Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0129

Datum uitspraak2008-08-25
Datum gepubliceerd2008-09-23
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Hertogenbosch
ZaaknummersAWB 07/364
Statusgepubliceerd


Indicatie

Aan de hand van een op het, bij het aanbieden van de Real Time Kaart aan de parkeerautomaat afgedrukte, parkeerkaartje vermeld nummer kan de parkeercontroleur - via die automaat - controleren of inmiddels weer met de Real Time Kaart is uitgeboekt. (…)
Vast staat dat het door de parkeercontroleur achter de voorruit van het voertuig aangetroffen parkeerkaartje was voorzien van een nummer aan de hand waarvan kon worden vastgesteld dat op het tijdstip van controle reeds met de betrokken Real Time Kaart was uitgeboekt. Van een geldig parkeerbewijs was dan ook niet langer sprake. Eiser heeft met het inwerpen van geld in de parkeerautomaat slechts een parkeerkaartje met een vaste parkeertijd kunnen kopen en niet het van een specifiek nummer voorziene kaartje dat achter de voorruit van het voertuig is aangetroffen.


Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 07/364 Uitspraakdatum: 25 augustus 2008 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Uden, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding Verweerder heeft aan eiser op 12 januari 2007 onder nummer 12010714169564 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 48,60. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 22 januari 2007 de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft tegen die uitspraak bij brief van 30 januari 2007, ter griffie ontvangen op 5 februari 2007, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2008. Namens verweerder is J. Tammel verschenen. Eiser is niet verschenen. De griffier heeft verklaard eiser, bij op 28 april 2008, met nummer 3SRRRC2732151, aangetekend naar het door eiser zelf opgegeven adres verzonden uitnodiging, waarvan een afschrift tot de stukken behoort, kennis te hebben gegeven van datum, plaats en tijdstip van de zitting. Tot de stukken van het geding behoort een kopie van het op de onderhavige uitnodiging betrekking hebbende gedeelte van de lijst van aangetekende verzendbewijzen en een schermprint van de op dat verzendbewijs betrekking hebbende statusinformatie. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: Op 12 januari 2007 om 14.16 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat een personenauto met het kenteken [kenteken] (hierna: de personenauto), op een parkeerplaats aan de Markt te Uden stond geparkeerd. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Uden op grond van de Verordening parkeerbelastingen (hierna: de Verordening) aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. De ambtenaar heeft vastgesteld dat de geldigheid van het in het voertuig aanwezige betalingsbewijs was verstreken, aangezien het betreffende Real Time parkeerkaartje op die datum reeds om 14.12 uur was uitgeboekt en heeft daarom de naheffingsaanslag opgelegd. 3. Geschil In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Eiseres beantwoordt deze vraag ontkennend, verweerder is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de belastingaanslag. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. 4. Beoordeling van het geschil Blijkens de onder 1 vermelde stukken is de aldaar genoemde uitnodiging op 5 mei 2008 bezorgd. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Verordening, wordt de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het College van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Ingevolge artikel 1, onder a, van het Besluit inwerkstelling parkeerapparatuur geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van Europese muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00, € 2,00, het gebruik van de Real Time Kaart (parkeerpas) of de Chipknip. Vast staat dat eiser de personenauto gedurende een aaneengesloten periode heeft doen of laten staan op een binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaand terrein of weggedeelte. Alsdan was eiseres ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Verordening ter zake van het parkeren parkeerbelasting verschuldigd. Eiser heeft gesteld dat hij de parkeerapparatuur om 13.45 uur in werking heeft gesteld door het inwerpen van € 2,00, dat hij daarmee tot 17:35 uur kon parkeren en dat hij aldus de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat bij aanvang van het parkeren een parkeerder de keuze heeft om uit de parkeerautomaat ofwel een parkeerkaartje te kopen met een vaste toegestane parkeertijd waarvan de duur afhankelijk is van het betaalde bedrag, dan wel de Real Time Kaart aan de automaat aan te bieden, waarbij in eerste instantie elektronisch voor een lange periode (in dit geval tot 12 januari 2007, 17:35 uur) wordt betaald, waarna vervolgens bij voortijdige beëindiging van de parkeertijd (in dit geval op 12 januari 2007, 14:12 uur) het teveel betaalde bedrag weer elektronisch op de rekening wordt bijgeschreven op het moment dat de Real Time Kaart weer aan de automaat wordt aangeboden, zodat per saldo alleen voor de feitelijke parkeertijd is betaald. Op het moment dat de Real Time Kaart bij aanvang van het parkeren aan de parkeerautomaat is aangeboden, wordt een parkeerkaartje afgedrukt waarop naast de tijd ook een nummer wordt afgedrukt. Aan de hand van dat nummer kan door de parkeercontroleur worden nagegaan of via de Real Time Kaart bij de parkeerautomaat weer is uitgeboekt. Real Time parkeren kan uitsluitend door middel van betaling met de Real Time Kaart. Verweerder heeft er verder op gewezen dat het systeem van Real Time parkeren op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, en bij de parkeerautomaat kenbaar is. Niet is in geschil dat eiseres het voertuig ter plaatse heeft geparkeerd en dat aldaar parkeerbelasting is verschuldigd. Vast staat voorts dat het door de parkeercontroleur achter de voorruit van het voertuig aangetroffen parkeerkaartje was voorzien van een nummer aan de hand waarvan de parkeercontroleur vaststelde dat, op het tijdstip van controle, reeds met de betrokken Real Time Kaart was uitgeboekt. Van een geldig parkeerbewijs was dan ook niet langer sprake. Hieruit volgt dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. In het midden kan blijven of eiser een bedrag van € 2,00 in de parkeerautomaat heeft geworpen, nu eiser door dat te doen slechts een parkeerkaartje met een vaste parkeertijd kon kopen en niet het van een specifiek nummer voorzien kaartje dat achter de voorruit van het voertuig is aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat eiser aldus niet op de voorgeschreven wijze als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Verordening, de parkeerapparatuur in werking heeft gesteld. De heffingsambtenaar heeft dan ook terecht een naheffingsaanslag opgelegd. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard. 5. Proceskosten De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 6. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. D.J. de Lange, in tegenwoordigheid van mr. A.A. van Wendel de Joode, griffier. Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201CZ te ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Partijen kunnen ook beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Dit is echter alleen mogelijk indien de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.