Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0618

Datum uitspraak2008-09-02
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830132-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

De raadsman van verdachte heeft onder meer als zijn uitdrukkelijk standpunt aangevoerd dat verdachte van het 1 primair ten laste dient te worden vrijgesproken, nu verdachte geen opzet, dan wel voorwaardelijk opzet, had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank kan zich niet met dit standpunt verenigen. Door het meermalen slaan met een op een knuppelgelijkende 1 meter lange stok op het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer], zijnde het hoofd een kwetsbaar onderdeel van het lichaam, heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou bekomen.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19.830132-08 vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 02 september 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdache], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende [adres], thans verblijvende in [plaats van detentie]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 12 augustus 2008 en 19 augustus 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.L. Kranendonk, advocaat te Beverwijk. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij op of omstreeks 7 mei 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en/of na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een stok/knuppel, althans een hard/zwaar voorwerp, op het hoofd en/of tegen het gezicht heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 07 mei 2008 te Hoogeveen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met een stok/knuppel, althans een hard/zwaar voorwerp, op het hoofd en/of tegen het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 15 februari 2008 tot en met 7 april 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een bankpas, in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 3. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 15 februari 2008 tot en met 9 april 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte het weg te nemen geld (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel; Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. Bewijsmiddelen De rechtbank acht ten aanzien van feit 1 primair de navolgende bewijsmiddelen van belang, van welke bewijsmiddelen de strekking zakelijk is weergegeven: - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Drenthe, nummer: PL033L/08-133949 (pagina 13) houdt in de aangifte van [benadeelde]: Op 7 mei 2008 omstreeks middernacht bevond aangever zich in zijn woning te Hoogeveen. De auto van zijn ex stopte voor zijn woning. [verdachte] stapte uit. Hij kwam op aangever toelopen en droeg een houten knuppel bij zich. Hij stond voor aangever en maakte met de knuppel een zwaaiende beweging in de richting van diens hoofd. Daarna voelde aangever een enorme pijn op zijn hoofd. Hij werd duizelig. Vervolgens werd aangever meermalen met de knuppel aan de linkerzijde van zijn gezicht geraakt. Dit deed ook enorm pijn. Aangever verklaart ook geprobeerd te hebben de slagen af te weren, gelet op het letsel aan zijn linkerarm. Aangever is bewusteloos geraakt. - medische informatie betreffende [slachtoffer]: Bij het linker kaakgewricht bloederige schaafwond. Bij linker onderkaak zwelling en schaafwond van ongeveer 4x4 cm. - de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring: Verdachte verklaart naar [slachtoffer] te zijn toegegaan om hem bang te maken, door hem met een stok te slaan. Verdachte en [slachtoffer] liepen op elkaar toe en verdachte heeft [slachtoffer] direct een klap met de stok gegeven. Verdachte verklaart hem 1 á 2 keer op het hoofd te hebben geslagen. - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Drenthe, nummer: PL033L/08-133949 (pagina 15) houdt in de verklaring van verdachte: [getuige] is de ex van [slachtoffer]. [getuige] vertelde dat [slachtoffer] haar bedreigde. Op 6 mei was verdachte bij [getuige]. Hij kreeg het gevoel dat hij bij [slachtoffer] langs wilde. Misschien wel uit wraak. Hij wilde [slachtoffer] aanpakken voor wat hij [getuige] aandeed. Verdachte heeft de auto in de buurt van de woning van [slachtoffer] geparkeerd. Verdachte had een houten stok bij zich. Een houten stok van ongeveer een meter lang met een diameter gelijk aan het einde van een honkbalknuppel. Hij had die stok opgehaald om [slachtoffer] te pakken te nemen als hij hem tegenkwam. Toen verdachte uitstapte wist hij wat hij met het hout ging doen. Hij zag [slachtoffer] buiten staan wachten. Hij probeerde [slachtoffer] met het stuk hout op zijn hoofd te raken. Dat lukte ook gedeeltelijk. Met de stok heeft verdachte misschien twee keer geslagen. Verdachte verklaart dat hij [slachtoffer] alle keren raakte in zijn gezicht. [slachtoffer] viel op de grond. Hij bleef 20 a 30 seconden op de grond liggen. Toen stond hij op. Verdachte kon zien dat [slachtoffer] verwondingen had aan de linkerzijde van zijn gezicht. Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen. Opgave van de bewijsmiddelen: - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Drenthe, nummer: PL033L/08-125599 (pagina 17) houdt in de aangifte van [benadeelde]; - een transactieoverzicht Rabobank, betaalrekening [benadeelde] (pagina 17); - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Drenthe, nummer: PL033L/08-125599 (pagina 18) houdt in de verklaring van aangeefster [benadeelde]; - een transactieoverzicht Rabobank, betaalrekening [benadeelde] (pagina 187); - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Drenthe, nummer: PL033L/08-125599 (pagina 19) houdt in de verklaring van verdachte - de door verdachte ter terechtzitting van 19 augustus 2008 afgelegde verklaring. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 7 mei 2008, te Hoogeveen, Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer] meermalen, met een stok, op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 15 februari 2008 tot en met 7 april 2008, te Hoogeveen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen telkens een bankpas, toebehorende aan [benadeelde]; 3. hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 15 februari 2008 tot en met 9 april 2008, te Hoogeveen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een geldautomaat heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte het weg te nemen geld telkens onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 primair De raadsman van verdachte heeft onder meer als zijn uitdrukkelijk standpunt aangevoerd dat verdachte van het 1 primair ten laste dient te worden vrijgesproken, nu verdachte geen opzet, dan wel voorwaardelijk opzet, had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank kan zich niet met dit standpunt verenigen. Door het meermalen slaan met een op een knuppelgelijkende 1 meter lange stok op het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer], zijnde het hoofd een kwetsbaar onderdeel van het lichaam, heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op: onder 1: poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade, strafbaar gesteld bij artikel 303 in verbinding met de artikelen 302 en 45 van het Wetboek van Strafrecht; onder 2: diefstal, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. onder 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 01 augustus 2008, opgemaakt door drs. M. Verzendaal, GZ-psycholoog. Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -: "De tenlastegelegde zware mishandeling (feit 1) kan betrokkene in licht verminderde mate worden toegerekend. Op grond van beschikbare gegevens is met betrekking tot de diefstal (feiten 2 en 3) geen sprake van verminderde toerekenbaarheid." De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare. De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het terzake van feit 1 primair in licht verminderde mate. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: - de aard en de ernst van de gepleegde feiten; - de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; - hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; - de eis van de officier van justitie mr. A.M. de Vries. De officier van justitie acht de feiten 1 primair, 2 en 3 bewezen en vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede een klinische opname in de Piet Roordakliniek of soortgelijke instelling kan inhouden. Tevens vordert de officier van justitie toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer] en [benadeelde] onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tenslotte vordert zij de tenuitvoerlegging van 1 week gevangenisstraf, welke straf eerder bij vonnis van de politierechter d.d. 16 november 2007 aan verdachte voorwaardelijk werd opgelegd; - het pleidooi van de raadsman van de verdachte; - de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 21 mei 2008, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen ter zake van geweldsmisdrijven is veroordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij, na de enkele mededeling dat het slachtoffer [slachtoffer] een kennis van hem zou hebben bedreigd, naar [slachtoffer] is gegaan onder meeneming van een stok. Verdachte nam die stok mee om [slachtoffer] bang te maken door hem met de stok te slaan. Verdachte liep daarop naar [slachtoffer] toe en sloeg hem direct meermalen op zijn hoofd. De rechtbank acht het daarnaast uiterst verwerpelijk dat verdachte meermalen de bankpas van zijn ex-vrouw heeft weggenomen en met behulp van die bankpas geld van haar rekening heeft opgenomen. Verdachte verklaarde dat hij heeft gehandeld uit geldnood, terwijl hij het geld heeft opgemaakt aan onder andere kroegbezoeken. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht verbinden, hetgeen mogelijk een klinische opname in de Piet Roordakliniek of soortgelijke kliniek kan inhouden. Verdachte lijkt gemotiveerd om -ter voorkoming van recidive- aan zijn problemen te werken en hij heeft eerder laten zien tot gedragsverandering in staat te zijn. Benadeelde partij [slachtoffer] De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar. Benadeelde partij [benadeelde] De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar. Schadevergoedingsmaatregel Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten zijn toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers. Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/605991-06 De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 16 november 2007, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart bewezen dat het sub 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte sub 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede kan inhouden dat de verdachte zich ter behandeling laat opnemen in de Piet Roordakliniek op een soortgelijke kliniek, zolang genoemde reclasseringsinstelling zulks nodig oordeelt, echter maximaal voor de tijd van 1 jaar, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van de som van € 145,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag van € 145,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van de som van € 700,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], een bedrag van € 700,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 14 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen. Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.605991-06 De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 16 november 2007 door de politierechter te Assen opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Dit vonnis is gewezen door Mr. P.L.M.J Rooijakkers, voorzitter, en mr. B.I. Klaassens en mr. C.M.M. Oostdam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 september 2008.