Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0048

Datum uitspraak2008-08-26
Datum gepubliceerd2008-09-09
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 07/9558 MAW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Functietoewijzing aan militair van de Koninklijke Marine; geen bevordering tot adjudant-onderofficier, hoewel die rang voor personeel van andere krijgsmachtdelen aan de functie verbonden is. Geen strijd met artikel 27, vierde lid, AMAR en geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het gemaakte onderscheid (conversietabel met dubbele brackets) dient er toe salarisverschillen tussen personeel van de KM enerzijds en van personeel van KL, KLu en KMar anderzijds in dezelfde functie zoveel mogelijk te voorkomen.


Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht derde afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr.: AWB 07/9558 MAW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de Commandant der Zeestrijdkrachten, verweerder. I. Ontstaan en loop van het geding Bij verweerders besluit van 8 juni 2007 is aan eiser, SMJR WDV bij de Koninklijke Marine, met ingang van 14 mei 2007 de functie STOO LOG/DOC W&M bij de Defensie Materieel Organisatie toegewezen. Tegen dat besluit heeft eiser op 21 juni 2007 bij verweerder bezwaar gemaakt. Eiser heeft, daartoe uitgenodigd door verweerder, afgezien van een hoorzitting, maar heeft schriftelijk gereageerd op de stukken van verweerder in de bezwaarprocedure. Bij besluit van 9 november 2007 heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. Tegen dat besluit heeft eiser op 18 december 2007 bij de rechtbank beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend alsmede een verweerschrift, gedateerd 26 maart 2008. De zaak is op zitting behandeld op 16 juli 2008. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. M.J. de Haas. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde, mr. E.C.H. Pot. II. Motivering 1. In dit beroep dient de rechtbank te beoordelen of verweerders besluit eiser in het kader van de functietoewijzing niet te bevorderen tot adjudant-onderofficier (AOO) op goede gronden berust. 2. Ingevolge artikel 27, vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) wordt aan de militair die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, op de datum van ingang van functievervulling die hogere rang toegekend. 3. De rechtbank gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. 3.1 Aan eiser is met ingang van 14 mei 2007 de functie STOO LOG/DOC W&M bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO) toegewezen. Aan die functie is voor personeel van de KL en de KLu de rang van adjudant-onderofficier verbonden, voor personeel van de KM de rang van sergeant-majoor. 3.2 In de Defensie Materieel Organisatie zijn thans, na de zogeheten “verpaarsing”, militairen van de diverse operationele commando’s (krijgsmachtdelen) alsmede burgerambtenaren van Defensie werkzaam. Van eisers functie is geen recente functiebeschrijving beschikbaar, hij is feitelijk geplaatst in de KL-functie medewerker logistiek/documentatie junior, opgenomen in het formatierapport DM, Prodgp Manmat (Productgroep Manoeuvrematerieel) 2218, aangeboden aan de Directeur Materieel van de KL bij brief van 27 september 2002. Aan de genoemde functie is in dit formatierapport een somscore van 37 punten toegekend en de rang van AOO. De Aanwijzing van de Secretaris-Generaal A/909 (Aanwijzing SG A/909) bevat een aantal randvoorwaarden, die in acht moeten worden genomen bij (onder meer) de rangstoekenning van militaire functies. Allereerst wordt een functiebeschrijving vastgesteld. Bij de rangstoe- kenning worden de uitkomsten van de toepassing van het functiewaarderingssysteem FUWADEF en het bijbehorende normeringsstelsel gehanteerd. Deze uitkomsten zijn vastgelegd in formatieadviezen, waarin rekening wordt gehouden met de binnen Defensie bestaande rangbrackets. Het document “Administratieve procedures formatiemanagement CZSK, CLAS en CLSK” van 1 oktober 2006 bevat voorschriften voor het formatiemanagement bij de diverse operationele commando’s (krijgsmachtdelen). Onderdeel 2.4 van dit document luidt als volgt: “2.4 Vaststelling militaire functies Het door de DCF afgegeven functiewaarderingsadvies bevat in ieder geval een somscore. Voor het vaststellen van de bijbehorende rang dient de tabel “rangbrackets” te worden gehanteerd (bijlage 1). (…)” In de genoemde bijlage 1 (Tabel rangbrackets t.b.v. rang-/schaalvaststelling) (verder: conversietabel) hoort bij een somscore van 37 een tweetal militaire rangbrackets: voor KL en KLu de rang van aoo en voor de KM de rang van smjr. Ingevolge artikel 4 van het Inkomstenbesluit militairen zijn bijlagen A en B vastgesteld, waarin de salarisschalen voor het militair personeel van de KM onderscheidenlijk van de KL, KLu en KMar zijn opgenomen. 4. Eisers beroep richt zich niet tegen de functietoewijzing als zodanig, maar betreft alleen het feit dat hij in het kader van de functietoewijzing niet is bevorderd tot adjudant-onderofficier. 4.1 Eiser heeft aangevoerd dat geen recente DMO-functiebeschrijving van eisers functie beschikbaar is, dat niet inzichtelijk is hoe verweerder bij de waardering van de KL-functie junior medewerker logistiek en documentatie, welke dateert uit 1998, tot een somscore van 37 punten is gekomen, dat een directe collega van eiser in nagenoeg dezelfde functie, een burgerambtenaar in schaal 8, een somscore van tenminste 38 punten moet hebben, dat SMJR Van Zoeren van de KM in dezelfde situatie wel tot AOO is bevorderd, dat eisers voorganger, een militair van de KL, wel de rang van AOO had evenals enkele collega’s van eiser en dat de militaire hiërarchie zich verzet tegen de huidige situatie, waarin eiser ondergeschikt is aan functionarissen in de rang van AOO, die hetzelfde werk doen als hij. Verder staat in Peoplesoft de rang van AOO vermeld bij eisers functie. 4.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser, gelet op de conversietabel, op goede gronden zijn functie in de rang van sergeant-majoor is toegewezen. Verweerder heeft verder betoogd dat de door eiser gevoerde discussie over de juistheid van de waardering van zijn functie buiten de omvang van dit geding valt, aangezien eiser zijn functietoewijzingsbesluit heeft aangevochten en niet heeft verzocht de hem toegewezen functie opnieuw te waarderen. Aan de AOO Van Zoeren is de functie van cateringmanager C opgedragen, aan welke functie bij de KM de rang van AOO is verbonden. Daarom is Van Zoeren tot AOO bevorderd. Het gaat dus niet om een gelijk geval. Ook de situatie van de burgerambtenaar op de functie medewerker Logistiek en Documentatie is niet met die van eiser vergelijkbaar. Het gaat daar om een andere functie en een ander werkpakket. De formele hiërarchische ondergeschiktheid van eiser aan collega’s in de rang van AOO doet zich in de dagelijkse werkpraktijk niet gelden, daar is eiser de gelijke van zijn collega’s. Van strijd met de militaire hiërarchie is geen sprake. De systematiek van functiewaardering is in overleg met de centrales van overheidspersoneel tot stand gekomen en met het aangehouden verschil in rang is het verschil in salariëring tussen de KM en de KL/KLu rechtgetrokken. Een registratie in Peoplesoft, die kennelijk is gekoppeld aan de KL, is niet bepalend voor de geldende rang bij een bepaalde functie. 5. De rechtbank overweegt als volgt. 5.1 Aan verweerder komt bij een besluit tot functietoewijzing een ruime marge van beleidsvrijheid toe, zodat een dergelijk besluit door de rechtbank terughoudend moet worden getoetst. Eiser heeft in bezwaar en beroep niet de functietoewijzing als zodanig, maar alleen het feit dat hij in het kader van de functietoewijzing niet is bevorderd tot AOO bestreden. Hij heeft daartoe niet verzocht om herwaardering van de thans door hem vervulde functie junior medewerker logistiek en documentatie, maar heeft het besluit tot toewijzing van die functie als uitgangspunt genomen. Bij het nemen van dat besluit is verweerder uitgegaan van de bestaande waardering van de aan eiser toegewezen functie en van de conversietabel voor de rangstoekenning, die ook bij de toewijzing van functies aan militair personeel van de onderscheiden operationele commando’s wordt gehanteerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid, uitgaande van de bestaande functiewaardering van eisers functie en de conversietabel, tot het functietoewijzingsbesluit van eiser kon komen. Het is de rechtbank niet gebleken dat eisers functie met een somscore van 37 punten te laag is gewaardeerd. Op verweerder rustte in het kader van dit beroep, dat zich richt tegen de niet-bevordering in het kader van de functietoewijzing, niet de verplichting nader te motiveren hoe hij tot een somscore van 37 punten is gekomen. Een dergelijke verplichting valt buiten het bestek van dit beroep. Voorts zijn de conversietabel en de daarachter liggende methodiek voor de rangsindeling van militair personeel vastgelegd in een algemeen verbindend voorschrift, de Aanwijzing SG A/909 van 25 januari 2006 omtrent de bevoegdheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diverse commandanten en de directeur DMO, ieder voor de onder hen ressorterende onderdelen en de bij de uitoefening van die bevoegdheden in acht te nemen raadvoorwaarden. Gesteld noch gebleken is dat deze randvoorwaarden als onrechtmatig, onredelijk of anderszins onjuist moeten worden aangemerkt. Verweerder kon deze derhalve in redelijkheid aan het functietoewijzingsbesluit ten grondslag leggen. 5.2 Eiser slaagt niet in het beroep dat hij heeft gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Verweerders hantering van verschillende rangbrackets voor de onderscheiden operationele commando’s dient er toe ongerechtvaardigde verschillen in bezoldiging tussen militairen van diverse herkomst te voorkomen. Vergelijking van de bijlagen A en B, vastgesteld ingevolge artikel 4 van het Inkomstenbesluit militairen, doet zien dat de schaalbedragen voor militairen van de KM in de rangen sergeant-majoor onderscheidenlijk adjudant- onderofficier structureel hoger liggen dan de overeenkomstige schaalbedragen voor militairen van KL, KLu en KMar in dezelfde rangen. Er is dan ook sprake van wezenlijk andere salarisschalen voor militair personeel van de KM dan voor militair personeel van KL, KLu en KMar. Nu de bestaande salarisschalen structurele verschillen bevatten ten voordele van het KM-personeel is het geenszins onredelijk te achten dat bij de rangstoekenning en vervolgens bij de functietoewijzing met deze verschillen rekening wordt gehouden. Deze benadering is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel en evenmin met het bepaalde in artikel 27, vierde lid, AMAR. Het gegeven dat eisers voorganger een adjudant-onderofficier van de KL was, is een illustratie van het voorgaande en draagt niet bij aan de ondersteuning van eisers stellingen. 5.3 Ook eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel, voor zover dat betrekking heeft op een tweetal door hem aangeduide collega’s, faalt. Ten aanzien van de AOO Van Zoeren heeft verweerder aangegeven dat aan betrokkene kort voor de opheffing van het MVKV Valkenburg de functie van cateringmanager C aldaar is toegewezen zonder dat daarbij een aangepaste functieomschrijving was gemaakt in verband met de naderende sluiting van het MVKV Valkenburg als basis van de Marine Luchtvaartdienst, waarbij het aantal bezoekers van de basis zeer sterk was afgenomen. Nu voor de genoemde functie voor de KM de rang van AOO gold, is Van Zoeren in bezwaar alsnog op goede gronden naar deze rang bevorderd. Het gaat hier om een specifieke situatie welke niet met die van eiser valt te vergelijken. Ten aanzien van de door eiser genoemde burgercollega in de functie medewerker logistiek en documentatie op het terrein van de klein kaliber wapens die naar schaal 8 wordt bezoldigd, waarvoor een somscore van tenminste 38 punten benodigd is, geldt dat deze niet dezelfde functie vervult als eiser. Deze is immers belast met de juniorfunctie op het terrein van de optronica. Het gaat dan ook niet om gelijke gevallen. 5.4 Ook eisers betoog dat het bestreden besluit zich niet verdraagt met de militaire hiërarchie als vastgelegd in het Besluit volgorde rangen en standen zee-, land- en luchtmacht wordt verworpen. De rechtbank heeft al eerder beslist (AWB 06/8972 MAW van 18 juni 2007) dat geen aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat aan genoemd besluit gevolgen zouden moeten worden verbonden in het kader van het waarderen van militaire functies. 5.5 Ook eisers beroep op de vermelding van de rang AOO in Peoplesoft faalt. Deze rechtbank heeft in constante jurisprudentie beslist dat aan vermeldingen in Peoplesoft geen rechtspositionele aanspraken kunnen worden ontleend. 5.6 De rechtbank wijst er tenslotte op dat, zoals blijkt uit het bestreden besluit, ten behoeve van verweerders besluitvorming in gevallen als thans aan de orde overleg is gepleegd tussen DMO en CZSK over de afstemming van de rangsindicaties met het oog op komende functietoewijzingen aan CZSK-militairen. Dat overleg heeft geen aanleiding gegeven tot afwijking van de eerder bij de KL voor de door eiser vervulde functie vastgestelde rangsindicatie. Gesteld noch gebleken is dat verweerder niet in redelijkheid tot deze conclusie heeft kunnen komen. 6. Het beroep moet, gelet op het voorgaande, ongegrond worden verklaard. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. Beslissing De Rechtbank 's-Gravenhage, RECHT DOENDE: Verklaart het beroep ongegrond. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Aldus gegeven door mr. J.W. Sentrop en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2008, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.A. Leijten.