Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0514

Datum uitspraak2008-08-08
Datum gepubliceerd2008-09-11
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers102994 / JE RK 08-573
Statusgepubliceerd


Indicatie

Schriftelijke aanwijzing van bjz vervallen verklaard. Moeder mag krachtens deze aanwijzing - onder andere - niet langer met haar huidige partner de zorg voor haar kinderen uitoefenen en indien moeder hier wel voor kiest zal bjz aansturen op een uithuisplaatsing van de kinderen. Het horen van de partner van moeder had niet achterwege gelaten mogen worden. De aanwijzing grijpt te ver in in de persoonlijke levenssfeer van moeder. De aanwijzing is onvoldoende zorgvuldig genomen.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 102994 / JE RK 08-573 beschikking kinderrechter d.d. 8 augustus 2008 inzake het verzoek van [naam moeder], wonende te [adres], verzoekster, hierna te noemen de moeder, procureur mr. M.R. van der Veen, tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Groningen, zetelende te 9725 BE Groningen, Waterloolaan 1, verweerster, hierna te noemen Bjz, vertegenwoordigd door mw. T. Huiskamp. strekkende tot het vervallen verklaren van een schriftelijke aanwijzing. PROCESGANG Op 13 juni 2008 heeft Bjz een schriftelijke aanwijzing gegeven met betrekking tot de veiligheid van de minderjarige kinderen: * [naam kind 1], geboren in de gemeente Uithuizen [in 2004], * [naam kind 2], geboren in de gemeente Delfzijl [in 2000]. Op 26 juni 2008 heeft mr. van der Veen, namens moeder, een verzoekschrift d.d. 26 juni 2008 ingediend strekkende tot vervallenverklaring van eerdergenoemde aanwijzing. Op 8 augustus 2008 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: moeder, bijgestaan door mr. van der Veen en mw. T. Huiskamp namens Bjz. OVERWEGINGEN Vaststaande feiten - bij beschikking van 23 januari 2008 is de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen verleend voor de duur van een jaar, ingaande 23 januari 2008, derhalve tot 23 januari 2009; - Op 13 juni 2008 heeft Bjz moeder voornoemd een schriftelijke aanwijzing gegeven omtrent de veiligheid van haar kinderen, onder meer inhoudende dat zij niet samen met haar partner de zorg en opvoeding van de kinderen blijft doen. Standpunt moeder Door en namens moeder is in het verzoekschrift en ter zitting het volgende naar voren gebracht. Moeder betwist uitdrukkelijk dat de aanwezigheid van haar partner de veiligheid van de kinderen in het geding zou brengen. Het vermeende drugsgebruik en alcoholmisbruik door moeder is volstrekt niet meer aan de orde. Ook de partner van moeder vertoont geen overmatig alcoholgebruik en hij gebruikt geen drugs meer (enkel nog methadon). De aanwijzing is onvoldoende gemotiveerd. De door moeder aangedragen argumenten werden tijdens een recent gesprek hierover niet of nauwelijks door Bjz gehoord. Moeder stelt dat zij de kinderen in zeer positieve zin heeft zien veranderen sinds zij een relatie met haar partner heeft. De kinderen zijn dol op hem en voelen zich veilig. Het 'uit beeld houden' van de partner van moeder zou wel eens contraproductief kunnen werken. De meldingen die bij het AMK zijn gedaan, zijn erg vaag. Bjz had deze meldingen beter moeten onderzoeken alvorens met deze vergaande schriftelijke aanwijzing te komen. Na overleg met haar partner hebben moeder en hij besloten dat hij voorlopig niet meer in het huis van moeder aanwezig zal zijn. Dit betekent echter niet dat moeder het eens is met de aanwijzing van Bjz. Ze vindt het vreemd dat Bjz niet eens de moeite heeft genomen om in gesprek met de nieuwe partner van de vrouw te komen ten aanzien van de door hen geuite bezwaren. Deze bezwaren zien voornamelijk op het verleden van de partner van moeder. Dit is echter al lang geleden en moeder vraagt zich af hoe lang iemands verleden nog aan iemand kan worden toegerekend. Haar partner heeft zeker geleerd van zijn fouten. Moeder erkent dat in het verleden afspraken met Bjz zijn afgezegd. Recentelijk is er echter herhaald contact geweest. Moeder is uiteraard bereid om Bjz inzicht te geven in de opvoed- en leefsituatie van de kinderen en de afspraken die ze met de gezinsvoogd maakt, na te komen. Ze heeft een goed contact met de gezinsvoogd en ze wil graag verder met de hulpverlening. Ze verzet zich uitdrukkelijk tegen de consequentie die Bjz stelt, indien moeder met haar partner blijft samenwonen. Op grond van bovenstaande verzoekt moeder om de schriftelijke aanwijzing van Bjz geheel vervallen te verklaren en subsidiair verzoekt zij de schriftelijke aanwijzing van Bjz gedeeltelijk, conform het door de vrouw aangevoerde, vervallen te verklaren. Standpunt Bjz Moeder stelt de kinderen bloot aan huiselijk geweld en andere vormen van geweld. Ook worden de kinderen geconfronteerd met overmatig gebruik van alcohol en drugs. De kinderen hebben hierdoor geen stabiele en veilige opvoedsituatie en hun ontwikkeling wordt verstoord en is bedreigd. Moeder bagatelliseert bovengenoemde zorgen. De afgelopen periode heeft moeder goed meegewerkt met de hulpverlening. Een tijd geleden mocht de hulpverlener van IOG echter niet naar binnen van de partner van moeder. Bjz is bereid om in gesprek met de partner van moeder te gaan, maar alleen zonder bedreigingen. Meldingen van het AMK worden goed gecontroleerd alvorens zij aan Bjz worden doorgegeven. Moeder dient zorg te dragen voor een verantwoorde opvoeding en verzorging van de kinderen. In het kader hiervan acht Bjz voorgenoemde aanwijzing noodzakelijk. De aanwijzing houdt in dat de kinderen niet blootgesteld mogen worden aan huiselijk geweld of andere vormen van geweld, dat er geen overmatig gebruik van middelen, zoals alcohol en drugs in het bijzijn van de kinderen mag plaatsvinden, dat moeder Bjz inzicht geeft in de opvoed- en leefsituatie van de kinderen en dat moeder afspraken met de gezinsvoogd maakt en deze nakomt. Wanneer moeder bij haar keuze blijft om samen met haar partner de zorg en opvoeding van de kinderen te blijven doen en de aanwijzing niet zal opvolgen, heeft dit de consequentie dat Bjz bij de rechtbank zal aangeven dat moeder niet meewerkt aan de hulpverlening die Bjz noodzakelijk acht in het belang van de kinderen en aan de rechtbank zal vragen om de kinderen uit huis te plaatsen. Beoordeling van de kinderrechter De schriftelijke aanwijzing van Bjz d.d. 13 juni 2008 heeft een ingrijpend karakter. Moeder mag krachtens deze aanwijzing -onder andere- niet langer samen met haar huidige partner de zorg voor haar kinderen uitoefenen en indien moeder hier wel voor kiest, zal Bjz aansturen op een uithuisplaatsing van de kinderen. De zorgen waarop Bjz bovenstaande aanwijzing heeft gebaseerd vloeien voornamelijk voort uit een tweetal meldingen bij het AMK uit mei en juni 2008. Hoewel dergelijke meldingen door het AMK grondig gecontroleerd worden alvorens ze aan Bjz worden doorgegeven, ontslaat dit Bjz niet van de verplichting om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun mening over de meldingen kenbaar te maken, indien deze meldingen - mede- aanleiding vormen voor het geven van een schriftelijke aanwijzing. Een schriftelijke aanwijzing dient immers op grond van artikel 1: 258 lid 1 BW te worden beschouwd als een beschikking in de zin van artikel 1: 3 van de Algemene Wet bestuursrecht (hierna: Awb). In het kader hiervan dient de kinderrechter op grond van artikel 3: 2 Awb te beoordelen of het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Nu de meldingen van het AMK niet met de partner van moeder - op wie de meldingen grotendeels betrekking hebben - zijn besproken, is de kinderrechter van oordeel dat de aanwijzing onvoldoende zorgvuldig is genomen. De kinderrechter overweegt hierbij dat de schriftelijke aanwijzing ver ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van zowel moeder als haar partner. Gelet hierop, had het horen van de partner van moeder niet achterwege gelaten mogen worden. Door de schriftelijke aanwijzing wordt moeder gedwongen te kiezen tussen haar kinderen en haar partner. De kinderrechter is van oordeel dat de aanwijzing te ver ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van moeder. Op grond van het bovenstaande ziet de kinderrechter derhalve aanleiding om het onderdeel van de schriftelijk aanwijzing dat ziet op aanwezigheid van de partner van moeder in het gezin, vervallen te verklaren. Hoewel de aanwijzing d.d. 13 juni 2008 ook onderdelen bevat die gezien de omstandigheden wel gerechtvaardig zijn, zal de kinderrechter de aanwijzing vanwege de onderlinge samenhang en verwevenheid in zijn geheel vervallen verklaren. Op grond van het voorgaande komt de kinderrechter tot het oordeel dat Bjz niet op goede gronden en met een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding tot de bij aanwijzing vastgestelde voorwaarden aan moeder is gekomen en dat het verzoek van moeder de aanwijzing vervallen te verklaren dient te worden toegewezen. Bjz dient met inachtneming van hetgeen is overwogen een nieuwe schriftelijke aanwijzing te geven. BESLISSING verklaart de schriftelijke aanwijzing van Bjz d.d. 13 juni 2008 vervallen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. D.A. Flinterman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Faber, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2008. MF Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.