
Jurisprudentie
BF0524
Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers312521 / HA RK 08-215
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers312521 / HA RK 08-215
Statusgepubliceerd
Indicatie
De gang van zaken ter zitting - ten aanzien van het wel of niet aanhouden van de behandeling van de zaak en het wel of niet verwijzen van de zaak naar een meervoudige strafkamer - levert geen zwaarwegende aanwijzing op voor vooringenomenheid van de rechter.
Uitspraak
Beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer : [zaaknummer]
Rekestnummer : [rekestnummer]
Parketnummer: [parketnummer]
Uitspraak : 11 september 2008
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoeker],
geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te (3035 RK) Rotterdam, Noordmolenstraat 32 AA,
preventief gedetineerd in PI Rijnmond, Stadsgevangenis Rotterdam,
verzoeker,
strekkende tot wraking van mr. [naam rechter] (hierna: de rechter).
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van 15 juli 2008 is door de politierechter behandeld de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak onder bovenvermeld parketnummer.
Daags na die behandeling heeft de raadsman van verzoeker - de rechter schriftelijk verzocht zich terug te trekken c.q. zich te verschonen.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de strafzaak, waarin zich onder meer bevinden het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juli 2008 en het schriftelijke wrakingsverzoek d.d. 1 augustus 2008.
Verzoeker, zijn raadsman, de officier van justitie alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij memo van 19 augustus 2008.
Ter zitting van 28 augustus 2008, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen de raadsman mr. [naam advocaat] en de officier van justitie mr. [naam officier van justitie]. Van de verzoeker is per fax d.d. 28 augustus 2008 een afstandsverklaring ontvangen. De raadsman heeft aan de hand van een pleitnota zijn standpunt nader toegelicht. De officier van justitie heeft eveneens ter zitting haar standpunt toegelicht.
De voorzitter deelt mede dat hij als raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof
's-Gravenhage mogelijk betrokken is geweest bij de behandeling van het beroep van verzoeker tegen de verlenging van zijn gevangenhouding en vraagt de raadsman of dit op bezwaren stuit. De raadsman deelt mede er geen bezwaar tegen te hebben dat de voorzitter van de wrakingskamer onderhavig verzoek zal behandelen.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft de raadsman namens verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
De rechter heeft ondanks bezwaren van verzoeker tegen aanhouding van de behandeling van de zaak en het uitdrukkelijke verzoek om de zaak wel te behandelen, het standpunt ingenomen dat de vraag van toerekeningsvatbaarheid door haar niet beoordeeld kon worden wanneer daarover geen Pro Justitia-rapportage is afgegeven. Aan deze beslissing ging geen onderzoek vooraf naar de feiten en naar de vraag of deze feiten strafbaar zijn. De schuldvraag en de vraag naar toerekeningsvatbaarheid komen pas daarna aan de orde. Door in het onderzoek te beginnen bij de vraag naar toerekeningsvatbaarheid van verzoeker, heeft de rechter er blijk van gegeven dat zij er op voorhand vanuit gaat dat verzoeker zich aan de ten laste gelegde strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, hoewel verzoeker het onder 1 ten laste gelegde feit (poging tot doodslag) volledig ontkent.
Daarnaast heeft de rechter naar aanleiding van het advies van de reclassering tegen de officier van justitie gezegd dat zij van oordeel was dat de zaak beter naar de meervoudige kamer verwezen kon worden. De officier van justitie heeft hierop desgevraagd geantwoord dat zij niet voornemens was de zaak te verwijzen naar de meervoudige kamer. Door deze handelwijze heeft de rechter er blijk van gegeven een strenger standpunt in te nemen dan de officier van justitie en de indruk gewekt er reeds ervan overtuigd te zijn dat verzoeker schuldig is aan de hem verweten poging tot doodslag.
Tenslotte is de rechter door haar beslissing tot aanhouding geheel voorbij gegaan aan de belangen van de verzoeker. Door de voortdurende voorlopige hechtenis dreigt hij zijn plek in een beschermde woonvorm te verliezen.
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust.
De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.
2.3
De officier van justitie heeft haar standpunt toegelicht. Zij deelt mede dat er reeds een datum is bepaald voor de vervolgzitting, te weten 8 oktober 2008, met als politierechter mr. [naam andere rechter]. De officier van justitie vraagt zich derhalve af of het onderhavige wrakingsverzoek nog opportuun is.
De officier van justitie is de mening toegedaan dat het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 15 juli 2008 en het memo van mr. [naam rechter] de gang van zaken op de terechtzitting juist weergeven en onderschrijft het standpunt van de rechter dat het wrakingsverzoek dient te worden afgewezen.
3. De beoordeling
3.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de - beweerdelijk - bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.
De rechtbank overweegt als volgt:
Uit het dossier blijkt dat kort voor de terechtzitting van 15 juli 2008 door de reclassering een voorlichtingsrapport d.d. 11 juli 2008 is uitgebracht, waarin werd geadviseerd verzoeker door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie zowel psychologisch als psychiatrisch te laten onderzoeken, waarbij ook de mate van toerekeningsvatbaarheid van verzoeker aan de orde diende te komen. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie direct na voordracht van de zaak verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden ten einde een dergelijk onderzoek te laten plaatsvinden. Alvorens te beslissen heeft de rechter verzoeker en diens raadsman in de gelegenheid gesteld hun standpunt over het verzoek om aanhouding kenbaar te maken, van welke gelegenheid zij ook gebruik gemaakt hebben. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze gang van zaken niet de conclusie getrokken worden dat de rechter reeds voorafgaand aan de terechtzitting een standpunt had ingenomen ten aanzien van de mogelijke aanhouding van de zaak.
Het feit dat de rechter op basis van het dossier - dat ernstige aanwijzingen bevat dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit jegens zijn familieleden- heeft besloten de zaak aan te houden voor nadere rapportage omtrent de persoon van de verzoeker, impliceert naar het oordeel van de wrakingskamer evenmin dat de rechter zich met betrekking tot haar eindoordeel reeds heeft vastgelegd.
Anders dan verzoeker stelt, blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting slechts dat de rechter de officier van justitie verzocht heeft zich uit te laten over de vraag door welk forum verzoeker dient te worden berecht en niet dat de rechter gezegd heeft dat behandeling door een meervoudige kamer aangewezen was. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van het proces-verbaal te twijfelen.
De gang van zaken levert naar het oordeel van de wrakingskamer geen zwaarwegende aanwijzingen als hiervoor bedoeld op. Het verzoek is mitsdien ongegrond.
4. De beslissing
wijst af het verzoek tot wraking van mr. [naam rechter].
Deze beslissing is gegeven op 11 september 2008 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. V.A. Versloot, griffier.
De voorzitter is buiten staat deze beschikking te ondertekenen. Namens deze, mr. P. Vrolijk, jongste rechter.