Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0767

Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-15
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers217867 VV EXPL 08-20
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Loonvordering in kort geding toegewezen. Onvoldoende gebleken is dat werkneemster aan een patiënt van werkgeefster 10 minuten zorg heeft verleend in plaats van 45 minuten. Tevens is onvoldoende gebleken dat werkneemster de patiënt niet heeft gedoucht.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT Sector kanton Locatie Gorinchem kenmerk: 217867 VV EXPL 08-20 Eis. Proc. Kost. vonnis in kort geding van de kantonrechter te Gorinchem van 11 september 2008 in de zaak van: [naam], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. S. Kara, advocaat te Hendrik-Ido-Ambacht, tegen: de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting Stichting Rivas Zorggroep, gevestigd en kantoorhoudende te 4204 AA Gorinchem, Banneweg 57, gedaagde, gemachtigde: mr. R.G. Degenaar, advocaat te Gorinchem. Partijen worden hierna aangeduid met [eiseres] en Rivas. Verloop van de procedure De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken: 1. de dagvaarding van 11 juli 2008; 2. de aantekeningen van de griffier van de gehouden zitting van 28 augustus 2008; 3. de pleitaantekeningen van Rivas; 4. de overgelegde producties. Omschrijving van het geschil De feiten 1. De feiten 1.1 Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende mate weersproken door de andere partij, staat tussen partijen het volgende vast. 1.2 [eisers], geboren op 5 april 1986, is vanaf 1 november 2007 voor bepaalde tijd tot 1 november 2008 bij Rivas in dienst getreden in de functie van verzorgende, niveau 2, voor een laatstverdiend salaris van € 706,85 bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag. 1.3 Op 2 mei 2008 heeft [eiseres] om 8.30 uur naar Rivas gebeld met de mededeling dat zij de heer [naam cliënt] (hierna: [cliënt]), zijnde een 85-jarige cliënt van Rivas, had bezocht en dat de heer [cliënt] haar er ten onrechte van beschuldigde dat zij hem niet had gedoucht. 1.4 [cliënt] heeft vervolgens op 2 mei 2008 rond 10.00 uur naar Rivas gebeld met de mededeling dat [eiseres] ten onrechte in het zorgdossier heeft genoteerd dat zij 45 minuten zorg verleend had omdat zij 10 minuten binnen is geweest en dat hij niet is gedoucht. 1.5 Naar aanleiding van de klacht van [cliënt] hebben mevrouw [naam] en mevrouw [naam] (hierna: [medewerkers Rivas]), beiden werkzaam bij Rivas, de situatie ter plaatse bekeken en zij hebben aangegeven dat volgens hen [cliënt] niet gedoucht was. In het door [medewerker Rivas] opgemaakte verslag is opgenomen: “(…) Op de stoel lag schone onderkleding en schone sokken. Er waren twee washandjes nat, maar er zat geen geur aan van douche gel. De doucheruimte / voegen waren droog, alleen was het rond het putje een beetje nat! Met de douchekop geschud: er kwam geen druppel water uit. Aan de heer zijn haar gevoeld / geroken. Dit was echt niet gewassen. Aan de fles douche gel en aan de fles shampoo was niet te zien dat zij gebruikt waren. Rond de opening helemaal opgedroogd. (…)” In het door [medewerker Rivas] opgemaakte verslag is opgenomen: “(…) Schone kleding lag nog op krukje Tegels van zowel muren als vloer droog ook de voegen. Badstoel droog Badschuim zat bij opening wat ingedroogd badschuim, fles en sluiting verder droog. Shampoo sluiting droog ook de fles. Op planchet geen natte kringen van terugzetten flessen na gebruik. Wel wat natte washandjes en klamme handdoeken. 1.6 Bij brief van 2 mei 2008 heeft Rivas aan [eiseres] medegedeeld dat zij vanwege de ontstane situatie is geschorst en heeft Rivas [eiseres] uitgenodigd voor een gesprek op 6 mei 2008. 1.7 Op 6 mei 2008 heeft Rivas een gesprek met [eiseres] gevoerd en [eiseres] aan het eind van het gesprek op staande voet ontslagen. 1.8 Bij brief van 6 mei 2008 heeft Rivas het ontslag op staande voet aan [eiseres] bevestigd en daarbij als reden medegedeeld dat [eiseres] op 2 mei 2008 gefraudeerd heeft door bij [cliënt] 45 minuten te rapporteren, terwijl zij slechts 10 minuten zorg heeft verleend en dat [cliënt] niet is gedoucht. 1.9 Bij brief van 9 mei 2008 heeft de gemachtigde van [eiseres] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en aangegeven dat [eiseres] zich beschikbaar houdt om op eerste afroep te komen werken alsmede dat [eiseres] aanspraak maakt op volledige doorbetaling van het salaris. 2. De vordering 2.1 [eiseres] vordert – na eiswijziging ter zitting - om Rivas bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan [eiseres] het haar krachtens de arbeidsovereenkomst toekomende salaris en vakantietoeslag (door) te betalen over de periode vanaf 1 juni 2008 tot aan de dag dat Rivas op rechtsgeldige wijze zal zijn bevrijd van haar (loon)doorbetalingsverplichting, derhalve tot 1 november 2008, derhalve een maandelijks bedrag van € 706,85, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, een en ander (voor zover rechtens mogelijk) vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, gerekend vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening, en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 768,-- vermeerderd met BTW, alles door de kantonrechter in goede justitie te betalen, kosten rechtens. 2.2 [eiseres] stelt in dit verband, samengevat en voor zover thans van belang, het volgende. [eiseres] heeft aan [cliënt] de zorg verleend die zij aan Rivas heeft gerapporteerd en [eiseres] betwist dat zij [cliënt] niet heeft gedoucht. [eiseres] is dan ook ten onrechte op staande voet ontslagen. Rivas heeft ook niet de moeite genomen om naar het verhaal van [eiseres] te luisteren. Aan de verklaringen van [medewerkers Rivas] zou weinig/ geen belang moeten worden gehecht, nu zij in dienst van Rivas zijn en opeens van mening zijn dat [eiseres] niet goed functioneert. Nu het gegeven ontslag onterecht is, is Rivas gehouden om het salaris aan [eiseres] door te betalen. Ondanks herhaald verzoek weigert Rivas om het salaris vanaf 1juni 2008 door te betalen. [eiseres] vordert dan ook doorbetaling van het salaris en vakantiegeld en zij vordert hierover de verschuldigde wettelijke verhoging en in ieder geval de verschuldigde wettelijke rente. Daarnaast dienen de buitengerechtelijke kosten met het bedrag van € 768,--, vermeerderd met BTW, voor rekening van Rivas te komen. [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vordering omdat zij afhankelijk is van haar salaris om in levensonderhoud te voorzien. 3. Het verweer 3.1 Rivas voert verweer en stelt, samengevat en voor zover thans van belang, het volgende. [eiseres] is terecht op staande voet ontslagen. [medewerkers Rivas] hebben namelijk gedetailleerd verklaard dat zij hebben vastgesteld dat [cliënt] op 2 mei 2008 niet gedoucht is. Daarnaast is [eiseres] op 2 mei 2008 pas rond 7.30 uur begonnen met haar werk, zodat het onmogelijk is om binnen een tijdsbestek van 2,5 uur vijf cliënten te bezoeken en de aan [cliënt] beweerde zorg van 45 minuten te verlenen. Rivas heeft de klacht op 2 mei 2008 en 6 mei 2008 met [eiseres] besproken en heeft om een verslag van de gang van zaken van 2 mei 2008 gevraagd. Rivas heeft echter geen verslag van [eiseres] ontvangen. Het is ook meerdere keren voorgekomen dat [eiseres] cliënten oversloeg en/ of niet naar behoren zorg verleende. Vast staat, althans voldoende aannemelijk is, dat de verwijten van Rivas gegrond zijn en die verwijten het aan [eiseres] gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigen. Het is dan ook aannemelijk dat haar loonvordering in een bodemprocedure wordt afgewezen. Beoordeling van het geschil 4. De kantonrechter komt op basis van de hem ter beschikking staande stukken en het ter zitting gestelde voorshands tot het volgende oordeel. Naar haar aard is de loonvordering spoedeisend, zodat [eiseres] in haar vordering kan worden ontvangen. 5. De stelling van Rivas dat [eiseres] aan [cliënt] 45 minuten zorg heeft verleend in plaats van 10 minuten is gebaseerd op een terugrekening, waarbij Rivas er van uit gaat dat [eiseres] die dag om 7.30 uur is begonnen. [eiseres] heeft echter betwist dat zij op 2 mei 2008 te laat is begonnen en stelt dat zij om 7.00 uur is begonnen. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat [eiseres] later dan 7.00 uur is begonnen. [medewerkers Rivas] heeft dit immers niet kunnen waarnemen, nu zij pas om 10.00 uur met haar werk is begonnen. Verder heeft niemand [eiseres] bij [cliënt] naar binnen en naar buiten zien gaan, zodat onvoldoende gebleken is dat [eiseres] 10 minuten zorg heeft verleend in plaats van 45 minuten. De enkele klacht van [cliënt] daartoe is onvoldoende. 6. Voor wat betreft de stelling van Rivas dat [eiseres] niet de vereiste zorg heeft verleend door [cliënt] niet te douchen is ook hier de enkele klacht van [cliënt] onvoldoende. Het onderzoek dat [medewerker Rivas] en [medewerker Rivas] enige uren na het gestelde douchen hebben gedaan, kan de toets der kritiek niet doorstaan en is onvoldoende voor de conclusie dat [eiseres] [cliënt] niet heeft gedoucht. Immers vergelijkingsmateriaal over de tijdsduur die benodigd is voor een douche droog is ontbreekt. De overige gegevens zijn onvoldoende objectief van aard om daar conclusies aan te verbinden. Daarnaast heeft [eiseres] ter zitting nog aangevoerd dat zij de douche met een trekker en handdoek heeft droog gemaakt. Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat het door Rivas gegeven ontslag op staande voet in een eventuele bodemprocedure geen stand zal houden. Dit leidt ertoe dat de vordering tot loondoorbetaling tot einde dienstverband zal worden toegewezen. 7. De gevorderde wettelijke verhoging en de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden vanwege gebrek aan spoedeisend belang afgewezen. 8. Rivas wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Beslissing De kantonrechter: treft navolgende voorziening: veroordeelt Rivas aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 706,85 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag vanaf 1 juni 2008 tot de dag dat Rivas op rechtsgeldige wijze zal zijn bevrijd van haar (loon)betalingsverplichting, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening; veroordeelt Rivas in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] bepaald op: aan explootkosten € 85,44 aan griffierecht € 201,00 waarvan € 150,75 in debet gesteld; aan salaris gemachtigde € 400,00 totale kosten € 686,44; welk bedrag in gevolge art. 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient te worden voldaan aan de griffier van de rechtbank te Dordrecht; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2008, in aanwezigheid van de griffier.