Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0543

Datum uitspraak2008-09-09
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830002-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Met betrekking tot het vierde feit heeft de raadsvrouw van verdachte aangevoerd dat weliswaar vast staat dat verdachte betrokken was bij een ruzietje met een andere jongen en dat hij een barkruk heeft gegooid naar die andere jongen, maar dat onbekend is hoe die andere jongen daarop heeft gereageerd. Misschien heeft hij de barkruk opgevangen en teruggegooid. Misschien was er nog wel heel iemand anders die hier totaal buiten stond en een barkruk gooide. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. De stellingen van de raadsvrouw zijn zuiver speculatief. Op geen enkele wijze immers is aannemelijk gemaakt dat de jongen met wie verdachte ruzie had, de barkruk zou hebben teruggegooid, noch dat een derde op 30 september 2007 omstreeks 02:00 uur op de dansvloer van Dock44 te Meppel met een barkruk zou hebben gegooid.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19/830002-08 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 september 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats en -land] op [geboortedatum] 1984, wonende te [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 26 augustus 2008. De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij op of omstreeks 30 december 2007, te Ruinerwold, althans in de gemeente De Wolden en/of te Meppel, althans in de gemeente Meppel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een vuurwapen van categorie III, te weten een vuurwerkpistool, voorhanden heeft gehad; 2. hij op of omstreeks 16 september 2007, te Meppel, althans in de gemeente Meppel [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: - "[voornaam slachtoffer], als je naar buiten loopt, dan ben je niet veilig" en/of - "wacht maar, als je naar buiten loopt, overkomt je wat, wacht maar" en/of - "[voornaam slachtoffer] ik kom je zo buiten wel tegen. Ik wacht je op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 3. hij op of omstreeks 30 september 2007, te Meppel, althans in de gemeente Meppel opzettelijk mishandelend [slachtoffer] in/tegen het gezicht/hoofd heeft gestompt/geslagen, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 4. hij op of omstreeks 30 september 2007, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een barkruk naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 30 september 2007, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, opzettelijk mishandelend een barkruk tegen het lichaam van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gegooid, waardoor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden; Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak De verdachte dient van het onder 2. tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht. Bewijsmiddelen Met betrekking tot het vierde feit heeft de raadsvrouw van verdachte aangevoerd dat weliswaar vast staat dat verdachte betrokken was bij een ruzietje met een andere jongen en dat hij een barkruk heeft gegooid naar die andere jongen, maar dat onbekend is hoe die andere jongen daarop heeft gereageerd. Misschien heeft hij de barkruk opgevangen en teruggegooid. Misschien was er nog wel heel iemand anders die hier totaal buiten stond en een barkruk gooide. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. De stellingen van de raadsvrouw zijn zuiver speculatief. Op geen enkele wijze immers is aannemelijk gemaakt dat de jongen met wie verdachte ruzie had, de barkruk zou hebben teruggegooid, noch dat een derde op 30 september 2007 omstreeks 02:00 uur op de dansvloer van Dock44 te Meppel met een barkruk zou hebben gegooid. Nu verdachte hetgeen de rechtbank onder 1. en 3. bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen: feit 1: - een ambtsedig proces-verbaal van Politie Drenthe, district Zuidwest, basiseenheid Meppel/Westerveld, van 8 januari 2008, opgemaakt door [verbalisant], agent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende hetgeen hij, verbalisant, heeft waargenomen en bevonden; - een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 30 december 2007, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende de afgelegde verklaring van [getuige]; - de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 augustus 2008, zakelijk onder meer inhoudende: ik erken dat ik op 30 december 2007 te Ruinerwold en te Meppel een vuurwerkpistool voorhanden heb gehad. feit 3: - een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 1 oktober 2007, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende de afgelegde verklaring van [slachtoffer]; - een ambtsedig proces-verbaal van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 2 oktober 2007, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende de afgelegde verklaring van [slachtoffer]; - de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 augustus 2008, zakelijk onder meer inhoudende: ik erken dat ik op 30 december 2007 te Meppel [slachtoffer] tegen zijn gezicht heb gestompt, waardoor hij pijn ondervond en gewond raakte. feit 4: - een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 1 oktober 2007, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende als op 1 oktober 2007 aan hem, verbalisant, afgelegde verklaring van [slachtoffer 1]: ik doe aangifte van mishandeling op 30 september 2007 te Meppel. Op een gegeven moment stonden [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en ik op de dansvloer van Dok44. Het was druk. Ik voelde opeens een harde klap in mijn gezicht. Ik zag dat er een barkruk voor mij op de grond lag. Ik zag dat [slachtoffer 2] gewond was. Zij greep met beide handen naar haar hoofd. Ik was ook gewond. Het bloed liep over mijn gezicht. Later hoorde ik dat [slachtoffer 3] ook een bult op zijn hoofd heeft overgehouden van de barkruk. - een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 1 oktober 2007, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende als op 1 oktober 2007 aan hem, verbalisant, afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]: ik doe aangifte van mishandeling op 30 september 2007 te Meppel. Ik was op 30 september 2007 omstreeks 02:00 uur samen met een groep van zes mensen in Dock44 te Meppel. Omstreeks 03:15 uur stond ik bij de bar. [slachtoffer 1] stond bij mij. Het was heel erg druk. Ik voelde een harde klap op mijn achterhoofd die heel veel pijn veroorzaakte. Ik hoorde dat het een barkruk was waarmee ik was geraakt. [slachtoffer 1] werd door dezelfde kruk ook geraakt. In het damestoilet zag ik aan mijn linkerhand dat ik bloedde aan mijn hoofd. Ik had een hoofdwond van ongeveer 4 cm.die ook vrij diep was volgens de arts die mij behandelde. - een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 6 oktober 2007, opgemaakt door [verbalisant], brigadier van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende als op 6 oktober 2007 aan hem, verbalisant, afgelegde verklaring van [slachtoffer 3]: we bevonden ons tussen 03.00 uur en 03.30 uur in de Dock. We stonden op de dansvloer. Ik voelde plotseling harde klap op mijn achterhoofd. De klap kwam zo hard aan dat ik echt even de weg kwijt was. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stonden voorover gebogen. Zij hadden beide handen voor het gezicht geslagen. Ik voelde een heftige pijn in mijn achterhoofd. Ik zag een barkruk op de grond liggen. Er was daarmee in onze richting gegooid en wij waren alle drie daardoor geraakt. - een proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, district Zuidwest, van 8 oktober 2007, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant], agent van politie Drenthe, district Zuidwest, zakelijk onder meer inhoudende als op 8 oktober 2007 aan hem, verbalisant, afgelegde verklaring van de verdachte: op 30 september tussen 02.30 en 03.30 uur liep er een jongen tegen me aan in Lord Nelson. Ik werd kwaad en heb een kruk gepakt. Ik heb die naar hem toegegooid. Ik stond op dat moment in Dok44, een zaaltje. Ik zag dat de kruk door de lucht vloog. Ik had de bedoeling om die man met de barkruk te raken. Ik heb niet gezien dat de kruk iemand anders raakte. Ik had niet de bedoeling het meisje te raken maar besef me terdege dat ik een levensgevaarlijke stunt heb uitgehaald. - de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 26 augustus 2008: ik heb niet gezien waar ik die kruk heb neergegooid. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1., 3. en 4. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat 1. hij op 30 december 2007, te Ruinerwold en te Meppel, tezamen en in vereniging met een ander, een vuurwapen van categorie III, te weten een vuurwerkpistool, voorhanden heeft gehad; 3. hij op 30 september 2007 te Meppel opzettelijk mishandelend [slachtoffer] in het gezicht heeft gestompt, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; 4. hij op 30 september 2007 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een barkruk in de richting van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1., 3. en 4. primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op: 1. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht; 3. mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, en 4. poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie, mr. E.H.G. Kwakman, luidende: 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis onder aftrek van voorarrest en acht maanden gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij feit 2] in haar vordering omdat de officier van justitie het onder 2. tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht en niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij feit 3] in zijn vordering omdat deze onvoldoende is onderbouwd; het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte; de oriëntatiepunten voor de straftoemeting met betrekking tot de onder 3. en 4. primair bewezen verklaarde feiten en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 oktober 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een geweldsmisdrijf is veroordeeld. BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij feit 2] De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij feit 3] De rechtbank acht het gevorderde bedrag onvoldoende onderbouwd, nu niet duidelijk is of de opgevoerde kosten van de schoenen en de broek de nieuwwaarde of de dagwaarde is. Van Deel zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2. is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1., 3. en 4. primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1., 3. en 4. primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf bestaande uit 180 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast. De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede inhoudt dat verdachte bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord (AFPN) of een vergelijkbare instelling een behandeling, gericht op agressieregulatie, zal volgen, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren arbeid per dag voor de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen. De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij feit 2] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij feit 3] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten. Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.M. Oostdam, voorzitter, en mr. H. Wolthuis, rechter, en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechter, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 9 september 2008. Mr. Van der Sluijs is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.