Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0612

Datum uitspraak2007-12-14
Datum gepubliceerd2007-12-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2007\067
Statusgepubliceerd


Indicatie

Terbeschikkinggestelde niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Het hoger beroep van betrokkene is louter gericht op het verkrijgen van een behandeladvies en richt het zich niet tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling. In beginsel staat aan het hof de (inhoud van de) behandeling van de terbeschikkinggestelde niet ter beoordeling. Het hof pleegt aan de behandeling alleen overwegingen te wijden in gevallen waarin zulks naar zijn oordeel voor het perspectief van de terbeschikkinggestelde met betrekking tot (al dan niet) verlenging of voorwaardelijke beëindiging van belang zou kunnen zijn. Dit is hier naar het oordeel van het hof niet aan de orde. Nu het beroep zich niet richt tegen de verlengingsbeslissing van de rechtbank, ontbreekt het belang om tot beoordeling van die beslissing over te gaan.


Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM TBS 20077 Beslissing d.d. 14 december 2007 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [Terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], verblijvende in [verblijfplaats]. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Leeuwarden van 1 februari 2007, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Overwegingen: De rechtbank Leeuwarden heeft op 1 februari 2007 de terbeschikkingstelling van betrokkene verlengd voor de duur van twee jaren. Betrokkene is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen. In zijn schriftuur houdende grieven van 8 februari 2007 heeft de raadsman van betrokkene kenbaar gemaakt dat de grieven van de verdediging zich in het bijzonder richten tegen de beslissing van de rechtbank om in de beschikking geen behandeladvies op te nemen. Tevens is in de schriftuur aangevoerd dat in hoger beroep opnieuw (gemotiveerd) zal worden verzocht om een behandeladvies. Ter terechtzitting van het hof van 30 november 2007 heeft betrokkene aangevoerd dat het doel van het instellen van hoger beroep het verkrijgen van een behandeladvies van het hof is. De raadsman van betrokkene heeft vervolgens in zijn pleidooi aangegeven dat de vraag of de terbeschikkingstelling moet worden verlengd eenvoudig met “ja” te beantwoorden is, vanwege het feit dat het nu beëindigen van de terbeschikkingstelling hoge veiligheidsrisico’s met zich brengt. De raadsman verzoekt het hof om in de uitspraak een overweging op te nemen waarin het aangeeft dat het voor het perspectief van betrokkene met betrekking tot het (al dan niet) verlengen of (voorwaardelijk) beëindigen van de maatregel (in de toekomst) van belang is dat de weg van resocialisatie alsnog wordt ingeslagen. Hierbij zou wellicht aangegeven kunnen worden dat het -gelet op de behandelmogelijkheden, het resocialisatietraject en daaruit voortvloeiende perspectief van betrokkene- aanbeveling verdient de longstay-aanvraag in te trekken. Gelet op het bovenstaande is het hoger beroep van betrokkene louter gericht op het verkrijgen van een behandeladvies en richt het zich niet tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling. In het kader van de verlengingsprocedure is door de wetgever aan het hof echter niet de bevoegdheid toegekend om adviezen te geven aangaande de inhoud van de behandeling van betrokkene. Daarbij is van belang dat de verpleging van betrokkene geschiedt van overheidswege en in het bijzonder krachtens aanwijzing van de minister van justitie (artikelen 37b en 37c van het Wetboek van Strafrecht). Het hof heeft daarin geen taak. De invulling van de behandeling is een taak die berust bij de behandelende kliniek en de daar werkzame deskundigen. Andere instanties, zoals de beklagcommissie en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, zijn door de wetgever belast met de toetsing van de wijze waarop aan de tenuitvoerlegging van de maatregel vervolgens inhoud wordt gegeven. In beginsel staat aan het hof aldus de (inhoud van de) behandeling van de terbeschikkinggestelde niet ter beoordeling. Het hof pleegt aan de behandeling alleen overwegingen te wijden in gevallen waarin zulks naar zijn oordeel voor het perspectief van de terbeschikkinggestelde met betrekking tot (al dan niet) verlenging of voorwaardelijke beëindiging van belang zou kunnen zijn. Dit is hier naar het oordeel van het hof niet aan de orde. Nu het beroep zich niet richt tegen de verlengingsbeslissing van de rechtbank, ontbreekt het belang om tot beoordeling van die beslissing over te gaan. Het hof zal daarom beslissen als na te melden. Beslissing: Het hof: Verklaart de terbeschikkinggestelde niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van 1 februari 2007. Aldus gedaan door mr Van der Herberg als voorzitter, mrs Stikkelbroeck en Wery als raadsheren, en drs Schudel en drs Harmsen als raden, in tegenwoordigheid van mr ten Elshof als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2007. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.