Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0014

Datum uitspraak2008-08-14
Datum gepubliceerd2008-09-08
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers297295 EJ VERZ 08-2658
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Ontbinding op verzoek van oudere werknemer. Werkgever stelt onrealistische veranderingseisen. Toemeting vergoeding.


Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknr: 297295 EJ VERZ 08-2658 typ: LE Beschikking van 14 augustus 2008 inzake [verzoeker], wonend te [adres], verzoeker, gemachtigde: mr. A.P.A. Snijders te Maastricht, tegen: Stichting Reclassering Nederland, statutair gevestigd te ’s-Hertogenbosch en kantoorhoudend te 3533 JE Utrecht, Vivaldiplantsoen 100, verweerster, gemachtigde: mr. C.P. Kuijer te Barendrecht. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[verzoeker]”en “SRN”. Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende stukken overgelegd: - verzoekschrift met producties 1 tot en met 13, ingekomen ter griffie op 30 juni 2008; - verweerschrift met producties 1 tot en met 5, ingekomen ter griffie op 16 juli 2008; - pleitnota van de gemachtigde van [verzoeker], overgelegd ter zitting. Partijen zijn gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 14 augustus 2008. Door de griffier is daarvan schriftelijk aantekening gehouden. Vervolgens heeft de kantonrechter ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Bij faxbericht van 18 augustus 2008 heeft de gemachtigde van [verzoeker] bericht dat [verzoeker] zich bij de door de kantonrechter uitgesproken ontbinding en de daaraan gekoppelde vergoeding neerlegt en het verzoek niet in zal trekken. MOTIVERING VAN DE BESLISSING 1. Tussen partijen staat het navolgende vast. [verzoeker], 61 jaar oud, is sedert 1 april 1974 bij (de rechtsvoorgangsters van) SRN in dienst en vervult thans op deeltijdbasis (28 uur per week) de functie van Reclasseringswerker krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tegen een loon van € 2649,89 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en 3,85% eindejaarsuitkering. Op 18 december 2007 zijn de regiomanager van SRN, de unitmanager en een personeelsfunctionaris een gesprek met [verzoeker] aangegaan, waarin hij is geconfronteerd met felle kritiek op zijn functioneren. In dit gesprek is [verzoeker] een verbetertraject aangezegd en is hem te kennen gegeven dat dit traject na een half jaar met goed gevolg zou moeten worden afgesloten, anders zou SRN moeten besluiten de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te beëindigen. Tengevolge van dit gesprek heeft [verzoeker] een psychische knauw gehad, aangezien gedurende zijn 34-jarig dienstverband nooit kritiek op zijn functioneren was geuit. Medio januari 2008 heeft hij zich wegens psychische klachten ziek gemeld bij SRN. 2. [verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met SRN te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande in zodanige veranderingen in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve zo spoedig mogelijk behoort te eindigen. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn verzoek - kort samengevat en voor zover van belang - het navolgende gesteld. [verzoeker] is van mening dat de arbeidsverhouding met SRN volledig en onherstelbaar is verstoord. SRN heeft door het zonder aankondiging aangaan van een soort functioneringsgesprek, het ongemotiveerd en ongefundeerd confronteren van [verzoeker] met zware kritiek, het opleggen van een verbetertraject en het onverholen dreigen met ontslag binnen een half jaar, niet gehandeld zoals van een goed werkgeefster mag worden verwacht. Vervolgens heeft zich tot twee keer toe de situatie voorgedaan dat [verzoeker] door de bedrijfsarts arbeidsgeschikt is verklaard, terwijl het UWV in het kader van de second opinion tot tweemaal toe heeft geoordeeld dat hij arbeidsongeschikt is. Op 19 juni 2008 heeft het UWV gerapporteerd en geoordeeld dat [verzoeker] ongeschikt is voor zowel eigen als ander werk en dat de re-integratieinspanningen van [verzoeker] voldoende waren. Op verzoek van de raadsman van [verzoeker] heeft de psychiater/psychoanalyticus van [verzoeker] een rapportage opgemaakt omtrent diens gezondheidstoestand. Uit deze rapportage kan worden geconcludeerd dat bij [verzoeker] sprake is van een ziekte of gebrek, namelijk een chronische aanpassingsstoornis met angstige en depressieve stemming, en dat de oorzaak hiervan gelegen is in het arbeidsconflict terzake het gesprek van 18 december 2007 en het aangezegde verbetertraject met dreiging van ontslag en dat de bij hem gediagnosticeerde stoornis arbeidsgerelateerd is. Ten gevolge van de handelwijze van SRN is derhalve naar de mening van [verzoeker] de vrees gerechtvaardigd voor blijvende gezondheidsschade. Omdat de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding geheel bij het verwijtbaar handelen van SRN ligt, is [verzoeker] van mening dat een passende vergoeding - op grond van factor C=1.5 - aan hem zou moeten worden toegekend. 3. SRN heeft - voor zover thans van belang en kort samengevat - het volgende ten verwere aangevoerd. SRN beroept zich allereerst op de reflexwerking van de opzegverboden van artikel 7:670 BW. Indien het verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst verband houdt met een opzegverbod - in het onderhavige geval: arbeidsongeschiktheid - staat dit in de weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bij dit verzoek speelt de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] een grote rol. Bovendien heeft [verzoeker] SRN een procedure op grond van artikel 7:658 BW in het vooruitzicht gesteld, hetgeen een soort van verkapt hoger beroep impliceert, in strijd met hetgeen is bepaald in artikel 7:685 lid 11 BW. SRN betwist dat het gesprek van 18 december 2007 voor [verzoeker] onverwacht was. SRN zat in een verandertraject. Op 3 december 2007 is [verzoeker] al bijgepraat over op handen zijnde veranderingen. Hij was niet de enige aan wie een verbeteringstraject is aangeboden. Vervolgens heeft [verzoeker] vanaf het moment van ziekmelding iedere vorm van contact met de werkgever in de weg gestaan. Hij heeft geen gebruik gemaakt van het aanbod van de werkgever tot mediation. Bovendien was er bij beide partijen de bereidheid om de mogelijkheid om vervroegd uit te treden (FPU) te bekijken. Schikkingsonderhandelingen zijn echter op niets uitgelopen en SRN ziet niet in waarom zij gestraft zou moeten worden met het betalen van een vergoeding aan [verzoeker]. Voor het geval de kantonrechter toch zou overgaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verzoeker], onder toekenning van een vergoeding, beroept SRN zich op aanbeveling 3.5 van de kantonrechtersformule (vergoeding mag niet hoger uitvallen dan de werkelijke schade). Uitgaande van de leeftijd en de duur van het dienstverband valt een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule hoger uit dan de werkelijke schade die [verzoeker] zou hebben opgelopen als hij per 1 augustus 2009 van de FPU-regeling gebruik zou maken. 3. Aangezien de opzegverboden gelden voor de werkgever en in het onderhavige geval sprake is van een werknemersverzoek, kan de kantonrechter niet volgen waarom de arbeidsongeschiktheid van de werknemer aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg zou kunnen staan. De rechtsfiguur ontbinding is juist in het leven geroepen om te kunnen bewerkstelligen dat partijen desgewenst van elkaar af kunnen. Gelet op hetgeen uit de gedingstukken naar voren is gekomen en hetgeen partijen ter zitting hebben gesteld, is de goede verstandhouding tussen partijen verstoord en is er geen zinvolle samenwerking meer mogelijk. In zoverre is er sprake van een verandering in de omstandigheden die een gewichtige reden vormt die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De kantonrechter spreekt dan ook het voornemen uit de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2008 te ontbinden. In geschil is thans nog of aan [verzoeker] ten laste van SRN een vergoeding dient te worden toegekend. Daarbij is met name van belang of en in hoeverre van de thans ontstane situatie aan één der partijen in overwegende mate een verwijt valt te maken of dat deze impasse overwegend in haar risicosfeer ligt. Als binnen een arbeidsverhouding die ongeveer de werkzame leeftijd duurt binnen enkele maanden een situatie als deze ontstaat, kan het niet anders zijn dan dat er over kernpunten van de relatie werkgever/werknemer op een manier is gecommuniceerd op een wijze die niet strookt met behoorlijk werkgeverschap. De kantonrechter kan zich zeer wel voorstellen dat “verbetertraject” en “sanctionering” en “veranderingsbereidheid” dingen zijn die kunnen spelen, maar zij behoren in deze omstandigheden met respect voor de werknemer te worden ingezet en zorgvuldig te worden uitgevoerd. Naar het oordeel van de kantonrechter treft [verzoeker] geen enkel verwijt. Zijn ziekte speelt bij de beoordeling van het onderhavige verzoek geen rol, maar wel is van belang het zeer langdurige dienstverband van [verzoeker], waarin nooit van enige kritiek op het functioneren van [verzoeker] is gebleken tot tijdens het bewuste gesprek van 18 december 2007. Niet anders kan worden geconcludeerd dan dat de plompe en respectloze wijze waarop met deze werknemer is omgegaan, heeft geleid tot de teloorgang van een goede en vruchtbare arbeidsrelatie. Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd en gewogen, acht de kantonrechter het redelijk aan [verzoeker] een vergoeding tot te kennen van € 85.000,- bruto. Ten overvloede zij opgemerkt dat deze vergoeding niets heeft uit te staan met een eventueel nog te vorderen schadevergoeding. [verzoeker] is overeenkomstig het bepaalde in het negende lid van artikel 7:685 van het BW in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 18 augustus 2008 om 16:00 uur het verzoek in te trekken. [verzoeker] heeft het verzoek niet ingetrokken. De kantonrechter acht ten slotte termen aanwezig de proceskosten te compenseren, en wel aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. BESLISSING Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2008. Kent aan [verzoeker] een ten laste van SRN komende vergoeding toe van € 85.000,- bruto. Veroordeelt SRN - voor zover nodig - tot betaling van die vergoeding aan [verzoeker]. Compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Groen, kantonrechter, op 14 augustus 2008 en door deze en mr. L. Eroktay, griffier, getekend.