Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0070

Datum uitspraak2008-09-09
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers148533
Statusgepubliceerd


Indicatie

WSNP. Afwijzing dwangakkoord en toelating tot de schuldsaneringsregeling. Aangezien dat zou leiden tot een onaanvaardbare afbreuk aan zijn positie kan van de pandhouder na vervreemding van het onderpand in redelijkheid niet verlangd worden in te stemmen met slechts een gedeeltelijke voldoening van zijn vordering, voor een gelijk percentage als de overige (concurrente) crediteuren.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector civiel recht, unit insolventies zaaknummer: 148533 Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 9 september 2008 in de zaak van [verzoeker] wonende te [woonplaats] , verzoeker, tegen de besloten vennootschap Arenda B.V. te Reeuwijk, verweerster. Partijen zullen hierna [verzoeker] en Arenda genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Tegelijk met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft [verzoeker], bij het op 30 juli 2008 ter griffie binnengekomen verzoekschrift de rechtbank verzocht Arenda te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw). 1.2. Ter terechtzitting van 2 september 2008 is [verzoeker] hierover gehoord. Namens Arenda B.V. is niemand verschenen. Het proces-verbaal van het verhoor dient als hier ingevoegd te worden beschouwd. 2. De feiten De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten. 2.1. [verzoeker] heeft blijkens de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder e Fw een totale schuld van € 44.852,67 aan schuldeisers. 2.2. De vordering van Arenda op [verzoeker] bedraagt € 3.357,67. 2.3. [verzoeker] heeft op of omstreeks15 februari 2008 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit akkoord houdt - samengevat in dat de afdeling Schuldhulpverlening en Budgetbeheer van de Gemeente Haarlem alle inkomsten van [verzoeker] boven het vrij te laten bedrag dat voor [verzoeker] in de schuldsaneringsregeling zou gelden, maandelijks zal reserveren (maximaal 36 maanden) en na een jaarlijkse hercontrole aan de schuldeisers zal uitbetalen. Gebaseerd op het huidige inkomen van [verzoeker] zal aan alle crediteuren 42.93% van hun vordering kunnen worden uitgekeerd. Pas na afloop van de schuldbemiddeling zal de definitieve afkoopsom worden vastgesteld. 2.4. De onder 2.4. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Arenda aanvaard. 2.5. Arenda heeft in haar brief van 5 augustus 2008 verweer gevoerd. Daar wordt hieronder verder op ingegaan. 3. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord 3.1. Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als Arenda in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. 3.2. Arenda heeft ter onderbouwing van het onthouden van de instemming aangevoerd dat [verzoeker] zonder toestemming van Arenda de auto heeft verkocht waarop zij een pandrecht had tot zekerheid voor de terugbetaling van haar vordering. Daarnaast is de opbrengst van de verkoop niet aan Arenda ten goede gekomen. Volgens Arenda is zij door deze handelswijze benadeeld en heeft zij recht en belang om vast te houden aan integrale betaling van haar vordering, hoe lang het ook duurt tot de vordering zal zijn voldaan. 3.3. De rechtbank stelt vast dat het pandrecht van Arenda op de auto van [verzoeker] in afwijking van de verklaringen van [verzoeker] ter zitting is gevestigd bij akte van 11 april 2002, tot meerdere zekerheid van al hetgeen [verzoeker] uit hoofde van een op die datum gesloten krediettransactie aan Arenda verschuldigd is of mocht zijn. Nu [verzoeker] de auto zonder toestemming van Arenda heeft vervreemd en niet ter discussie staat dat de auto niet kan worden teruggehaald, kan van Arenda in redelijkheid niet verlangd worden in te stemmen met slechts gedeeltelijke voldoening van haar vordering, voor een gelijk percentage als de overige (concurrente) crediteuren. Op die manier zou op onaanvaardbare wijze afbreuk worden gedaan aan de positie van de pandhouder. Hieraan doet niet af dat het pandrecht nu niet meer kan worden uitgewonnen. 3.4 Gelet op het voorgaande heeft Arenda in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling kunnen komen. Het verzoek om Arena te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal daarom worden afgewezen. 3.5 Nu het verzoek met betrekking tot de schuldregeling wordt afgewezen dient de rechtbank te beslissen op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. 3.6 De rechtbank constateert dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. De rechtbank zal het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toewijzen. 4. De beslissing De rechtbank: - wijst de vordering Arenda B.V. te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling af; - spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van [verzoeker], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats] - benoemt tot rechter-commissaris mr. A.H. Veldmaat-Wansink en tot bewindvoerder mevrouw Y. Tillema, Postbus 5287, 2000 CG Haarlem; - geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen; - stelt, tenzij zich tijdens de duur van de schuldsaneringsregeling omstandigheden voordoen die tot andere salarisvaststelling nopen, het salaris van de bewindvoerder gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op € 40,00 exclusief omzetbelasting per maand voor iedere maand waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken (een gedeelte van de maand daaronder begrepen) en brengt dat bedrag ten laste van de schuldenares. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.