Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0451

Datum uitspraak2008-08-27
Datum gepubliceerd2008-09-11
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers48787/HA ZA 05-378
Statusgepubliceerd


Indicatie

''(...)'' [eiser in conventie] heeft bij conclusie na deskundigenbericht haar eis gewijzigd en gevorderd Rio Zand te veroordelen tot betaling van primair € 200.813,75 en subsidiair € 120.449,29, in beide gevallen vermeerderd met de contractuele rente vanaf de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoeningen, en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van Rio Zand in de kosten van het geding. ''(..)'' ''(..)'' De deskundige heeft in de eerste plaats een onderzoek gedaan naar de gang van zaken rond het verstrekken van de opdracht. ''(..)'' ''(..)'' De tussen partijen overeengekomen aanneemsom bedroeg € 70.00,00 waarop in mindering strekte een factuur van 5 april 2004 van € 3.500,00 en in mindering waarop Rio Zand € 56.000,00 heeft betaald. De deskundige heeft vastgesteld dat aan [eiser in conventie] terzake meerwerk toekomt € 66.292,44. [eiser in conventie] heeft derhalve nog aanspraak op € 76.792,44 vermeerderd met de door haar gevorderde en door Rio Zand niet betwiste contractuele rente. De rechtbank zal de vordering aldus toewijzen. ''(..)'' ''(..)'' In reconventie Uit het door [eiser in conventie] bij conclusie van antwoord in reconventie oevergelegde rapport van arbitrage van Ing. P. van Kammen blijkt ondermeer dat de verbouwingswerkzaamheden aan het schip op 5 april 2005 gereed zijn gekomen. Mede gelet op het feit dat de door partijen gesloten overeenkomst geen termijn bevat waar binnen het werk zou moeten zijn uitgevoerd en de vele tussentijdse wijzigingen die ook blijkens het rapport van Van den Elshout hebben plaatsgevonden, rechtvaardigen de door Rio Zand genoemde brieven van 5 april 2005 en 12 april 2005, zonder toelichting, die ontbreekt, naar het oordeel van de rechtbank geen (gedeeltelijke) ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst. ''(..)''


Uitspraak

Uitspraak vonnis RECHTBANK MIDDELBURG 48787 / HA ZA 05-378 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 48787 / HA ZA 05-378 Vonnis van 27 augustus 2008 in de zaak van [eiser in conventie], wonende te Zwijndrecht, eiser in conventie, verweerder in reconventie, procureur mr. C.J. IJdema, advocaat mr. J.M.C. Wessels te Zwijndrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RIO ZAND EN GRIND B.V., gevestigd te Breskens, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. K.P.T.G. Flos, advocaat mr. D.J.R.M. Braakenburg te Capelle aan den Ijssel. Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en Rio Zand genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 12 april 2006 het deskundigenbericht de conclusie na deskundigenbericht van [eiser in conventie] de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Rio Zand. De verdere beoordeling In conventie [eiser in conventie] heeft bij conclusie na deskundigenbericht haar eis gewijzigd en gevorderd Rio Zand te veroordelen tot betaling van primair € 200.813,75 en subsidiair € 120.449,29, in beide gevallen vermeerderd met de contractuele rente vanaf de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoeningen, en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van Rio Zand in de kosten van het geding. De deskundige heeft in de eerste plaats een onderzoek gedaan naar de gang van zaken rond het verstrekken van de opdracht. Riozand heeft in januari 2003 een bestaande splijthopperzuiger gekocht. Vervolgens heeft zij besloten het schip om te bouwen. De installatie ten behoeve van het splijten van de hopperzuiger kwam te vervallen. Het schip zou ter plaatse van het hart van het schip worden verbreed met 2 meter. Verder zou het schip met uiteindelijk 13.20 meter worden verlengd en tenslotte zou het schip ter plaatse van het midden- en voorschip met 1.20 meter worden verhoogd. Het schip werd volledig uit elkaar getrokken om het te laten voldoen aan de beoogde afmetingen. Het dekhuis werd van het achterschip gehesen en op de wal geplaatst. Scheepswerf [B] heeft de ombouwwerkzaamheden verricht aan de hand van tekeningen van Blonk. Tijdens de werkzaamheden heeft Blonk regelmatig de tekeningen aangepast, naar de deskundige duidelijk is geworden ook na uitvoering van het werk. De ombouw heeft plaatsgevonden onder toezicht van Classificatiebureau Bureau Veritas. [eiser in conventie] is de huisschilder van Scheepswerf [B]. Op 21 april 2004 hebben Riozand en [eiser in conventie] overeenstemming bereikt over de uit te voeren werkzaamheden, vastgelegd in de door hen beiden ondertekende opdrachtbevestiging d.d. 22 april 2004. De opdrachtbevestiging is opgesteld door Rio Zand. De deskundige heeft vervolgens zijn deskundig oordeel gegeven over welke werkzaamheden wel en welke niet deel uitmaakten van de opdracht. De deskundige heeft vastgesteld dat [eiser in conventie] meer werkzaamheden heeft verricht dan in de door partijen ondertekende opdracht staan omschreven. Anders dan [eiser in conventie] in zijn conclusie na deskundigenbericht als uitgangpunt lijkt te nemen is de rechtbank van oordeel dat de deskundige gedegen te werk is gegaan. Uit het deskundigenrapport blijkt dat de deskundige partijen uitvoerig heeft bevraagd aan de hand van vragenlijsten met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden en de wijze van uitvoering en dat hij zijn oordeel voorts heeft gebaseerd op uitvoerig fotomateriaal en onderzoek ter plaatse. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om een nieuw deskundigenonderzoek te gelasten. De deskundige heeft antwoord gegeven op de door de rechtbank gestelde vragen. Uit het deskundigenrapport blijkt dat het onderzoek op de juiste wijze tot stand is gekomen, dat beide partijen zijn uitgenodigd bij het onderzoek aanwezig te zijn en om vervolgens naar aanleiding van het conceptrapport opmerkingen te maken. Bij brief van zijn raadsman van 5 september 2007 ( bijlage 13) heeft [eiser in conventie] inhoudelijk op het conceptrapport gereageerd. De deskundige heeft naar aanleiding van die brief zijn conceptrapport bij brief d.d. 8 oktober 2007 nader toegelicht en aan partijen medegedeeld dat de in zijn brief genoemde punten en aanpassingen in het deskundigenrapport zouden worden verwerkt. Vervolgens heeft de raadsman bij brief d.d. 16 oktober 2007 aan de deskundige geschreven dat hij de brief van de deskundige d.d. 8 oktober 2007 met zijn cliënt had besproken en dat zijn cliënt zich met de inhoud van de brief kon verenigen. Gesteld, noch gebleken is dat de deskundige de in de brief van de raadsman van [eiser in conventie] gemaakte opmerkingen niet in zijn deskundigenrapport heeft verwerkt. Zonder toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk waarom [eiser in conventie] niettemin weer op het eerder door hem akkoord bevonden oordeel van de deskundige terug komt. De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie] aldus zijn bezwaren tegen de bevindingen van de deskundige onvoldoende heeft onderbouwd en zij gaat derhalve aan zijn bezwaren voorbij. De tussen partijen overeengekomen aanneemsom bedroeg € 70.00,00 waarop in mindering strekte een factuur van 5 april 2004 van € 3.500,00 en in mindering waarop Rio Zand € 56.000,00 heeft betaald. De deskundige heeft vastgesteld dat aan [eiser in conventie] terzake meerwerk toekomt € 66.292,44. [eiser in conventie] heeft derhalve nog aanspraak op € 76.792,44 vermeerderd met de door haar gevorderde en door Rio Zand niet betwiste contractuele rente. De rechtbank zal de vordering aldus toewijzen. In reconventie Uit het door [eiser in conventie] bij conclusie van antwoord in reconventie oevergelegde rapport van arbitrage van Ing. P. van Kammen blijkt ondermeer dat de verbouwingswerkzaamheden aan het schip op 5 april 2005 gereed zijn gekomen. Mede gelet op het feit dat de door partijen gesloten overeenkomst geen termijn bevat waar binnen het werk zou moeten zijn uitgevoerd en de vele tussentijdse wijzigingen die ook blijkens het rapport van Van den Elshout hebben plaatsgevonden, rechtvaardigen de door Rio Zand genoemde brieven van 5 april 2005 en 12 april 2005, zonder toelichting, die ontbreekt, naar het oordeel van de rechtbank geen (gedeeltelijke) ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Gegeven de summiere wijze waarop partijen met elkaar hebben gecontracteerd en de vervolgens vele tussentijdse wijzigingen die hebben plaatsgevonden, zonder dat partijen de consequenties van die wijzigingen met elkaar hebben besproken, komt Rio Zand evenmin een beroep toe op de artikelen 7: 752 BW en volgende. Met betrekking tot de door Rio Zand gevorderde schade wegens gemaakte kosten verwijst de rechtbank naar het door Van den Elshout uitgebrachte deskundigenrapport. Rio Zand heeft onweersproken gesteld dat zij voor een bedrag van € 224.000,00 aan bankgaranties heeft afgegeven. De rechtbank zal de vordering tot verlaging van de bankgarantie toewijzen tot € 80.000,00. In conventie en in reconventie Nu partijen over en weer (gedeeltelijk) in het ongelijk zijn gesteld en partijen ieder de helft van de kosten van de deskundige heeft betaald, zal de rechtbank de kosten compenseren in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. De beslissing De rechtbank In conventie veroordeelt Rio Zand om aan [eiser in conventie] tegen kwijting te betalen de som van € 76.792,44 , vermeerderd met de contractuele rente over dat bedrag met ingang van de dag der dagvaarding 12 juli 2005 tot die der voldoening. compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt; In reconventie veroordeelt [eiser in conventie] om binnen acht dagen na betekening van het onderhavige vonnis mee te werken aan vermindering van de door Rio Zand gestelde zekerheid tot € 80.000,00 vermeerderd met de door haar gevorderde en door Rio Zand niet betwiste contractuele rente, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat [eiser in conventie] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 100.000; wijst het meer of anders gevorderde af; compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt; Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2008