Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0186

Datum uitspraak2008-05-14
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers287453 / HA ZA 07-1548
Statusgepubliceerd


Indicatie

Artikel 93 lid 1 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of waarde van de vordering, worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Artikel 71 lid 2 Rv bepaalt dat indien een zaak, die in behandeling is bij een kamer die niet tot de sector kanton behoort, verder moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter, de zaak daartoe op verlangen van een der partijen of ambtshalve wordt verwezen naar een kamer die tot de sector kanton behoort. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het voornemen de zaak te verwijzen naar de kantonrechter.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 287453 / HA ZA 07-1548 Vonnis van 14 mei 2008 in de zaak van [eiser], handelend onder de naam [café A.], wonende te [woonplaats], eiser, procureur mr. A. Schippers, tegen [gedaagde], voorheen handelend onder de naam [club B.] wonende te [woonplaats], gedaagde, procureur mr. F.M.L. Dekkers. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 19 september 2007 - het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2008. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. De onderneming [club B.] gevestigd aan de [adres], is in het Handelsregister ingeschreven op naam van [gedaagde]. 2.2 [eiser] heeft een huurovereenkomst gesloten betreffende [club B.] voor één avond, op 29 september 2006, teneinde in het pand van [club B.] een feest te houden. Daartoe is een ongedateerde huurovereenkomst opgesteld. In die huurovereenkomst is opgenomen dat [club B.] wordt vertegenwoordigd door de heer [C.]. 2.3 [eiser] heeft vervolgens met de heer [C.] afspraken gemaakt om [club B.] na 29 september 2006 op dezelfde voorwaarden nog een aantal malen te huren, steeds voor de duur van één avond. De eerstvolgende datum waarop [eiser] [club B.] had gehuurd was 27 oktober 2006. 2.4 Op 29 september 2006 heeft in [club B.] het door [eiser] georganiseerde feest plaatsgevonden. [eiser] heeft nadien van [C.] vernomen dat het feest op 27 oktober 2006 geen doorgang kon vinden omdat [club B.] op die datum gesloten was. 3. Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 38.440,25, vermeerderd met rente en kosten. Daartoe voert hij aan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst waarbij [club B.] aan hem is verhuurd op 27 oktober 2006. [eiser] stelt schade te hebben geleden nu hij voor de huur op 27 oktober 2006 de huurpenningen ad € 7.000,-- vooruit heeft betaald, van tevoren drank heeft ingekocht ten behoeve van het op die datum in [club B.] te houden feest, voor dit feest promotiemateriaal heeft laten drukken, en winst derft. 3.2. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. 4. De beoordeling 4.1. Artikel 93 lid 1 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of waarde van de vordering, worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Artikel 71 lid 2 Rv bepaalt dat indien een zaak, die in behandeling is bij een kamer die niet tot de sector kanton behoort, verder moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter, de zaak daartoe op verlangen van een der partijen of ambtshalve wordt verwezen naar een kamer die tot de sector kanton behoort. 4.2 Bij brief van de griffier van 28 september 2007 is partijen voorgehouden dat ter comparitie zou worden ingegaan op de bevoegdheid van de rechtbank. Ter comparitie, die op 9 januari 2008 heeft plaatsgevonden, is dit punt echter niet meer aan de orde geweest. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de vordering van [eiser] betrekking heeft op een huurovereenkomst. De rechtbank is voornemens de zaak daarom te verwijzen naar de kantonrechter te Rotterdam. 4.3 Nu dit onderwerp tijdens de comparitie niet meer is behandeld zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte over dit punt uit te laten alvorens de rechtbank beslist over verwijzing. Daartoe zal [eiser] als eerste de gelegenheid krijgen. Nadat [eiser] zijn akte heeft genomen zal de zaak opnieuw naar de rol worden verwezen voor uitlating door [gedaagde], waarbij een termijn van -eveneens- twee weken in acht zal worden genomen. 5. De beslissing De rechtbank 5.1 stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het voornemen de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Rotterdam; 5.2 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 mei 2008 voor uitlating aan de zijde van eiser als hiervoor onder 5.1 gemeld; 5.3 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Rochat en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2008