Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0264

Datum uitspraak2008-09-05
Datum gepubliceerd2008-09-10
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/801928-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Aan verdachte wordt de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd voor een poging tot moord van een willekeurige passant nabij de fietsbrug "De Freule" te Apeldoorn.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/801928-06 Uitspraak d.d. 5 september 2008 Tegenspraak / oip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [1987], wonende te [adres en plaats], thans verblijvende 7231 PA Warnsveld, Vordenseweg 12 (GGNet, afdeling De Boog). Onderzoek van de zaak en procesverloop Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 mei 2008 en 22 augustus 2008. De zaak is eerder ter zitting behandeld op 22 december 2006, 19 oktober 2007 en 23 mei 2008. Op 5 januari 2007 en 2 november 2007 is er een tussenvonnis gewezen. Op 23 mei 2008 heeft de rechtbank het onderzoek geschorst ten behoeve van een voorlichtingsrapport met betrekking tot de (on)mogelijkheid van een TBS met voorwaarden en de eventueel te stellen voorwaarden. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 juli 2006 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een (slagers/vlees)mes in zijn (rechter)schouderblad en/of zijn (rechter)bovenarm, althans het bovenlichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 289 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 21 juli 2006 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet , die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een (slagers/vlees)mes in zijn (rechter)schouderblad en/of zijn (rechter)bovenarm, althans het bovenlichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht. De bewijsmotivering (voetnoot 1) A. De vaststaande feiten Op de avond van 21 juli 2006 is [slachtoffer] tijdens een wandeling nabij de fietsbrug "De Freule" nabij het centrum van Apeldoorn met een mes in zijn schouder gestoken. (voetnoot 2) B. Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot moord. C. Het standpunt van de verdediging Door de raadsvrouw is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Verdachte was van plan om diverse malen te steken teneinde de dood van het slachtoffer te bewerkstelligen, maar is na het toebrengen van één enkele steek in de rechterschouder opgehouden. Verdachte heeft het misdrijf niet voltooid door spontane besluitvorming. Verdachte had meermalen kunnen steken, maar hij heeft ervoor gekozen om weg te lopen. Door het steken en de geschokte reactie van het slachtoffer is verdachte verstard en heeft hij besloten niet verder te gaan met steken. Verdachtes opzet was er op gericht het slachtoffer met meerdere messteken om het leven te brengen. De enkele steekwond die in de schouder is toegebracht kan niet als een voltooide poging tot moord worden beschouwd, aangezien het onwaarschijnlijk zo niet onmogelijk is aan een dergelijke verwonding te overlijden. D. Beoordeling van de tenlastelegging Aangever [slachtoffer] (voetnoot 3) heeft verklaard dat hij op 21 juli 2006 met zijn [partner ] aan het wandelen was in Apeldoorn. Hij liep met zijn partner over de als de "Freule" bekend staande brug over het Kanaal Noord. Toen zij net de brug waren overgestoken, voelde hij een klap op zijn rechterschouderblad, waarop hij zich heeft omgedraaid en een man zag staan. Hij heeft die man boos aangesproken. De man heeft hem heel even aangekeken en is vervolgens doorgelopen. Aangever bloedde behoorlijk. In het Lukasziekenhuis werd vastgesteld dat het om een steekwond ging van zo'n kleine tien centimeter lang, terwijl daarnaast een oppervlakkige snijwond werd geconstateerd aan de rechterbovenarm. Getuige [partner van slachtoffer] heeft verklaard (voetnoot 4) dat zij met haar partner aan het wandelen was en dat zij net de "Freule" brug over waren gestoken, toen zij versnelde passen achter zich hoorde. Zij hoorde dat [slachtoffer] een klap op zijn rug kreeg. Zij heeft zich daarop direct naar [slachtoffer] omgedraaid en zag dat een man een mes uit het schouderblad van haar partner haalde. Zij heeft gehoord dat haar partner de man aansprak. De man liep vervolgens door. Toen zij zag dat [slachtoffer] de man achterna wilde lopen, heeft zij geroepen dat hij dat niet moest doen, omdat hij bloedde en de man hem met een soort slagersmes had gestoken. Het lemmet van het mes was ongeveer twintig centimeter lang. Door de arts Van Ginsel (voetnoot 5) is als letsel bij aangever waargenomen een steekwond schouder aan de rugzijde links. Op twee bij de aangifte gevoegde foto's (voetnoot 6) is waarneembaar dat het om de rechterschouder en -bovenarm van betrokkene gaat. De moeder van verdachte heeft verklaard (voetnoot 7) dat verdachte haar op 22 juli 2006 heeft verteld dat hij iemand had gestoken met een mes. Hij vertelde tevens dat hij messen had gekocht en dat deze messen in de berging lagen. In de berging bleken meerdere messen te liggen, waarvan één mes was uitgepakt. Verdachte heeft verklaard (voetnoot 8) dat hij op 19 of 20 juli 2006 vier keukenmessen heeft gekocht, omdat hij iemand neer wilde steken, dat wil zeggen doodmaken. Hij had de messen verstopt in de berging. Hij heeft die bewuste avond één van de messen gepakt om iemand mee dood te maken. Hij is toen naar de fietsbrug de "Freule" gelopen. Toen hij daar een man en vrouw zag komen aanlopen, dacht hij 'die moet ik hebben'. Nadat de man en de vrouw hem waren gepasseerd is hij achter hen aangelopen. Toen de man en de vrouw net de brug af waren, heeft hij de man met het mes gestoken in de rechterschouder, met het doel de man te doden. Hij wilde voelen hoe het was om God te zijn. Die gaat over leven en dood. Hij vond dat zijn leven voorbij was en wilde dat compenseren door het leven van iemand anders af te nemen. Uit het relaas van [verbalisant] (voetnoot 9) volgt dat er vier messen bij verdachte inbeslaggenomen zijn en dat op de punt van één van deze messen bloed is aangetroffen. Dit mes was uit de verpakking verwijderd. Het mes had een totale lengte van 32 centimeter. E. Weerlegging van het beroep op vrijwillige terugtred Namens verdachte is een beroep gedaan op vrijwillige terugtred. Dat beroep wordt verworpen. Verdachte heeft een begin van uitvoering gemaakt met het door hem beoogde doel om met messteken iemand van het leven te beroven. Hij heeft het slachtoffer immers met een groot mes in zijn rug gestoken. Dat hij naar eigen zeggen is verstard naar aanleiding van de reactie van het slachtoffer op die aanval, is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een van zijn wil afhankelijke omstandigheid, noch als een zodanig optreden dat naar zijn aard geschikt is om het intreden van het gevolg te beletten. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 21 juli 2006 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een mes in zijn rechterschouderblad heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: poging tot moord. Strafbaarheid van de verdachte Over verdachte is een multidisciplinair rapport (voetnoot 10) opgemaakt door de psycholoog Geurkink en de psychiater Ederveen-Grochowska. Uit voormeld rapport komt onder meer naar voren dat verdachte de stoornis van Asperger heeft en ten tijde van het gebeuren verkeerde in een psychotische toestand met achterdochtige en agressieve gedachten. Door de beperkingen vanuit zijn autistische stoornis heeft verdachte problemen met de informatieverwerking, communicatie en sociale interactie. Daarnaast is bij verdachte sprake van een aantal specifieke gedragskenmerken zoals stereotype bewegingen, dwanghandelingen en bijzondere interesses. Op grond van zijn sociale tekortkomingen en het pesten op school heeft verdachte een negatief zelfbeeld gekregen en een lage eigenwaarde ontwikkeld. Als hij tegen zijn beperkingen aanloopt of gefrustreerd raakt, neigt hij eerder ertoe zich terug te trekken dan dat hij een conflict aangaat. Onder invloed van angstgevoelens is hij echter minder goed in staat om zijn gedachtegangen te corrigeren en zijn gedrag aan te passen aan nieuwe situaties. Vanaf begin 2006 heeft zich onder invloed van de stress van de opleiding die hij volgde bij het ROC in Ede, bij verdachte op sluipende wijze een psychiatrische toestand ontwikkeld met angst, depressieve en psychotische klachten. De rapporteurs komen tot de eensluidende conclusie dat er bij verdachte ten tijde van het plegen van het hem tenlastegelegde sprake was van een zodanig gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens, dat het tenlastegelegde - indien bewezen - hem niet kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over. Het bewezenverklaarde feit kan verdachte derhalve niet worden toegerekend. Verdachte dient ter zake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Oplegging van maatregel 1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het primair tenlastegelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en dat hem de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal worden opgelegd. 2. Door de raadsvrouw is, voorzover de rechtbank tot enige bewezenverklaring mocht komen, bepleit dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid en dat hem de maatregel zal worden opgelegd van TBS met voorwaarden. Een TBS met dwangverpleging is voor verdachte niet acceptabel. 3. De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Die beslissing wordt als volgt toegelicht. 4. Verdachte heeft een bijzonder ernstig feit gepleegd, ingevolge een vooropgezet plan gericht op de levensbeneming van een willekeurig gekozen passant. De rechtbank acht verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar voor het tenlastegelegde, wat meebrengt dat geen straf zal worden opgelegd. De kans op recidive moet volgens het PBC zonder behandeling echter groot worden geacht. De stoornissen van verdachte hebben een chronisch beloop en kunnen leiden tot een terugval. Door problemen in communicatie en zijn afwijkende en oninvoelbare ziektegedrag bestaat een grote kans dat de omgeving niet adequaat op een dergelijke verslechtering gaat reageren, wat kan leiden tot een herhaling van vergelijkbare delicten. Geadviseerd wordt de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen, mede omdat voor een behandeling in een minder gedwongen kader zoals een TBS met voorwaarden bij verdachte de noodzakelijke motivatie ontbreekt. In een aanvullend rapport (voetnoot 11) van het PBC wordt vastgesteld dat, gezien de ernst van de psychiatrische ontregeling bij verdachte ten tijde van het tenlastgelegde, vastgesteld kan worden dat de therapeutische (antipsychotische en rustgevende) effecten van de toen voorgeschreven medicatie op zijn toestandsbeeld ontoereikend waren. De rechtbank neemt die conclusie over. Tevens blijkt uit dit aanvullend rapport van het PBC dat de kans op recidive in de toekomst voornamelijk afhangt van een adequate behandeling van de psychiatrische stoornissen van verdachte. Hoewel verdachte niet afwijzend staat tegenover een psychiatrische behandeling is een behandeling binnen een gedwongen (TBS) kader geïndiceerd. De reden daarvoor is de complexiteit van zijn problematiek en het feit dat er onvoldoende behandelmogelijkheden op langere termijn beschikbaar zijn binnen een minder gedwongen juridisch kader. Verdachte heeft enig ziektebesef, maar geen inzicht in zijn problematiek. Daarbij, door zijn autismespectrumstoornis, ondervindt hij moeite om over zijn belevingen te communiceren. Een risicofactor is dat zijn innerlijke ervaringen slechts in beperkte mate worden uitgedrukt in waarneembaar gedrag, waardoor zijn omgeving eventuele signalen van een dreigende terugval moeilijk kan herkennen en moeilijk adequaat hierop kan reageren. Verdachte heeft zelf onvoldoende besef dat hij, gezien het chronische beloop van zijn stoornissen, een langdurige intensieve behandeling en begeleiding nodig heeft. Zijn bereidheid om een behandeling te ondergaan is tevens sterk afhankelijk van zijn psychiatrische toestandsbeeld. Bij een toename van paranoïdie neigt verdachte om zich af te sluiten voor zijn omgeving en behandelcontacten, hetgeen blijkt uit de voorgeschiedenis en tevens waargenomen werd in het onderzoek. Voor de uitkomst van de behandeling is het van belang dat de familie (ouders) van betrokkene actief betrokken worden bij het opstellen van het behandeltraject. In de therapie zal aandacht moeten worden besteed aan psycho-educatie (acceptatieproces), stabilisatie van het toestandsbeeld en vervolgens aan een stapsgewijze resocialisatie binnen een gestructureerd zorgkader. Ter terechtzitting van 23 mei 2008 is door de getuige-deskundige Van Eynde, klinisch psycholoog/psychotherapeut verbonden aan GGNet te Warnsveld, onder meer verklaard dat hij de conclusies van het PBC met betrekking tot de stoornis en de volledige ontoerekeningsvatbaarheid mede onderschrijft, evenals de conclusie dat er zonder een behandeling groot gevaar voor recidive is. Van Eynde deelt echter niet de conclusie dat een TBS met dwangverpleging moet worden opgelegd, aangezien bij verdachte sprake is van een handicap, met welke handicap hij moet leren omgaan. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit was er naast de stoornis sprake van een psychotische component, een As 1-stoornis, maar die component schijnt nu onder controle te zijn. Verdachte heeft daarvoor medicatie gekregen en na het stoppen van de medicatie is hij meer open in zijn belevingswereld geworden. De behandeling van verdachte binnen de afdeling De Boog heeft binnen een gesloten kader plaats en kan de toetsing aan een TBS-programma doorstaan. Van Eynde stelt dat het vanuit behandeltechnisch oogpunt weinig verschil maakt of verdachte 1 jaar of 12 jaar intramuraal wordt behandeld, maar voor de belevingswereld van verdachte maakt dat wel uit. Vanuit GGNet kan een voldoende mate van beveiliging worden geboden en gedwongen medicatie wordt op dit moment niet nodig geacht. De Boog biedt een verantwoord traject. Ook in een TBS-circuit wordt op enig moment gekeken naar de verlofmogelijkheden. Door de reclassering is op verzoek van de rechtbank gerapporteerd (voetnoot 12) omtrent de mogelijkheden van de reclassering om toezicht te houden op een mogelijke TBS met voorwaarden. In dat rapport wordt geadviseerd om geen TBS met voorwaarden op te leggen. De reclassering heeft daartoe de volgende mogelijkheden onderzocht en gewogen: - Vanuit de reclassering is aan een jurist verbonden aan het Ministerie van Justitie met als taakpakket TBS de vraag voorgelegd of het mogelijk zou zijn dat er een TBS met verpleging zou kunnen worden opgelegd, die meteen zou overgaan in transmuraal of proefverlof. Deze optie is moeilijk te realiseren. De TBS klinieken zijn in het kader van het sinds 1 januari 2008 in werking getreden TBS verloftoetsingskader verplicht om op grond van een risicoanalyse een verlofplan op te stellen wat dan vervolgens getoetst wordt. Daarnaast zullen TBS klinieken in de praktijk hun eigen diagnostiek willen toepassen indien er sprake moet of kan zijn van verlof. - Door het hoofd Juridische zaken van het Pieter Baan Centrum is de mogelijkheid geboden om betrokkene te laten heronderzoeken door de oorspronkelijke opstellers van het Pieter Baan Centrum rapport. Dit zou op korte termijn kunnen plaatsvinden. Indien de rechtbank deze keuze overweegt zou de zaak opnieuw voor enige maanden moeten worden aangehouden. - TBS met voorwaarden: De reclassering is niet bevoegd om de diverse psychiatrisch diagnostische gegevens te duiden. De reclassering acht een maatregel van maximaal vier jaar zoals TBS met voorwaarden nu nog ontoereikend. Die tijdspanne wordt te kort geacht om de problematiek van betrokkene voldoende te begeleiden bij het accepteren van een langdurig verblijf binnen een psychiatrische kliniek. Daarnaast is de tijdspanne van vier jaar kort om er zeker van te zijn dat de reclassering betrokkene lang genoeg kan beveiligen. Zij wordt in die visie gesteund door de heer Schouten van GGNet. Ook hij verwacht dat een maatregel van vier jaar een ontoereikend kader biedt voor specifiek deze behandeling. Omdat er volgens alle (getuigen-)deskundigen nog steeds sprake is van delictgevaar, al dan niet afnemend, ziet de reclassering momenteel onvoldoende mogelijkheden om betrokkene in het kader van een TBS met voorwaarden te begeleiden. De behandeling van betrokkene bevindt zich nog in de beginfase. In specifiek deze zaak beschrijft de heer Schouten ook het probleem dat, indien betrokkene zich minder goed houdt aan de voorwaarden en richtlijnen van de kliniek, het in de praktijk niet eenvoudig is om de maatregel om te zetten naar een TBS met verpleging. Dit kan dan tot mogelijk gevaarlijke situaties leiden. - TBS met verpleging: Deze maatregel biedt een langdurig justitieel kader waarbinnen betrokkene behandeld kan worden. Binnen deze maatregel acht de reclassering het mogelijk om het intramurale deel zo kort mogelijk te laten duren. De vervolgvoorziening zou dan GGNet Warnsveld kunnen zijn die zich al bereid verklaard heeft om betrokkene in het kader van transmuraal of proefverlof verder te behandelen. De reclassering acht het van belang dat er al in een vroeg stadium van een eventuele TBS met verpleging contact is tussen de TBS Kliniek en GGNet Warnsveld, zodat er zo vroeg mogelijk afstemming ontstaat over de inhoud van de behandeling. Ter zitting van 22 augustus 2008 zijn drie deskundigen gehoord, te weten psychiater Ederveen voornoemd, psycholoog Schouten, psycholoog en opnamecoördinator bij GGNet, en reclasseringswerker Van den Bosch. Door Ederveen is aangegeven dat nader onderzoek zoals aangegeven in het rapport van de reclassering geen meerwaarde heeft, nu bij verdachte ook een psychotische stoornis aan de orde is. Zij handhaaft de conclusies die zijn opgenomen in het rapport van het PBC. Schouten heeft ter zitting verklaard dat verdachte nog (steeds) oninvoelbare uitspraken doet. Beide gedragdeskundigen onderschrijven de stelling dat vanuit de stoornissen van verdachte zijn belevingen niet altijd invoelbaar of begrijpelijk zijn voor zijn omgeving. Voorts heeft Schouten aangegeven dat vanuit zijn optiek een behandeling niet alleen behelst een behandeling gericht op verandering van het gedrag, maar ook de begeleiding en het verblijf in een verplicht kader. In die zin acht hij een termijn van vier jaar in het onderhavige geval ontoereikend. Voor de rechtbank is het, gelet op het voorgaande, dan ook ongewis of het in potentie aanwezige recidivegevaar op termijn is terug te brengen tot maatschappelijk aanvaardbare proporties. Lopende de strafzaak gaat het goed met verdachte binnen de beschermde setting van de afdeling De Boog en lijkt hij gemotiveerd om inhoud te geven aan behandeling en verblijf aldaar. De situatie lijkt gestabiliseerd, maar, gelet op de persoonlijkheidsproblematiek, valt niet in te schatten dat verdachte (steeds) voldoende gemotiveerd is en zal blijven, zeker waar het gaat om een behandeling in de ruime zin van het woord zoals door de psycholoog Schouten bedoeld en hiervoor weergegeven. 5. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, de ernst van het feit in aanmerking nemend, de veiligheid van anderen en algemene veiligheid van personen het opleggen van na te noemen maatregel eist. De maatregel wordt voorts gegrond op het door verdachte begane misdrijf, dat behoort tot een der misdrijven genoemd in artikel 37a, eerste lid onder 1 van het Wetboek van Strafrecht. Nu voldaan is aan de wettelijke voorwaarden van de artikelen 37a en 37b onder de leden 1 van het Wetboek van Strafrecht, zal de rechtbank de terbeschikkingstelling gelasten en bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd. Daarbij heeft de rechtbank betrokken de opmerking van de psycholoog Schouten ter zitting van 22 augustus 2008, dat het praktisch mogelijk is dat verdachte in het kader van de terbeschikkingstelling feitelijk zal verblijven binnen GGNet afdeling De Boog in Warnsveld, waar het nu goed met hem lijkt te gaan. Ten overvloede wordt overwogen dat het recidiverisico iedere twee jaar zal worden getoetst. In beslag genomen voorwerpen Onder verdachte zijn vier messen in beslag genomen. Deze - nog niet teruggegeven -voorwerpen - met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan danwel die tot het begaan daarvan zijn bestemd, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Vordering tot schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.244,-- gevoegd in het strafproces. Op de zitting is gebleken dat dit bedrag inmiddels op 4 juni 2008 aan de benadeelde is voldaan. Om die reden zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 37a, 37b, 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank: * verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. * verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. * verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als hiervoor vermeld. * verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat verdachte voor dat feit van alle rechtsvervolging. * gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd. * beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten vier messen. * verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], [adres en plaats], niet-ontvankelijk in haar vordering. Aldus gewezen door mrs. Hemrica, voorzitter, Roessingh en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 september 2008. Voetnoten: De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Stamproces-verbaal nr. PL0620/06-205775 van 26 juli 2006 (voorzover niet anders is vermeld) 2 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpag. 17/18 3 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpag. 17/18 4 Proces-verbaal van verhoor [partner van slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 24/25 5 Medische verklaring d.d. 24 juli 2006, doorgenummerde dossierpag. 22 6 Foto 1 en foto 2, in samenhang met het relaas van [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 04 7 Proces-verbaal van verhoor Kuipers, doorgenummerde dossierpag. 26 8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpag. 31/33 9 Proces-verbaal relaas verbalisant, doorgenummerde dossierpag. 07 en 23 10 Multidisciplinair rapport PBC van 31 juli 2007, ondertekend door de psychiater Ederveen-Grochowska en de psycholoog Geurkink 11 Aanvullend rapport PBC van 21 december 2007 ondertekend door de psychiater Ederveen-Grochowska voornoemd in samenhang met brief psycholoog Geurkink van 18 maart 2008 12 Maatregelrapport Reclassering Nederland gedateerd 15 augustus 2008