Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0013

Datum uitspraak2008-09-04
Datum gepubliceerd2008-09-08
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers96021 / KG ZA 08-210
Statusgepubliceerd


Indicatie

Stichting probeert via het civiele recht een bestuursrechtelijke kwestie te realiseren. Vordering strandt op spoedeisend belang.


Uitspraak

RECHTBANK ALMELO Sector Civiel zaaknummer: 96021 / KG ZA 08-210 datum vonnis: 4 september 2008 (gww) Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van: de stichting Stichting Omgevingsrecht, gevestigd en kantoorhoudende te Almelo, eiseres, verder te noemen de Stichting, advocaat: mr. G.J. Hollema, tegen Gedaagde, wonende te Wierden, gedaagde, advocaat: mr. F. Kolkman. Het procesverloop De Stichting heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 28 augustus 2008. Ter zitting zijn verschenen: De bestuurder van de Stichting, vergezeld door mr. Hollema en gedaagde, vergezeld door mr. Kolkman. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing De feiten 1. De Stichting is op 9 maart 2006 opgericht door de huidige Bestuurder. De Stichting heeft als doel onder meer: ‘het bevorderen van, het streven naar het opheffen van met de wet strijdige situatie, het toezien op en de handhaving van de naleving van de regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening (…), natuurwetgeving (…) en milieuwetgeving (…). (…) het verrichten van alle handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.’ Het werkgebied van de Stichting strekt zich uit over de gehele provincie Overijssel. Haar doel tracht de Stichting te verwezenlijken door onder meer het inzetten van rechtsmiddelen. Gedaagde exploiteert onder de naam BL Parts een autoherstelinrichting aan de Molendijk-Noord 88D te Rijssen. Daarnaast verkoopt hij onder voornoemde handelsnaam tweedehands auto-onderdelen. Tot 1 juli 2007 was de onderneming van gedaagde gevestigd te Wierden. Wegens beëindiging van de huurovereenkomst van het bedrijfsterrein c.q. –pand te Wierden heeft Gedaagde de autowrakken vanaf 1 juli 2007 gestald aan de Oude Veerweg 6 te Rijssen. Een gedeelte van voornoemd terrein aan de Oude Veerweg heeft als bestemming ‘rioolwaterzuivering’ (perceel 1514). Door de eigenaresse, B.V., is op 10 januari 2007 een verzoek ingediend tot wijziging van het aldaar vigerende bestemmingsplan. De gemeente Rijssen-Holten heeft nog niet beslist op dat verzoek. Gedaagde is voornemens om een autodemontagebedrijf te vestigen aan de Molendijk-Noord 80. Daartoe heeft hij een bouwvergunning bij de gemeente Rijssen-Holten aangevraagd, alsmede een milieuvergunning bij Gedeputeerde Staten van Overijssel. Tegen de aanvraag van de bouwvergunning is bezwaar aangetekend. Dat bezwaar is afgewezen, waarna de Bestuurder namens een aantal omwonenden beroep heeft ingesteld bij de bestuursrechter. De ontwerpbeschikking van Gedeputeerde Staten van Overijssel is gepubliceerd op 9 juli 2008. De toezichthouder namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, de heer Zomer, heeft op 6 en 15 april 2008 bezoeken gebracht aan de locatie Oude Veerweg te Rijssen en de milieuhygiënische situatie op dat perceel in kaart gebracht. De toezichthouder acht het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging gering en de kans op het ontstaan van brand zeer gering omdat er geen vloeistoffen in de autowrakken aanwezig zijn. Gedeputeerde Staten van Overijssel heeft op 17 juli 2008 schriftelijk aan de Bestuurder bericht dat zij voornemens is om het verzoek tot handhaving van de Stichting af te wijzen, omdat ‘er geen directe negatieve effecten voor het milieu aanwezig zijn en het verlenen van de definitieve milieuvergunning aanstaande is.’ De vordering van de Stichting en haar onderbouwing daarvan 2. Bij dagvaarding vordert de Stichting veroordeling van gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de autowrakken en –onderdelen van de locatie aan de Oude Veerweg te Rijssen te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede gedaagde te veroordelen om zijn sloopactiviteiten ter plaatse te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 5.000,00 per dag of een gedeelte daarvan. Daarnaast vordert de Stichting veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure. 2.1 De Stichting stelt daartoe dat gedaagde op de locatie aan de Oude Veerweg een groot aantal autowrakken en –onderdelen in de open lucht heeft opgeslagen. De locatie beschikt niet over een vloeistofdichte vloer en evenmin over overige voorzieningen ter beperking van milieuschade. Ook zijn er geen brandbeperkende en brandwerende voorzieningen ter plaatse getroffen. Voor de exploitatie van een autosloperij is volgens de Wet Milieubeheer een vergunning van Gedeputeerde Staten van Overijssel vereist. Bovendien is het volgens het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan om ter plaatse een autosloperij te exploiteren, althans daar autowrakken en –onderdelen op te slaan. 2.2 Doordat gedaagde in strijd met de Wet Milieubeheer en het bestemmingsplan en zonder over de benodigde bouwvergunningen te beschikken een autosloperij exploiteert, handelt hij wegens de daaraan verbonden milieurisico’s en gelet op het doel van de Stichting, onrechtmatig jegens laatstgenoemde. De Stichting heeft er recht en (spoedeisend) belang bij dat gedaagde zijn activiteiten onmiddellijk staakt en de autowrakken en -onderdelen verwijdert van de locatie aan de Oude Veerweg te Rijssen. Het verweer van Gedaagde 3. Gedaagde stelt dat de Stichting niet kan worden ontvangen in haar vordering. Daarvoor is de doelstelling van de Stichting onvoldoende concreet en te algemeen geformuleerd. Er kan niet worden aangenomen dat de Stichting rechtstreeks wordt getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt. Bovendien tracht de Stichting via het burgerlijk recht te bereiken wat zij via administratiefrechtelijke rechtsgangen ook kan proberen te bereiken. Dat is de weg die de Stichting zal moeten bewandelen, aldus gedaagde. 3.1 Voorts werpt de Stichting zich op als behartiger van overheidsbelangen. Voor het toezicht daarop is de overheid de aangewezen instantie. Als de overheid daarin tekort schiet, staat voor de Stichting enkel de weg naar de bestuursrechter open. De Stichting heeft in civielrechtelijk opzicht geen belang bij de naleving van de overheidsvoorschriften. 3.2 Het door de Stichting gestelde spoedeisend belang wordt door gedaagde betwist. De autowrakken staan niet in strijd met het bestemmingsplan op het perceel aan de Oude Veerweg. Opslag van auto’s is zowel op de percelen 1516 en 1515 (bestemming industrie) als op het perceel 1514 (bestemming rioolwaterzuivering) toegestaan. Voorts heeft de toezichthouder van de Provincie geconcludeerd dat de milieuhygiënische situatie op het perceel aan de Oude Veerweg voldoende gewaarborgd is. 3.3 Gedaagde betwist dat hij onrechtmatig handelt jegens de Stichting. Voor zijn geplande bedrijfsactiviteiten aan de Molendijk-Noord 80 te Rijssen heeft hij de benodigde vergunningen aangevraagd en er is concreet zicht op legalisatie van de activiteiten van BL Parts. Bovendien lijdt de Stichting op geen enkele wijze schade. Zonder schade geen onrechtmatige daad, aldus gedaagde. 3.4 Tot slot stelt gedaagde dat een belangenafweging, zo deze er al mocht komen, in zijn voordeel behoort uit te vallen. De financiële gevolgen van een voorlopige voorziening tot ontruiming van het terrein aan de Oude Veerweg zijn voor gedaagde enorm en waarschijnlijk desastreus. Het belang van de Stichting weegt daar niet tegen op. 3.5 Gedaagde concludeert dan ook tot niet-ontvankelijk verklaring van de Stichting, althans tot afwijzing van haar vorderingen, met veroordeling van de Stichting in de kosten van de procedure. De overwegingen van de voorzieningenrechter 4. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt aan de zijde van de Stichting een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening als gevorderd. Niet gebleken is dat de vordering van de Stichting dermate spoedeisend is dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening bij voorraad vereist is. Als onweersproken door de Stichting is immers vast komen te staan dat Gedaagde sinds 1 juli 2007, derhalve ruim een jaar, zijn onderneming mede drijft vanaf het adres aan de Oude Veerweg te Rijssen. Kennelijk wordt hem daarbij noch door Gedeputeerde Staten van Overijssel, noch door de gemeente Rijssen-Holten, noch door de omwonenden, noch door het Waterschap Regge & Dinkel (onder wiens beheer de nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie valt) een strobreed in de weg gelegd. Sterker nog: voldoende aannemelijk is geworden dat Gedaagde zicht heeft op legalisatie van zijn activiteiten in het in aanbouw zijnde pand aan de Molendijk-Noord 80 te Rijssen. Dat blijkt immers uit de brief d.d. 17 juli 2008 die Bestuurder voor de Stichting heeft ontvangen van Gedeputeerde Staten van Overijssel. Uit deze brief blijkt tevens dat de toezichthouder van de Gedeputeerde Staten van Overijssel tot twee keer toe een bezoek heeft gebracht aan de onderneming van gedaagde en heeft geconcludeerd dat het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging gering is en de kans op het ontstaan van brand zeer gering, omdat er geen vloeistoffen in de autowrakken aanwezig zijn. Gedeputeerde Staten van Overijssel (en ook de Gemeente Rijssen-Holten) zien geen aanleiding om terstond handhavend op te treden jegens gedaagde. Het valt daarom niet in te zien waarom de Stichting op dit moment een spoedeisend belang heeft bij ontruiming van het terrein waarop aan de Oude Veerweg. 4.2 De vordering van de Stichting dient daarom te worden afgewezen. De overige geschilpunten tussen partijen behoeven geen verdere bespreking. 4.3 De Stichting zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De beslissing De voorzieningenrechter: I. Wijst de vordering van de Stichting af. II. Veroordeelt de Stichting in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde begroot op € 254,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat. III. Verklaart onderdeel II. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. K.J. Haarhuis, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.