
Jurisprudentie
BF0675
Datum uitspraak2008-09-24
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers75749 / HA ZA 08-2342
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-24
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers75749 / HA ZA 08-2342
Statusgepubliceerd
Indicatie
Overeenkomst betaling EEX EVO
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 75749 / HA ZA 08-2342
Vonnis in incident van 24 september 2008
in de zaak van
de stichting
STICHTING LINGEBLOEI,
gevestigd te Zwijndrecht,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. W.M. van den Pol te Gorinchem,
tegen
de vennootschap naar Belgisch recht
OLMENSE ZOO BVBA,
gevestigd te Olmen, België,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. F.A. van de Kasteele te Dordrecht.
Partijen zullen hierna Lingebloei en Olmense Zoo genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
- de incidentele conclusie van antwoord.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. Volgens Olmense Zoo komt de rechtbank geen rechtsmacht toe omdat Olmense Zoo, als gedaagde, is gevestigd in België en omdat de overeengekomen diensten -het doen verzorgen van roofvogelshows door Lingebloei- in België moesten worden verricht, zodat de overeenkomst het nauwst verbonden is met België.
2.2. Lingebloei voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.3. De bevoegdheid van de rechtbank moet in dit geval worden beoordeeld aan de hand van de EEX-Verordening (44/2001) (hierna: EEX-Vo), nu het geschil zowel materieel, formeel als temporeel onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.
2.4. Het doen verzorgen van roofvogelshows is een dienst in de zin van art. 5 aanhef en lid 1 sub b, EEX-Vo, dat voor zover van belang als volgt luidt:
“Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen:
1
a) ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;
b) voor de toepassing van deze bepaling en tenzij anders is overeengekomen, is de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt:
……...
- voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden; “
2.5. Met de term 'verbintenis' wordt bedoeld de contractuele verbintenis die aan de vordering in rechte ten grondslag ligt. Beoordeeld moet derhalve worden welke contractuele verbintenis aan de eis ten grondslag ligt. Dit moet geschieden aan de hand van het materiële recht, dat volgens het internationaal privaatrecht van de aangezochte rechter op de overeenkomst van toepassing is.
2.6. Op de overeenkomst van partijen is, bij gebreke van rechtskeuze, Nederlands recht toepasselijk. Lingebloei, die de kenmerkende prestatie heeft verricht, is in Nederland gevestigd. Het vermoeden dat de overeenkomst met Nederland de nauwste band heeft is niet adequaat weerlegd (art. 4 lid 1 en 2 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst).
2.7. De contractuele verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is de betalingsplicht ter zake van het (gesteld) reeds gepresteerde. De overigens gevorderde schadevergoeding is geen verbintenis uit overeenkomst maar uit wet. De gevorderde ontbinding van (het restant van) de overeenkomst is geen verbintenis.
2.8. Naar Nederlands recht is betaling van een geldsom in beginsel een brengschuld (art. 6:116 BW). De verbintenis dient dus in Nederland uitgevoerd te worden. Daarmee is de rechtsmacht van deze rechtbank gegeven.
2.9. Olmense Zoo zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld (1 punt voor salaris advocaat, tarief II, ad EUR 452).
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident:
3.1. verklaart zich bevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,
3.2. veroordeelt Olmense Zoo, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het incident, aan de zijde van Lingebloei tot op heden begroot op EUR 452,
in de hoofdzaak:
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 november 2008 voor conclusie van antwoord door Olmense Zoo.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2008.