
Jurisprudentie
BF0787
Datum uitspraak2008-08-14
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsAmsterdam
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08/27600
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsAmsterdam
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 08/27600
Statusgepubliceerd
Indicatie
Rechtmatig verblijf met terugwerkende kracht / Art 64 jo. 8 onder j Vw 2000 en artikel 6 Vw 2000
Door de toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 heeft eiser rechtmatig verblijf verkregen op grond van artikel 8 onder j van de Vw 2000. Daarmee is aan eiser vanaf 18 juli 2008 toegang verleend en wordt vanaf die datum niet meer voldaan aan de voorwaarden van vrijheidsontneming op grond van artikel 6 van de Vw 2000. Vanaf 18 juli 2008 is het voortduren van de bewaring onrechtmatig. Aan eiser zal vanaf die dag schadevergoeding worden verleend.
Door de toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 heeft eiser rechtmatig verblijf verkregen op grond van artikel 8 onder j van de Vw 2000. Daarmee is aan eiser vanaf 18 juli 2008 toegang verleend en wordt vanaf die datum niet meer voldaan aan de voorwaarden van vrijheidsontneming op grond van artikel 6 van de Vw 2000. Vanaf 18 juli 2008 is het voortduren van de bewaring onrechtmatig. Aan eiser zal vanaf die dag schadevergoeding worden verleend.
Uitspraak
Rechtbank 's-Gravenhage
zittinghoudende te Amsterdam
enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken
Proces-verbaal van de zitting van 14 augustus 2008 inhoudende mondelinge
Uitspraak
op grond van artikel 8:67 j? 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
jo artikel 96 en artikel 106 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
reg. nr.: AWB 08/27600
V-nr.: 271.815.4097
inzake:
[eiser], (gesteld) Burger van Nigeria, verblijvende in het Detentiecentrum Schiphol-Oost, eiser,
gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle,
tegen:
de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. J.P. Lamfers-van den Bos, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Eiser is ter zitting in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig de heer E.O. Tackey, tolk Pidgin.
Ten aanzien van eiser is op 12 oktober 2007 de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 opgelegd.
Het onderhavige beroep betreft een vervolgberoep.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser namens eiser opheffing van de maatregel gevorderd. De gemachtigde van eiser heeft deze vordering gegrond op de volgende -hier samengevat en zakelijk weergegeven- argumenten. Eisers gezondheidsklachten leiden er toe dat de vrijheidsontneming niet langer verantwoord is. Verder is het aan eiser verleende uitstel van vertrek om onduidelijke redenen ingetrokken. Desgevraagd beaamt de gemachtigde van eiser dat eiser zich ook op het standpunt heeft gesteld dat het rechtmatig verblijf verkregen door de toepassing van artikel 64 van de Vw 2000, in de weg staat aan de voortduring van de vrijheidsontneming.
De gemachtigde van verweerder heeft zich op het volgende -hier samengevat en zakelijk weergegeven- standpunt gesteld. Eiser heeft de stelling onvoldoende onderbouwd dat de vrijheidsontneming niet langer kan voortduren door detentieongeschiktheid op grond van medische omstandigheden. De omstandigheid dat eiser rechtmatig verblijf heeft gehad door de verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000, heeft niet direct geleid tot de beëindiging van de vrijheidsontneming. In het kader van de medische behandeling van tuberculose worden regelmatig medische tests uitgevoerd. Na de verlening van uitstel van vertrek heeft verweerder de uitslag afgewacht van een nieuwe test. Toen de uitslag van die test negatief bleek, is het uitstel van vertrek op 6 augustus 2008 beëindigd en is de bewaring voortgezet.
Desgevraagd antwoordt de gemachtigde van verweerder dat in deze zaak enige onduidelijkheid bestaat over het antwoord op de vraag hoe artikel 64 van de Vw 2000 zich verhoudt tot artikel 3 en artikel 6 van de Vw 2000
MOTIVERING
Onderhavig beroep is het tweede beroep tegen de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel. Thans dient te worden beoordeeld of de voortgezette toepassing daarvan gerechtvaardigd is te achten.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Bij besluit van 31 juli 2008 heeft verweerder aan eiser uitstel van vertrek verleend van 18 juli 2008 tot 18 januari 2009 op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Door de toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 heeft eiser rechtmatig verblijf verkregen op grond van artikel 8 onder j van de Vw 2000. Daarmee is aan eiser vanaf 18 juli 2008 toegang verleend en wordt vanaf die datum niet meer voldaan aan de voorwaarden van vrijheidsontneming op grond van artikel 6 van de Vw 2000.
Vanaf 18 juli 2008 is het voortduren van de bewaring onrechtmatig. Aan eiser zal vanaf die dag schadevergoeding worden verleend.
Hieruit volgt dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel van 18 juli 2008 in strijd is met artikel 6 van de Vw 2000.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
BESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep gegrond,
beveelt dat de bewaring ingaande 14 augustus 2008 wordt opgeheven,
veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de schade, groot € 1890,- (27 x € 70,-) (zegge: achttienhonderd en negentig euro), te betalen aan eiser;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag groot € 644,-- (zegge: zeshonderd en vierenveertig euro), te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van deze rechtbank.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
mr. J.A.A.M. de Beer mr. R. Odink
griffier voorzitter
afschrift verzonden op:
Conc.: HB
Coll.:
D: B