Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD7507

Datum uitspraak2008-07-16
Datum gepubliceerd2008-07-17
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Utrecht
ZaaknummersSBR 08/1555
Statusgepubliceerd


Indicatie

Voorlopige Voorziening. Mondelinge uitspraak. Aanleg van heliplatform kan gezien de ruimtelijke impact ervan niet worden gezien als ondergeschikt verkeer of parkeren als bedoeld in de bestemming bedrijfsdoeleinden. Voor de aanleg van een heliplatform is een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO nodig. Bouwvergunning op onvoldoende grondslag verleend. Toewijzing verzoek en beide besluiten (verleende vrijstelling en bouwvergunning) geschorst.


Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT Sector bestuursrecht zaaknummer: SBR 08/1555 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2008 inzake [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder. Inleiding 1.1 Het verzoek heeft betrekking op verweerders besluit van 28 mei 2008, waarbij aan Ebag Vastgoed Utrecht B.V. te Ede (verder: de vergunninghouder) op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstelling is verleend voor het wijzigen van de hoogte van het bedrijfspand met kantoor op het perceel Meijewetering 21 te Utrecht. Het verzoek heeft tevens betrekking op een besluit van verweerder van diezelfde datum waarbij aan vergunninghouder een bouwvergunning is verleend voor deze wijziging van de hoogte en het plaatsen van een heliplatform op het bedrijfspand. 1.2 Het verzoek is op 16 juli 2008 ter zitting behandeld, waar namens verzoekster is verschenen drs. C. van Oosten, werkzaam bij het Bureau Rechtsbescherming. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Krak, werkzaam bij de gemeente Utrecht. Namens de vergunninghouder zijn verschenen B. Kruitbosch (algemeen directeur ETICS), F. van der Ploeg (adviseur bij Peutz B.V.) en B. Verbeek (A12 architecten). Beslissing 2.1 Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en: - het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen; - de besluiten van 28 mei 2008 geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissing op bezwaar; - verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 644,-, te betalen door de gemeente Utrecht; - bepaald dat de gemeente Utrecht het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,- aan haar vergoedt. Gronden 3.1 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, anders dan verweerder heeft aangenomen, voor het aanleggen van een heliplatform een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO nodig. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat in het geldende uitwerkingsplan De Wetering Noord aan het perceel de bestemming bedrijfsdoeleinden is toegekend, met daaraan ondergeschikt verkeer en verblijf en parkeervoorzieningen. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening heeft het aanleggen van een heliplatform een aanzienlijke impact en kan derhalve niet worden gesproken van ondergeschikt verkeer of parkeren. Daaraan voegt de voorzieningenrechter toe dat het aanleggen en gebruikmaken van een heliplatform niet een activiteit is die gebruikelijk is bij bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 4. Het aanleggen van het heliplatform past naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet binnen de bepalingen van het bestemmingsplan en verweerder zal moeten beoordelen of hij bereid is hiervoor vrijstelling te verlenen. Aangezien de benodigde vrijstelling op dit moment ontbreekt, staat gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Woningwet tevens vast dat onvoldoende grondslag bestaat voor het verlenen van de onderhavige bouwvergunning. 3.2 Nu het verzoek wordt toegewezen, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht. 3.3 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open. De mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.J.H. van Meegen op 16 juli 2008. Aldus opgemaakt door de griffier. De griffier: De voorzieningenrechter: mr. M.H.L. Debets mr. H.J.H. van Meegen Afschrift verzonden op: