Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0527

Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers313826 / HA RK 08-223
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet aannemelijk dat gemachtigde in een zaak geen oproeping ontving. In andere zaak ontving gemachtigde geen oproeping omdat hij zich in die zaak niet als zodanig had gesteld. Aan de weigering van de rechter de zaak opnieuw uit te stellen kan geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid worden ontleend. De verzoeken om uitstel voldeden niet aan de procesvoorschriften.


Uitspraak

Beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer: [zaaknummer] Rekestnummer: [rekestnummer] Uitspraak: 11 september 2008 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: [naam verzoekster], wonende te [adres], verzoekster, gemachtigde: mr. [naam gemachtigde], advocaat te Rotterdam, strekkende tot wraking van mr. [naam rechter], rechter tevens kinderrechter in de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter). 1. Het procesverloop en de processtukken Ter zitting van 25 augustus 2008 is door de rechter een aanvang gemaakt met de behandeling van drie zaken, kort gezegd een echtscheidingsprocedure tussen verzoekster en de heer [naam derde partij], een verzoek van verzoekster tot wijziging van het gezamenlijk gezag en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen van verzoekster en de heer [naam derde partij] (respectievelijk met de zaaknummers [zaaknummers]). Bij gelegenheid van die behandeling heeft verzoekster de rechter gewraakt. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de drie voornoemde griffiedossiers, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting, en van het schriftelijke wrakingsverzoek d.d. 25 augustus 2008. Verzoekster, haar gemachtigde, de rechter en de raadsvrouw van de heer [naam derde partij], mr. [naam advocaat derde partij], zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brieven van 25 en 27 augustus 2008. Ter zitting van 28 augustus 2008, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen verzoekster en haar gemachtigde. De gemachtigde heeft aan de hand van een pleitnota het standpunt van verzoekster nader toegelicht. Verzoekster heeft een schriftelijke toelichting overgelegd. 2. Het verzoek en het verweer daartegen 2.1 Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - : De gemachtigde van verzoekster heeft geen uitnodiging ontvangen voor de zitting van 25 augustus 2008. Zowel verzoekster als haar gemachtigde, nadat hij van deze zitting kennis had gekregen, hebben uitstel van de zitting verzocht omdat de gemachtigde eerst nog twee relevante rapportages in het geding wilde brengen. De gemachtigde van de heer [naam derde partij] heeft verzocht de zitting door te laten gaan. De rechter heeft het verzoek van de gemachtigde geweigerd en het verzoek van de gemachtigde van [naam derde partij] gehonoreerd. Hierdoor heeft de rechter blijk gegeven van vooringenomenheid. Voorts heeft de gemachtigde van [naam derde partij], mr. [naam advocaat derde partij], contact met een rechter mr. [naam] die werkzaam is bij de rechtbank Rotterdam. 2.2 De rechter heeft niet in de wraking berust. De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. 3. De beoordeling 3.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Aan de door verzoekster aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden. Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de - beweerdelijk - bij verzoekster bestaande vrees dat de rechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. De stelling van de gemachtigde dat hij geen oproep voor de zitting van 25 augustus 2008 heeft ontvangen, acht de rechtbank niet aannemelijk. In het dossier is een kopie van de uitnodiging d.d. 3 juli 2008 gericht aan de gemachtigde aanwezig, waarin wordt vermeld dat de zitting van de zaken met de nummers [zaaknummers] zal plaatsvinden op 25 augustus 2008. De gemachtigde heeft ter terechtzitting van de wrakingskamer erkend dat de verwerking van de uitnodiging mogelijk bij hem is misgegaan. Het feit dat de gemachtigde geen oproep voor deze zitting heeft ontvangen in de zaak met nummer [zaaknummer] is juist. Deze zaak betreft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen van verzoekster d.d. 18 juli 2008. Omdat dit een "nieuwe" procedure betrof en de gemachtigde zich in deze zaak nog niet had gesteld als de gemachtigde van verzoekster, is de oproep d.d. 24 juli 2008 in deze zaak naar verzoekster gezonden. Gezien het procesreglement en in aanmerking genomen de aard van de drie aanhangige zaken, waarvan de behandeling met de nodige voortvarendheid dient plaats te vinden, kan aan de omstandigheid dat de rechter geweigerd heeft de behandeling (opnieuw) uit te stellen geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid bij de rechter worden ontleend. Wat betreft het tijdstip van uitstel vragen moet worden aangenomen dat de raadsman de termijn waarbinnen ingevolge het geldende procesreglement als het ware zonder nadere motivering om uitstel kan worden gevraagd in ieder geval voor wat betreft de reeds lopende zaken heeft laten verstrijken en dat toen de raadsman wel om uitstel vroeg hij niet in acht nam de regels die in het procesreglement op dit punt zijn neergelegd. Hoewel het door verzoekster zelf gedaan verzoek tot uitstel van de behandeling van de OTS-zaak wel binnen die termijn is gedaan, is niet onbegrijpelijk dat de rechter dit verzoek niet heeft gehonoreerd, nu de behandeling van de andere zaken op 25 augustus 2008 wel doorgang zou vinden en verzoekster het verzoek om uitstel in ieder geval in haar schriftelijke bevestiging daarvan niet heeft gemotiveerd. Dat aan de Raad voor de Kinderbescherming om aanpassing van rapportage is verzocht en de verwachting bestond dat daaromtrent nog niet op 25 augustus zou zijn beslist terwijl ook van Jeugdzorg nog een rapport op komst was behoefde de rechter evenmin tot een andere beslissing voor wat betreft de datum van behandeling te brengen. Het is niet onbegrijpelijk dat de rechter de eventuele gevolgen die daaraan verbonden zouden moeten worden ter zitting met partijen wilde bespreken. Nader onderzoek door de wrakingskamer heeft uitgewezen dat er bij de rechtbank Rotterdam geen rechter mr. [naam] werkzaam is, zodat aan deze stelling van de gemachtigde voorbij wordt gegaan. Het verzoek is gezien het vorenstaande ongegrond. De wrakingskamer merkt nog op dat de stelling van de rechter dat de gemachtigde een klacht jegens haar heeft ingediend niet juist is. Verzoekster heeft zelfstandig op 4 maart 2008 een brief over de gang van zaken tijdens een zitting bij de rechtbank ingediend, die door de rechtbank als klachtbrief jegens de rechter is aangemerkt. De president van de rechtbank heeft bij brief van 7 april 2008 verzoekster niet-ontvankelijk in haar klacht verklaard. 4. De beslissing wijst af het verzoek tot wraking van mr. [naam rechter]. Deze beslissing is gegeven op 11 september 2008 door mr. M.F.L.M. Van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier. De voorzitter is buiten staat deze beslissing te ondertekenen. Namens deze mr. Vrolijk, jongste rechter.