Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0722

Datum uitspraak2008-09-09
Datum gepubliceerd2008-09-23
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers96385 / KG ZA 08-226
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verstek. Plicht tot afgifte administratie.


Uitspraak

RECHTBANK ALMELO Sector Civiel zaaknummer: 96385 / KG ZA 08-226 datum vonnis: 9 september 2008 (gc) Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van: X wonende te Enschede, eiser, advocaat: mr. M.S. van Knippenberg, tegen Y zaakdoende te Enschede en wonende te Overdinkel, gedaagde, niet verschenen. Het procesverloop Gedaagde is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend. Eiser heeft zijn vordering als vermeld in de dagvaarding ter zitting verminderd. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 5 september 2008. Ter zitting zijn verschenen: eiser vergezeld door mr. Van Kippenberg. De vordering is toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing 1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen. 2. Eiser stelt het volgende. Eiser is vennoot in de (ontbonden) vennootschap onder firma . Gedaagde heeft in 2007 een opdracht van de vennootschap geaccepteerd voor het verzorgen van administratieve werkzaamheden, waaronder de boekhouding. Gedaagde heeft de vennootschap toegezegd een transportvergunning aan te vragen. Dat heeft hij echter verzuimd te doen, waardoor de vennootschap en haar vennoten winst hebben gederfd. De vennootschap is door de vennoten ontbonden, omdat de te exploiteren onderneming niet van de grond kwam vanwege het ontbreken van de transportvergunning. Tevens zou gedaagde zorg dragen voor de administratieve afwikkeling van de ontbinding van de vennootschap maar hij is daarmee, ondanks herhaalde toezeggingen, in gebreke gebleven. Inmiddels wordt eiser door de Belastingdienst aangesproken tot het nakomen van de wettelijke verplichtingen waarvan gedaagde op de tijdige naleving zou toezien, althans waarvoor voor de naleving van gedaagde te ontvangen informatie benodigd is. Gedaagde is echter in gebreke gebleven de bewuste informatie aan de Belastingdienst danwel eiser te verschaffen waarna eiser het vertrouwen in gedaagde heeft opgezegd en de opdracht heeft beëindigd. Gedaagde is vele malen verzocht de administratie die zich onder hem bevindt af te geven, maar hij is daarmee in gebreke gebleven. Eiser heeft een spoedeisend belang, omdat hij omgaand dient te voldoen aan de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de belastingwetgeving. 3. Ter zitting heeft eiser zijn vordering verminderd. Inmiddels zijn facturen, bankafschriften en het grootboek afgegeven bij eiser. Eiser vordert thans afgifte van alle stukken met betrekking tot de Belastingdienst, zoals alle bij gedaagde afgegeven correspondentie, aanslagen, verleende uitstellen en dergelijke. 4. Nu gedaagde niet ter zitting is verschenen moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen. 5. De vordering komt onrechtmatig noch ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter aan de gevorderde dwangsom een maximum zal verbinden van € 5.000,00. 6. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld. De beslissing De voorzieningenrechter: I. Veroordeelt gedaagde om alle stukken van eiser die hij onder zich heeft met betrekking tot de Belastingdienst, zoals alle bij gedaagde afgegeven correspondentie, aanslagen, verleende uitstellen en dergelijke, af te geven aan eiser op diens adres te Enschede dan wel op een nader door eiser schriftelijk en voorafgaand aan gedaagde op te geven adres, zulks tegen afgifte van een gedateerd bewijs van ontvangst. II. Veroordeelt gedaagde tot medewerking aan een schriftelijke inventarisatie van de door gedaagde af te geven stukken direct na afgifte, aan te tekenen op het bewijs van ontvangst en na afloop apart door gedaagde en eiser gezamenlijk te ondertekenen, met achterlating van een afschrift van het bewijs van ontvangst en de ondertekende schriftelijke inventarisatie bij eiser. III. Bepaalt dat gedaagde een dwangsom verbeurt van € 500,00 voor iedere dag dat gedaagde nalaat om aan de veroordeling onder I en II te voldoen, zulks met een maximum van € 5.000,00. IV. Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiser begroot op € 325,80 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat. V. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.