Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0403

Datum uitspraak2008-09-03
Datum gepubliceerd2008-09-11
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers374587/CV EXPL 08-2290
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Woninghuur. Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Het enkele feit dat huurder de woning niet als hoofdverblijf gebruikt, kan niet als grond voor de vordering dienen, aangezien uit het huurcontract noch enige wettelijke bepaling de verplichting voortvloeit om in het gehuurde hoofdverblijf te houden. Vereist is dat komt vast te staan dat de beperkte wijze waarop de woning wordt gebruikt negatieve gevolgen heeft voor de waarde daarvan.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 374587/CV EXPL 08-2290 datum uitspraak: 3 september 2008 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake de stichting STICHTING YMERE te Amsterdam eiseres hierna te noemen Ymere gemachtigde: R. van der Hoeff tegen [gedaagde] te [woonplaats] gedaagde hierna te noemen [gedaagde] gemachtigde: mr. M. Raaijmakers De procedure Ymere heeft [gedaagde] gedagvaard op 12 februari 2008. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 april 2008 een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 2 juni 2008. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht. [gedaagde] heeft tevoren bij brief van 2 mei 2008 stukken in het geding gebracht. [gedaagde] heeft bij brief van 1 juli 2008 stukken in het geding gebracht met het verzoek vonnis te wijzen. Ymere heeft zich op 2 juli 2008 uitgelaten over de voortzetting van de procedure, en heeft ook gevraagd vonnis te wijzen. Omdat Ymere niet de gelegenheid had gekregen te reageren op de door [gedaagde] in het geding gebrachte producties, is bij rolbeschikking van 23 juli 2008 bepaald dat Ymere zich alsnog kon uitlaten. Ymere heeft zich uitgelaten bij akte uitlating producties. De feiten Ymere heeft aan [gedaagde] verhuurd de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats]. De huur bedraagt € 476,16 per maand. Op de huurovereenkomst, die per 16 juli 1993 is aangegaan, zijn Algemene Bepalingen van toepassing. De vordering Ymere vordert (samengevat) ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 476,16 zolang hij het gehuurde in gebruik zal houden na de ontbinding van de huurovereenkomst. Ymere stelt daartoe het volgende. [gedaagde] moet in het gehuurde zijn hoofdverblijf hebben. Hij mag de woning niet onder-verhuren of gedeeltelijk aan derden in gebruik geven wanneer hij het gehuurde niet als hoofdverblijf heeft. Hij handelt in strijd met deze verplichtingen doordat hij zijn hoofdverblijf niet (meer) heeft in het gehuurde. Hij bewoont de woning slechts enkele weken per jaar. [gedaagde] schiet daarmee te kort in de nakoming van de met Ymere gesloten huurovereenkomst. Hij gedraagt zich jegens Ymere onrechtmatig doordat hij weigert de huurovereenkomst op te zeggen. Ymere wil de woning weer tot haar beschikking krijgen om deze weer conform het woningtoewijzingsbeleid dat in de regio Amsterdam geldt te verhuren. De wanprestatie is zo ernstig dat de huurovereenkomst moet worden ontbonden. Het verweer [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe (samengevat) het volgende aan. [gedaagde] heeft nog steeds zijn hoofdverblijf in de woning. Hij heeft de woning niet onderverhuurd of ter gebruik afgegeven. Er is geen sprake van verzuim, de vordering moet dus worden afgewezen. De echtgenote van [gedaagde] verblijft in verband met haar gezondheid voorlopig met de kinderen in Pakistan. [gedaagde] bleef achter in de woning in Nederland. Het gezin komt zo vaak en zolang als maar mogelijk in Nederland. [gedaagde] werkt sinds 2006 als international vertegenwoordiger op het gebied van “Complete Used Machinery”. Hij heeft een baan met veel reisverplichtingen. Het is de bedoeling dat zijn echtgenote en de kinderen terugkeren naar Nederland. De beoordeling van het geschil 1. [gedaagde] heeft stukken in het geding gebracht die blijkens zijn begeleidende brief van 1 juli 2008 dienen ter ondersteuning van zijn stelling dat hij zijn hoofdverblijf heeft in de gehuurde woning. Hij heeft de stukken niet voorzien van een toelichting. Ymere heeft de stukken uitgebreid besproken en heeft betwist dat uit die stukken kan blijken dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf heeft in de woning. 2. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de door [gedaagde] overgelegde stukken inderdaad niet worden afgeleid dat [gedaagde] de gehuurde woning dagelijks althans zeer regelmatig gebruikt of op zeer korte termijn gaat gebruiken. 3. De vraag is wat de betekenis is van het feit dat niet gebleken is dat de woning niet dagelijks of zeer regelmatig wordt gebruikt door [gedaagde] en dus kennelijk niet dient tot hoofdverblijf. 4. Voorop gesteld moet worden dat noch in het contract noch in de toepasselijke algemene voorwaarden is vastgelegd dat [gedaagde] verplicht is de woning te gebruiken als hoofdverblijf. Ook uit artikel 4 van de algemene voorwaarden blijkt dit niet. Het gebruik als goed huisvader is niet identiek aan het gebruiken als hoofdverblijf. Het beroep van Ymere op deze voorwaarden ter ondersteuning van de stelling dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf in de woning moet hebben, faalt derhalve. 5. Uit een geen enkele wettelijke bepaling, ook niet uit artikel 7:213 BW, volgt dat [gedaagde] de verplichting heeft in het gehuurde zijn hoofdverblijf te houden. 6. Bij vaststelling van de omvang van de uit de wet voortvloeiende verplichting heeft als uitgangspunt te gelden dat [gedaagde] in staat moet zijn om de verantwoordelijkheid voor de gehuurde woning te dragen en ervoor moet zorgen dat door de (eventueel beperkte) wijze waarop hij de woning gebruikt deze niet in waarde achteruit gaat. 7. Onweersproken is dat [gedaagde] vertegenwoordiger is in gebruikte machines en in verband daarmee veel reist in en buiten Nederland. De kantonrechter acht ook wel aannemelijk dat [gedaagde] de woning niet zo intensief gebruikt als de gemiddelde huurder van woonruimte dat doet, omdat hij reist ten behoeve van zijn werk en ook regelmatig bij zijn gezin buiten Nederland zal verblijven. [gedaagde] heeft echter voldoende onderbouwd dat hij de woning wel gebruikt. De woning is gemeubileerd. De cv-ketel functioneert kennelijk. Er wordt energie verbruikt in de woning. In dit geval zijn onvoldoende feiten gesteld door Ymere op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat [gedaagde] geen of onvoldoende verantwoordelijkheid draagt voor zijn woning, of dat de beperkte wijze waarop [gedaagde] de woning gebruikt gevolgen heeft voor de waarde. 8. Ymere heeft niet onderbouwd dat en waarom [gedaagde] onrechtmatig jegens haar handelt door de huurovereenkomst niet op te zeggen. 9. Voor zover Ymere heeft willen betogen dat de beperkte wijze waarop [gedaagde] de woning gebruikt en/of de manier waarop hij de tuin onderhoudt een tekortkoming oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, overweegt de kantonrechter dat niet is gebleken dat [gedaagde] zodanig tekort schiet dat hierin een grond voor ontbinding van de overeenkomst kan worden gevonden. 10. De vordering van Ymere wordt als ongegrond afgewezen. 11. De proceskosten komen voor rekening van Ymere omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt Ymere tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op een bedrag van € 500,-- wegens salaris van de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.