
Jurisprudentie
BF0723
Datum uitspraak2008-09-12
Datum gepubliceerd2008-09-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20-003196-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20-003196-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, ter zake van het bedreigen van een ambtenaar van de gemeente Best met zware mishandeling. Het hof verwerpt het verweer dat er in casu geen sprake zou zijn van een zelfstandige bedreiging.
Uitspraak
Parketnummer : 20-003196-06
Uitspraak : 12 september 2008
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 augustus 2006 in de strafzaak met parketnummer 01/825215-06 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1945],
wonende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand zal opleggen, met aftrek van voorarrest.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 april 2006 te Best [slachtoffer], directeur Ruimte van de gemeente Best, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik naar de gemeente bel en ik wil de burgemeester of haar secretaresse spreken en als ik jou dan aan de telefoon krijg, dan kom ik naar het gemeentehuis en ik schop je alle gangen
door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 11 april 2006 te Best [slachtoffer], directeur Ruimte van de gemeente Best, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik naar de gemeente bel en ik wil de burgemeester of haar secretaresse spreken en als ik jou dan aan de telefoon krijg, dan kom ik naar het gemeentehuis en ik schop je alle gangen door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Van de zijde van verdachte is kort gezegd aangevoerd dat er op 11 april 2006 geen sprake is geweest van een zelfstandige bedreiging, nu verdachte op die dag desgevraagd de woorden die hij op 4 april 2006 jegens [slachtoffer] had geuit heeft herhaald, hetgeen tot vrijspraak van verdachte dient te leiden.
Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.
Gelet op de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat verdachte op 11 april 2006 tijdens een gesprek op het gemeentehuis in Best ongevraagd de bedreigingen die hij op 4 april 2006 jegens [slachtoffer] heeft geuit, in de richting van [slachtoffer] heeft herhaald, mist het verweer feitelijke grondslag. Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is niet gebleken van feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Het verweer wordt mitsdien verworpen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Op te leggen straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Naar het oordeel van het hof kan, met name met het oog op de speciale preventie, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.
Bij de straftoemeting heeft het hof rekening gehouden met:
- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 22 juli 2008 eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld;
- de omstandigheid dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan tegen een ambtenaar van de gemeente Best, gedurende en ter zake de uitoefening van zijn ambt.
Het hof komt op grond van voormelde overwegingen tot oplegging van een straf die hoger is dan de straf als door de advocaat-generaal is gevorderd en die afwijkt van datgene dat door en namens verdachte ter verdediging is bepleit, waarbij het hof verdachte de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag wil inscherpen en naar het oordeel van het hof de door de verdediging bepleite straf noch de door de advocaat-generaal gevorderde straf daartoe voldoende is.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:
Bedreiging met zware mishandeling.
Verklaart verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen door mr. H. Eijsenga, voorzitter, mr. F. van Es en mr. G. de Jonge,
in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,
en op 12 september 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. G. de Jonge en mr. F. van Es zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.