
Jurisprudentie
BF0581
Datum uitspraak2008-09-12
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460144-08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460144-08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Rechtbank veroordeelt verdachte tot 6 weken voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf voor de duur van 160 uur voor tweemaal opzetheling en een gekwalificeerde diefstal.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460144-08
Uitspraak d.d.: 12 september 2008
Tegenspraak/ nb
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats, 1970],
wonende te [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 29 augustus 2008.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 18 maart 2008, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan/nabij de [adres]) heeft weggenomen:
- een portemonnee met inhoud en/of
- een laptop (merk Dell, type 600) met bijbehorende laptoptas met inhoud en/of
- een (reserve)autosleutel,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(incident 1)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 18 maart 2008, te Harderwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een portemonnee (kleur bruin) met inhoud en/of een laptop (merk Dell, type 600) en/of een (reserve)autosleutel heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die portemonnee wist dat het (een) door misdrijf
verkregen goed(eren) betrof;
(incident 1)
art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 18 maart 2008, te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan/nabij de [adres] heeft weggenomen
- een laptop (Fujitsu Siemens) en/of een (bijbehorende) laptoptas met inhoud en/of
- een agenda en/of
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(incident 2)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 18 maart 2008 te Ermelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een laptop (merk Fujitsu Siemens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(incident 2)
art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
3.
hij in of omstreeks de periode van 17 maart 2008 tot en met 18 maart 2008, te Putten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan/nabij de [adres]) weg te nemen een hoeveelheid goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen:
- met een personenauto naar voornoemde woning is gereden en/of
- (vervolgens) een raam van voornoemde woning heeft geforceerd/verbroken en/of
- (vervolgens) die woning heeft betreden en/of heeft doorzocht,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(incident 3)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
4.
hij in of omstreeks de periode van 28 december 2007 tot en met 29 december 2007, te Soest en/of op of omstreeks 29 december 2007 te Hollandsche Rading, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan/nabij [adres]) en/of nabij een
woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen:
- een sleutelbos en/of
- een portemonnee met inhoud en/of
- een mapje met daarin, drie, althans één of meer, paspoort(en) en/of een rijbewijs en/of
- een personenauto (merk Toyota, type RAV4, kleur grijs, kenteken [kenteken]),
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
en/of
in/uit een woning (gelegen aan/nabij de [adres]) en/of nabij een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen:
- een portemonnee met inhoud en/of
- een autosleutel en/of
- een afstandsbediening (merk Panasonic) en/of
- leren handschoenen en/of
- een personenauto (merk Volkswagen, type Golf, kleur zwart, kenteken [kenteken],
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;
(incident 5, 6 en 7)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
5.
hij op of omstreeks 25 mei 2008, te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hogedrukreiniger en/of een compressor en/of een slijptol, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
(parketnummer 850102-08)
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Standpunten openbaar ministerie en verdediging
1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder
1 primair, 2 primair, 3 en 5 ten laste gelegde. Zij heeft ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde vrijspraak gevorderd, nu uit de bewijsmiddelen de directe betrokkenheid van verdachte bij de twee onder dit feit ten laste gelegde inbraken niet kan worden vastgesteld.
2. De verdediging heeft zich ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de verdediging vrijspraak bepleit, nu er slechts technisch bewijs aanwezig is en voor het overige geen bewijs voorhanden is waaruit de directe betrokkenheid van verdachte blijkt. Door en namens verdachte is het standpunt van de officier van justitie onderschreven dat verdachte van het onder 4 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Tot slot is naar voren gebracht dat het onder 5 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, nu verdachte heeft erkend dat hij dit feit heeft gepleegd.
Vrijspraak en bewijsmotivering1
3. Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank kan bewezen worden verklaard dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.
4. De rechtbank overweegt terzake als volgt.
5. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, is de rechtbank van oordeel dat de directe betrokkenheid van verdachte bij het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde niet kan worden vastgesteld, waarbij de rechtbank het volgende in aanmerking neemt.
6. Uit de aangifte van [slachtoffer 1]2 blijkt dat in de nacht van 17 op 18 maart 2008 uit haar woning aan de [adres] te Harderwijk onder meer een laptop van het merk Dell, een reservesleutel behorende bij een Volkswagen Passat en een portemonnee is weggenomen. Uit de aangifte van [slachtoffer 3]3 blijkt dat in de nacht van 17 op 18 maart 2008 uit zijn woning aan de [adres] te Ermelo een laptop van het merk Fujitsu Siemens is weggenomen.
Op 18 maart 2008 te 02.50 uur wordt verdachte in Harderwijk aangehouden, nadat hij met zijn witte bestelauto van het merk Seat, type Inca en voorzien van het kenteken [kenteken] door de politie is klemgereden.4 Op dezelfde datum en tijd is medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden, die uit voornoemde bestelauto stapte en weg wilde lopen.5
Bij het onderzoek in de onder verdachte in beslag genomen witte bestelauto trof de politie een tas met daarin een laptop van het merk Dell aan alsmede een sleutel van een Volkswagen en een gebruikersboek van een Volkswagen Passat.6 Voorts trof de politie in deze auto een laptop van het merk Fujitsu Siemens aan.7
Bij fouillering van medeverdachte [medeverdachte 1] trof de politie in de rechterzak van voornoemde [medeverdachte 1] een portemonnee aan, waarvan hij zei dat deze portemonnee afkomstig was van een inbraak. In de portemonnee zaten diverse pasjes op naam
van [slachtoffer 1].8
Ofschoon de uit de woning aan de [adres] te Harderwijk ontvreemde goederen, te weten een laptop van het merk Dell, een autosleutel van een Volkswagen en een gebruikershandboek van een Volkswagen Passat, in de auto van verdachte zijn aangetroffen, staat naar het oordeel van de rechtbank niet vast dat verdachte direct betrokken was had bij het medeplegen van de inbraak in die woning. Uit het door de politie uitgevoerde sporenonderzoek aan de [adres] te Harderwijk komt naar voren dat het afgevormde braakspoor aan de achterdeur van de woning is veroorzaakt met schroevendraaier B, te weten een schroevendraaier met een rood heft van het merk PB.9 Uit het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld waar deze schroevendraaier is aangetroffen en of deze onder verdachte is aangetroffen en in beslag is genomen. De directe betrokkenheid van verdachte bij de woninginbraak kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet bewezen worden verklaard.
Het vorenstaande geldt evenzeer voor het onder 2 ten laste gelegde. In de auto van verdachte is op 18 maart 2008 de laptop van het merk Fujitsu Siemens aangetroffen10. Uit nader onderzoek blijkt deze laptop van [slachtoffer 3] te zijn.11 Het door de politie uitgevoerde sporenonderzoek12 in de woning van voornoemde [slachtoffer 3] aan de [adres] te Ermelo heeft geen resultaat opgeleverd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ook directe betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak niet kan worden vastgesteld.
Het enkele aantreffen van de ontvreemde goederen in de auto van verdachte kan niet de conclusie rechtvaardigen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte dient derhalve van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
8 . De rechtbank is evenwel van oordeel dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Zij verwijst hierbij naar hetgeen hiervoor is overwogen over het aantreffen van de bij de woninginbraken aan de [adres] te Harderwijk en de [adres] te Ermelo ontvreemde goederen in de auto van verdachte. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring. Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht van 17 op 18 maart 2008 met medeverdachte [medeverdachte 1] naar Harderwijk is gereden om medicijnen te halen. Zij troffen nabij het dolfinarium een derde persoon, genaamd [naam]. Toen [naam] in de auto zat, heeft verdachte gezien dat deze onder zijn jas een laptop had. Verdachte heeft voorts aangegeven, dat er op een gegeven moment door medeverdachte [medeverdachte 1] en de genoemde [naam], spullen in zijn auto zijn gegooid, waaronder een laptop. Toen vervolgens de politie aan kwam rijden, raakte verdachte in paniek en is samen met medeverdachte [medeverdachte 1] met gedoofde lichten weggereden. Verdachte heeft aangegeven, dat hij wist dat de spullen niet te goeder trouw waren verkregen.
Ook medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zich in gelijke zin uitgelaten.13 Zo heeft [medeverdachte 1] onder meer verklaard dat hij niet zelf heeft ingebroken. "[naam] heeft ingebroken. [naam] heeft mij opgebeld op mijn mobiel en vroeg of ik naar Harderwijk wilde komen om hem op te halen. Ik heb [verdachte] gevraagd of hij mij wilde brengen, omdat ik geen rijbewijs en geen auto heb. We hebben [naam] ontmoet bij het Dolfinarium. [naam] had toen al een laptop in zijn hand. Daar kwamen we in de auto achter. [naam] is bij ons ingestapt en zei waar we heen moesten rijden. Ik weet niet waar het was. Het was in Harderwijk, vlakbij waar we aangehouden zijn. De laptop die hij bij zich had, had hij onder zijn jas." [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat [naam] tussentijds is uitgestapt om nog iets te pakken. "Toen hij terugkwam, gaf hij mij een tas die ik herkende als een laptoptas. Ook gaf hij mij een portemonnee en een zwart voorwerp, volgens mij een sleutel.14 Ik heb die sleutel in de auto van [verdachte] op de grond gegooid. De portemonnee heb ik in mijn zak gedaan. Ik had toen wel in de gaten dat deze spullen van diefstal afkomstig waren. Hierdoor is [verdachte] boos geworden, omdat hij er niks mee te maken wilde hebben."15 Ten slotte heeft [medeverdachte 1] verklaard dat medeverdachte Bakker het er niet mee eens was dat [naam] spullen in onze auto legde. [medeverdachte 1] verklaart: "Hij was zo boos dat hij mij bijna klappen gaf. Toen [naam] mij de spullen had gegeven, zei hij dat hij nog even wat moest halen. Hij zei niet wat of waar hij dat ging doen. [verdachte] en ik hebben toen in de auto zitten wachten. Toen kwam er een politieauto. We waren allebei een beetje in paniek, omdat we die spullen achterin de auto hadden liggen, waarvan we allebei wisten dat het niet klopte."16
Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair genoemde goederen.
9. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.
Uit de aangifte van [slachtoffer 4] blijkt dat in de nacht van 17 op 18 maart 2008 is geprobeerd in te breken in zijn woning aan de [adres] te Putten.17 Uit de woning zijn geen goederen ontvreemd, maar er zijn wel braaksporen aangetroffen. Het keukenraam was beschadigd met verschillende werktuigen, waaronder een schroevendraaier met een vouw met afgeronde hoeken en een beschadiging van een beitelzijde.18 Uit het vergelijkend werktuigsporenonderzoek in verband met de woninginbraken aan de [adres] te Harderwijk (feit 1 op de tenlastelegging) en de [adres] te Putten komt het volgende naar voren. De twee in het onderzoek betrokken braaksporen op laatstgenoemd adres zijn mogelijk respectievelijk zeer waarschijnlijk veroorzaakt met schroevendraaier C.19 Uit het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld waar deze schroevendraaier is aangetroffen en of deze onder verdachte is aangetroffen en in beslag is genomen.
Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde, nu de directe betrokkenheid van verdachte bij de poging tot woninginbraak aan de [adres] te Putten ook overigens niet kan worden vastgesteld.
10. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat zij met de officier van justitie en de raadsman van oordeel is dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte betrokken is geweest bij de woninginbraken in Soest en Hollandsche Rading. De rechtbank onderschrijft het standpunt van de partijen dienaangaande.
11. De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte het onder 520 ten laste gelegde heeft begaan, waarbij zij zich baseert op de aangifte [slachtoffer 8]21, de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2]22 en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie23, welke verklaring hij ter terechtzitting heeft bevestigd.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
1. (subsidiair)
hij op 18 maart 2008 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander, een portemonnee (kleur bruin) met inhoud en een laptop (merk Dell, type 600) en een (reserve)autosleutel heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die portemonnee, die laptop en die (reserve)autosleutel wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;
2. (subsidiair)
hij op 18 maart 2008 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een laptop (merk Fujitsu Siemens) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5.
hij op 25 mei 2008 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hogedrukreiniger en een compressor en een slijptol, toebehorende aan [slachtoffer 8].
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 5 is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op de misdrijven:
Feit 1 subsidiair en 2 subsidiair (telkens) : medeplegen van opzetheling;
Feit 5 : diefstal door twee of meer verenigde
personen.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
12. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 5 ten laste gelegde te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Zij heeft daarbij opgemerkt dat zij, gelet op de houding van verdachte bij de politie en ter terechtzitting, geen aanleiding ziet een deels voorwaardelijke straf te eisen.
13. Door en namens verdachte is naar voren gebracht dat een werkstraf op zijn plaats is. Daarnaast is aangevoerd dat de duur van de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf fors is.
14. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
15. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van een aantal goederen uit een schuur in Loosdrecht. Daarnaast heeft verdachte, door het voorhanden hebben van een hoeveelheid gestolen goederen, meegewerkt aan de instandhouding van de voor de maatschappij ergerlijke vermogenscriminaliteit. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de bij verdachte aangetroffen goederen afkomstig waren van een tweetal kort voor de inbeslagname gepleegde woninginbraken.
16. De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder - zij het niet recentelijk - voor vermogensdelicten is veroordeeld.
17. Het voorgaande in aanmerking nemend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken en een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de reclassering gehanteerde lijst van projectplaatsen. De afwijking met de door de officier van justitie gevorderde straf ligt in de vrijspraak voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feit.
In beslag genomen voorwerpen
18. De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen bankpas op naam van [slachtoffer 9] (nummer 15 op de beslaglijst) terug kan worden gegeven aan degene onder wie het in beslag is genomen. Ten aanzien van de overige goederen, te weten de onder verdachte in beslag genomen gereedschappen, heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring ervan gevorderd. Nu de auto blijkens het dossier reeds aan verdachte is teruggegeven, hoeft daarover geen beslissing meer te worden genomen, aldus de officier van justitie.
19. De raadsman heeft aangevoerd dat twee schroevendraaiers en een bahco verbeurd kunnen worden verklaard en dat de overige goederen (nummers 6, 7, 11, 12 , 13, 14, 15, 16 en 17 op de beslaglijst) terug kunnen worden gegeven aan verdachte.
20. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de in beslag genomen giropas (nummer 15 op de beslaglijst) aan de rechthebbende, te weten: [slachtoffer 9], wonende aan de [adres].
21. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van het in beslag genomen gereedschap en de in beslag genomen zaklamp (nummers 1 tot en met 14 en nummer 17 op de beslaglijst) aan verdachte, te weten:
- een schroevendraaier, kleur rood, merk: PB (nr. 1);
- een schroevendraaier, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 2);
- een steenbeitel, kleur goud (nr. 3);
- een tang, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 4);
- een bahcotang, kleur zwart, merk: Wurth (nr. 5);
- een waterpomptang, kleur zwart, merk: Knipex Cobra (nr. 6);
- een waterpomptang, kleur blauw, merk: Gedore (nr. 7);
- een bahcotang, 12 inch, kleur zwart (nr. 8);
- een bahcotang, 10 inch, merk Bahco (nr. 9);
- een bahcotang, 8 inch, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 10);
- een bahcotang, 8 inch, kleur zwart, merk: Sandvik (nr. 11);
- een striptang, kleur zilver, merk: Haupa (nr. 12);
- een waterpomptang, kleur zilver, merk: De Witt (nr. 13);
- een waterpomptang, kleur zilver, merk: Lux (nr. 14);
- een zwarte zaklamp (nr. 17).
Vordering tot schadevergoeding
22. De benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende aan de [adres] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.
23. De benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende aan de [adres] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.267,65 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde.
24. Door de officier van justitie is bepleit de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, nu door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geen schadebedrag is ingevuld op het daartoe bestemde formulier en de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] ingediende vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit.
25. Het door de officier van justitie ingenomen standpunt is door de verdediging onderschreven.
26. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat voornoemde benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, nu deze vorderingen geen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partijen derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 22c, 22d, 27, 47, 57, 310, 311 en 416 van
het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair,
2 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders onder 1 subsidiair, 2 subsidiair
en 5 is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.
Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:
een werkstraf gedurende 160 (honderdzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen.
Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:
- een schroevendraaier, kleur rood, merk: PB (nr. 1);
- een schroevendraaier, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 2);
- een steenbeitel, kleur goud (nr. 3);
- een tang, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 4);
- een bahcotang, kleur zwart, merk: Wurth (nr. 5);
- een waterpomptang, kleur zwart, merk: Knipex Cobra (nr. 6);
- een waterpomptang,, kleur blauw, merk: Gedore (nr. 7);
- een bahcotang, 12 inch, kleur zwart (nr. 8);
- een bahcotang, 10 inch, merk Bahco (nr. 9);
- een bahcotang, 8 inch, kleur zwart, merk: Bahco (nr. 10);
- een bahcotang, 8 inch, kleur zwart, merk: Sandvik (nr. 11);
- een striptang, kleur zilver, merk: Haupa (nr. 12);
- een waterpomptang, kleur zilver, merk: De Witt (nr. 13);
- een waterpomptang, kleur zilver, merk: Lux (nr. 14);
- een zwarte zaklamp (nr. 17).
Gelast de teruggave van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan de rechthebbende [slachtoffer 9], wonende aan de [adres], te weten: een bankpas op naam van [slachtoffer 9].
Verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Aldus gewezen door mr. Van der Mei, voorzitter, mrs. Hödl en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2008.
Voetnoten:
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal
nr. PL0620/08-202641, gedateerd 25 maart 2008
2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (p.47-51)
3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (p.111-112)
4 Proces-verbaal van aanhouding (p.39) en proces-verbaal ambtelijk verslag (p.55)
5 Proces-verbaal van aanhouding (p.30-31)
6 Proces-verbaal sporenonderzoek (p.52)
7 Proces-verbaal van bevindingen (p.60)
8 Proces-verbaal ambtelijk verslag (p.56)
9 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek in verband met woninginbraken in Harderwijk ([adres]) en Putten ([adres]) (p.66-68)
10 Proces-verbaal van bevindingen (p.60)
11 Proces-verbaal veiligstellen en onderzoek gegevensdragers (p.63-64)
12 Proces-verbaal sporenonderzoek (p.136)
13 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte R. [medeverdachte 1] (p.80-82)
14 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte R. [medeverdachte 1] (p.80)
15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte R. [medeverdachte 1] (p.81)
16 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte R. [medeverdachte 1] (p.82)
17 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] (p.134-135)
18 Proces-verbaal van sporenonderzoek (p.136)
19 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek in verband met woninginbraken in Harderwijk ([adres]) en Putten ([adres]) (p.66-68)
20 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0971/08-158827, gedateerd 26 mei 2008
21 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8]
22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2]
23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte