
Jurisprudentie
BF0537
Datum uitspraak2008-08-05
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers2200095907
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers2200095907
Statusgepubliceerd
Indicatie
De verdachte heeft zich samen met haar zus, en ook alleen, schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Dit zijn feiten, die doorgaans naast onrustgevoelens, financiële schade en overlast voor de slachtoffers met zich meebrengen.
Blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 juli 2008, is de verdachte meermalen veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft haar er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten, nota bene in de proeftijd van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te plegen.
De ernst en hoeveelheid van de feiten, bezien in samenhang met verdachtes strafrechtelijk verleden, gebieden in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Bij de strafoplegging heeft het hof er echter acht op geslagen dat de verdachte na haar veroordeling in eerste aanleg, op vrijwillige basis gesprekken met een psychotherapeute bij De Waag heeft gevoerd, welke gesprekken zich – mede - richtten op het verkrijgen van inzicht in haar strafwaardig handelen. Het hof acht het aannemelijk dat de verdachte met behulp van deze therapie de ernst van dit handelen is gaan inzien en niet in herhaling zal vervallen.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur, met na te vermelden bijzondere voorwaarde, in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van navermelde duur, een passende en geboden reactie vormt.
Uitspraak
Rolnummer: 22-000959-07
Parketnummers: 09-525103-06, 09-528279-06 en 09-029584-03 (TUL)
Datum uitspraak: 5 augustus 2008
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van
13 februari 2007 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te op 1959,
adres: .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 juli 2008.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, waarvan kopieën in dit arrest zijn gevoegd.
Het hof heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien.
Het zal die nummering in dit arrest aanhouden.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde, - zakelijk weergegeven- , verplicht reclasseringstoezicht. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de door de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, gewezen onder parketnummer 09-029584-03, voor de duur van 4 weken.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:
Diefstal.
Ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde:
Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact alsmede tot een werkstraf voor de duur van 120 uren te vervangen door 60 dagen hechtenis.
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met haar zus, en ook alleen, schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Dit zijn feiten, die doorgaans naast onrustgevoelens, financiële schade en overlast voor de slachtoffers met zich meebrengen.
Blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 juli 2008, is de verdachte meermalen veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft haar er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten, nota bene in de proeftijd van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te plegen.
De ernst en hoeveelheid van de feiten, bezien in samenhang met verdachtes strafrechtelijk verleden, gebieden in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Bij de strafoplegging heeft het hof er echter acht op geslagen dat de verdachte na haar veroordeling in eerste aanleg, op vrijwillige basis gesprekken met een psychotherapeute bij De Waag heeft gevoerd, welke gesprekken zich – mede - richtten op het verkrijgen van inzicht in haar strafwaardig handelen. Het hof acht het aannemelijk dat de verdachte met behulp van deze therapie de ernst van dit handelen is gaan inzien en niet in herhaling zal vervallen.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur, met na te vermelden bijzondere voorwaarde, in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van navermelde duur, een passende en geboden reactie vormt.
Vordering tenuitvoerlegging
Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te 's-Gravenhage van 24 maart 2004 onder parketnummer 09-029584-03 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf gevorderd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf is derhalve in beginsel voor toewijzing vatbaar.
Het hof zal evenwel - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken - de vordering in die zin toewijzen dat in plaats van een gevangenisstraf wordt opgelegd een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9(oud), 14a(oud), 14b(oud), 14c, 22c(oud), 22d, 57(oud), 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.
Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften, haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks noodzakelijk acht; geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 60 (zestig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging, van de bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van
24 maart 2004 onder parketnummer 09-029584-03 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, in die zin dat wordt opgelegd een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 25 (vijfentwintig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
Dit arrest is gewezen door mr. J.W. Klein Wolterink,
mr. J.C.F. van Gelder en mr. A.M.P. Gaakeer,
in bijzijn van de griffier mr. J.P. Lahr.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 augustus 2008.