
Jurisprudentie
BF0107
Datum uitspraak2008-09-09
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers08/710274-08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers08/710274-08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Vrijspraak voor brandstichting. Oorzaak van de brand onvoldoende duidelijk.
"De rechtbank acht het echter niet ondenkbaar dat verdachte deze verschillende bekennende verklaringen heeft afgelegd onder druk van de politie welke druk voor deze verdachte, gelet op zijn persoonlijkheid, te veel was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de oorzaak van de ontstane brand onvoldoende onderzocht is en dat niet valt uit te sluiten dat de brand anders dan door brandstichting is ontstaan."
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 08/710274-08
STRAFVONNIS
Uitspraak: 9 september 2008
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1987],
wonende te [adres],
terechtstaande terzake dat:
hij op of omstreeks 22 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een natuur-/heidegebied, gelegen aan/nabij de Stroothuizerweg, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker bij/tegen een terpentineblokje gehouden en/of een terpentineblokje aangestoken en/of een aangestoken/brandend terpentineblokje in/op een graspol en/of de heide, althans in dat gebied op de grond gegooid/gelegd, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een terpentineblokje en/of een graspol en/of de heide en/althans dat natuur-/heidegebied, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (een deel van) dat natuur-/heidegebied geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de bomen en/of struiken en/of grassen en/of heide in dat gebied, althans gemeen gevaar voor dat (gehele) natuur-/heidegebied, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;
Gezien de stukken;
Gelet op het onderzoek ter terechtzitting op 26 augustus 2008;
Gehoord de vordering van de officier van justitie;
Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;
De rechtbank overweegt ten aanzien van het tenlastegelegde feit als volgt.
Op 22 april 2008 heeft er een brand gewoed in het natuur-/heidegebied, gelegen aan/nabij de Stroothuizerweg te Denekamp. Bij deze brand is gemeen gevaar voor goederen ontstaan. Kort voor de brand heeft een getuige verdachte op de Stroothuizerweg zien rijden, eerst vanaf de Punthuizerweg en daarna in de richting van de Punthuizerweg. Deze getuige geeft een gedetailleerde omschrijving van de auto en de bestuurder, welke omschrijving overeenkomt met verdachte en de auto waar hij die dag in reed. Verdachte erkent daar rond de tijd te hebben gereden. Getuige [naam getuige] ontdekt rond 10.27 uur die dag de brand en laat de brandweer bellen. Verdachte, die onderdeel uitmaakt van de vrijwillige brandweer, rukt uit om de brand te blussen. Omdat hij voldoet aan het signalement van getuige [naam getuige] komt verdachte op die manier in beeld bij de politie. Tijdens de verhoren bij de politie legt verdachte verschillende bekennende verklaringen af. Ter terechtzitting hebben verdachte en zijn raadsman aangegeven dat verdachte deze verklaringen heeft afgelegd omdat hij graag naar huis wilde en doordat hij door de politie onder druk werd gezet. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij verzonnen heeft hoe de brand zou kunnen zijn ontstaan en dat hij zijn verhaal heeft aangepast op het moment dat de politie hem vertelde dat het niet zo zou kunnen zijn ontstaan. De officier van justitie is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De raadsman heeft in zijn pleitnota een aantal vraagtekens gezet bij het politieonderzoek en komt tot de conclusie dat verdachte dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte kort voor het ontstaan van de brand in de buurt van de brandhaard is geweest en dat hij geen aannemelijke verklaring heeft voor zijn aanwezigheid aldaar. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verdachte de brandstichting bij de politie heeft bekend. De rechtbank acht het echter niet ondenkbaar dat verdachte deze verschillende bekennende verklaringen heeft afgelegd onder druk van de politie welke druk voor deze verdachte, gelet op zijn persoonlijkheid, te veel was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de oorzaak van de ontstane brand onvoldoende onderzocht is en dat niet valt uit te sluiten dat de brand anders dan door brandstichting is ontstaan. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat er sprake is van brandstichting en dat daarbij niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte degene is die deze brand heeft gesticht. De rechtbank spreekt verdachte om die reden vrij van het tenlastegelegde.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen goederen, te weten twee aanstekers kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende.
R E C H T D O E N D E:
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 2 aanstekers, aan verdachte.
Heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen door mr. Geeve, voorzitter, mr. Taalman en mr. De Wit, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Nutma-Huisman, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 september 2008.
mr. De Wit is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen.