Jurisprudentie
BF0620
Datum uitspraak2008-09-10
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers367404 / HA ZA 07-1076
Statusgepubliceerd
Indicatie
Rechtshandelingen nietig en/of vernietigbaar op grond van geestelijke stoornis dan wel beschikkingsonbevoegdheid?
Art. 3:32, 3:34, 3:35, 3:36 BW
In deze procedure wordt de nietigheid en/of vernietigbaarheid ingeroepen van door kunstschilder gegeven toestemming tot het (laten) exploiteren van zijn werk. Er wordt een beroep gedaan op een geestelijke stoornis in de zin van artikel 3:34 BW en daarnaast zou de kunstschilder zijn auteursrechten reeds eerder aan zijn vrouw hebben overgedragen. Aan de orde is voorts of gedaagde zich kan beroepen op de bescherming van artikel 3:35/3:36 BW.
De rechtbank acht bewezen dat de kunstschilder ten tijde van de overeenkomst van 9 juli 2004 leed aan een geestelijke stoornis in de zin van artikel 3:34 BW. Gedaagden worden toegelaten tot het bewijs van de stelling dat zij niet wisten dan wel behoorden te weten dat [kunstschilder] leed aan een geestelijke stoornis.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 367404 / HA ZA 07-1076
Vonnis van 10 september 2008
in de zaak van
1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie],
wonende te [woonplaats] (Frankrijk),
2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], voor haarzelf alsmede in haar hoedanigheid van curator ex artikel 1:378 lid 1 BW van eiser sub 1,
wonende te [woonplaats] (Frankrijk),
eisers in conventie,
verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,
advocaat mr. C.J.M.A. Govers,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde b.v. 1],
gevestigd te [woonplaats],
2. [gedaagde],
wonende te [woonplaats],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde b.v. 2],
gevestigd te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in (voorwaardelijke) reconventie,
advocaat mr. C. Hellingman.
Eisers in conventie, tevens verweerders in (voorwaardelijke) reconventie, zullen hierna gezamenlijk [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en ieder afzonderlijk [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] worden genoemd; gedaagden in conventie, tevens eisers in (voorwaardelijke) reconventie, zullen hierna gezamenlijk [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] worden genoemd, en ieder afzonderlijk [gedaagde b.v. 1], [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [gedaagde b.v. 2].
In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 oktober 2007 waarbij een comparitie van partijen is gelast, met de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 5 februari 2008 met de daarin genoemde stukken,
- de akte na comparitie van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gedateerd 19 maart 2008, met één bewijsstuk,
- de antwoordakte van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gedateerd 16 april 2008, met bewijsstukken,
- de akte uitlating na antwoordakte van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gedateerd 14 mei 2008, met bewijsstukken,
- de akte uitlating producties van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gedateerd 28 mei 2008.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is sinds een vijftig tal jaren actief als kunstschilder en beeldend kunstenaar en heeft in die hoedanigheid grote internationale bekendheid en erkenning verworven.
2.2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is sinds 1993 gehuwd met [eiseres in coventie, verweerster in reconventie].
2.3. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde, door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ondertekende overeenkomst, gedateerd 18 juli 2002, luidt, voor zover hier relevant:
“Overdracht van de rechten op de producten die van mijn werken zijn afgeleid
Ik, ondergetekende, [eiser in conventie, verweerder in reconventie], bekend als [naam eiser in conventie, verweerder in reconventie], Schilder-kunstenaar, […] draag over aan mijn vrouw, [eiseres in conventie, verweerder in reconventie] mijn rechten in de gehele wereld betreffende de exploitatie van de producten die van mijn werken zijn afgeleid.
Derhalve heeft [eiseres in conventie, verweerder in reconventie] bij dezen het alleenrecht op het (laten) fabriceren, op de markt brengen en distribueren van de producten die van mijn werken zijn afgeleid.”
2.4. Een door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] opgestelde brief aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie], gedateerd 8 juli 2004, die door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op 9 juli 2004 voor akkoord is ondertekend, luidt, voor zover hier relevant:
“Zoals je weet werken wij, dat wil zeggen jij en ik al meer dan 35 jaar samen bij de uitgave van jouw werken. Dit is steeds naar alle tevredenheid gegaan en ik ben onze afspraken, meen ik, steeds correct en juist nagekomen. Omdat onze afspraken doorgaans mondeling waren en om ieder misverstand in de toekomst te voorkomen, vraag ik je vriendelijk mij te bevestigen dat de uitgaverechten van alle door mij ([bedrijf 1] en [gedaagde b.v. 1] inbegrepen) uitgegeven werken aan mij toekomen en dat steeds correct en volledig alle financiele verplichtingen met betrekking tot die uitgaven tegenover jou zijn nagekomen.
Ook voor merchandise artikelen zou ik om misverstanden in de toekomst te willen voorkomen, willen vastleggen dat ik jouw werken geheel of gedeeltelijk afgebeeld, voorzien van jouw logo, mag reproduceren. Ook hiervoor geldt dat ik steeds mijn afspraken met jou correct ben nagekomen. Merchandise artikelen zijn uiteraard geen onafhankelijke kunstwerken.
Indien je ermee instemt dat wij in het verleden steeds elkaar correct en juist behandeld hebben en dat je onze afspraak bevestigt dat je mij het recht geeft om in de toekomst nog werken van je uit te geven of merchandise artikelen met (delen van) jouw werk uit te (doen) geven, dan verzoek ik vriendelijk deze brief voor akkoord te ondertekenen.”
2.5. Een in het Nederlands vertaalde schriftelijke verklaring van [persoon 1], psychiater, gedateerd 21 januari 2005, luidt, voor zover hier relevant:
“[eiser in conventie, verweerder in reconventie] is 82 jaar oud, toerist uit Frankrijk, op vakantie in Israël. Het is bekend dat hij al gedurende 12 jaar aan een bipolaire stoornis lijdt. [..]
Tijdens het onderzoek kwam hij over als manisch psychotisch, begeleid door insomnie, ongeduld, stressvol praten, en had hij grote en paranoïde denkbeelden. […]”
2.6. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde schriftelijke verklaring van [persoon 2], gedateerd 2 maart 2005, luidt, voor zover hier relevant:
“Ik ondergetekende, verklaar dat de [eiser in coventie, verweerder in reconventie] […] sinds 28 februari 2005 is opgenomen in de Clinique du Château. Hij vertoont ernstige stoornissen in zijn geestelijk functioneren waardoor gemakkelijk misbruik van hem kan worden gemaakt. Het is dan ook gerechtvaardigd zo spoedig mogelijk een beschermingsmaatregel te nemen in de vorm van een ondercuratelestelling.”
2.7. Bij vonnis van 24 januari 2006 van de rechtbank te Parijs is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onder curatele geplaatst van [eiseres in coventie, verweerster in reconventie]. Bij beslissingen van 22 maart 2005 en 12 april 2005 was [eiser in conventie, verweerder in reconventie] al onder voorlopige curatele geplaatst van [eiseres in coventie, verweerster in reconventie].
2.8. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde verklaring van [persoon 3] (hierna: [persoon 3]), gedateerd 28 november 2006, luidt, voor zover hier relevant:
“Ik ondergetekende […] verklaar de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] […] heden te hebben onderzocht. Ik volg de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] sinds 1990. […]
Reeds sinds 2000 is hij [[eiser in conventie, verweerder in reconventie], rechtbank] vanwege zijn psychische toestand volledig incompetent om besluiten te nemen of zijn zaken te beheren.
Het was noodzakelijk om hem onder curatele te stellen.
Kortom, de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is sinds 2000 niet in staat om zich met zijn zaken bezig te houden. Dit is een overduidelijk feit voor zijn omgeving, dat wil zeggen dat het voor iedereen die van tijd tot tijd contact had met de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zonneklaar was dat hij niet in staat was om besluiten te nemen of zijn zaken te beheren.”
2.9. Een schriftelijke verklaring van [persoon 4] (hierna: [persoon 4]), gedateerd 18 april 2007, luidt, voor zover hier relevant:
“Bij deze wil ik graag reageren op geruchten als zou de [kunstenaar] [eiser in conventie, verweerder in reconventie] sinds geruime tijd niet meer aanspreekbaar, zelfs geestelijk onbereikbaar zijn. En dat hij met terugwerkende kracht financieel zou zijn uitgebuit door zijn zaakwaarnemers. Vanuit mijn eigen ervaring moet ik dit tegenspreken.
Ik heb [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gedurende vele maanden alleen en in gezelschap gesproken in Amsterdam, Parijs, Haarlem, en Piediripa. Ook onderweg, in de auto, van en naar verschillende bestemmingen heb ik hem mogen interviewen in het kader van de [naam biografie eiser in conventie, verweerder in reconventie] […]
Het waren zinnige gesprekken waarbij mij opviel hoe scherp en alert [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wel was, met een fenomenaal geheugen […]
Ik heb [eiser in conventie, verweerder in reconventie], een enkel telefoongesprek uitgezonderd, de laatste 2 jaar niet meer gesproken en kan dus verder niet oordelen over zijn huidige geestelijke toestand. Maar ten tijde van onze ontmoetingen was hij alert, vlijmscherp met de nodige ironie en bleek hij waarnemen, met het oog van een schilder. Geen detail ontging hem.”
2.10. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde schriftelijke verklaring van [persoon 5], intieme vriendin van [eisers in conventie, verweerders in reconventie], gedateerd 17 december 2007, luidt, voor zover hier relevant:
“Sinds 1992, toen hij zijn eerste crisis doormaakte, heb ik kunnen constateren dat zijn gedrag langzaam achteruit ging, waardoor hij meerdere malen is opgenomen in een psychiatrische kliniek. Rond 2002 en vooral 2003, en daarna in 2004 en 2005 ging zijn toestand verschrikkelijk hard achteruit. Vooral tijdens conversaties waren zijn uitlatingen onsamenhangend en gingen gepaard met grote opwinding. Ik merkte op dat hij sterk aan geheugenverlies leed, onsamenhangende uitlatingen deed en permanent niet meer in staat was om zijn zaken te beheren.[…]”
2.11. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde schriftelijke verklaring van [persoon 6], gedateerd 19 december 2007, luidt, voor zover hier relevant:
“Ik bevestig u graag dat ik gedurende zeer lange tijd met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heb samengewerkt als uitgever. […]
Vanaf 2003 blijkt het moeilijk te worden om projecten met deze kunstenaar uit te voeren. Het was moeilijk om deze op te zetten en te voltooien omdat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] –als gevolg van gezondheidsproblemen – ongecontroleerde en onsamenhangende uitlatingen deed. […]
Ik denk dat hij niet in staat was om de noodzakelijke besluiten te nemen. Zo heb ik onze samenwerking tot mijn spijt sterk afgebouwd, aangezien het voor mij in deze chaotische situatie niet meer mogelijk was om deze na een fantastische relatie van meer dan 20 jaar voort te zetten. Ik heb de lopende zaken met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan ook beëindigd.[…]”
2.12. Een schriftelijke verklaring van [persoon 7], gedateerd 20 december 2007, luidt, voor zover hier relevant:
“[…] Ik ken [eiser in conventie, verweerder in reconventie] sinds 1998 en wij hebben elkaar in die jaren regelmatig gezien. In 2002 merkte ik dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] nogal eigenaardig gedrag ging vertonen.
Een zekere nervositeit met soms buitensporige woede-uitbarstingen over onbelangrijke onderwerpen.
Vervolgens constateerde ik in 2004 dat deze woede-uitbarstingen steeds vaker voorkwamen en soms agressief werden zonder enige objectieve reden. Door dit gedrag en bepaalde uitlatingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kreeg ik de indruk dat hij niet meer in de realiteit stond. […]”
2.13. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde verklaring van [persoon 8] van [bedrijf 2], gedateerd 8 januari 2008, luidt, voor zover hier relevant:
“[…] - ik heb jarenlang voor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gewerkt tot 2004, toen hij ziek werd als gevolg waarvan hij werd opgenomen en alle drukken van lithografieën in mijn atelier werden stopgezet.
- in de loop van 2003 begon hij al zeer geagiteerd te raken en kwam hij geleidelijk in een ogenschijnlijk depressieve toestand terecht. Hij had toen de neiging om soms volslagen onsamenhangende uitlatingen te doen en hij leed veelvuldig aan geheugenverlies, waardoor onze samenwerking ernstig werd bemoeilijkt. […]”
2.14. Een verklaring van [persoon 9], de advocaat van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in Frankrijk, gedateerd 17 januari 2008, luidt voor zover hier relevant:
“In mijn hoedanigheid van advocaat van de [eisers in conventie, verweerders in reconventie], en in het bijzonder van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], verklaar ik dat gedurende jaren en met name vanaf eind 2003/begin 2004 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] […] naar mijn waarneming niet in het bezit was van al zijn geestelijke vermogens (geheugenverlies, wanen, depressie), en dat met name voor wat betreft het financiële beheer van zijn leven.[…]”
2.15. Een door een beëdigde vertaler in het Nederlands vertaalde ongedateerde verklaring van [persoon 10], lithograaf van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], luidt voor zover hier relevant:
“Ik ondergetekende […] verklaar dat de [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de loop van de jaren 2002/2003 onsamenhangende uitlatingen deed en aan geheugenverlies leed.
Het was erg moeilijk om met hem te communiceren.
Om die reden heb ik besloten om mijn zakelijke samenwerking met hem te beëindigen.”
3. Het geschil
In conventie
3.1. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vordert na wijziging van eis bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de vernietiging dan wel de nietigheid uit te spreken van de overeenkomst van 9 juli 2004, althans voor recht te verklaren dat de vernietiging van de bedoelde overeenkomst reeds geldig buitengerechtelijk heeft plaatsgevonden en/of de nietigheid van de overeenkomst reeds geldig buitengerechtelijk is ingeroepen, alsmede de vernietiging dan wel de nietigheid uit te spreken van door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [gedaagde b.v. 1] en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en/of [gedaagde b.v. 2] vanaf 18 juli 2002 verleende toestemmingen voor exploitatiehandelingen;
II. voor recht te verklaren dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] inbreuk hebben gemaakt op de aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] en/of aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toekomende auteursrechten op de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie];
III. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te bevelen met onmiddellijk ingang na betekening van het te wijzen vonnis iedere vorm van openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de auteursrechtelijk beschermde werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te staken en gestaakt te houden;
IV. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te bevelen binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voor rekening van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan te wijzen accountant volledige rekening en verantwoording, gestaafd met schriftelijke bewijsstukken, af te (laten) leggen van de door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verrichte openbaarmakingshandelingen van de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en van de door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daarmee behaalde bruto- en nettowinst, een en ander vanaf 18 juli 2002 tot de dag van betekening van het te wijzen vonnis, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum;
V. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te bevelen binnen twee weken nadat de onder IV. genoemde opgave is gedaan de door hen genoten nettowinst aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] af te dragen;
VI. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te bevelen bij hun aanwezige software en/of overige productiemiddelen, waarmee de originele handtekening van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kan worden verveelvoudigd, binnen twee weken in aanwezigheid van een gerechtsdeurwaarder op kosten van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te (doen) vernietigen;
VII. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een direct opeisbare niet voor matiging in aanmerking komende dwangsom van EUR 10.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde b.v. 1] en/of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in gebreke zijn om aan het bevel sub II en/of sub III en/of sub IV en/of sub V en/of sub VI te voldoen, dan wel ter keuze van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voor elke overtreding van zo’n bevel, met dien verstande dat betaling aan de ene eiseres bevrijdend zal zijn tegenover de andere eiseres;
VIII [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van de door hen gemaakte buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2007 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat betaling aan de ene eiseres bevrijdend zal zijn tegenover de andere eiseres;
IX. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk te veroordelen in de volledige kosten van het geding, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd.
3.2. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
In (voorwaardelijke) reconventie
3.3. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] vordert:
I. de veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van EUR 56.228,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2007 tot aan de dag der voldoening;
II. in het geval dat de rechtbank mocht oordelen
(i) dat [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] met ingang van 18 juli 2002 enig gerechtigde is tot de auteursrechten op de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en
(ii) één of meer gedaagden in conventie wegens het maken van inbreuk op de aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] toebehorende auteursrechten op de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt veroordeeld tot betaling van enige som,
voor recht te verklaren dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op gronden genoemd in de voorwaardelijke eis in reconventie toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen [gedaagde b.v. 1] en hem bestaande relatie of overeenkomst(en), dan wel onrechtmatig jegens [gedaagde b.v. 1] heeft gehandeld en voorts te bepalen dat de door [gedaagde b.v. 1] geleden schade gelijk is aan de door [gedaagde b.v. 1] door de rechtbank bepaalde en door [gedaagde b.v. 1] te betalen vergoeding, alsmede [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen tot betaling van het alsdan door de rechtbank te bepalen bedrag;
III. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen in de proceskosten.
3.4. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
In conventie
Voornamen [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
4.1. Allereerst vraagt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie], ter voorkoming van eventuele executiegeschillen, opheldering omtrent de juiste voornamen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. Daarop heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, onder overlegging van een afschrift uit het bevolkingsregister, aangegeven dat de voornamen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] als volgt luiden: [voornamen eiser in conventie, verweerder in reconventie]. De juistheid hiervan wordt vervolgens niet langer door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] betwist, zodat ervan wordt uitgegaan dat de voornamen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de dagvaarding correct zijn weergegeven.
Ontvankelijkheid [eiseres in coventie, verweerster in reconventie]
4.2. Op grond van de stelling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat de auteursrechten in 2002 aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] zijn overgedragen, kan, indien de juistheid van deze stelling wordt aangenomen, van een vorderingsrecht van [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] sprake zijn, zodat zij reeds om die reden tot het instellen van een zelfstandige vordering terzake van auteursrechtinbreuk is gerechtigd.
Wat haar ontvankelijkheid betreft in haar vordering als curator wordt als volgt overwogen.
Nu [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de ondercuratelestelling inhoudelijk (nog) niet jegens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft ingeroepen aangezien de aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot nu toe verweten gedragingen zich hebben afgespeeld vóór de datum van ondercuratelestelling, kan in het midden worden gelaten in hoeverre de ondercuratelestelling zoals uitgesproken door de rechtbank te Parijs, werking heeft jegens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] De vordering voor zover ingesteld door [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] in haar hoedanigheid van curator kan vooralsnog worden gezien als ingesteld uitsluitend voor zover nodig ten einde [eiser in conventie, verweerder in reconventie] rechtsgeldig een procedure aanhangig te laten maken en een vorderingsrecht van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zelf geldend te kunnen maken. In zoverre zal het vonnis van de rechtbank Parijs (zoals hiervoor onder 2.7 bedoeld) worden erkend, nu het tot zover in ieder geval niet als in strijd met de openbare orde heeft te gelden, terwijl bovendien van de bevoegdheid van de rechtbank Parijs kan worden uitgegaan en niet is gebleken dat het vonnis tot stand is gekomen zonder behoorlijke rechtspleging.
De vordering voor zover ingesteld jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [gedaagde b.v. 2]
4.3. Deze vorderingen dienen naar het oordeel van de rechtbank te worden afgewezen. Door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is herhaaldelijk en gemotiveerd toegelicht dat, bij de exploitatie van de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], altijd is gehandeld door [gedaagde b.v. 1], althans door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als vertegenwoordiger van [gedaagde b.v. 1], en nimmer door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in privé dan wel door [gedaagde b.v. 2]. In het licht van dit verweer hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onvoldoende concreet toegelicht op grond waarvan de conclusie is gerechtvaardigd dat bij de exploitatie van de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], dan wel bij de overigens aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verweten gedragingen als genoemd in de dagvaarding, tevens (op ongeoorloofde wijze) is gehandeld door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in privé dan wel door [gedaagde b.v. 2]. De enkele omstandigheid dat in [gedaagde b.v. 2] schilderijen en reproducties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te koop worden aangeboden, is hiertoe in ieder geval onvoldoende. Bovendien heeft [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] onbetwist gesteld dat [gedaagde b.v. 2] pas op 9 augustus 2006, derhalve pas na de aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verweten gedragingen, is opgericht.
Het beroep op nietigheid van de overeenkomst van 9 juli 2004 en van de sinds 18 juli 2002 verleende toestemmingen voor exploitatiehandelingen wegens de overdracht van de auteursrechten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] bij overeenkomst van 18 juli 2002
4.4. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stelt in dit verband dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op grond van de overdracht van zijn auteursrechten aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] in juli 2002 niet meer bevoegd was over zijn rechten te beschikken. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] beroept zich in dit verband echter op de bescherming van artikel 3:36 BW.
Ook indien van de geldigheid van de auteursrechtoverdracht aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] wordt uitgegaan, is voor het antwoord op de vraag of [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een beroep op artikel 3:36 BW toekomt relevant of [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bekend was met deze auteursrechtenoverdracht. Het had daarbij naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gelegen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zo spoedig mogelijk omtrent de auteursrechtenoverdracht in te lichten. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen dat dit is gebeurd, hetgeen door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] echter gemotiveerd wordt betwist. Nu het bewijs van deze betwiste stelling met de thans reeds overgelegde bewijsstukken nog niet geleverd kan worden geacht, is het in beginsel aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te bewijzen dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] inderdaad bekend was met de auteursrechtenoverdracht. Aangezien [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ter gelegenheid van de gehouden comparitie van partijen uitdrukkelijk heeft meegedeeld niet te willen bewijzen dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bekend was met de overeenkomst uit 2002, heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] definitief afgezien van bewijslevering op dit punt. Een en ander impliceert dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet kan worden geacht bekend te zijn geweest met de auteursrechtoverdracht van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] in 2002 en dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in beginsel, behoudens ten aanzien van het hierna onder 4.5 en verder te behandelen geschilpunt, van beschikkingsbevoegdheid van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mocht uitgaan en de bescherming van artikel 3:36 BW kan inroepen. Redelijkerwijs heeft [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] immers, bij gebrek aan wetenschap omtrent de auteursrechtenoverdracht, uit verklaringen en gedragingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na 18 juli 2002 mogen afleiden dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] nog altijd beschikkingsbevoegd was en dat hij zijn auteursrechten niet aan een ander had overgedragen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft immers herhaaldelijk zijn toestemming tot het (laten) exploiteren van zijn werk aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gegeven, hetgeen onder meer blijkt uit het door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] als productie 7 overgelegde bewijsstuk, een brief van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [persoon 11] gedateerd 22 december 2004 die voor zover hier relevant als volgt luidt: “Wat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betreft kan ik u meedelen dat ik bijna veertig jaar met hem samenwerk en dat hij steeds mijn toestemming heeft gehad voor zijn diverse uitgaven en merchandising producten.”, alsmede door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] als productie 24 overgelegde foto’s van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] achter het stuur van een met zijn werk beschilderde auto van het merk Smart.
Op grond van de gestelde auteursrechtenoverdracht zijn de afzonderlijk door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gegeven toestemmingen tot exploitatie/verveelvoudigingen van zijn werk alsmede de bij brief van 9 juli 2004 gegeven toestemming dan ook niet vernietigbaar.
Voor zover [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nog een beroep doet op artikel 3:32 lid 2 BW wordt overwogen dat een gegeven toestemming tot exploitatie, met inbegrip van de bij brief van 9 juli 2004 gegeven toestemming, niet als een eenzijdige, niet tot één of meer bepaalde personen gerichte, rechtshandeling kan worden gekwalificeerd. Deze rechtshandelingen zijn immers telkens gericht aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
Gelet op het vorenstaande kan in het midden blijven in hoeverre er daadwerkelijk sprake is geweest van een rechtsgeldige overdracht van de auteursrechten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] en/of in hoeverre deze overeenkomst is geantedateerd, zoals [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voorts betoogt.
Het beroep op vernietigbaarheid van de overeenkomst van 9 juli 2004 en van de sinds 18 juli 2002 verleende toestemmingen voor exploitatiehandelingen op grond van een geestelijke stoornis
4.5. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] beroept zich in dit verband op een met de verklaringen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] omtrent het geven van toestemming ontbrekende wil op grond van artikel 3:34 BW. Een met de verklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken, indien er sprake is van een verklaring van een iemand wiens geestesvermogen blijvend of tijdelijk is gestoord, en deze stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.
Het is in beginsel aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om te bewijzen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten tijde van het geven van de toestemming bij brief van 9 juli 2004 en/of bij elke afzonderlijk verleende toestemming sinds 18 juli 2002 een geestelijke stoornis had in voornoemde zin.
4.6. De rechtbank acht, op grond van de thans reeds overgelegde, en onvoldoende inhoudelijk betwiste schriftelijke bewijsstukken door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bewezen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ten tijde van de overeenkomst, alsmede ten tijde van de afzonderlijk gegeven toestemmingen sinds 18 juli 2002 leed aan een geestelijke stoornis in de zin van artikel 3:34 BW en dat de gegeven toestemmingen ook onder invloed van die stoornis zijn gedaan, dan wel deze stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette.
Dit volgt uit de schriftelijke verklaring van [persoon 3], zoals hiervoor geciteerd onder 2.8, die verklaart dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vanwege zijn psychische toestand sinds 2000 niet meer in staat kan worden geacht (zakelijke) besluiten te nemen. Een en ander wordt ondersteund door de verklaringen van [persoon 1] en [persoon 2] (zie hiervoor onder 2.5 en 2.6), waaruit volgt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in ieder geval in 2005 leed aan een geestelijke stoornis, die volgens [persoon 2] zijn geestelijk functioneren verstoorde. Voorts kan als bijkomend bewijs dienen de vele verklaringen van familie en (zaken)relaties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], zoals hiervoor onder 2.10 tot en met 2.15 geciteerd.
Hiertegenover staat feitelijk slechts de verklaring van [persoon 4] (zie hiervoor onder 2.9). [persoon 4] is echter niet (medisch) deskundig in het al dan niet vaststellen van de aanwezigheid van een geestelijke stoornis, en kan hooguit iets verklaren omtrent het voorkomen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. Dat [persoon 12] zou hebben verklaard dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na de depressie, waarop [persoon 3] doelt, volledig genezen zou zijn, wordt door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwist, en vervolgens onvoldoende door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] toegelicht en met stukken onderbouwd.
4.7. Vervolgens is relevant dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zich op de bescherming van artikel 3:35 BW beroept. Zij stelt in dit verband dat zij de verklaringen en gedragingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (de gegeven toestemmingen) heeft mogen opvatten overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden mocht toekennen, te weten als een door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gerichte verklaring met een bepaalde strekking, te weten het geven van toestemming ten behoeve van exploitatieopdrachten. Nu [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] beroept de op het gerechtvaardigd vertrouwen van artikel 3:35 BW, rust op haar de bewijslast ter zake.
Aldus is relevant het antwoord op de vraag of [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wist of had kunnen en behoren te weten dat de bij brief van 9 juli 2004 gegeven toestemming, alsmede de afzonderlijk gegeven toestemmingen, onder invloed van een geestelijke stoornis hebben plaatsgevonden.
4.8. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voert aan dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wist of had kunnen en behoren te weten dat voornoemde toestemmingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onder invloed van een geestelijke stoornis hebben plaatsgevonden. Zij beroept zich daarbij op verklaringen van [persoon 6] (zie hiervoor onder 2.11), [persoon 8] (2.13) en [persoon 10] (2.15), die verklaren dat zij, in verband met geestelijke gezondheidsproblemen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], de samenwerking met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hebben beëindigd. Ook beroept [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zich op verklaringen van [persoon 5] (zie hiervoor onder 2.10), [persoon 7] (2.12) en [persoon 9] (2.14) die verklaren over het voor hun zichtbare achteruitgaan van de psychische geestestoestand van [eiser in conventie, verweerder in reconventie].
4.9. Gezien de gemotiveerde betwisting door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] acht de rechtbank [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] nog niet geslaagd in het in rechtsoverweging 4.7 genoemde bewijs. Nu [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op dit punt expliciet bewijs heeft aangeboden, zal zij daartoe worden toegelaten.
Nu de discussie zich in eerste instantie voornamelijk richt op de bij brief van 9 juli 2004 gegeven toestemming, zal [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] allereerst worden toegelaten tot het bewijs dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet wist of niet had kunnen of behoren te weten dat de bij de ondertekening van de brief van 9 juli 2004 gegeven toestemming (zoals hiervoor onder 2.4 geciteerd) onder invloed van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 BW heeft plaatsgevonden, zodat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zich met succes op de bescherming van artikel 3:35 BW kan beroepen.
4.10. Indien [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] slaagt in het hiervoor onder 4.9 bedoelde bewijs, gaat de rechtbank er vooralsnog vanuit dat de overeenkomst van 9 juli 2004 niet vernietigbaar is alsmede dat alle voordien door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verrichte rechtshandelingen evenmin op deze grond voor vernietiging vatbaar zijn en dat tot die datum op correcte wijze tussen partijen is afgerekend. Ter beoordeling staat dan nog of eventueel na 9 juli 2004 door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verrichte rechtshandelingen vernietigbaar zijn, omdat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op enig moment na 9 juli 2004 wel bekend verondersteld mag worden met de aanwezigheid bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van een geestelijke stoornis in de zin van artikel 3:34 BW.
Indien [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet slaagt in de hiervoor onder 4.9 bedoelde bewijs, gaat de rechtbank ervan uit dat de overeenkomst van 9 juli 2004 in beginsel vernietigbaar is. In dat geval wordt vooralsnog tevens ervan uitgegaan dat alle daarna door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verrichte rechtshandelingen, zoals het geven van afzonderlijke toestemming tot exploitatie van zijn werk na 9 juli 2004, eveneens vernietigbaar zijn in de zin van artikel 3:34 lid 1 BW. Ter beoordeling staat in dat geval nog wel de vernietigbaarheid van eventuele vóór 9 juli 2004 door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verrichte rechtshandelingen en de vraag of [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] reeds eerder, en zo ja, vanaf welke datum, bekend kan worden verondersteld met de aanwezigheid bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 BW.
Het onder 3.1 sub IV gevorderde
4.11. Voor zover de gevorderde aflegging van rekening en verantwoording, naast een eventuele auteursrechtinbreuk die thans nog niet kan worden vastgesteld, wordt gegrond op de tussen partijen bestaande handelspraktijk in het verleden, kan vooralsnog in het midden blijven of deze relatie is te kwalificeren als agentuurrelatie, zaakwaarneming of dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bij de exploitatie van het werk van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gehandeld als gevolmachtigde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. Hoe het ook zij, in het geval van door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gegeven rechtsgeldige toestemming tot exploitatie van zijn werk zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in al deze gevallen met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dienen af te rekenen, hetgeen volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] overigens ook is gebeurd. Alvorens deze vordering verder te beoordelen dient echter te worden vastgesteld in hoeverre de overeenkomst van 9 juli 2004, waarin eveneens wordt verklaard dat tot dan toe alles correct tussen partijen is afgerekend, vatbaar is voor vernietiging. Iedere verdere beslissing ten aanzien van dit punt wordt dan ook aangehouden.
Het onder 3.1 sub VI gevorderde
4.12. Naar aanleiding van het door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gevoerde verweer dat zij in het geheel niet beschikt over bijzondere software of apparatuur om de handtekening van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mee te reproduceren, heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat dit in weerwil van deze betwisting wel het geval zou zijn en ook op ongeoorloofde wijze door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is gebruikt. Het enkel hebben van een computer en een kleurenprinter wordt in ieder geval onvoldoende geacht.
Het vorenstaande impliceert dat dit onderdeel van het gevorderde zal worden afgewezen.
De gevorderde volledige proceskostenveroordeling
4.13. Voor zover aan een proceskostenveroordeling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wordt toegekomen overweegt de rechtbank reeds thans dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ten onrechte deze kosten tot op heden niet heeft gespecificeerd. Nu in deze evenwel een tussenvonnis wordt gewezen en de procedure wordt gecontinueerd, zal [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de gelegenheid zijn de kosten nader bij akte te specificeren, waarop [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] vervolgens bij antwoordakte zal mogen reageren.
Overigens
4.14. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
In (voorwaardelijke) reconventie
De vordering uit hoofde van de gestelde rekening-courantverhouding
4.15. Allereerst is relevant dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het bestaan van een rekening-courantverhouding betwist.
Gelet op de niet, althans onvoldoende betwiste omstandigheden dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] enerzijds de (re)productie (het drukproces) financierde en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] anderzijds (re)producties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kocht alsmede vergoedingen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moest afdragen, dit in verband met het via haar bemiddeling en met toestemming van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] reproduceren door derden van werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op door deze derden in de handel te brengen producten, wordt ervan uitgegaan dat er tussen partijen feitelijk wel vorderingen over en weer ontstonden en dat er derhalve enige vorm van rekening-courantverhouding bestond.
4.16. Om tot een afrekening tussen partijen te kunnen komen, is echter het saldo van de over en weer bestaande vorderingen per einde samenwerking/laatste transactie relevant. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft ten bewijze van dit saldo een in opdracht en op basis van door haar verstrekte gegevens door [persoon 13] opgestelde jaarrekening 2005 overgelegd (als productie 5 bij conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie) waarin het saldo EUR 56.228,- staat vermeld bij de post “Overige vorderingen en overlopende activa” en de subpost “Nog te ontvangen [eiser in conventie, verweerder in reconventie]”. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft echter het door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] opgegeven saldo gemotiveerd betwist. Naar aanleiding van deze betwisting had het op de weg van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gelegen op zijn minst een specificatie van en een toelichting te geven op het door haar opgegeven saldo per 31 december 2005, hetgeen zij echter heeft nagelaten. Dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] mogelijk in het verleden ook reeds specificaties aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft verstrekt, hetgeen overigens door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] wordt betwist, doet niet af aan zijn stel- en bewijsplicht in het kader van zijn reconventionele, door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwiste, vordering in deze procedure.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft nog wel als productie 16 enige afrekeningen over 2004 overgelegd, maar hieruit kan nog geenszins worden afgeleid hoe [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van een saldostand per 30 september 2004 van een door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te betalen bedrag van EUR 435,- komt tot bedrag van EUR 56.228,- dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stelt van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tegoed te hebben.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zal dan ook bij akte in de gelegenheid worden gesteld alsnog een dergelijke specificatie met toelichting, derhalve een volledig overzicht over de thans in het geschil zijnde periode 2002 tot heden, in het geding te brengen, waarop [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vervolgens bij antwoordakte zal mogen reageren.
De voorwaardelijk ingestelde vordering in reconventie (de gevorderde verklaring voor recht zoals vermeld onder 3.3 sub II)
4.17. Nu de rechtbank in conventie, gelet op het onder 4.4 overwogene, niet komt tot het oordeel dat [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] met ingang van 18 juli 2002 enig gerechtigde is tot de auteursrechten op de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en/of tot het oordeel dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wegens het maken van inbreuk op de aan [eiseres in coventie, verweerster in reconventie] toebehorende auteursrechten op de werken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt veroordeeld tot betaling van enige geldsom, wordt de voorwaarde waaronder het voorwaardelijk deel van de reconventie is ingesteld als niet vervult beschouwd. Dit (voorwaardelijk) onderdeel van de het in reconventie gevorderde wordt dan ook als niet ingediend beschouwd en behoeft daarmee geen inhoudelijke behandeling.
4.18. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
5.1. laat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] toe tot het in rechtsoverweging 4.9 bedoelde bewijs;
5.2. verwijst de zaak naar de rol van 8 oktober 2008 opdat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] alsdan kan doen mededelen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering door getuigen gebruik wenst te maken en, zo ja, door hoeveel, met een opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen in de eerstkomende maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald dan wel zal worden voortgeprocedeerd;
in reconventie
5.3. verwijst de zaak voor het in rechtsoverweging 4.16 weergegeven doel naar de rol van 8 oktober 2008 voor akte aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (daarna antwoordakte aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]);
in conventie en in reconventie
5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2008.?