Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0608

Datum uitspraak2007-12-18
Datum gepubliceerd2007-12-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2007\154
Statusgepubliceerd


Indicatie

Alsnog verpleging van overheidswege. Het hof acht zich op grond van de rapportage van Tactus en de verklaringen van de getuige-deskundigen ter zitting voldoende voorgelicht. Nu voorwaarden verbonden aan de terbeschikkingstelling niet zijn nagekomen en een dwingend kader -vanwege het feit dat betrokkene, gelet op zijn stoornis, intensieve begeleiding en langdurig toezicht nodig heeft- geboden is, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging van overheidswege eist. Hierbij merkt het hof op dat deze dwangverpleging niet zozeer gericht dient te zijn op intramurale behandeling van betrokkene en naar het oordeel van het hof niet dient te resulteren in een plaatsing op een longstay-afdeling, doch dat in het kader van een transmuraal traject langdurig toezicht vorm gegeven kan worden, waarbij betrokkene spoedig in een transmurale setting kan worden opgenomen.


Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM TBS 2007l Beslissing d.d. 18 december 2007 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [Terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], verblijvende in [verblijfplaats]. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Almelo van 3 mei 2007, houdende de beslissing dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Overwegingen: • Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken en daar het recht zal doen mede op grond van hetgeen de getuige-deskundigen ter terechtzitting hebben verklaard. • Het hof is van oordeel dat in casu van een spoedige behandeling van het beroep in de zin van artikel 5, vierde lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geen sprake is geweest. Immers is het beroep zeven maanden na het instellen van het hoger beroep behandeld. In de voorliggende zaak oordeelt het hof dat de beslissing om een verdragsrechtelijke schending aan te nemen in zichzelf voldoende bevrediging van het geschonden rechtsgevoel inhoudt. • De raadsvrouw van betrokkene heeft verzocht de zaak aan te houden voor nader multidisciplinair onderzoek, vanwege het feit dat een recente rapportage ontbreekt. Het hof merkt hieromtrent op dat aan de oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden een multidisciplinaire rapportage ten grondslag heeft gelegen. In het kader van omzetting van terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan van deze rapportage gebruik gemaakt worden. Een nieuw multidisciplinair advies is niet wettelijk voorgeschreven. Dit kan anders zijn indien het hof zich onvoldoende voorgelicht acht. In casu acht het hof zich mede op grond van de rapportage van Tactus en de verklaringen van de getuige-deskundigen ter zitting voldoende voorgelicht. • Uit voornoemde multidisciplinaire rapportage blijkt dat bij betrokkene sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met naast vooral narcistische ook afhankelijke en borderline kenmerken, terwijl tevens sprake is van de neiging zich over te geven aan alcoholmisbruik en gokken. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt voorts dat betrokkene al snel nadat hij in vrijheid was gesteld buiten de reclassering om en in strijd met de aan hem opgelegde voorwaarden, heeft geregeld dat hij rood kon staan bij de bank. Hij heeft een telefoonabonnement afgesloten en hij heeft een groot geldbedrag dat hij van de Belastingdienst had ontvangen, vergokt. Ook is er alcohol op zijn kamer aangetroffen. Daarnaast is betrokkene onvoldoende open geweest naar de reclassering met betrekking tot het contact dat hij had met een oudere vrouw, die hij heeft leren kennen via een contactadvertentie. Aldus heeft hij zich onvoldoende controleerbaar en daarmee onvoldoende begeleidbaar opgesteld. Hiermee zijn een aantal voorwaarden, die zijn verbonden aan de terbeschikkingstelling met voorwaarden, door betrokkene niet nageleefd. Dit alles ondanks de noodzakelijke en zeer intensieve begeleiding door de reclassering en de RIBW. Nu voorwaarden verbonden aan de terbeschikkingstelling niet zijn nagekomen en een dwingend kader -vanwege het feit dat hij, gelet op zijn stoornis, intensieve begeleiding en langdurig toezicht nodig heeft- geboden is, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging van overheidswege eist als in de hierna te vermelden beslissing is vervat. Hierbij merkt het hof op dat deze dwangverpleging niet zozeer gericht dient te zijn op intramurale behandeling van betrokkene en naar het oordeel van het hof niet dient te resulteren in een plaatsing op een longstay-afdeling, doch dat in het kader van een transmuraal traject langdurig toezicht vorm gegeven kan worden, waarbij betrokkene spoedig in een transmurale setting kan worden opgenomen. Beslissing: Het hof: Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Almelo van 3 mei 2007 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde. Wijst af het verzoek tot aanhouding. Beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Aldus gedaan door mr Stikkelbroeck als voorzitter, mrs Van der Herberg en Bartelds als raadsheren, en drs van Iersel en drs Raes als raden, in tegenwoordigheid van mr ten Elshof als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2007. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.