Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0148

Datum uitspraak2008-09-09
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/580594-07 en 06/820349-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde brandstichtingen in een tweetal containers in 't Harde in de nacht van 21 op 22 oktober 2007. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting met betrekking tot verdachte het medeplegen van brandstichting in de container in het Centrum van 't Harde bewezenverklaard zou kunnen worden, nu verdachte betrokken was bij de voorbereiding daarvan, bij de brandstichting aanwezig was en er ook overigens is gebleken van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering echter de redactie van de tenlastelegging staat daaraan in de weg. De rechtbank acht openlijk en in vereniging geweld plegen tegen deze containers bewezen. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van brandstichting op 21 december 2007 en bedreiging.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken Parketnummers: 06/580594-07 en 06/820349-08 Uitspraak d.d.: 9 september 2008 tegenspraak / dip / oip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte B], geboren te [plaats] op [1991], wonende te [adres en plaats]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2008. Voeging meerdere dagvaardingen Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/580594-07 en 06/820349-08 tegen verdachte aangebrachte zaken. De tenlastelegging Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat: Parketnummer 06/580594-07 1. hij op of omstreeks 21 december 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing te weeg heeft gebracht bij (een muur van) een (bedrijfs)pand (gelegen aan/nabij het Centrum 12), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader toen aldaar opzettelijk: - een (lawine)vuurpijl vastgemaakt aan een fles gevuld met benzine, althans met een brandbare vloeistof en/of - (vervolgens) die (lawine)pijl (met een aansteker) aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die (lawine)vuurpijl en/of met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan meerdere, althans één, mu(u)r(en) van voornoemd pand geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd (bedrijfs)pand en/of (een) belendend(e) perce(e)le(n), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 21 december 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing te weeg te brengen bij (een muur van) een (bedrijfs)pand (gelegen aan/nabij het Centrum 12), terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of (een) belendend(e) perce(e)l(en), in elk geval gemeen gevaar goederen te duchten was, met dat opzet met zijn mededader, althans alleen - een (lawine)vuurpijl heeft/hebben vastgemaakt aan een fles gevuld met benzine, althans met een brandbare vloeistof en/of - (vervolgens) die (lawine)pijl (met een aansteker) heeft/hebben aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met die (lawine)vuurpijl en/of met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (incident 3, pag. 288) art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/bij een (kunststof) container (geplaatst nabij het pand gelegen aan het Centrum 3 (en/of het winkelcentrum), immer heeft hij, verdachte, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, toen (aldaar) opzettelijk: - bij die container papier (gestoken in (een) met benzine gevulde (bier)flesje(s)) (met een aansteker) aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), en/of - (vervolgens) die/dat (bier)flesje(s) met voornoemde inhoud (en voorzien van brandend papier) in die container gegooid/geworpen, en/of - benzine, althans een brandbare vloeistof in die container gegoten en/of met een aansteker aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die container en/of de inhoud van die container geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat pand en/of (een) belendend(e) perce(e)l(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was; art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in/bij een (kunststof) container (geplaatst nabij het pand gelegen aan het Centrum 3 (en/of het winkelcentrum), terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat pand en/of (een) belendend(e) perce(e)l(en), althans gemeen gevaar voor goederen te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, toen (aldaar) opzettelijk: - meerdere, althans één, (bier)flesje(s) heeft/hebben gevuld met benzine, in ieder geval met een brandbare vloeistof, en/of - (de hals van) die/dat (bier)flesje(s) heeft/hebben gevuld/voorzien met/van (een prop) papier, in ieder geval met/van een brandbare stof, en/of - met die/dat (bier)flesje(s) met voornoemde inhoud is/zijn gegaan naar het pand gelegen aan/nabij het Centrum 3 en/of het winkelcentrum, en/of - (vervolgens) bij een container (aan/nabij het Centrum 3 en/of het winkelcentrum) het papier (gestoken in die/dat met benzine gevulde (bier)flesje(s)) (met een aansteker) heeft/hebben aangestoken,in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met (een) brandbare stof(fen), en/of - (vervolgens) die/dat (bier)flesje(s) met voornoemde inhoud (en voorzien van een brandend papier) in die container heeft/hebben gegooid/geworpen, en/of - benzine, althans een brandbare vloeistof in die container heeft/hebben gegoten en/of met een aansteker heeft/hebben aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Centrum, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere container(s), welk geweld bestond uit het het gooien en/of deponeren van een brandende molotovcocktail, althans van (een) brandende (vloei)stof(fen) in die container(s); art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere container(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] en/of [naam] Bloemenshops BV en/of Stichting Wereldwinkel en/of [Kapsalon] en/of Blokker B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; (incident 2, pag. 174) art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/bij een (kleding)container (op/aan de Sportlaan), immers heeft/hebben (is/zijn) verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk, - meerdere, althans één, (bier)flesje(s) gevuld met benzine, in ieder geval met een brandbare vloeistof, en/of - (de hals van) die/dat (bier)flesje(s) gevuld/voorzien met/van (een prop) papier, in ieder geval met/van een brandbare stof, en/of - met die/dat (bier)flesje(s) met voornoemde inhoud gegaan naar die (kleding)container, en/of - (vervolgens) bij die container het papier (gestoken in die/dat met benzine gevulde (bier)flesje(s)) (met een aansteker) aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), en/of - (vervolgens) die/dat (bier)flesje(s) met voornoemde inhoud (en voorzien van een brandend papier) in die container gegooid/geworpen, ten gevolge waarvan die container (en/of de inhoud van die container) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die container en/of de inhoud van die container, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Sportlaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (kleding)container, welk geweld bestond uit het gooien en/of deponeren van een brandende molotovcocktail, althans van (een) brandende (vloei)stof(fen) in die container; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een (kleding)container en/of de inhoud van die container, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; (incident 1, pag. 138) art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Parketnummer 06/820349-08 hij op of omstreeks 7 september 2007 in de gemeente Elburg [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp (op korte afstand) getoond en/of gehouden; (PL0617/08-201028) art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak T.a.v. parketnummer 06/580594-07 feit 2: De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte met medeverdachten tezamen en in vereniging brand hebben gesticht in de container bij het winkelcentrum in 't Harde. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte alleen dan wel met een of meer van zijn medeverdachten de handelingen heeft verricht zoals deze zijn opgenomen in het onder 2 primair ten laste gelegde. Deze handelingen zijn immers enkel door medeverdachte [medeverdachte A] verricht. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting met betrekking tot verdachte het medeplegen van brandstichting in voormelde container bewezenverklaard zou kunnen worden, nu verdachte betrokken was bij de voorbereiding daarvan, bij de brandstichting aanwezig was en er ook overigens is gebleken van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering, echter de redactie van de tenlastelegging staat daaraan in de weg. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een poging tot brandstichting nu als gevolg van de handelingen zoals in de tenlastelegging opgenomen ook brand is ontstaan. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde. T.a.v. parketnummer 06/580594-07 feit 3: De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 3 primair ten laste gelegde. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte met medeverdachten tezamen en in vereniging brand heeft gesticht in de kledingcontainer aan de Sportlaan in 't Harde. De officier van justitie acht niet bewezen dat daarbij gemeen gevaar voor goederen is ontstaan nu de container los op een parkeerplaats stond en dus niet in de nabijheid van gebouwen, auto's of andere goederen. De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat geen sprake is van gemeen gevaar van goederen ten aanzien van de brandstichting in de kledingcontainer. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet gebleken is dat door de brandstichting in de kledingcontainer aan de Sportlaan in 't Harde op 21 oktober 2007 gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Niet is gebleken dat de kledingcontainer zodanig gesitueerd was dat door het stichten van brand in deze container een dergelijk gevaar te duchten was. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 3 primair ten laste gelegde. De bewijsmotivering (voetnoot 1) A. De vaststaande feiten. Parketnummer 06/580594-07: t.a.v. feit 1: Op 21 december 2007 heeft medeverdachte [medeverdachte D] verdachte thuis opgehaald. Verdachte is bij [medeverdachte D] in de auto gestapt en had een lawinepijl en een met benzine gevulde fles bij zich. Verdachte en [medeverdachte D] zijn die avond naar het winkelcentrum in 't Harde gereden. t.a.v. feiten 2 en 3: Op 21 oktober 2007 zijn door verdachte en zijn medeverdachten, [medeverdachte A], [medeverdachte D] en [medeverdachte C], bij het huis van verdachte in Elburg vier zogenoemde molotovcocktails gemaakt. Verdachte en zijn medeverdachten zijn daarna in de auto van [medeverdachte D] gestapt en zijn via het industrieterrein van Elburg naar 't Harde gereden. Verdachte en zijn medeverdachten hadden de molotovcocktails meegenomen. Onderweg hebben verdachte en zijn medeverdachten twee molotovcocktails tot ontploffing gebracht. T.a.v. parketnummer 06/820349-08 Op 7 september 2007 is verdachte [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) op straat tegengekomen. Tussen verdachte en [slachtoffer] hadden in het verleden enkele confrontaties plaatsgevonden. B. Het standpunt van het openbaar ministerie. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 subsidiair (parketnummer 06/580594-07) en het onder 1 (parketnummer 06/820349-08) ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de brandstichting en het plegen van openlijk geweld in de nacht van 21 oktober 2007 en 22 oktober 2007 op het standpunt gesteld dat sprake was van tezamen en in vereniging handelen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben immers tezamen bij het huis van verdachte molotovcocktails gemaakt en zijn vervolgens met de molotovcocktails op pad gegaan. Onderweg hebben verdachte en zijn medeverdachten de molotovcocktails tot ontploffing gebracht. Daarbij was het naar het oordeel van de officier van justitie min of meer toevallig wie, waar en wanneer een molotovcocktail tot ontploffing bracht. Nadat de molotovcocktails in de kledingcontainer en in de container bij het winkelcentrum tot ontploffing waren gebracht hebben verdachte en medeverdachten samen naar het effect ervan gekeken. Later zijn ze gezamenlijk terug gegaan om te kijken of er nog brand was. Niet is gebleken dat verdachte dan wel een van zijn medeverdachten zich aan de gang van zaken heeft onttrokken dan wel heeft willen onttrekken. Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het causaal verband tussen het teweegbrengen van de ontploffing in de container bij het winkelcentrum en de grote brand in de nacht van 21 en 22 oktober 2007 in het winkelcentrum in 't Harde juridisch niet aantoonbaar is. C. Het standpunt van de verdediging. De raadsman heeft zich ten aanzien van de brandstichting op 21 oktober 2007 in de kledingcontainer op het standpunt gesteld dat geen sprake is van gezamenlijk handelen van de verdachte en zijn medeverdachten nu de handelingen onderling te weinig in elkaar grijpen. Er is dan ook geen sprake van gezamenlijk en in vereniging handelen, zodat vrijspraak van het onder 3 subsidiair (parketnummer: 06/580594-07) ten laste gelegde moet volgen. Ten aanzien van de ten laste gelegde brandstichting in de container bij het winkelcentrum op 21 oktober 2007 stelt de raadsman zich op het standpunt dat hier evenmin sprake is van gezamenlijk en in vereniging handelen. Er is geen sprake van nauwe samenwerking en overleg tussen de verdachte en de medeverdachten. Daar komt bij dat verdachte niet degene is die de molotovcocktail in de container heeft gegooid. Verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden van het onder 2 (parketnummer: 06/580594-07) ten laste gelegde. D. Beoordeling van de tenlastelegging. De rechtbank acht voor het bewijs de volgende feiten en omstandigheden redengevend. T.a.v. feit 1 (parketnummer: 06/580594-07): De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, de inhoud van het proces-verbaal van aangifte van Honig (voetnoot 2), het proces-verbaal van verhoor van verdachte(voetnoot 3) en het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D] (voetnoot 4). T.a.v. feiten 2 meer subsidiair en 3 subsidiair (parketnummer: 06/580594-07): Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij en medeverdachten [medeverdachte A], [medeverdachte D] en [medeverdachte C], eerst bij verdachte thuis waren. Daar kwamen ze op het idee om molotovcocktails te maken. Met benzine en bierflesjes hebben verdachte en medeverdachten toen vier molotovcocktails gemaakt. De eerste molotovcocktail is door verdachte en medeverdachten achter de flat bij verdachte tot ontploffing gebracht. Verdachte heeft voorts verklaard dat ze daarna in de auto van [medeverdachte D] zijn gestapt en naar het industrieterrein zijn gereden. Daar hebben ze nog een molotovcocktail tot ontploffing gebracht. Voorts zijn ze naar 't Harde gereden. Verdachte heeft verklaard dat hij daar een brandende molotovcocktail in een kledingcontainer van het Leger des Heils heeft gegooid. Daarna zijn verdachte en medeverdachten weer verder gereden. Verdachte heeft verklaard dat zij toen bij het winkelcentrum zijn gestopt en vervolgens is [medeverdachte A] uitgestapt met de molotovcocktail in zijn hand. [medeverdachte A] heeft de molotovcocktail in de container bij het winkelcentrum gegooid. Verdachte en medeverdachten zijn toen nog terug gereden naar de kledingcontainer om te kijken of het daar nog brandde. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat er nog wel rook uit de kledingcontainer kwam. Daarna zijn zij terug gereden naar de kledingcontainer in het winkelcentrum, deze brandde nog wel. Vervolgens zijn verdachte en medeverdachten naar huis gegaan. Bij de politie heeft verdachte verklaard (voetnoot 5) dat hij op 21 oktober 2007 tezamen met [medeverdachte D], [medeverdachte C] en [medeverdachte A] in de schuur onder zijn flat was. Daar kwamen ze op het idee om molotovcocktails te maken. Voorts hebben ze vier bierflesjes gevuld met benzine en hebben ze papier in de flesjes gedaan. Vervolgens zijn ze met zijn vieren met de auto van [medeverdachte D] gaan rijden. Eerst hebben ze in Elburg rond gereden en daarna zij ze naar het winkelcentrum in 't Harde gegaan. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen is uitgestapt en een brandende molotovcocktail in een container heeft gegooid. Later hoorde hij dat het een kledingcontainer was. Hierna zijn verdachte en medeverdachten naar de andere kant van het winkelcentrum gereden, waar een kapper, de Blokker, de Wereldwinkel en een bloemenzaak zitten. [medeverdachte A] stapte uit en ging plassen tegen de muur van het magazijn van de Blokker. Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte C] hoorde zeggen "Kijk eens wat hij doet!". Voorts heeft verdachte verklaard dat hij zag dat [medeverdachte A] een brandende molotovcocktail in een container gooide. Hierna zijn verdachte en medeverdachten een rondje gaan rijden en weer teruggegaan naar genoemde kledingcontainer, deze rookte iets. Verdachte heeft verklaard dat ze daarna weer naar de Blokker zijn gegaan en dat hij zag dat de container die daar stond helemaal in de fik stond. Verdachte en medeverdachten kwamen tot de conclusie dat het ding wel uit zou branden en zijn naar huis gegaan. [medeverdachte D] heeft bij de politie verklaard (voetnoot 6) dat hij op 21 oktober 2007 met [medeverdachte C], [medeverdachte A] thuis heeft opgehaald en dat ze vervolgens naar verdachte zijn gereden. Door verdachte en zijn medeverdachten zijn in de woning van verdachte molotovcocktails gemaakt. Vervolgens zijn ze een stukje gaan rijden en hebben ze in Elburg een tweetal molotovcocktails tot ontploffing gebracht. Daarna zijn ze naar het winkelcentrum in 't Harde gegaan. [medeverdachte D] heeft verklaard (voetnoot 7) dat op een parkeerplaats in 't Harde door verdachte een molotovcocktail in een kledingcontainer is gegooid. Verdachte en medeverdachten zijn daarna weer verder gereden en kwamen bij kapper Truus uit. Daar is [medeverdachte A] uit de auto gestapt. [medeverdachte D] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat [medeverdachte A] een brandende molotovcocktail in de container gooide. Er kwam vuur tussen de kleppen uit. Hierna zijn verdachte en medeverdachten weer terug naar de kledingcontainer gereden en vervolgens zijn ze weer terug naar de container bij het winkelcentrum gereden. Daarna zijn verdachte en medeverdachten naar huis gereden. [medeverdachte C] heeft bij de politie verklaard (voetnoot 8) dat hij op 21 oktober 2007 in de schuur bij verdachte met verdachte, [medeverdachte D] en [medeverdachte A] vier molotovcocktails heeft gemaakt van lege bierflessen en brandbare vloeistof. Deze molotovcocktails hebben ze meegenomen in de auto. In Elburg zijn er twee aangestoken en weggegooid. Voorts heeft [medeverdachte C] verklaard (voetnoot 9) dat zij naar het winkelcentrum in 't Harde zijn gereden. Daar heeft verdachte een molotovcocktail aangestoken en in een kledingcontainer gegooid. Hierna zijn verdachte en medeverdachten naar de Blokker aan de andere kant van het winkelcentrum gereden. [medeverdachte A] stapte daar uit de auto en liep naar een grote container, die tegen de muur van de Blokker aanstond. [medeverdachte C] heeft verklaard dat hij ineens een soort geluid hoorde, alsof er iets in de brand vloog. [medeverdachte C] zag dat er rook uit de container kwam. [medeverdachte A] liep hard naar de auto en sprong er in. [medeverdachte A] riep tegen [medeverdachte D] dat hij snel moest gaan rijden. Toen ze wegreden zag [medeverdachte C] flitsen en rook uit die container komen. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 06/580594-07) heeft begaan. Verdachte heeft openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen een container die bij het winkelcentrum in 't Harde stond. Tevens acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 06/580594-07) heeft begaan, in die zin dat verdachte op 21 oktober 2007 met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen een kledingcontainer aan de Sportlaan in 't Harde. Dit geweld bestond er in dat verdachte een brandende molotovcocktail in die container heeft gegooid. De rechtbank is van oordeel dat in beide gevallen sprake is van in vereniging handelen. Verdachte heeft immers op 21 oktober 2007 tezamen met zijn medeverdachten bij zijn woning molotovcocktails gemaakt. Daarna zijn verdachte en medeverdachten tezamen in de auto gestapt en hebben zij de molotovcocktails meegenomen. Zij hebben eerst in Elburg een tweetal molotovcocktails tot ontploffing gebracht en daarna zijn ze naar het winkelcentrum in 't Harde gereden. In 't Harde hebben verdachte en zijn medeverdachten aan de openbare wegen de Sportlaan en het Centrum in twee containers de andere twee molotovcocktails tot ontploffing gebracht. Verdachte en zijn medeverdachten hebben gezamenlijk naar het effect staan kijken en zijn later nog terug gegaan naar de containers om te kijken of er brand was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een gezamenlijke voorbereiding en gezamenlijke uitvoering door verdachte en zijn medeverdachten, waarbij het min of meer willekeurig en toevallig lijkt wie welke molotovcocktail waar neergooide. Niet is gebleken dat verdachte zich aan de handelingen heeft onttrokken dan wel zich heeft willen onttrekken. De handelingen van de verschillende personen in de groep, worden daarbij de verantwoordelijkheid voor de gehele groep. T.a.v. parketnummer 06/820349-08: De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, de aangifte van [slachtoffer] (voetnoot 10) en de verklaring van verdachte bij de politie (voetnoot 11). Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 meer subsidiair, 3 subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 06/580594-07) en het onder parketnummer 06/820349-08 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: (parketnummer 06/580594-07): 1. hij op 21 december 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk brand heeft gesticht en een ontploffing te weeg heeft gebracht bij een muur van een bedrijfspand gelegen aan het Centrum 12, immers hebben verdachte en/of zijn mededader toen aldaar opzettelijk: - een lawinevuurpijl vastgemaakt aan een fles gevuld met benzine, en/of - vervolgens die lawinepijl aangestoken, ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd bedrijfspand en belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, 2. hij in de periode van 21 oktober 2007 tot en met 22 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, met anderen, aan de openbare weg, het Centrum, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere containers, welk geweld bestond uit het gooien en/of deponeren van een brandende molotovcocktail in die container(s); 3. hij op 21 oktober 2007 te 't Harde, gemeente Elburg, met anderen, aan de openbare weg, de Sportlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een kledingcontainer, welk geweld bestond uit het gooien en/of deponeren van een brandende molotovcocktail in die container; (parketnummer 06/820349-08): hij op 7 september 2007 in de gemeente Elburg [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een mes getoond; Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: Parketnummer 06/580594-07 t.a.v. feit 1: het medeplegen van opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; t.a.v. feit 2 meer subsidiair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. t.a.v. feit 3 subsidiair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Parketnummer 06820349-07: bedreiging met zware mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Over verdachte zijn een tweetal rapporten opgemaakt. Uit het rapport van psychiater Postema (voetnoot 12)volgt dat bij verdachte sprake is van een forse agressieve stuwing in aanleg. Hij heeft vanuit zichzelf weinig integratievermogen en dat laatste wordt hem ook niet geboden door zijn omgeving. Er is sprake van negatieve identificatie met de peergroup. Uit het dossier komt een heel agressieve jongen naar voren die zeker onder invloed van drugs, zich gedraagt als een wandelende tijdbom. Daarnaast heeft verdachte de neiging tot bagatelliseren. De rol en de dreiging van drugs blijven immens. Met name de instabiele achtergrond van verdachte leidt tot het oordeel dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid. De psycholoog Pyrek (voetnoot 13) stelt in zijn rapport dat verdachte gedurende de opvoeding pedagogisch verwaarloosd en beschadigd is. Intellectueel presteert verdachte op de grens van laaggemiddeld - zwakbegaafd. Hij maakt zich gemakkelijk afhankelijk van anderen. Het besef van normoverschrijding is bij verdachte gering aanwezig. Zijn geweten is eveneens onvoldoende ontwikkeld. Bij verdachte ontbreken de vaardigheden om spanningen en problemen op een adequate wijze te reduceren. Zijn gedragsrepertoire is beperkt. Hij beschikt over een rigide set inadequate gedragspatronen en probleemoplossende vaardigheden. Er is sprake van ADHD en een gedragsstoornis. Verdachte beschikt over voldoende sociaal-maatschappelijke ontplooiingsmogelijkheden. Hierbij is het wel van belang dat zijn huidige situatie stabiel blijft en dat de positieve ontwikkeling op de verschillende leefgebieden zich voortzet. De psycholoog is van oordeel dat ten tijde van de feiten op 21 oktober 2007 sprake was van licht verminderde toerekeningsvatbaarheid en ten tijde van het feit op 21 december 2007 van verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank kan zich vinden in de conclusies van de deskundigen in die zin dat zij van oordeel is dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid bij de door verdachte gepleegde feiten. Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De officier van justitie heeft het onder 1, 2, 3 subsidiair (parketnummer 06/580594-07) en onder parketnummer 06/820349-08 ten laste gelegde bewezenverklarend, gevorderd verdachte te veroordelen tot 43 dagen jeugddetentie met aftrek van de dagen die door verdachte in voorarrest zijn doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd verdachte een voorwaardelijke plaatsing in een jeugdinrichting (PIJ) voor de duur van twee jaren op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering ook als dit inhoudt een behandeling bij Accare of een soortgelijke instelling. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het opleggen van een voorwaardelijke PIJ-maatregel een te zwaar middel is, een te dikke stok achter de deur. Het voegt naar zijn mening niets toe, aangezien verdachte een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt, en op dit moment ook al in een behandlingstraject zit wat hij wil voortzetten. Hij bepleit - indien nodig - een voorwaardelijk strafdeel anders dan in de vorm van een PIJ-maatregel. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte en zijn medeverdachten molotovcocktails hebben gemaakt, vervolgens zijn gaan rondrijden en op ogenschijnlijk willekeurige plekken deze molotovcocktails tot ontploffing hebben gebracht. Verdachte en zijn medeverdachten hebben een van de molotovcocktails in een container in een winkelcentrum tot ontploffing gebracht. Het komt de rechtbank voor dat verdachte en zijn medeverdachten bij hun handelwijze geen oog hebben gehad voor het gevaar dat zij daarmee voor de goederen en panden in de directe omgeving van die container realiseerden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van ondoordacht en onverantwoord gedrag van verdachte en rekent dit verdachte zwaar aan. Te meer nu verdachte en zijn medeverdachten zagen dat er brand in de containers was ontstaan en vervolgens zijn weggereden. Daar komt bij dat verdachte door het tot ontploffing brengen van molotovcocktails en het stichten van brand veel onrust en gevoelens van angst hebben veroorzaakt in de samenleving. Voorts heeft verdachte twee maanden na dit voorval in het centrum van 't Harde op koopavond wederom een ontploffing veroorzaakt. Als gevolg van de ontploffing is een brand ontstaan. Ook hier is verdachte met medeverdachte weggereden nadat zij de ontploffing en de brand hadden veroorzaakt. Dat de gevolgen van deze brand beperkt zijn gebleven, is te danken aan omstanders die de brand onmiddellijk hebben geblust. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreigingen tegen een persoon. Hierdoor kunnen bij het slachtoffer gevoelens van onveiligheid ontstaan, hetgeen ook is gebeurd blijkens de slachtofferverklaring van [slachtoffer]. Tevens is verdachte in het verleden ook al voor een geweldsdelict veroordeeld. Anderzijds heeft de rechtbank rekening gehouden met hetgeen blijkt uit genoemde rapporten van de psycholoog en de psychiater, namelijk dat bij verdachte de laatste tijd sprake is van een positieve ontwikkeling. Verdachte heeft agressieregulatietraining afgerond. Daarnaast blijkt uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat verdachte en zijn moeder goed meewerken aan de verschillende begeleidingsvormen en dat verdachte van goede wil is om de relatie met zijn moeder te verbeteren, een beroep wil leren en een leven zonder delicten te willen leiden. Voorts heeft verdachte meegewerkt aan de aanmelding bij Accare. Voorzetting van genoemde begeleiding wordt noodzakelijk geacht. Gezien de ernst van de delicten, de gedragsproblematiek en de hoge recidivekans wordt door de verschillende deskundigen een voorwaardelijk PIJ-maatregel geadviseerd. Daarbij acht de psychiater het tevens noodzakelijk dat verdachte wordt behandeld voor zijn drugsverslaving. De rechtbank zal ook dit advies volgen, ondanks de omstandigheid dat reclasseringsmedewerker Aufleger ter zitting heeft gesteld dat dit naar zijn mening thans niet actueel is. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte een jeugddetentie opleggen voor de duur van zijn voorarrest. Een langere detentie acht de rechtbank niet noodzakelijk, nu de rechtbank tevens een voorwaardelijke PIJ-maatregel met een proeftijd van 2 jaren aan verdachte op zal leggen. De rechtbank kiest voor een voorwaardelijke PIJ-maatregel, en niet voor een andere voorwaardelijke straf, aangezien de gedragsproblemen van verdachte zodanig ernstig zijn dat in het geval verdachte zich zou onttrekken aan ambulante behandeling een residentiële behandeling daarvan noodzakelijk wordt geacht. Aan de voorwaardelijke PIJ-maatregel zal de rechtbank naast de algemene voorwaarde de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen te geven door de reclassering ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn verslavingsproblematiek bij Accare of soortgelijke instelling. Vordering tot schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 300,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/820349-08 tenlastegelegde. De door het slachtoffer gevorderde schade betreft immateriële schade. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het slachtoffer als gevolg van het handelen van verdachte immateriële schade heeft geleden en zij acht een vergoeding van tot op heden geleden schade tot een bedrag van € 100,- billijk. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Het slachtoffer kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig maken. Schadevergoedingsmaatregel Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 36f, 77a, 77h, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank: - verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair en onder 3 primair ten laste gelegde (parketnummer 06/580594-07) heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. - verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 meer subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde (parketnummer 06/580594-07) en het onder parketnummer 06/820349-08 ten laste gelegde heeft begaan. - verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. - veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 43 (drieënveertig) dagen. - legt aan verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. - bepaalt, dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. - stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Jeugdreclassering, Bureau Jeugdzorg, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door Accare of soortgelijke instelling voor zijn persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek. - geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen. - beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht. - veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakend moment en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil. - verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering. - legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 100,-, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 2 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. - heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis. Aldus gewezen door mrs. Davids, voorzitter tevens kinderrechter, Weijers -Van der Marck en Morsink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 september 2008. Voetnoten: 1 Wanneer hierna, t.a.v. de feiten genoemd op de dagvaarding met parketnummer 06/580594-07, wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam) proces-verbaal nr. PL0610/08-200318, Regiopolitie Noord en Oost Gelderland, team recherche Noord West Veluwe, gesloten en getekend op 10 januari 2008. Wanneer hierna, t.a.v. de feiten genoemd op de dagvaarding met parketnummer 06/820349-08, wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam) proces-verbaal nr. PL0617/08-201159, Regiopolitie Noord en Oost Gelderland, District Noord West Veluwe, gesloten en getekend op 14 maart 2008. 2 Proces-verbaal van aangifte [naam], doorgenummerde dossierpag. 289. 3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpag. 307, 308 en 309. 4 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte D], doorgenummerde dossierpag. 301, 302 en 303. 5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpag. 210 en 211. 6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], doorgenummerde dossierpag. 198. 7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], doorgenummerde dossierpag. 199. 8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte C], doorgenummerde dossierpag. 226. 9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte C], doorgenummerde dossierpag. 227. 10 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 14 en 15. 11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpag. 27 en 28. 12 Rapport psychiatrisch onderzoek pro justitia van psychiater W. Postema van 5 mei 2008. 13 Rapport psychologisch onderzoek pro justitia van drs. M.Z. Pyrek, van 16 mei 2008.