
Jurisprudentie
BF0670
Datum uitspraak2008-08-19
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/606574-07
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/606574-07
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verdachte heeft in een relatief korte periode vele poststukken naar [slachtoffer 1], zijn ex-vrouw verstuurd, alsmede een uitnodiging voor een voorstelling en verdachte is bovendien meerdere keren bij de woning van zijn ex-vrouw geweest. Dit terwijl verdachte wist dat zij hier allerminst van gediend was. De rechtbank acht het geenszins ongebruikelijk dat na het verbreken van een langdurige relatie, waarbij tevens kinderen zijn betrokken, de emoties van de betrokken personen hevig kunnen oplopen. Verdachte is echter bij het uiten van zijn emoties ten aanzien van de verbroken relatie met [slachtoffer 1] te ver gegaan.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummers: 19.606574-07 en 19.605846-06 (tul)
vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 19 augustus 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
wonende te [adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 5 augustus 2008.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
hij in de periode van 01 oktober 2006 tot en met 07 april 2007 te Assen, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, hierin bestaande dat verdachte
- meermalen (dreigende) brieven heeft gestuurd aan en/of bezorgd en/of heeft laten bezorgen op het woonadres van die [slachtoffer 1] en/of
- meermalen, althans eenmaal, goederen heeft achtergelaten bij de woning van die [slachtoffer 1] en/of
- die [slachtoffer 1] een (groot) aantal keren op haar prive telefoonaansluiting heeft opgebeld, althans telefonisch contact heeft gelegd met die privé telefoonaansluiting en/of
- meermalen bij de voordeur, althans de woning van die [slachtoffer 1] aanwezig is geweest en/of
- die [slachtoffer 1] heeft uitgenodigd voor een voorstelling en/of
- heeft gezegd dat die [slachtoffer 1] niet met andere mannen om mag gaan;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2006 tot en met 19 mei 2007 te Assen, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, hierin bestaande dat verdachte
- die [slachtoffer 2] meermalen op haar prive telefoonaansluiting heeft opgebeld, althans telefonisch contact heeft gelegd met die prive telefoonaansluiting en/of
- die [slachtoffer 2] meermalen (dreigende) brieven heeft gestuurd en/of (dreigende) brieven heeft bezorgd en/of heeft laten bezorgen op het woonadres van die [slachtoffer 2] en/of
- meermalen, althans eenmaal bij de voordeur, althans de woning van die [slachtoffer 2] aanwezig is geweest;
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Feit 1
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 augustus 2008;
- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1], opgenomen in dossiernummer PL031S/07-105939, p. 12-16.
- de verklaring van verbalisant [naam], opgenomen in dossiernummer PL031S/07-105939, p. 20-22.
- de kopieën van poststukken, opgenomen in dossiernummer 07-105939A, zijnde geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering.
Feit 2
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 augustus 2008;
- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2], opgenomen in dossiernummer PL031S/07-105939, p. 40-42.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 01 oktober 2006 tot en met 07 april 2007 te Assen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, hierin bestaande dat verdachte
- meermalen (dreigende) brieven heeft gestuurd aan en/of bezorgd op het woonadres van die [slachtoffer 1] en
- meermalen bij de voordeur van die [slachtoffer 1] aanwezig is geweest en
- die [slachtoffer 1] heeft uitgenodigd voor een voorstelling;
2.
hij in de periode van 01 oktober 2006 tot en met 19 mei 2007 te Assen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], met het oogmerk die [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen, hierin bestaande dat verdachte
- die [slachtoffer 2] meermalen op haar privé telefoonaansluiting heeft opgebeld en
- die [slachtoffer 2] meermalen (dreigende) brieven heeft gestuurd en/of (dreigende) brieven heeft bezorgd en/of heeft laten bezorgen op het woonadres van die [slachtoffer 2] en
- eenmaal bij de voordeur van die [slachtoffer 2] aanwezig is geweest;
De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Kwalificatie
Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:
belaging, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Strafbaarheid
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;
- de eis van de officier van justitie, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan een contact- en straatverbod ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 1].
- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;
- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 12 juni 2008, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van belaging is veroordeeld.
De rechtbank neemt met betrekking tot de strafmaat het volgende in overweging.
Verdachte heeft in een relatief korte periode vele poststukken naar [slachtoffer 1], zijn ex-vrouw verstuurd, alsmede een uitnodiging voor een voorstelling en verdachte is bovendien meerdere keren bij de woning van zijn ex-vrouw geweest. Dit terwijl verdachte wist dat zij hier allerminst van gediend was. De rechtbank acht het geenszins ongebruikelijk dat na het verbreken van een langdurige relatie, waarbij tevens kinderen zijn betrokken, de emoties van de betrokken personen hevig kunnen oplopen. Verdachte is echter bij het uiten van zijn emoties ten aanzien van de verbroken relatie met [slachtoffer 1] te ver gegaan. Verdachte heeft stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-vrouw en verdachte heeft door zijn handelen bij het slachtoffer gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg gebracht. De gedragingen van verdachte hebben mede een impact gehad op de kinderen van verdachte en zijn ex-vrouw. Zowel het slachtoffer als de kinderen kampen in psychisch opzicht nog met de gevolgen daarvan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging ten aanzien van [slachtoffer 2], de bewoonster van de voormalige woning van verdachte.
De rechtbank is op grond van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor gegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.
Bijzondere overwegingen
De officier van justitie heeft ter terechtzitting een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 5 jaren gevorderd met als bijzondere voorwaarde, kort gezegd, een contactverbod met zijn ex-vrouw. De rechtbank kan zich niet verenigen met de eis van de officier van justitie, gelet op het bepaalde in artikel 14b van het Wetboek van Strafrecht en mede in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 30 oktober 2007 (LJN BB3999). De rechtbank zal ten aanzien van de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf een proeftijd voor de duur van 2 jaren vaststellen.
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.
Hoewel de raadsman van verdachte met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij zich refereerde aan het oordeel van de rechtbank, leidt de rechtbank uit de reactie van verdachte op de vordering af dat de hoogte van het gevorderde bedrag van de benadeelde partij door de verdachte wordt betwist.
De rechtbank acht de vordering tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.
Gelet op de verhouding tussen de aard en achtergrond van de belaging, is de rechtbank van oordeel dat de toe te wijzen vordering dient te worden beperkt tot een bedrag van € 500,00.
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige deel afwijzen.
Schadevergoedingsmaatregel
Met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 24c, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.605846-06
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen, gelet op het feit dat de pleegperiode van het onder 2 bewezenverklaarde feit grotendeels loopt vóór het ingaan van de proeftijd, opgelegd onder parketnummer 19.605846-06.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot
- een taakstraf bestaande uit 100 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast;
- gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,
of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal weerhouden van het leggen van enige vorm van contact, direct of indirect, met [slachtoffer 1].
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 500,00 en veroordeelt de verdacht tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank wijst de vordering voor het overige deel af.
De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] een bedrag van € 500,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.605846-06
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.
Dit vonnis is gewezen door C.M.M. Oostdam, voorzitter en mr. A.M.E. van der Sluijs en mr. H.T. van Voorst, rechters in tegenwoordigheid van mr. E.M. Harbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 19 augustus 2008, zijnde mrs. Van der Sluijs, Van Voorst en Harbers buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.