
Jurisprudentie
BF0326
Datum uitspraak2008-09-10
Datum gepubliceerd2008-09-10
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200708987/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-10
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200708987/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 19 mei 2006 heeft de raad voor rechtsbijstand Den Haag (hierna: de raad) een aanvraag van [appellant] om een toevoeging niet in behandeling genomen.
Uitspraak
200708987/1.
Datum uitspraak: 10 september 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. AWB 06/8593 van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 november 2007 in het geding tussen:
[appellant]
en
de raad voor rechtsbijstand Den Haag.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 mei 2006 heeft de raad voor rechtsbijstand Den Haag (hierna: de raad) een aanvraag van [appellant] om een toevoeging niet in behandeling genomen.
Bij besluit van 31 augustus 2006 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 november 2007, verzonden op 9 november 2007, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2007, hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juli 2008, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. E. Meijer, advocaat te Den Haag, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
(…)
c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
Ingevolge het vierde lid wordt een besluit om de aanvraag niet te behandelen aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Ingevolge artikel 24, derde lid, van de Wet op de rechtsbijstand bevat de aanvraag om een toevoeging een genoegzame omschrijving van de feiten en omstandigheden betreffende het rechtsprobleem waarvoor rechtsbijstand wordt gevraagd, de aan te voeren gronden dan wel een aanduiding van de werkzaamheden op basis van de toevoeging die ter zake van het rechtsprobleem nodig worden geacht.
2.2. In het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft de raad de aanvraag om een toevoeging niet in behandeling genomen omdat [appellant], ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet alle de door de raad gevraagde gegevens binnen de daarvoor door de raad gestelde termijn heeft overgelegd.
2.3. De rechtbank heeft overwogen dat het aangeven van een termijn door het noemen van de datum waarvoor de gevraagde informatie gegeven moet zijn een duidelijke termijnstelling is, dat de Awb zich niet tegen deze wijze van termijnstellen verzet en dat nu buiten de gestelde termijn informatie is overgelegd de raad heeft kunnen concluderen dat dat niet tijdig is.
2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de door de raad gevraagde informatie niet binnen de door de raad gestelde termijn heeft overgelegd. Hij stelt dat de raad heeft beoogd hem een termijn van vier weken te stellen omdat uitgesloten moet worden geacht dat de raad een termijn van 3 weken en 6 dagen heeft willen stellen. In dat verband betoogt hij dat de termijn, analoog aan het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, pas begint op de dag nadat de brief aan hem is verzonden.
2.5. Het betoog slaagt niet. Uit het bepaalde in artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb volgt dat het aan de raad is een termijn te stellen, waarbinnen de aanvraag kan worden aangevuld. Nu de nadere uitwerking daarvan niet wettelijk is geregeld, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de Awb zich niet verzet tegen de wijze waarop de raad de termijn heeft gesteld.
Bij brief van 19 april 2006 heeft de raad [appellant] medegedeeld dat de bij eerdere brief gevraagde gegevens tot op heden nog niet zijn ontvangen en heeft hem verzocht de gevraagde informatie voor 17 mei 2006 te verstrekken. Daarbij is vermeld dat indien daaraan niet wordt voldaan, de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling kan worden gelaten.
Nu in de brief van 19 april 2006 uitdrukkelijk de datum is opgenomen, voor welke de gevraagde informatie dient te worden verstrekt, is zoals de rechtbank terecht heeft overwogen de gestelde termijn duidelijk en kan geen twijfel bestaan over het tijdstip waarop de gegevens dienden te worden verstrekt. Zoals de rechtbank evenzeer terecht heeft overwogen verzet de Awb zich niet tegen deze wijze van termijnstellen. Ook overigens valt niet in te zien dat dit kennelijk onredelijk zou zijn. Omdat [appellant] de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn over heeft gelegd heeft de rechtbank terecht overwogen dat de raad de aanvraag in redelijkheid buiten behandeling heeft kunnen stellen.
2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Graat
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2008
307.