Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0733

Datum uitspraak2008-09-05
Datum gepubliceerd2008-09-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
ZaaknummersAWB 07/3164, AWB 07/3169, AWB 07/3170 en AWB 07/3172
Statusgepubliceerd


Indicatie

Betreft vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, WRO ten behoeve van de aanleg van zes voetbalvelden en infrastructuur in het gebied Oude Landen in Nuenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder blijk gegeven van een zorgvuldige belangenafweging en heeft hij in redelijkheid tot het vrijstellingsbesluit kunnen komen.


Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH Sector bestuursrecht Zaaknummers: AWB 07/3164, AWB 07/3169, AWB 07/3170 en AWB 07/3172 Uitspraak van de meervoudige kamer van 5 september 2008 inzake 1. [eiser A] en [eiser B], gemachtigde mr. W.G. Tideman, 2. [eiser C] en [eiser D], 3. [eiser E] en [eiser F], gemachtigde mr. G.L.M. Teeuwen, 4. [eiser G], allen te Nuenen, eisers, tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten, verweerder, gemachtigden mr. B.A.P.M. Achterbergh en ir. A. ter Riet. Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2007 heeft verweerder aan de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend ten behoeve van de aanleg van zes voetbalvelden en infrastructuur in het gebied Oude Landen ten oosten van de kern Nuenen. Hiertegen hebben eisers, bij brieven van 29 mei 2007, 22 juni 2007 en 23 juni 2007, beroep ingesteld bij de rechtbank. Het beroep van [eiser A] en [eiser B] (hierna: [eisers A en B]) is geregistreerd onder nummer AWB 07/3164, het beroep van [eiser C] en [eiser D] (hierna: [eisers C en D]) onder nummer AWB 07/3169, het beroep van [eiser E] en [eiser F] (hierna: [eisers E en F]) onder nummer AWB 07/3170, en het beroep van [eiser G] (hierna: [eiser G]) onder nummer AWB 07/3172. De zaken zijn gevoegd behandeld op de zitting van 13 juni 2008, waar van de eisers in persoon zijn verschenen [eiser A], bijgestaan door de gemachtigde, [eiser E], bijgestaan door de gemachtigde, en [eiser G], bijgestaan door zijn echtgenote. [eisers C en D] is zonder voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder is verschenen bij de gemachtigden. Overwegingen 1. Aan de orde is of verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan voor de aanleg van zes voetbalvelden en de bijbehorende infrastructuur waaronder fietsverbindingen, in het gebied Oude Landen ten oosten van de kern Nuenen. Dit geschil heeft geen betrekking op gebouwen en overige bouwwerken. Voor het oprichten daarvan wordt een afzonderlijke vrijstellingsprocedure doorlopen. 2. De rechtbank stelt vast dat alle eisers kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden, gelet op de ligging van hun woningen ten opzichte van de locatie waarop deze procedure betrekking heeft, mede in aanmerking genomen de ruimtelijke uitstraling daarvan. 3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het door [eisers C en D] ingestelde beroep overweegt de rechtbank het volgende. Het bestreden besluit is genomen met toepassing van de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). [eisers C en D] heeft tegen het op grond van artikel 3:11 van de Awb ter inzage gelegde ontwerp van het te nemen vrijstellingsbesluit geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 van de Awb naar voren gebracht. Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze heeft ingediend. De rechtbank heeft in de aan [eisers C en D] op 14 april 2008 per aangetekende brief verzonden uitnodiging voor de zitting aangegeven dat de ontvankelijkheid van het beroep aan de orde zal komen. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat [eisers C en D] redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze naar voren te hebben gebracht. De door [eisers C en D] ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006” ingediende inspraakreactie kan niet als zienswijze in de onderhavige procedure worden aangemerkt. Hieruit volgt dat het beroep van [eisers C en D] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De door [eisers C en D] aangevoerde beroepsgronden behoeven daarom geen verdere bespreking en zullen buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgens gaat de rechtbank over tot een inhoudelijke beoordeling. Feiten 4. Het project heeft tot doel sportvelden op het sportpark “Luistruik” te verplaatsen naar de locatie aan de Oude Landen, teneinde op de eerstgenoemde locatie woningbouw te kunnen realiseren. Het gebied is gelegen in de bestemmingsplannen “Oude Landen” en “Landelijk Gebied 1974”. Het laatstgenoemde bestemmingsplan is ouder dan tien jaar. Op 27 mei 2003 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS) goedkeuring onthouden aan een groot gedeelte van het plangebied en de voorschriften van het bestemmingsplan “Oude Landen”, waaronder de accommodatie voor de voetbalvereniging inclusief sportvelden. De goedkeuring aan de bestemming “Sportieve recreatie, veld en zaalsporten” is onthouden om reden dat geen archeologisch onderzoek was gedaan, dat het ruimtebeslag voor sportvelden onvoldoende was gemotiveerd, en dat sprake was van inadequate natuurcompensatie. Op 2 november 2006 is een voorbereidingsbesluit genomen, dat op 10 november 2006 in werking is getreden. Dit voorbereidingsbesluit betreft de herziening van beide voornoemde bestemmingsplannen in verband met de realisatie van een sportcomplex plus infrastructuur. 5. Het ontwerpbesluit voor de vrijstelling is op 28 september 2006 gepubliceerd en heeft, met de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van 29 september 2006 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn twaalf zienswijzen ingekomen. Op 2 januari 2007 is door verweerder een zienswijzenrapportage opgesteld. Mede op basis van de zienswijzen is besloten tot een aantal aanpassingen. Daarnaast heeft verweerder medegedeeld in overleg met omwonenden te zijner tijd zonodig (verkeers-) maatregelen te nemen, teneinde overlast te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken. Als ruimtelijke onderbouwing geldt het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006”. Op 17 april 2007 hebben GS de voor de vrijstelling benodigde verklaring van geen bezwaar afgegeven. 6. Het plan voor de aanleg van de voetbalvelden en de bijbehorende infrastructuur voorziet onder meer in een ontsluiting ten behoeve van langzaam-verkeer via de Oosterklamp. Wettelijk kader 7. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO kan de gemeenteraad, behoudens het gestelde in het tweede en derde lid, ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige bestemming van het desbetreffende gebied. De gemeenteraad kan de in de eerste volzin bedoelde vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders. Standpunten van partijen 8. [eisers A en B] is het niet eens met de locatie van de langzaam-verkeersontsluiting, die tegenover hun perceel komt, omdat deze aansluiting leidt tot toename en overlast van verkeer, waardoor hun woongenot negatief wordt beïnvloed. De door verweerder aangekondigde maatregelen zijn volgens [eisers A en B] niet voldoende. Onder langzaam verkeer dienen enkel fietsers te worden geschaard, terwijl auto’s en brommers tot aan de doorgang kunnen komen, waardoor de doorgang een aanzuigende werking heeft, aldus [eisers A en B]. Voorts kan het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006” niet dienen als een goede ruimtelijke onderbouwing, omdat het nog in procedure is en er zienswijzen tegen zijn ingediend. Daarnaast zijn er alternatieven die minder overlast opleveren, zoals het schrappen dan wel verplaatsen van de langzaam-verkeersontsluiting. [eisers A en B] heeft een zelf vervaardigde notitie van 10 april 2008 en een reactie daarop van 16 april 2008 van Veilig Verkeer Nederland afdeling Nuenen (hierna: VVN), gericht aan [eisers A en B] en [eisers E en F], ingebracht, waarin wordt ingegaan op de variant waarbij de ingang aan de Oude Landen vervalt, een fietspad wordt aangelegd langs de Pastoorsmast tot de hoofdingang en een ingang wordt gemaakt aan de Weiersedreef/hoek Beekstraat. Verweerder had gelet op de wijkbreed gedragen bezwaren tegen de ontsluiting via de Oude Landen een extern onderzoek moeten laten uitvoeren naar de voorgestelde alternatieven, aldus [eisers A en B]. 9. [eisers E en F] vindt de langzaam-verkeersontsluiting via de nauwe Oosterklamp onacceptabel omdat deze voor overlast en onveilige situaties zorgt, waarbij de voorgestelde maatregelen onvoldoende waarborg vormen om dit te voorkomen, en deze bovendien pas achteraf komen. Voor [eisers E en F] is niet duidelijk waarom de alternatieve toegang aan de noord-oost kant niet is uitgewerkt, en verder is nog steeds onduidelijk wat de infrastructuur inhoudt, nu diverse concepten verschillende kaarten laten zien. [eisers E en F] wijst er tot slot nog op dat de meningsverschillen tussen verweerder en de omwonenden over te nemen maatregelen niet zijn opgelost. 10. [eiser G] stelt zich op het standpunt dat door het gebruik van een geluidsinstallatie er vooral in de weekends veel geluidsoverlast zal zijn, en voorts dat als gevolg van trainingen tot laat in de avond er lichtoverlast zal zijn die de flora en fauna ernstig verstoort. Volgens [eiser G] zal de verkeersoverlast op het rijwielpad Oude Landen fors toenemen, waarbij hij erop wijst dat in het strooiseizoen bovendien de paaltjes zijn verwijderd waardoor auto’s worden aangetrokken. Volgens [eiser G] is het gebied te klein en worden de voetbalvelden te dicht bij de Ecologische Hoofd Structuur (hierna: EHS) gesitueerd en wordt deze structuur aangetast. Dat zes velden voldoende zou zijn staat lijnrecht tegenover de Ontwikkelingsvisie waarin is opgenomen dat twee velden op het landgoed van eiser moeten worden gerealiseerd. [eiser G] wijst erop dat aanvankelijk de locatie Oude Landen op de derde plaats kwam van de onderzochte vijf mogelijkheden. Door voor Oude Landen te kiezen resteren nog slechts enkele meters afstand tussen de velden en eisers houtsingels en zal het ophalen van de ballen beschadiging tot gevolg hebben. 11. Verweerder heeft erop gewezen dat het project onderdeel uitmaakt van een aantal geplande en reeds gerealiseerde ontwikkelingen aan de oostkant van de kern Nuenen, welke ontwikkelingen zijn opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006” en bestaan uit onder meer het realiseren van accommodaties voor voetbalvereniging RKSV Nuenen, de scouting en de handboogsportvereniging, de uitbreiding van de accommodatie voor het Sint Annagilde, de uitbreiding van het verkeerscentrum en het realiseren van een aantal nieuwe woningen. Ook de bouw van een brede school en de uitbreiding van de manege maken deel uit van de ontwikkelingen. Verweerder verwijst naar de zienswijzenrapportage van 2 januari 2007, waarin reeds gemotiveerd is ingegaan op de bezwaren die eisers hebben ten aanzien van de ontsluiting van de sportvelden via de Oude Landen, en ten aanzien van de ruimtelijke onderbouwing, de akoestiek, de lichthinder, de horizonvervuilende accommodatie, de milieuzonering, en de EHS. Verweerder heeft ter nadere onderbouwing het rapport “Ontsluiting sportcomplex Oude Landen” van Grontmij Nederland BV (hierna: de Grontmij) van 29 mei 2008 ingebracht, inhoudende een onderzoek naar de ontsluiting van sportcomplex Oude Landen met name voor langzaam verkeer. In dit onderzoek is mede het door enkele omwonenden aangedragen alternatief (gebruik Pastoorsmast) betrokken. Oordeel van de rechtbank 12. Aan de formele vereisten voor vrijstelling wordt voldaan. Er staan geen wettelijke belemmeringen in de weg aan het gebruik van het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006”, en de vrijstellingsprocedure voorziet in voldoende mogelijkheden voor belanghebbenden om hun standpunt naar voren te brengen. De rechtbank is tevens van oordeel dat het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als vereist in artikel 19, eerste lid, van de WRO. De rechtbank betrekt hierbij dat op 27 mei 2003 goedkeuring werd onthouden door GS, met name ten aanzien van het sportcomplex, maar dat een verklaring van geen bezwaar nu wel is afgegeven, met uitgebreide overwegingen aangaande de ruimtelijke onderbouwing. Voorts wordt verwezen naar het advies van 22 augustus 2007 over het voorontwerp-bestemmingsplan “Oude Landen, herziening 2006”, van de Provinciale Planologische Commissie Noord-Brabant (hierna: PPC) aan verweerder, waarin de PPC zich – voor zover hier van belang – bij het advies aan haar van 26 juni 2007 van de directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving (hierna: de directie) heeft aangesloten. De directie is van oordeel dat de verplaatsing van sportvelden en sporthal uit de kern Nuenen om daarmee ruimte te maken voor uitbreidingslocaties kan worden aangemerkt als maatschappelijk belang. Voorts is volgens de directie adequaat aangetoond dat alternatieve locaties niet voorhanden zijn, wordt bovendien met de locatie van de velden de Groene Hoofd Structuur (hierna: GHS) ontzien, en zijn geen belangrijke natuurwaarden in het geding. 13. Verweerder is bevoegd vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO te verlenen maar is daartoe niet verplicht. Bij het gebruik maken van die bevoegdheid komt verweerder een ruime mate van vrijheid toe. De rechtbank is bij de beoordeling daarvan gehouden tot een marginale toetsing. Concreet betekent dit dat het bestreden besluit alleen dan niet in stand kan blijven indien het strijdig is met een wettelijke bepaling of indien verweerder in redelijkheid niet tot dat besluit heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de rechtstreeks betrokken belangen. 14. Met betrekking tot de grief van [eisers E en F], dat onduidelijk is wat de infrastructuur inhoudt nu diverse concepten verschillende kaarten laten zien, stelt de rechtbank vast dat daarover alsnog voldoende duidelijkheid is ontstaan door de ter zitting door verweerder aan de hand van kaartmateriaal, mede op basis van de daarover gestelde vragen, gegeven uiteenzetting. 15. Delen van het plangebied van het voorontwerp “Oude Landen, herziening 2006” liggen in de EHS. Dit geldt evenwel niet voor het projectgebied van deze vrijstellingsprocedure. Voor zover de PPC opmerkingen heeft gemaakt in relatie tot de EHS zien die niet op dit projectgebied. De hierop betrekking hebbende beroepsgronden slagen daarom niet. Voor zover [eiser G] heeft beoogd te betogen dat niet kan worden volstaan met de geprojecteerde zes natuurgrasvelden, waardoor alsnog inbreuk noodzakelijk zal zijn op de EHS, wordt dit niet gevolgd. De onderhavige vrijstelling ziet niet op de percelen ten noorden van de Weiersedreef. Verweerder heeft verder aangegeven dat volgens berekeningen kan worden volstaan met acht natuurgrasvelden, of zes velden waarvan een met kunstgras en een als WeTra-veld, en dat inmiddels is besloten twee velden in kunstgras uit te voeren, zodat er ruimte is om extra groei op te vangen. Ook is met de ontwikkeling van “Nuenen-West” nog niet gezegd dat aanspraak zal worden gemaakt op de gronden ten noorden van de Weiersedreef, zoals oorspronkelijk in het Ontwikkelingsplan werd aangegeven. Voorts zou te zijner tijd de capaciteit nog verder kunnen worden uitgebreid door nog een natuurgrasveld in kunstgras uit te voeren, aldus verweerder. 16. Met betrekking tot de beroepsgronden die zien op de langzaam-verkeersontsluiting via de Oude Landen overweegt de rechtbank het volgende. Uit het e-mailbericht van VVN aan [eisers A en B] en [eisers E en F] van 16 april 2008, naar aanleiding van het voorliggende project en het door [eisers A en B] gemaakte alternatief van 10 april 2008, blijkt dat volgens VVN over beide plannen opmerkingen zijn te maken. Zo wordt het in het alternatief aangegeven vrij liggend fietspad langs de Pastoorsdreef toegejuicht, maar heeft VVN twijfels over de locatie van de voorgestelde langzaam-verkeersontsluiting aan de Weiersedreef vanwege de afstand en vooral de onlogica, daar deze ontsluiting niet op dezelfde plek uitkomt als de hoofdontsluiting. Blijkens de conclusies van het als een deskundigenrapport aan te merken rapport van de Grontmij van 29 mei 2008, waarin wordt ingegaan op diverse alternatieven, is de door verweerder gekozen route voor langzaam-verkeer naar het sportcomplex Oude Landen vanuit Nuenen-Noord en Nuenen-Zuidwest, via het Opetersepad en de Oosterklamp, het meest geschikt, met als bijkomend voordeel dat deze route ook als tweede calamiteitenroute voor hulpdiensten kan worden gebruikt. De Grontmij overweegt dat het gebied Oude Landen naar aanleiding van de diverse ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie anders wordt ontsloten en concludeert dat het verkeersluw wordt. Ten aanzien van de route die is aangedragen door enkele omwonenden (gebruik Pastoorsmast) is de conclusie dat deze minder goed scoort op drie aspecten: verkeersveiligheid, sociale veiligheid en kortste route; bij dit alternatief is er geen ingang voor langzaam verkeer aan de weg Oude Landen en zal er voor de ontsluiting van de hulpdiensten een aparte toegang vanaf de Weiersedreef moeten worden gerealiseerd. Verder concludeert de Grontmij onder meer dat overlast van gemotoriseerd verkeer in de Oosterklamp en op de weg Oude Landen door haal- en brengverkeer, doorgaand verkeer en foutief/ongewenst parkeren niet wordt verwacht en dat overlast van langzaam verkeer via de Oosterklamp nihil zal zijn, omdat bezoekers van het sportcomplex via verschillende routes naar dit complex rijden. Tevens komt de Grontmij tot de conclusie dat de Oosterklamp het extra langzaam-verkeer goed kan afwikkelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee, naast hetgeen in de zienswijzenrapportage reeds is opgemerkt, de gemaakte keuze voor de langzaam-verkeersontsluiting via de Oude Landen voldoende onderbouwd. Eisers hebben geen deskundige tegenrapportage overgelegd. De rechtbank is niet gebleken dat het onderzoek van de Grontmij naar aard en wijze van totstandkoming zodanige onjuistheden bevat of zodanig onvolledig is dat verweerder de daaruit door de Grontmij getrokken conclusies niet met vrucht ter nadere onderbouwing heeft kunnen aanvoeren. Hetgeen door VVN is opgemerkt biedt onvoldoende aanknopingspunten om tot een andere conclusie te komen. 17. Met betrekking tot de beroepsgronden over lichthinder, horizonvervuiling en milieuzonering overweegt de rechtbank allereerst dat het vrijstellingsbesluit niet ziet op het oprichten van bouwwerken. Voorts heeft verweerder ten aanzien van de grieven over lichthinder en milieuzonering aangegeven dat bij de aan de woonwijk grenzende velden geen veldverlichting wordt aangebracht, en ten aanzien van de grief over horizonvervuiling dat is besloten de velden op een grotere afstand van de woonwijk aan te leggen dan waartoe het voorontwerpbestemmingsplan de mogelijkheid bood. Verder heeft verweerder erop gewezen dat de voetbalvelden zo compact mogelijk zijn geprojecteerd om een zo groot mogelijke afstand tot de woonwijk te kunnen creëren, en dat de aan de woonwijk grenzende velden niet worden voorzien van kunstgras, zodat hier sprake zal zijn van minder intensief gebruik. Voorts heeft verweerder aangegeven dat wordt voorzien in afschermende groenvoorzieningen en een begroeide grondwal. Tot slot heeft verweerder gewezen op regelgeving ter voorkoming van lichthinder. 18. Met betrekking tot de beroepsgrond over geluidsoverlast van het verkeer heeft verweerder terecht gesteld dat akoestische berekeningen aangeven dat de 50 dB(A)-contour van de A270 en de Smits van Oyenlaan over delen van de aangrenzende woonwijk ligt en dat het geen berekeningen betreft die betrekking hebben op het hier aan de orde zijnde vrijstellingsbesluit. Voorts, dat volgens de geldende regelgeving geen geluidsonderzoek is vereist in de woonwijk, nu deze is ingericht als 30-km zone. Verder concludeert de Grontmij in voornoemd rapport dat overlast van gemotoriseerd verkeer in de Oosterklamp en op de weg Oude Landen door haal- en brengverkeer en doorgaand verkeer niet wordt verwacht. 19. Met betrekking tot de beroepsgrond over geluidsoverlast van de sportaccommodatie heeft verweerder erop gewezen dat er regelgeving is die voorziet voorkoming van geluidshinder. Verweerder heeft verder aangegeven dat het project voldoet aan de voorwaarden, waaronder de volgens de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in acht te nemen afstand ter voorkoming van geluidhinder. De rechtbank is niet gebleken dat verweerder van onjuiste gegevens is uitgegaan. 20. Uit de verklaring van geen bezwaar van GS blijkt dat deze de conclusie van verweerder delen dat met de realisatie van zes velden, waarvan twee in kunstgrasuitvoering, voorzien wordt in een reële behoefte. Ook blijkt volgens GS uit het rapport “Verkenning locatiestudie Oude Landen” dat er een gedegen afweging heeft plaatsgevonden van mogelijke alternatieve locaties voor de sportaccommodatie. Tot slot hebben GS aangegeven dat de realisatie niet een overwegende inbreuk op de landschappelijke verschijningsvorm van de projectlocatie tot gevolg heeft. 21. Het voorgaande leidt de rechtbank alles bijeengenomen tot het oordeel dat verweerder blijk heeft gegeven van een zorgvuldige afweging van alle direct bij het besluit betrokken belangen, en dat hij met inachtneming van die belangen in redelijkheid tot het vrijstellingsbesluit heeft kunnen komen. De beroepen van [eisers A en B], [eisers E en F] en [eiser G] dienen daarom ongegrond te worden verklaard. 22. De rechtbank ziet geen aanleiding te komen tot een veroordeling in de proceskosten of om te bepalen dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht dient te vergoeden. Beslissing De rechtbank, - verklaart het beroep van [eisers C en D] niet-ontvankelijk; - verklaart de overige beroepen ongegrond. Aldus gedaan door mr. M.T. van Vliet als voorzitter, en mr. M.L.P. van Cruchten en mr. F.P.J.M. Otten als leden, in tegenwoordigheid van A.J.H. van der Donk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2008. Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Afschriften verzonden: