Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0341

Datum uitspraak2008-08-21
Datum gepubliceerd2008-09-11
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/5749 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare termijnoverschrijding van betaling griffierecht.


Uitspraak

07/5749 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Naam appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 7 september 2007, 07/345 WAO (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv). Datum uitspraak: 21 augustus 2008 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 3 april 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 juli 2008, alswaar appellant niet is verschenen en namens het Uwv mr. C.F. Sitvast is verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 3 april 2008 berust hierop, dat het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is voldaan. De Raad is van oordeel dat de door appellant aangevoerde omstandigheden in het verzetschrift onvoldoende gronden bevatten die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden. Appellant schrijft in het verzetschrift het griffierecht wel binnen de termijn te hebben voldaan en verwijst daarvoor naar een bijlage waaruit blijkt dat het griffierecht op 17 januari 2008 is overgemaakt. Op 22 januari 2008 is het griffierecht op de rekening van de Raad ontvangen. Uit hetgeen is aangevoerd kan de Raad niet anders afleiden dan dat appellant, het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft voldaan aangezien de termijn verstreek op 17 december 2007. Gesteld noch gebleken is dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden, in tegenwoordigheid van M.J. Bernhagen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2008. (get.) M.M. van der Kade. (get.) M.J. Bernhagen. OA