
Jurisprudentie
BF0588
Datum uitspraak2008-09-02
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19-830121/08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19-830121/08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verdachte is naar slachtoffer [slachtoffer] gegaan om met hem te praten. Eerder die dag is verdachte in aanwezigheid van zijn 9-jarige dochter door [slachtoffer] verbaal onheus bejegend door het maken van opmerkingen tegen verdachte als: "stomme, kleine Taliban". Verdachte voelde zich hierdoor gekrenkt en was boos, te meer nu [slachtoffer] op een eerder moment zonder toestemming het huis van verdachte was binnengelopen. In het huis van [slachtoffer] heeft er een gewelddadige confrontatie met verdachte plaatsgevonden. Verdachte heeft [slachtoffer] hierbij met een bierfles op het hoofd geslagen en heeft hem bedreigd.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19.830121-08
vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 02 september 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam],
geboren te [geboorteplaats en -land] op [geboortedatum] 1972,
wonende te [adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 augustus 2008.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
verdachte op of omstreeks 12 mei 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente
Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan
[slachtoffer] opzettelijk, met voorbedachte rade, zwaar lichamelijk letsel toe
te brengen, met dat opzet, na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer]
meermalen, althans eenmaal, met een (bier)flesje, althans een hard voorwerp,
op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat
voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,
terzake dat
verdachte op of omstreeks 12 mei 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente
Hoogeveen, opzettelijk, met voorbedachten rade, [slachtoffer] heeft mishandeld,
door met dat opzet, na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans
eenmaal,
- met een (bier)flesje, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd van die
[slachtoffer] te slaan en/of
- met zijn, verdachte's hand(en)/vuist(en) op/tegen het hoofd/gezicht en/of
het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen,
waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
2.
hij op of omstreeks 12 mei 2008, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hooge-
veen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde
[slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak
je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
De verdachte dient van het onder 1 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank acht met name niet bewezen, dat het verdachte het (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Verdachte heeft namelijk met een lege bierfles slachtoffer [slachtoffer] boven op diens hoofd geslagen, waardoor een geringe verwonding is ontstaan. Deze gedraging van verdachte is naar uiterlijke verschijningsvorm niet gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft niet de aanmerkelijke kans genomen dat zijn handelen zwaar lichamelijk letsel ten gevolge zou hebben.
Bewijsmiddelen
Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Opgave bewijsmiddelen:
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Drenthe, nummer: PL033L/08-135561 (pagina 18ev) inhoudende de aangifte van [slachtoffer];
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Drenthe, nummer: PL033L/08-135561 (pagina 29ev) inhoudende de verklaring van getuige [getuige];
- letselrapportage betreffende [slachtoffer] van de GGD Drenthe, d.d. 3 juni 2008;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Drenthe, nummer: PL033L/08-135561 (pagina 41ev) inhoudende de verklaring van verdachte;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Drenthe, nummer: PL033L/08-135561 (pagina 47ev) inhoudende de verklaring van verdachte;
- de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
verdachte op 12 mei 2008, te Hoogeveen, opzettelijk, [slachtoffer] heeft mishandeld,
door met dat opzet, meermalen,
- met een bierflesje, op het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en
- met zijn, verdachte's vuisten tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te stompen, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;
2.
hij op 12 mei 2008, te Hoogeveen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer], dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdachte zal van het onder 1 subsidiair en 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
De rechtbank heeft ten aanzien van feit 1 subsidiair de strafverzwarende omstandigheid dat verdachte slachtoffer [slachtoffer] heeft mishandeld met voorbedachten rade, na kalm beraad en rustig overleg, niet bewezenverklaard. De rechtbank acht het aannemelijk, zoals verdachte heeft verklaard, dat verdachte de bierfles niet heeft meegenomen met het vooropgezette plan om [slachtoffer] daarmee te slaan.
Kwalificaties
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:
onder 1: mishandeling,
strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;
onder 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,
strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Strafbaarheid
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon
van de verdachte;
- de eis van de officier van justitie, mr. A.M. de Vries. De officier van justitie acht hetgeen onder 1 primair en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigd bewezen en vordert dat de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden zal opleggen, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, hetgeen mede een agressieregulatietraining bij het AFPN of soortgelijke instelling kan inhouden. Tevens vordert de officier van justitie dat verdachte 240 uren werkstraf, subsidiair 120 dagen hechtenis dient te verrichten en dat de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheft.
- het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte;
- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;
- de voorlichtingsrapporten van het Leger des Heils, d.d. 23 mei 2008 en 30 juli 2008;
- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 15 mei 2008, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van geweldsmisdrijven is veroordeeld of een transactie heeft aanvaard.
Verdachte is naar slachtoffer [slachtoffer] gegaan om met hem te praten. Eerder die dag is verdachte in aanwezigheid van zijn 9-jarige dochter door [slachtoffer] verbaal onheus bejegend door het maken van opmerkingen tegen verdachte als: "stomme, kleine Taliban". Verdachte voelde zich hierdoor gekrenkt en was boos, te meer nu [slachtoffer] op een eerder moment zonder toestemming het huis van verdachte was binnengelopen. In het huis van [slachtoffer] heeft er een gewelddadige confrontatie met verdachte plaatsgevonden. Verdachte heeft [slachtoffer] hierbij met een bierfles op het hoofd geslagen en heeft hem bedreigd. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is, doch van een geringere omvang dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht opleggen, hetgeen het volgen van een agressieregulatietraining kan inhouden. De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdachte, deze bijzondere voorwaarde wenselijk, ter voorkoming van recidive.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:
- een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank beveelt, dat deze voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,
of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de afdeling reclassering, unit Groningen, van het Leger des Heils, zolang deze instelling onder goedkeuring van de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zulks nodig oordeelt, hetgeen mede kan inhouden dat verdachte een agressieregulatietraining bij het AFPN of soortgelijke instelling zal volgen, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.
- een taakstraf bestaande uit 120 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.
De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen.
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door Mr. P.L.M.J Rooijakkers, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. C.M.M. Oostdam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 september 2008.