Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0744

Datum uitspraak2008-09-12
Datum gepubliceerd2008-09-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20-000561-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Art. 239 sr; Het hof verwerpt het verweer dat verdachte niet met het voor het ten laste gelegde misdrijf vereiste opzet heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het hof uit de wijze waarop verdachte zich op 30 april 2007 achter een raam van een woning gelegen aan de [adres] te Beer en Donk heeft gemanifesteerd, zoals daarvan ondermeer blijkt uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van [naam aangeefster] - uit welke verklaring blijkt dat verdachte zijn geslachtsdeel vol in de raamopening hield -, afleidt dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Hof verwerpt voorts het verweer dat verdachte niet heeft gehandeld terwijl [naam aangeefster] daarbij haars ondanks tegenwoordig was. Het hof overweegt dat het hof uit de wijze waarop aangeefster [naam aangeefster] verdachtes handelen kon waarnemen en heeft genomen, zoals daarvan blijkt uit haar tot het bewijs gebezigde verklaring, afleidt dat [naam aangeefster] tegen haar wil aanwezig is geweest bij het handelen van verdachte.


Uitspraak

Parketnummer : 20-000561-08 Uitspraak : 12 september 2008 TEGENSPRAAK Gerechtshof 's-Hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 februari 2008 in de strafzaak met parketnummer 01/820841-07 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1981], wonende te [woonplaats] en Donk, [adres]. Hoger beroep De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een taakstraf in de vorm van werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis zal opleggen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 april 2007 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten (achter een raam van) een woning gelegen aan de [adres], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en/of zich heeft afgetrokken, althans met zijn, verdachtes, hand op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt ter hoogte van zijn, verdachtes, kruis, terwijl daarbij [naam aangeefster] haars ondanks tegenwoordig was; subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: dat hij op of omstreeks 30 april 2007 te Beer en Donk, gemeente Laarbeek, zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten achter een raam van een woning gelegen aan de [adres], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en/of zich heeft afgetrokken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 april 2007 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten achter een raam van een woning gelegen aan de [adres], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en zich heeft afgetrokken, terwijl daarbij [naam aangeefster] haars ondanks tegenwoordig was. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Van de zijde van verdachte is met betrekking tot het primair ten laste gelegde kort gezegd aangevoerd dat verdachte zich er niet van bewust is geweest dat hij van buitenaf gezien kon worden en derhalve niet met het voor dit misdrijf vereiste opzet heeft gehandeld, ook niet in voorwaardelijke zin, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende. Uit de wijze waarop verdachte zich op 30 april 2007 achter een raam van een woning gelegen aan de [adres] te Beer en Donk heeft gemanifesteerd, zoals daarvan ondermeer blijkt uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van [naam aangeefster] - uit welke verklaring blijkt dat verdachte zijn geslachtsdeel vol in de raamopening hield -, leidt het hof af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Het hof verwerpt mitsdien het verweer. Van de zijde van verdachte is voorts met betrekking tot het primair ten laste gelegde kort gezegd aangevoerd dat nu aangeefster [naam aangeefster] bewust enige tijd naar verdachte heeft gekeken, verdachte niet heeft gehandeld terwijl die [naam aangeefster] daarbij haars ondanks tegenwoordig was, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende. Uit de wijze waarop aangeefster [naam aangeefster] verdachtes handelen kon waarnemen en heeft genomen, zoals daarvan blijkt uit haar tot het bewijs gebezigde verklaring, leidt het hof af dat [naam aangeefster] tegen haar wil aanwezig is geweest bij het handelen van verdachte. Het hof verwerpt het verweer. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 239, eerste lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen straf Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. Naar het oordeel van het hof kan, met name met het oog op de speciale preventie, niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal is gevorderd, omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 22 juli 2008 eerder ter zake een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 239 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert: Schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, terwijl een ander daarbij zijns ondanks tegenwoordig is. Verklaart verdachte deswege strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis. Bepaalt, dat een gedeelte van de taakstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mr. F. van Es, voorzitter, mr. H. Eijsenga en mr. G. de Jonge, in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier, en op 12 september 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. G. de Jonge en mr. F. van Es zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.