende gebleken dat de situatie die in het flatgebouw is ontstaan, namelijk waarin een veroordeelde voor ontucht met een minderjarige na het uitzitten van zijn gevangenisstraf terugkeert naar zijn woning, terwijl die woning deel uitmaakt van hetzelfde wooncomplex als de woning waarin zijn slachtoffer woont, in hoge mate ongewenst is en een onverwijlde voorziening bij voorraad vereist. Dat is temeer het geval wanneer dader en slachtoffer, zoals in de onderhavige zaak, bovendien zijn aangewezen op het gebruik van dezelfde ingang, hetzelfde trappenhuis en dezelfde lift. Gelet op het feit dat gedaagde deze ongewenste situatie zelf in het leven heeft geroepen mag van hem worden verwacht dat hij zijn medewerking verleent aan het opheffen daarvan. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter het voorshands aannemelijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden wegens handelen in strijd met goed huurderschap wanneer gedaagde weigert mee te werken aan het opheffen van die situatie door niet in te gaan op een redelijk aanbod van eiseres om andere passende woonruimte ter beschikking te stellen en te voorzien in een redelijke verhuiskostenvergoeding. De kantonrechter acht de ernst van de situatie zodanig dat een maatregel is vereist. Enerzijds gelet op het feit dat gedaagde geen bezwaar heeft tegen verhuizing mits hij een redelijke verhuiskostenvergoeding ontvangt en anderzijds op het feit dat eiseres bereid was tot het verschaffen van andere passende woonruimte, zal de kantonrechter de gevorderde ontruiming toewijzen onder de voorwaarde dat eiseres gedaagde passende woonruimte aanbiedt en hem een redelijke verhuiskostenvergoeding betaalt. De kantonrechter merkt een (senioren)woning als eerder aan gedaagde is aangeboden qua grootte en huurprijs als passend aan. Voor wat betreft de hoogte van een redelijke vergoeding wordt aansluiting gevonden bij het in het Besluit beheer sociale-huursector vastgestelde bedrag van € 5.135,88. De kantonrechter acht het echter gelet op het aandeel van gedaagde in het ontstaan van de onderhavige situatie redelijk de vergoeding vast te stellen op 50% van dit bedrag. De kantonrechter is niet bevoegd om in kort geding te oordelen over het gevorderde straat- en contactverbod. Artikel 94 Rv, op grond waarvan vorderingen die niet bij de kantonrechter thuishoren wel kunnen worden beoordeeld indien er sprake is van samenhang met een aardvordering, geldt ingevolge artikel 254 lid 4 Rv. immers niet voor voorlopige voorzieningen. De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren als na te melden. in voorwaardelijke reconventie: Gelet op het voorgaande heeft gedaagde geen belang bij een beslissing in voorwaardelijke reconventie. Die vordering behoeft daarom geen bespreking en zal worden afgewezen. Beslissing De kantonrechter: in conventie veroordeelt gedaagde om de in de dagvaarding omschreven woning met al wie en al wat zich daarin vanwege gedaagde bevindt te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van eiseres te stellen, met machtiging van eiseres om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren op kosten van gedaagde met behulp van politie en justitie, zulks binnen 7 dagen nadat eiseres vervangende vergelijkbare woonruimte aan gedaagde ter beschikking heeft gesteld en een verhuiskostenvergoeding aan gedaagde heeft betaald van € 2.567,94; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af; in reconventie wijst de vordering af; in conventie en in reconventie compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A. Walda, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 september 2008. vonnis kgk01