Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0304

Datum uitspraak2008-09-05
Datum gepubliceerd2008-09-10
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200805231/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 30 mei 2008, nummer 2007-022344, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Renkum (hierna: de raad) bij besluit van 28 november 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Wolfheze 2007".


Uitspraak

200805231/2. Datum uitspraak: 5 september 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekers], beiden wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2008, nummer 2007-022344, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Renkum (hierna: de raad) bij besluit van 28 november 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Wolfheze 2007". Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2008, beroep ingesteld. [verzoekers] hebben hun beroep aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 juli 2008. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoekers], het college van burgemeester en wethouders van Renkum en G.J.A. van den Berg hebben nadere stukken ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 augustus 2008, waar [verzoekers], in de persoon van [naam van een der appellanten], en het college, vertegenwoordigd door mr. W.J. Bosma, advocaat te Breda, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het bestemmingsplan is bedoeld als actualisatie van het bestemmingsplan "Wolfheze 1987". Het is een conserverend plan met dien verstande dat een beperkt aantal ontwikkelingen mogelijk is gemaakt. 2.3. [verzoekers] stellen dat het college ten onrechte heeft ingestemd met de woningbouwmogelijkheid achter hun woning aan de [locatie] voor een perceel, gelegen tussen de percelen Balijeweg 2 en 4 (hierna: perceel A 1214). Zij voeren daartoe aan dat zij ten onrechte niet omtrent hun zienswijze zijn gehoord en dat de raad perceel A 1214 overeenkomstig de feitelijke situatie als bos had moeten bestemmen. De thans toegekende bestemming "Wonen" staat volgens [verzoekers] in de weg aan de vrije verkoop van hun perceel [locatie]. 2.4. Wat betreft het formele bezwaar overweegt de voorzitter dat er in deze zaak geen wettelijke verplichting voor de raad bestond indieners van zienswijzen te horen. In hetgeen [verzoekers] hebben aangevoerd, ziet de voorzitter voorts onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad in zoverre anderszins onzorgvuldig zou hebben gehandeld. 2.5. Aan het plandeel voor perceel A 1214 is de bestemming "Wonen" toegekend met een bouwblok. De maximale goothoogte bedraagt zes meter en de maximale (nok)hoogte 9,5 meter. De afstand tussen het bouwblok met de woning van [verzoekers] en het bouwblok voor perceel A 1214 bedraagt, op de plankaart gemeten, ongeveer 40 meter. 2.5.1. Op de kaart bij het bestemmingsplan "Wolfheze 1987" is ten behoeve van de gronden die thans zijn aangeduid als A 1214, voorzien in een bouwmogelijkheid voor een woning. 2.5.2. Anders dan [verzoekers] ziet de voorzitter geen aanleiding voor twijfel aan de rechtsgeldigheid van de plankaart bij het bestemmingsplan "Wolfheze 1987". Hij houdt het er voor dat in dat bestemmingsplan voor perceel A 1214 is voorzien in een bouwmogelijkheid voor een woning. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Met het thans voorliggende bestemmingsplan is voor perceel A 1214 niet voorzien in wezenlijk andere of ruimere bouw- en gebruiksmogelijkheden. De ligging van het bouwblok alsmede de goot- en nokhoogte komen overeen met hetgeen in het bestemmingsplan "Wolfheze 1987" daaromtrent is opgenomen. Gelet hierop zijn als gevolg van de inwerkingtreding van het nu voorliggende bestemmingsplan geen ontwikkelingen te voorzien die voor [verzoekers] bezwaarlijker zijn te achten dan hetgeen onder het vorige planologische regime mogelijk was. In hetgeen [verzoekers] hebben aangevoerd, kan naar het oordeel van de voorzitter geen spoedeisend belang worden gevonden dat het treffen van een voorlopige voorziening zou kunnen rechtvaardigen. Hij ziet dan ook aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Bechinka Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2008 371.